Chr. Huygens | < Oeuvres II >

Saturnus , Wiskunde , kijkerbuis , Magdeburg , Systema , slinger , horoscoop


Parels uit brieven 1659

Oeuvres Complètes, II, 1657-59



No 326.

John Wallis aan Christiaan Huygens

[1 januari 1659.]   [<]
[ Niet 22 augustus 1656.] 
[ T. I, 482 ]
. . .  ut nempe Sphaerico Saturni corpori adhaereant duae ansulae planae, (eâ fere forma, qua, saltem apud nos, nonnullae serae pensiles conspiciantur, si essent utrinque ansulae,) nempe sic
Saturnus;  moveantur autem circa longiorem axem; unde oritur ansularum apertio et clausio.
  . . .  dat namelijk aan het bolvormige lichaam van Saturnus twee vlakke oortjes vastzitten (ongeveer van die vorm waarmee, bij ons althans, sommige hangsloten gezien worden, als er aan weerszijden oortjes waren), en wel zo:
Saturnus;  en ze moeten bewegen om de lange as; waar het openen en sluiten van de oortjes vandaan komt*).
. . .  et quidem obverso oculis nostris ansularum tantum margine, poterit ille tantillae crassitudinis esse ut dispareat, solumque sphaericum Saturni corpus videatur. In hoc saltem defecit nostra observatio, quod non notavimus transitum de forma porrectis brachijs conspicua in formam rotundam . . .   . . .  en inderdaad, als alleen de rand van de oortjes naar ons oog toegewend is, dan zou die van een zo kleine dikte kunnen zijn dat hij verdwijnt, en dat alleen het bolvormige lichaam van Saturnus gezien wordt. Tenminste hierin schoot onze waarneming tekort, dat we niet de overgang opmerkten van de opvallende vorm met uitgestrekte armen naar de ronde vorm . . .

[ *)  Vgl. Saturn: figuur "Wren's theory". Zie ook 'Vormen van Saturnus'.]





No 587.

Fr. van Schooten aan Christiaan Huygens.

13 februari 1659.

[ 353 ]

. . .  Caeterum cum saeculum hoc omnino Mathematicum videatur, atque vix quicquam ita arduum aut reconditum in universa Mathesi sit habendum, quod hodie à Praestantissimis Mathematicis, quos inter Te etiam in primis, Vir Nobilissime, nominare libet, modò inveniri possit, non inveniatur, quantumvis illa, quae ultro communicanda offers, mihi grata forent, non auderem tamen, nisi alijs curis magis vacuus, quae animum sat multum impraesentiarum sollicitum tenent, perspicienda suscipere; ne simul cum jucunditate illa majus mihi adhuc negotium sic facesserem.   . . .  Overigens daar deze eeuw een geheel Wiskundige eeuw lijkt, en er ook in de gehele Wiskunde nauwelijks iets voor zo moeilijk en verborgen te houden is, dat het tegenwoordig door de voortreffelijkste Wiskundigen — onder wie ik vooral ook U wil noemen, weledele heer — niet wordt gevonden, mits het gevonden kan worden; ofschoon datgene, wat u uit eigen beweging aanbiedt mee te delen, mij welkom zou zijn, ik zou het toch niet op me durven nemen dat te bekijken, als ik niet meer bevrijd ben van andere zorgen die mijn hoofd voor het ogenblik nogal erg in beslag nemen; opdat ik mij zo niet tegelijk met dat genoegen nog meer werk op de hals zou halen.

[ Een voorbeeld van een lange zin, zoals Frans van Schooten er meer maakte.]




[ 361 ]
No 593.

Christiaan Huygens aan Ismaël Boulliau

Den Haag, 5 maart 1659.   [<,>]

