Chr. Huygens | < Oeuvres II >

1652-1655 , 1659 , 1660 , 1664-1665



Vertaling van de

Briefwisseling met Gottfried Aloys Kinner



[ 339 ]

No 579.

G. A. Kinner von Löwenthurn aan Christiaan Huygens.

1 februari 1659.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Huygens' antwoord: No.
679.

Perillustri, Nobilissimo et Clarissimo Domino
Christiano Hugenio à Zulichem,
Godefr. Aloys. Kinner S. P. D.

  Jaren glijden er al voorbij, waarin noch van u aan mij, noch van mij aan u een brief is gekomen 1); doch ik vind het niet iets waaraan een van ons beiden schuldig is, wanneer ondertussen van weerskanten het vertrouwen en de vriendschap blijvend is. Iets wat ik u over mezelf zeker kan toezeggen; al is het wel zo dat ik tot dusver naar niets méér verlangde, dan te vernemen waar u zou verblijven, hoe het succes zou zijn van uw geschriften, en tenslotte wat uw overige persoonlijke omstandigheden zouden zijn.
Totdat eindelijk een brief van Gregorius van St-Vincent met bericht over de gelukkige toestand, en met uw heel geliefde geschenkje 2), naar mij kwam en me, niets dergelijks vermoedend, tot onverhoopte blijdschap bracht. Ik zeg u de grootste dank, voortreffelijke Huygens, voor het feit dat u aan mij hebt gedacht, dat verdien ik niet; en weliswaar is er geen reden waarom u zou twijfelen aan de goedkeuring van deze schitterende nieuwe uitvinding over de hele wereld, maar wees er toch geheel van overtuigd, dat ik hier onvermoeid bezig ben met de bevordering van uw eer en lof.

Ik zou evenwel van u willen vernemen, of al in het licht zijn uw Dioptrica, Drijvende lichamen, Efemeriden van de Maan van Saturnus, of andere vernuftige overdenkingen van u; want ik heb, sinds we met de briefwisseling talmen, niets van u gezien behalve één brief door een vriend in Rome aan mij geadresseerd, die een nieuwe Maan van Saturnus onthulde 3).
Ik leef nu als het ware in vrije tijd, en geen wonder: ik verblijf namelijk aan het Hof*), waar de eigen zetel van de vrije tijd is. Toch ben ik een jaar geleden begonnen iets te bedenken over uurwerken die op een hydraulische manier worden aangedreven°), wat toch meer kan dienen voor persoonlijk plezier, dan voor het algemeen nut. Het is natuurlijk de moeite waard zich aan te passen aan de ijdelheid en de geest van deze tijd, die meer plezier heeft in beuzelarijen dan in stevige bespiegelingen.
Heer Marcus de Medicus 4) laat u zeer vriendelijk groeten, we spreken elkaar heel dikwijls en dan bent u als derde aanwezig, en toch hoort u niet de loftuitingen die worden uitgesproken met betrekking tot uw boekje over de grootte van de cirkel 5) en andere dingen van u. Het ga u goed, weledele heer, leef met mij in gedachten, en herstel de heel welkome briefwisseling weer, als het niet lastig is.

  Viennae in Austria 1 Februarij 1659.


1)  De laatste brief van deze correspondentie was die van G. A. Kinner [zonder Löwenthurn], gedateerd op 12 november 1655. Zie brief No. 247.
titelpagina Horologium 2Horologium, zie brief No. 511, noot 2 [aan R. F. de Sluse, 6 september 1658].
3)  Zie het werk aangehaald in brief No. 267, n.1. [Christiani Hugenii de Saturni Lunâ observatio nova, Hag. Com. 1656; Ned.]
[ *)  Waarschijnlijk sinds 1657, zie brief No. 136, bij noot 1.]
[ °)  Misschien wordt hiernaar verwezen in: G. Schott, Technica curiosa, Nor. 1664, p. 618: "nova Chronometria Mechanica, novaque motuum scientia, quam Amicus conscribere coepit", een nieuwe mechanische tijdmeting, en een nieuwe wetenschap van bewegingen, die een Vriend is begonnen te schrijven.
Later wordt Kinner namelijk genoemd met de opmerking: "cujus suprà initio libri 9. mentionem feci", van wie ik hierboven aan het begin van boek 9 melding heb gemaakt; dit op p. 831, over Kirchers 'Organum mathematicum'.]

4)  Marcus Marci de Kronland. Zie brief No. 167, noot 5.
5)  Zie het werk aangehaald in brief No. 191, noot 1.



[ 503 ]

No 679.

