Chr. Huygens | Oeuvres II | Brontekst

[ 202 ]

No 504.

A. Boddens *) aan Christiaan Huygens.

28 juillet 1658.

        Weledele en zeergeleerde heer.

    Na mijn vertrek uit den Haag heb ik, zodra ik in Amsterdam kwam, van Eichstadius 1) de Ephemeriden 2) gezocht, waarover we gesproken hebben, en ik heb die gevonden bij de Elseviers; maar het kost vier en een halve gulden. Hoezeer verheug ik me over de geboden gelegenheid, waarbij ik uw heerschap heb kunnen dienen. Ik vraag u zeer uitstekende heer, als ik in het vervolg iets goeds voor u kan doen, van mijn diensten gebruik te willen maken; aangezien het bovenal mijn wens is met uitstekende mannen om te gaan.

    Weliswaar beken ik dat ik zoveel eer onwaardig ben, en ik weet wel dat mijn verstand beperkt is; niettemin verhef ik me door studies, die me de moed geven om u aan te spreken; er is geen reden om de studie te staken, en ik wil zeer geleerd worden, want ik ben gedwongen te bekennen dat ik nauwelijks aan het eerste begin ben.

    Ik heb uw boeken doorgenomen en bestudeerd, en kan niet genoeg krijgen van het lezen; en onlangs kwam mij ter ore dat de zeer uitstekende heer behalve de twee mij bekende boeken — het ene over de kwadratuur van de hyperbool enz. [^], het andere over de grootte van de cirkel [^] — er meer in het licht heeft gegeven, en ik vraag of ik het verdiend heb (wat naar ik hoop zonder ergernis van mijnheer kan gebeuren) dat ik hierover ingelicht word. Ik verlang echter dit ene, dat indien ik door overmoed misbruik van u maak, u het toeschrijft aan een brandende liefde tot de studie. Als u dit immers niet doet, zie ik niet wat me zou vrijspreken van de ondeugd een zeer onbeschaamd man te zijn; want ik word ertoe gebracht door uw welwillendheid en buitengewone vriendelijkheid, waarmee u ook hen pleegt te ontvangen die ver beneden uw waardigheid zijn.

De aan uw doorluchtigheid zeer toegewijde dienaar    
Abraham Boddens.        

    Afgegeven te Amsterdam
28 juli 1658.

    Mijn Heer Mijn Heer Christiaen Huijgens, ten huijse van
    mijn Heer Constantyn Huygens Heere van Suijlichem &c.
port
met een packjen.                             tot 's Gravenhage


[ *)  Eerder genoemd door F. van Schooten, op p. 198. Abraham Boddens werd in 1638 te Amsterdam geboren. Op 8 febr. 1658 werd hij ingeschreven als student (philosophia) aan de Leidse universiteit.
Zie over hem: R. Vermij, The Calvinist Copernicans, Ch. 10, 212.]
1)  Lorenz Eichstadt [1596 - 1660], doctor in de medicijnen (Wittenberg, 1621), onderwees medicijnen en wiskunde aan het Gymnasium te Danzig. Hij publiceerde, deels te Gouda, verscheidene werken, vooral waarnemingen.
2)  Laurentii Eichstadii Ephemerides Coelestium motuum ab anno 1636 ad annum 1640 praemittitur paedia ephemeridum. Stettin. 1634. in-4o. Deel 2, voor 1641 - 1650, verscheen in 1639 te Stettin.
[ Cat. 7, 75: Amst. 1644 (1651 - 1665).   Het werk komt voor in een boekenlijstje: II, 78.   Zie ook XVII, p. 466.]




[ 205 ]

No 508.

Christiaan Huygens aan A. Boddens.

17 augustus 1658.

        Voortreffelijke jongeman

    Dat ik op uw zeer beleefde brief tot nu toe niet geantwoord heb heeft geen andere oorzaak dan dat u vergeten bent daarin te schrijven op welke plaats u woont in een zo ontzaglijk grote stad, en ik twijfelde er niet aan dat zowel een brief aan u, als ik die afgegeven had, als tegelijk het geld voor mij verloren zouden gaan. Maar daar ik niet langer bij u in de schuld wilde staan, is tenslotte besloten deze brief aan de weledele heer de Bie toe te vertrouwen (ik weet dat hij u niet onbekend is, en u niet aan hem) die ervoor zal zorgen dat hij u overhandigd wordt 1). Ziehier dus het bedrag dat u voor het werk de Ephemeriden betaald hebt,

[ 206 ]

ik voldoe het gaarne, en na weliswaar de geldelijke schuld ingelost te hebben verklaar ik me bovendien zeer aan u verplicht wegens de nauwgezet betoonde dienst. Wat u vraagt over onze boekjes, die welke u gezien hebt zijn niet van zo groot belang dat ze bij u een behoefte aan andere moeten wekken, en ook heb ik daarna eigenlijk niets in druk doen uitgeven, behalve iets over 'Rekening in spelen' 2) dat aan het eind van de werken van Fr. van Schooten is toegevoegd. En eveneens een brief aan Xavier Ainscom 3) waarin ik geantwoord heb op hetgene waarmee hij gepoogd had mijn 'Exetasis' te weerleggen; deze brief zult u echter voor niets lezen tenzij u ook diens boek gezien hebt. Het ga u goed.

Voor u tot alle diensten zeer bereid        
Chr. Huijgens de Zul.    

    Afgegeven te Den Haag, 17 Aug. 1658.
    1)  Zie brief No. 507 [p. 205, aan A. de Bie, Ned.].
    2)  Het werk aangehaald in noot 1 van brief No. 409 ['De ratiociniis in ludo aleae', in Exercitationum mathematicarum, 1657, p. 517-].
    3)  Brief No. 338 [zie XII, 263].




Home | Christiaan Huygens | II | A. Boddens (top)