  Je vous envoyay vos verres il y a 10 ou 12 jours me servant de l'occasion qui s'offrit par le depart de Monsieur l'Abbè Brunetti Florentin . . .     Ik stuurde u 10 of 12 dagen geleden*) uw glazen, gebruik makend van de gelegenheid die zich aanbood door het vertrek van meneer de abt Brunetti [>] uit Florence . . .
J'avois promis dans le billet que je mis aupres des verres que je vous escrirois 4 jours apres touchant la maniere de vous en servir, mais je fus hors de la ville ce jour de poste. Voicy donc maintenant ce que j'avois a vous dire.   Ik had in het briefje dat ik bij de glazen deed beloofd, dat ik u 4 dagen daarna zou schrijven aangaande de manier van gebruik, maar ik was op die dag van de post buiten de stad. Hier is nu dus wat ik u te zeggen had.
  Si vous avez des bons ouvriers en fer blanc, je vous conseille de faire le tuyau de cette estoffe . . .
Le mien n'est fait que de trois pièces grandes qui entrent un pied et demy l'une dans l'autre, et d'une courte de 2 pieds du costè de l'oeil . . .
    Als u goede vaklieden hebt in blik, raad ik u aan de buis°) te maken van deze stof . . .
De mijne is gemaakt van slechts drie grote stukken die anderhalve voet in elkaar schuiven, en een kort stuk van 2 voet aan de kant van het oog . . .

[ *)  Zie p. 357, met "Dit is nu het grote glas dat u de maan van Saturnus heeft laten zien toen u hier was" ... "De 2 andere moeten geplaatst worden op 3 vingerbreeden van het oog en tegen elkaar". De genoemde waarneming staat in Systema Saturnium (1659), p. 21, bij 1657: "18 mei heeft Boulliau met mij de satelliet waargenomen iets ten westen van Saturnus, en op middelmatige afstand".]
[ °)  Lengte 24 voet (7,5 m), volgens brief No. 307, 28 juni 1656 aan Fr. van Schooten.]

[ 362 ]
. . .
  Pour lever la lunette et la diriger commodement vers les objects, j'ay premierement un engin tel que je vous represente a la page suivante . . .
  . . .
  Voor het optillen en makkelijk naar objecten richten van de kijker, heb ik ten eerste een toestel zoals ik hier voor u weergeef op de volgende bladzijde . . .
Cette pyramide est si legere, que pour y attacher en haut la poulie avec la corde qui y passe, je puis la mettre a bas moy seul, et puis la redresser.
. . .
  Deze piramide*) is zo licht, dat ik hem zelf in mijn eentje omlaag kan halen om bovenin de katrol eraan te bevestigen met het touw dat erdoor gaat, en hem dan weer op te richten.
. . .

[ *)  Een tekening van 1658 van zo'n driepoot staat in T. 22, p. 181: ook 17 voet, "om de verkijcker bij op te halen"; met in het vervolg meer over Huygens' belangstelling voor piramiden.]

[ 363 ]

[ Fig. BNF.  "17 pieds des nostres ou de Leyden",  "2½ pi.",  "7½ p.",  "Y 1 pi. 8 p. Z",  "X",  "6 pieds".]
statieven voor kijker BORDER=0
De sorte, que je ne croy pas qu'il y ait un instrument plus simple ny plus propre pour suivre avec la lunette le mouvement des astres que cettuicy.
En observant il arrive souvent, et presque tousjours au moins en ce pais, qu'au grand verre il s'attache une rosee d'air condensè, quoy que le temps fasse fort clair . . .
  Zodat ik niet geloof dat er een eenvoudiger of geschikter instrument is dan dit, om met de kijker de beweging van de hemellichamen te volgen.
Bij waarnemen gebeurt het vaak en bijna altijd, althans in dit land, dat zich op het grote glas dauw hecht van gecondenseerde lucht, ofschoon het zeer helder weer is . . .
. . .
  Mon système de Saturne sera bien tost imprimè.
  . . .
  Mijn systeem van Saturnus zal weldra gedrukt zijn.




No 600.

Ismaël Boulliau aan Christiaan Huygens

14 maart 1659.   [<,>]
[ 376 ]

  Il est survenu une grande division dans l'Academie Françoise, deux partis s'y estant formez pour l'admission ou inclusion de Monsieur Boileau. Je suis fasché que cela ayt esté cause de la rupture entre Messieurs Chapelain & Menage. celluyla porte le Sieur Boileau, & celluyci sollicite contre luy, pour ce qu'il en a esté mal traicté en des escrits imprimez. Monsieur Pelisson est le chef de part contre Boileau, poussé par Mademoiselle de Scuderi     Er is onverwachts een grote verdeeldheid gekomen in de Académie Française, toen zich twee partijen hadden gevormd voor toelating of uitsluiting van meneer Boileau. Ik vind het spijtig dat dit de oorzaak is geweest van de breuk tussen de heren Chapelain en Menage. De eerste is voor de heer Boileau, de laatste zet mensen tegen hem op, omdat hij slecht door hem is behandeld in gedrukte geschriften. Meneer Pelisson is leider van degenen die tegen Boileau zijn, aangespoord door Mad.lle de Scudéry