Christiaan Huygens aan G. A. Kinner von Löwenthurn.

[ 30 oktober 1659.]

Concept en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
579. Kinner's antwoord: No. 705.

Samenvatting:  Brief ontvangen. Wat daar in staat. Excuus. Over het uurwerk in Frankrijk en hier veel. Marcus Marci. Geen Efemeriden van de maan van Saturnus en het systeem waarmee ... Over beredeneringen bij het dobbelspel binnenkort. Dioptrica. Oppervlak van parabolische Conoïde. Lengte van een parabool. Heuraet maakt een kromme gelijk aan een rechte. Over bijzonnen, misschien Marcus Marci?

Kinnero.

  Die brief die u op 1 februari voor mij hebt afgegeven is goed bezorgd, weledele heer, waarin u zowel de heel aangename herinnering aan onze vriendschap hernieuwde, alsook dank betuigde voor het boekje dat de bouw van het uurwerk uitlegt 1), en waarin u mij tenslotte zeer vriendelijk uitnodigde onze briefwisseling te herstellen. Wat ik inderdaad graag zou hebben gedaan, maar ik had niets dat echt aan u geschreven moest worden, vooral daar u op zo grote afstand verwijderd bent, en daarom geloofde ik dat beter gewacht kon worden totdat ik weer iets had afgewerkt van wat ik in behandeling had, dat de moeite waard zou zijn u aan te bieden.

titelpagina Systema Saturnium Zie, ik stuur u dus het uitgegeven Systema Saturnium, waarover u vroeg, en waarvan de goede man pater Gregorius van St-Vincent de zorg op zich heeft genomen het naar u te laten brengen; hij denkt dat het zien van nieuwe verschijnselen ook voor de doorluchtige aartshertog Leopold, en misschien voor de keizer zelf niet onwelkom zal zijn.
In één moeite door stuur ik u ook enkele Theorema's 2) over oppervlakken van Conoïden en Sferoïden, die de Meetkundigen aan wie ik ze heb meegedeeld heel goed bevallen zijn; die ook dikwijls aangesporen de bewijzen ervan uit te geven. Maar al heb ik intens plezier in het opsporen van nieuwe dingen, toch ben ik gewoonlijk afkerig van de zorg voor een uitgave, aangezien die zoveel tijd kost. Als ik toch iets ga uitgeven, moet de Dioptrica voorgaan, en ik zou deze niet zo lang hebben vastgehouden als niet Systema Saturnium ertussen was gekomen, dat zodanig was dat het geen uitstel kon lijden.

Ondertussen heeft de heer van Schooten, Leidse hoogleraar in de wiskunde, ervoor gezorgd dat samen met zijn Exercitationes gedrukt is mijn korte commentaar 'De Ratiociniis in Ludo aleae' 3), dat hij uit onze volkstaal 4) in het Latijn heeft vertaald, zo goed en zo kwaad als het gaat. Hierin worden problemen behandeld van bijvoorbeeld deze aard: bij hoeveel worpen met één dobbelsteen of kubus iemand een zes kan beweren te krijgen. Waarbij gevonden wordt dat als iemand het neemt bij de vierde worp, zijn kans beter is dan de kans van de tegenspeler, volgens de verhouding van 671 tegen 625*).


1Horologium. Zie brief No. 511, n.2 [en No. 579 hierboven].
2)  De theorema's van stuk No. 678.     3)  Zie de brieven No. 408, n.3 en No. 409, n.1.
4)  'Van Rekeningh in Spelen van geluck' [1660], zie brief No. 282, n.1.
[ *)  Zie 1660, p. 496-497: met één steen een 6; bedoeld is: precies één 6, dus bij twee worpen is de kans niet 1/3 (1 tegen 2) zoals bij één worp met twee stenen. NB: voorstel 10 gebruikt voorstel 3.]

[ 504 ]

Wat in zekere zin wel allemaal spelletjes zijn, maar ze brengen toch een aangename bespiegeling met zich mee, niet zonder subtiliteit, die zich ook uitstrekt tot veel andere dingen dan dobbelstenen. Doch ik schrijf dit, weledele heer, aangezien u naar mijn studies en bezigheden hebt willen vragen.