[ 377 ]
. . .
Ceux de ma portee qui rampent contre terre voyent du pied du Parnasse les foudres & les tempestes que ces beaux esprits y forment. Ces esclairs qui en viennent les esblouissent.
  . . .
Degenen met mijn bevattingsvermogen, die op de grond kruipen, zien vanaf de voet van de Parnassus de bliksems en de stormen die deze grote geesten er voortbrengen. De lichtflitsen die ervan komen verblinden hen.
. . .
Quel fracas, & tintamarre l'on entendra de toutes parts, Dieu veuille oster de leur route tout baston & arme a feu, pource que je preuoy qu'ils en viendront aux mains, mesme qu'ils en viendront aux coups de poing s'ils manquent d'autres armes.
  . . .
Wat een geraas en kabaal zal men van alle kanten horen, moge God elke stok en vuurwapen uit zijn baan halen, omdat ik voorzie dat ze handgemeen zullen raken, zelfs dat ze tot vuistslagen zullen komen als ze geen andere wapens hebben.
Cependant je seray bien aise que nous puissions voir vostre Systeme de Saturne, ou les Oyseaux de l'Academie ne scauroient voler ny atteindre; Ils n'ont eu dans leur premiere jnstitution de leur fondateur & Psaphon le Cardinal de Richelieu, que de chanter par tout qu'il estoit Dieu.   Ondertussen zal ik wel blij zijn als we uw Systeem van Saturnus kunnen zien, waar de Vogels van de Academie niet heen zouden kunnen vliegen of er komen. Bij de oprichting*) hebben ze van hun stichter en Psapho°), kardinaal Richelieu, niets anders meegekregen dan overal rond te zingen dat hij God was.

[ *)  Paul Pellisson, Relation contenant l'histoire de l'Académie françoise, Paris 1653; The history of the French Academy, London 1657, txt.]
°)  Psapho, inwoner van Libië had [volgens een verhaal uit de 2e eeuw] aan papegaaien de woorden 'Psapho is een grote God' geleerd en ze losgelaten in het bos, waar alle soortgenoten ze overnamen. Het werd een wonder en hij werd vereerd als een God.




No 602.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

27 maart 1659.   [<,>]
[ 380 ]

. . .
Nos interim dum Capellanus altum fulminat ad Sequanam bello studia sectemur ignobilis otij, et dans lesquelles comme vous scavez il n'y a jamais de guerre ny de dispute.
  . . .
Laten wij ondertussen, terwijl Chapelain ten oorlog bliksemt bij de diepe Seine, in roemloze vrije tijd onze studies vervolgen*), waarin het zoals u weet nooit oorlog is of woordenstrijd.
Je suis revenu a cet heure du Pais de Saturne, apres y avoir remarquè tout ce qui y estoit digne de consideration. C'est a dire que vous verrez bien tost le systeme que j'ay promis il y a longtemps. Je n'avois jamais creu qu'il m'auroit donne tant de peine; pourtant maintenant il est tout achevè et il y a desia quelque temps que l'on a commence graver les figures.   Ik ben nu teruggekomen uit het Land van Saturnus, na er alles opgemerkt te hebben dat bezienswaardig was. Dat wil zeggen dat u binnenkort het Systeem zult zien dat ik lang geleden heb beloofd. Ik had nooit gedacht dat het me zoveel moeite zou kosten; toch is het nu geheel voltooid en al enige tijd geleden is men begonnen de figuren te graveren.

[ *)  Naar Vergilius, Georgica, lib. 4, 560: The Works of Virgil (Oxford 1826), p. 190-191: "whilst great Caesar at the deep Euphrates was thundering in war ... did I ... flourish in the studies of inglorious ease". Zie ook brief No. 600 hierboven.]




No 608.

Christiaan Huygens aan C. Brunetti

april 1659.

[ Cosimo Brunetti had de lenzen voor Boulliau [<] meegenomen naar Parijs (aankomst 30 maart). Zie over hem T. 22, p. 532, n.29 met bijvoegsel.]

[ 389 ]

. . .  Je ne doute pas que Monsieur Bouillaut ne vous ayt fait tous les remerciments que merite le soin que vous avez pris a luy conserver ce fragile present . . .   . . .  Ik twijfel er niet aan dat meneer Boulliau u alle dank heeft betuigd die de zorg verdient, die u hebt genomen om dat breekbare cadeau voor hem te bewaren . . .
. . .  Touchant le mouvement perpetuel dont vous m'ecrivez je ne scaurois vous en dire autre chose, sinon que l'on m'a monstrè a Anvers un livre d'un Pere Schottus Jesuite, qui traitte de plusieurs inventions mechaniques et Hydrauliques*), dans le quel il est rapportè une lettre d'un nouveau inventeur du mouvement perpetuel dont j'ay oubliè le nom. Toutefois il n'y avait aucune description de cette invention, mais seulement il donnoit a entendre que son principe ne procedoit pas de la seule mechanique, mais plustost de quelque chose ou proprietè physique.°)   . . .  Betreffende de eeuwige beweging waarover u me schrijft, ik zou u er niets anders over kunnen zeggen dan dat men me te Antwerpen een boek heeft laten zien van een pater Schott, Jezuïet, dat handelt over verscheidene mechanische en hydraulische uitvindingen*), waarin een brief wordt aangehaald van een nieuwe uitvinder van eeuwige beweging, van wie ik de naam vergeten ben. In elk geval was er geen enkele beschrijving van deze uitvinding, maar alleen gaf hij te verstaan dat zijn principe niet voortkwam uit alleen mechanica, maar veeleer uit iets fysisch of een fysische eigenschap.°)
Il y avoit dans ce mesme livre une nouvelle maniere de tirer tout l'air hors d'un grand vase de verre par le moyen de certaines pompes, et estoit appellé Experimentum Magdeburgicum. le reste du livre estoit fort peu de chose.   Er was in dit zelfde boek een nieuwe manier om alle lucht uit een groot glazen vat te trekken, door middel van bepaalde pompen, en het werd genoemd het experiment van Magdeburg. De rest van het boek stelde heel weinig voor.

*)  Gaspar Schott, Mechanica hydraulico-pneumatica (1657).
[ °)  Perpetuum mobile's: p. 329-382.   Brief: p. 379, van Georg Andreas Böckler  (^). ]
[ De twee die op p. 389 genoemd worden staan in Technica curiosa (1664), 374 (fig.) en 408 (fig.). ]




[ 405 ]
No 618.

Christiaan Huygens aan Ismaël Boulliau

14 mei 1659.   [<,>]

. . .
  Je vous remercie beaucoup de l'extrait de la lettre du Prince Leopold, et plus encore de ce qu'il vous a plu respondre pour moy. Je me suis desia informè de plusieurs personnes qui en devroyent avoir eu connoissance, si Galilee a jamais proposè une semblable invention d'horologe a nos Estats; dont personne ne scait la moindre chose, mais bien de son invention des longitudes par le moyen des Planetes Medicees, dont il fust traitè en l'annee 1636. . . .
  . . .
  Ik bedank u zeer voor het uittreksel uit de brief van prins Leopoldo*), en nog meer voor het feit dat u voor mij hebt willen antwoorden. Ik heb al nagevraagd bij verscheidene personen die er kennis van zouden moeten hebben, als Galileï ooit een dergelijke uitvinding van een uurwerk had voorgesteld aan onze Staten. Van hen weet niemand het minste of geringste ervan, maar wel van zijn uitvinding van de lengtebepaling met behulp van de Mediceïsche Planeten [manen van Jupiter], waarover gehandeld werd in het jaar 1636°). . . .

*)  Zie No. 617.
[ °)  Zie de brief van Galileï aan de Staten-Generaal, vertaald in: P.J.H. Baudet, Leven en werken van Willem Jansz. Blaeu (1871), met op p. 141-142 een "volmaakt uurwerk".  En de brief aan Martinus Hortensius (die ook al correspondeerde met Boulliau), 15 aug. 1636, en over het 'Jovilabe' die aan Diodati, 16 juli 1637.]