Overigens, dat u verhuisd bent naar het keizerlijke hof: mijn wens is dat het voor u zo voorspoedig mogelijk uitvalt; en ik vrees zeker niet dat uw studies daarvan veel schade lijden en de wetenschappen het ondervinden waarmee u zich eerder tot aanzien hebt gebracht, daar toch van de Keizer zelf ook wordt gezegd dat hij er waarde aan hecht en ongewoon bekwaam is in het grootste gedeelte van alle wetenschappen.
Het komt ook goed uit dat de geleerde heer Marcus Marci daar is; door de vertrouwelijke omgang met hem, zozeer bedreven in alle soorten wetenschap, kan het niet anders dan dat u er heel veel genoegen en nut van krijgt. In elk geval weet ik dat hij volstrekt niet zal toestaan, dat u de Muzen in de steek laat. Ik voor mij ben zeer op hem gesteld, zowel om zijn verdienste als omdat hij mij toegenegen is naar ik begrijp, en ik zou willen dat hij dit van u te weten komt, en dat u mij verder aan hem aanbeveelt.
Ik verzoek u ook hem te vragen, of hij niet enige waarnemingne van bijzonnen en halo's in bezit heeft, want als hij mij er iets van zou willen doen toekomen, zal hij iets doen dat zeer welkom is, en ik durf hem te beloven dat ik de ware oorzaken*) van dergelijke verschijnselen zal geven. Want die, welke Gassendi en Descartes 5) hebben gegeven, zijn louter hersenschimmen.
Het ga u goed, vorrtreffelijke Kinner, en houd van mij.


[ *)  Zie T. 17, p. 367.]     5)  Zie brief No. 676, noten 5 en 6.



[ 513 ]

No 686.

Christiaan Huygens aan G. A. Kinner von Löwenthurn.

28 november 1659.

Concept en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
579. Kinner's antwoord: No. 705.

Kinnero Viennam.

  Het is niet lang geleden dat ik mijn boekje over Saturnus aan u heb gestuurd met een wel lange brief 1), die bezorgd zou worden door de aan elk van ons beiden verknochte pater


1)  Zie brief No. 679.

[ 514 ]

Gregorius van St-Vincent, zoals hij heeft beloofd, en ik hoop dat die u gegeven is. Toch kon ik niet anders dan ook nu een brief voor u af te geven, opdat niet van mij vandaan met lege handen daarheen zou komen de weledele heer Guisony*), die met zijn metgezel een reis naar Duitsland voorbereidt; het is niet nodig hem uitvoerig bij u aan te bevelen, daar u met dit ene voldoende aanbeveling zult hebben, dat hij een groot liefhebber is van de beste vakken en de Filosofie, en ook alleen om die reden zulke lange reizen onderneemt, om te kunnen omgaan met mensen die voorzien zijn van talent en kennis, zoals u immers bent.
Als u misschien minder geloof hecht aan onze waarnemingen van Saturnus, zal hij u op de hoogte kunnen stellen van de betrouwbaarheid ervan. Hij heeft namelijk gezien wat de kijker waard is 2) die ik hier gebruik, en met mij waargenomen Saturnus, Jupiter en Mars°), nu in het perigeum. En wat voor nieuws ik bij deze laatste heb opgemerkt zal hij u vertellen.
Dit terloops aan u, goede vriend; ik heb namelijk gemeend niet veel in deze brief te moeten zetten, aangezien ik weet dat hij heel laat daar bij u zal aankomen, als hij er al komt. Het ga u goed en leef met mij in gedachten, namelijk met

Tui Observantissimus    
Chr. Hugenius de Zulichem.  


[ *)  Van Pierre Guisony, medicus in Avignon (p. 468, n.3) zijn enkele brieven bekend. Hij was op doorreis vanuit Engeland (zie Noel Malcom, 'The Boyle Correspondence: Some Unnoticed Items', IV). In Wenen heeft hij deze brief niet aan Kinner kunnen geven, zie No. 732, Rome 25 maart 1660.]
2)  Lees: valeat [i.p.v. valeant].     [ °)  Figuur in T. 15, p. 64 hieronder:]
Mars met vlekken
Mars, 28 nov. 1659, waarneming met Guisony en zijn metgezel Fayart.




[ T. 3, p. 5 ]

No 705.

G. A. Kinner von Löwenthurn aan Christiaan Huygens.

1 januari 1660.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Huygens' antwoord: No.
679.

Perillustri, Generosissimo, Clarissimoque Viro
Domino Christiano Hugenio à Zulichem,
Godefr. Aloys. Kinner S. P. D.
Et felicissimum ineuntis novi anni exordium apprecatur.

  Het lang uitblijven van uw brief hebt u rijkelijk gecompenseerd met de voortreffelijkheid van uw gift 1) die u bij de laatste hebt gevoegd, weledele Huygens; u bent blijkbaar meestal zuiniger om vrijgeviger te kunnen zijn, en u denkt ook dat het ongebruikelijk is, hovelingen onder ogen te komen zonder geschenk. Ik hecht stellig waarde aan uw bijzondere genegenheid jegens mij, die u dwingt tot herinnering aan een vriend, al is die door een zo grote afstand gescheiden.