[ 510 ]
No 684.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens

21 november 1659.   [<, >]

  . . .
  J'ay leu par deux fois vostre Systeme de Saturne.
titelpagina Systema Saturnium   . . .
  Ik heb uw Systeem van Saturnus twee keer gelezen.
Vous establissez fort bien vostre hypothese, & elle procede regulierement, pourveu que vous puissiez persuader que ce cercle puisse devenir invisible a cause du peu de consistance en espesseur qu'il a en soymesme.
Je scay que la nature a pû faire vn cercle autour de ce corps la, & que par la raison qui fait que la terre est suspendue in aëre libero, vn anneau peut aussi y estre suspendu; neantmoins il vous faut encores quelques experiences pour demonstrer absolument ce que vous posèz. Ce que j'ay veu par vos Lunettes en vostre compagnie, dont vous me faites l'honneur de faire mention, me peut jnduire
  U staaft uw hypothese zeer goed, en ze komt volgens de regels naar voren, mits u overtuigend kunt aantonen dat deze cirkel onzichtbaar kan worden wegens de geringe consistentie in dikte die hij van zichzelf heeft.
Ik weet dat de natuur een cirkel heeft kunnen maken rondom dat lichaam, en dat, om de reden die maakt dat de aarde is opgehangen in de vrije lucht, ook een ring erin opgehangen kan zijn; niettemin hebt u nog enige ondervindingen nodig om volkomen te bewijzen wat u stelt. Wat ik bij u heb gezien door uw Kijkers, en u doet mij eer aan dit te noemen*), kan me ertoe brengen te denken

[ *)  18 mei 1657, Systema Saturnium (1659) p. 21, Ned.[<]

[ 511 ]
a penser que ces appendices de Saturne ne sont pas absolument & entierement de forme sphaeroide, dont la base soit vn cercle, quand vous les couperez vers le sommet dans ce qui est tousjours lumineux; & je croy que par les apparences l'on n'en peut juger autre chose, sinon que cette base est vne Ellipse.   dat deze aanhangsels van Saturnus niet geheel en al een sferoïdische vorm hebben, waarvan de basis een cirkel is, wanneer u ze snijdt bij de spits waar het altijd lichtgevend is; en ik geloof dat men naar het voorkomen ervan niet anders kan oordelen dan dat deze basis een Ellips is.





No 691.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

6 december 1659.
[ 522 ]
  Occupatum me habet novum inventum quod hisce diebus excogitavi ad horologium meum exactius etiamnum efficiendum quam fuit hactenus.     Ik ben in beslag genomen door een nieuwe vinding die ik een dezer dagen heb uitgedacht om mijn uurwerk nog weer nauwkeuriger te maken dan het tot nu toe was.
Scis puto adhibuisse me in automatis istis lamellas binas incurvatas ut AB, AC, inter quas pendulum suspensum movebatur; idque propterea factum ut omnes penduli vibrationes aequali tempore redirent . . . slinger tussen cycloidale plaatjes U weet meen ik dat ik in die automaten twee gekromde plaatjes heb aangebracht zoals AB en AC, waartussen de opgehangen slinger bewoog; en dit is daarom gemaakt opdat alle slingeringen in gelijke tijd zouden terugkomen . . .
Quod igitur nunquam me inventurum speraveram nunc denique reperi, veram nimirum figuram curvarum AB, AC, quae efficiat ut oscillationes omnes accuratissime exaequentur.
. . . mihi quidem omnium felicissima videtur in quas unquam inciderim.
. . .
  Wat ik dus nooit gehoopt had te zullen ontdekken heb ik nu eindelijk gevonden, namelijk de ware figuur van de krommen AB en AC, die maakt dat alle slingeringen heel precies gelijk worden.
. . . het lijkt me wel de gelukkigste vinding van alle waarop ik ooit gekomen ben.
. . .

Mijn Heer Myn Heer van Schooten
Professor der Mathematycken
Inde Heeresteegh. Tot
lakzegel Leijden.  
[ Het lakzegel is kennelijk van vader Constantijn (bovenaan: arm met pijl), maar Chr. Huygens gebruikte ook andere, zie T. I, p. 462 en T. IV, p. 285.
Er zijn meer afbeeldingen van lakzegels te vinden; zie een extra noot bij p. 5 in de vertaling van de briefwisseling tussen Chr. Huygens en Fr. van Schooten.]





[ 523 ]
No 692.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau

11 december 1659.   [<,>]

. . .
  Je viens a vos considerations sur mon Systeme. . . .
  . . .
  Ik kom tot uw beschouwingen over mijn Systeem. . . .