Zeer blij was ik met uw bespiegelingen over het Systeem van Saturnus, en het lijkt me dat u heel duidelijk de overtuiging geeft dat die lichtende horizon die Saturnus omgeeft, heel verschillende afwisselingen veroorzaakt van de eraan vastzittende armen; behalve dat u in uw systeem gebruik maakt van een bewegende aarde, ik heb liever dat deze stilstaat.
Dat verschijnsel van de middelste ster 2) in het zwaard van Orion


1Systema Saturnium [Ned.]. Zie brief No. 640, n.2.
2)  Het gaat hier om de Orionnevel. Zie Systema Saturnium [p. 8] voor de waarneming van Chr. Huygens.

[ T. 3, p. 6 ]

lijkt mij inderdaad wonderlijk, zoals ook geldt voor allen aan wie ik het heb laten zien; en ik heb geen grotere wens, dan het met eigen ogen te kunnen zien, wat in elk geval binnenkort zals gebeuren, denk ik. Want hier zijn al kijkers in bewerking van 18 voet, als het glas dat verder van het oog is aan beide kanten volgens die bol wordt afgewerkt; en ik denk dat deze kijkers voor het weergeven van dat verschijnsel zullen voldoen, omdat die vakman zich als kijkerbouwer tot nu toe onderscheidde door de volmaaktheid van de glazen, al is hij tot dusver nooit bezig geweest met het vormgeven van grotere kijkers; totdat hij pas na veel aansporing en bijna duwen van mij de zaak heeft aangepakt, hoe moeilijk die ook is.
Daarom hoop ik dat we gedaan zullen krijgen, dat het mogelijk is voortaan aan u en het nageslacht waarnemingen van Saturnus mee te delen, die in komende eeuwen zullen kunnen dienen voor een nauwkeurige kennis van Saturnus. Ik zal niet nalaten aan de Keizer 3) zelf een zo wetenswaardige zaak voor ogen te stellen en dan zal er ook gelegenheid zijn de eerste vinder van dit nieuws, namelijk u, voortreffelijke Huygens, met verdiende lovende en prijzende woorden algemeen bekend te maken.

Niet minder zijn bevallen die heel vernuftige theorema's, die u over oppervlakken van Sferoïden en Conoïden voorspoedig hebt gevonden; ik verlang gretig naar zo snel mogelijk in het licht gegeven bewijzen. Ik echter (zoals ik me herinner een andere keer aan u te hebben geschreven) leef nauwelijks, terwijl ik aan het Hof leef. Ik heb namelijk vrije tijd, omdat ik zonder de troost van studies leef; en dat is geen wonder op een plaats, waar vrije tijd gelijk is aan bezigheid, en bezigheden zelf nauwelijks een andere naam verdienen dan die van vrije tijd.
Enkele dagen geleden heeft de verheven Keizer mij aangesteld als toezichthouder op de studies en het onderwijs van zijn broer, de doorluchtige aartshertog Karl 4). Misschien zal deze gelegenheid stimulansen geven, het een en ander te overdenken over ware vrije tijd en die van de letteren.
Het ga u ondertussen goed, geleerde heer, gebruik uw tijd, en het succes van uw talent dat u gegeven is, ten goede van het algemeen belang, en ontvang de grootst mogelijke dank voor het gestuurde geschenk, en houd van mij.

  Viennae 1 Januarij 1660.

  P. S.   De heer Marcus 5) is al eerder naar zijn Bohemen teruggekeerd. Voorzover ik weet heeft hij geen waarnemingen van Regenbogen of halo's; niettemin zal ik navragen of hij kan voldoen aan wat u op het oog hebt.


3Leopold I [1640-1705]. Zie brief No. 673, n.4.
4)  Karl Joseph ... [1649-1664] ...
[ In 1661 stuurde Athanasius Kircher een 'Organum mathematicum' [^] als hulpmiddel bij het onderwijs aan Karl Joseph.  Brieven van Kinner aan Kircher hierover zijn in het Engels vertaald te zien bij EMLO: 13, 14, 15.  Zie ook G. Schott, 1664 (Engl. bij EMLO), 1668, figuren.]

5)  Johannes Marcus Marci von Kronland. Zie brief No. 167, n.5.




1664




Home | Christiaan Huygens | T. 2 | Gottfried Aloys Kinner, 1659-60 (top) | >