[ 524 ]
. . .
  Au reste j'ay une faveur à vous demander en une chose que vous ne devineriez jamais. Il y a icy une dame*) de grande condition qui m'a tres instamment et serieusement priè de vouloir dresser son horoscope, croyant que je m'y entens fort bien. J'ay eu grand peine a luy faire croire le contraire a scavoir que je ne m'en suis jamais meslè, ny que mesme je n'y adjouste aucune creance. Mais m'estant eschapè de dire que j'avois un amy en France qui en scavoit l'art, elle m'a fait promettre de l'en solliciter. Il vous souviendra Monsieur que nous parlasmes une fois de ces pronostications lors que j'eus l'honneur de vous veoir icy, et j'appris alors que vous ne les teniez pas tout à fait vaines.
  . . .
  Verder heb ik u een gunst te vragen in een zaak die u nooit zou raden. Er is hier een dame*) van hoge stand die mij zeer dringend en serieus verzocht heeft haar horoscoop op te stellen, menend dat ik daar veel verstand van heb. Ik heb grote moeite gehad haar van het tegendeel te overtuigen, te weten dat ik me er nooit mee heb ingelaten°), en dat ik er zelfs helemaal geen geloof aan hecht. Maar toen me ontsnapte dat ik een vriend in Frankrijk had die de kunst ervan verstond, liet ze me beloven hem ernaar te vragen. U zult zich herinneren meneer, dat wij een keer spraken over die voorspellingen toen ik de eer had u hier te ontmoeten, en ik vernam toen dat u ze niet voor geheel nutteloos houdt.

*)  Albertina Agnes, 3e dochter van prins Frederik Hendrik.
[ °)  Zie Rienk Vermij, 'The marginalization of astrology among Dutch astronomers in the first half of the 17th century', History of Science, 2014, Vol. 52(2) 153-177.]

[ 525 ]
Je vous prie donc si ce vous n'est pas trop de peine d'en faire encore cette espreuve et de voir quid huic foeminae astra portendant. Elle m'a marquè le temps de sa nativitè qui est un samedy le 29 avril en l'an 1634 entre les 8 et 9 heures du soir. Je vous diray apres qui c'est, car elle m'a deffendu de vous l'apprendre auparavant, afin que vous ne fassiez de reflexion plus particuliere sur sa personne, mais tiriez la prediction hors des seules regles de l'art. Quoy qu'il en soit de leur veritè, l'obligation que je vous auray de les avoir consultè a ma requeste sera tres veritable et me fera estre plus que jamais &c.   Ik verzoek u dus, als het u niet teveel moeite is, er nog deze proef mee te doen en te zien wat de sterren deze vrouw aankondigen. Ze heeft me de tijd van haar geboorte aangegeven als zaterdag 29 april van het jaar 1634 tussen 8 en 9 uur in de avond. Ik zal u later zeggen wie het is, want ze heeft me verboden het u vooraf te zeggen, opdat u niet meer bijzondere gedachten zou hebben over haar persoon, maar de voorspelling buiten de regelen der kunst zou trekken. Wat er ook zij van de waarheid ervan, de verplichting die ik aan u zal hebben als u ze op mijn verzoek geraadpleegd hebt zal heel waar zijn en me meer dan ooit doen zijn &c.




[ 530 ]
No 696.

J. Chapelain aan Christiaan Huygens

19 december 1659.   [<]

  Monsieur de Boulliau me mande par sa lettre de Paris du 19 xbris 1659 de prier Monsieur Christiaen Hugens de Zuylecem, qu'il a besoin [de] la hauteur du Pole & de la distance du Meridien du lieu de celluy D Uranibourg pour faire ce qu'il desire de luy par sa derniere, n'ayant pas eu loisir par quelque occupation de se donner l'honneur d'escrire par ceste ordinaire.     De heer Boulliau bericht me in zijn brief van Parijs van 19 dec. 1659 de heer Christiaen Huygens van Zuylichem te verzoeken, dat hij de poolshoogte nodig heeft en de afstand van de meridiaan van de plaats tot die van Uranienborg om te doen wat hij van hem verlangt in zijn laatste brief [<], daar hij door bezigheden geen tijd heeft gehad zich de eer te geven te schrijven via deze gewone post.
[>]



Home | Christiaan Huygens | II | Parels uit brieven 1659 (top) | 1660