Chr. Huygens | Oeuvres IV | < Lodewijk Huygens >

1662  |  1663: januari , febr. , maart , april (Parijs) , Chieze , mei , juni , juli , aug. , december  |  1664



Vertaling van de

Brieven aan Lodewijk Huygens

1663



[ p. 287 ]
No 1088.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

4 januari 1663.
 [donderdag] 

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 4 Janvier 1663.  

  Het is enige maanden geleden dat ik in Haarlem kwam en er de uitvinder ging bezoeken van die uurwerken die één of meer jaren lopen 1), die me er toen alleen een kon laten zien die één jaar liep, maar sindsdien heeft men me gezegd dat hij er een voor 6 jaar gemaakt heeft, en dat hij pocht dat hij ze voor 25 jaar en meer zal maken.
Hij wilde mij niet het binnenwerk laten zien, terwijl ik toch weldra merkte dat er een slinger was, alleen door de slagen die ik hoorde, wat hij me ook toegaf. En omdat die slagen heel weinig geluid maakten wist ik dat de slinger buitengewoon licht moest zijn, wat hij me ook toegaf. Er was een contragewicht van 20 pond, wat niet veel is om voor een zo lange beweging toereikend te zijn, maar er volgt uit dat deze beweging heel zwak moet zijn en daardoor mijns inziens zeer gevoelig voor het risico te stoppen.

  Er zit geen andere scherpzinnigheid in deze uitvinding dan het vermenigvuldigigen van raderen en tanden, en ze heel fijn en licht te maken, wat evenwel tamelijk vreemd is voor iemand die eerder niet in het vak zat. Hij had altijd het vak van diamantslijpen beoefend en kon ook perspectieven schilderen. Toen ik hem zei dat men hem zou kunnen verbieden slingers te gebruiken waarvan de uitvinding al onder privilege was, antwoordde hij: "Als 't de vrienden soo verstonden, soo souden wy ons met het ouwe onrustje moeten behelpen" 2). Maar ik geloof dat hij toen weinig nauwkeurig­heid in zijn uurwerken had. Het is een kleine Mennoniet, en hij lijkt verstandig te zijn.

  Ik ben opgetogen over wat meneer Thevenot je heeft gezegd en ik hoop dat hij woord zal houden. Ik verbaas me erover dat hij het korte Uittreksel van de Chinese reis 3) wil laten drukken, daar er heel weinig in staat dat niet al beschreven is in andere gedrukte verhalen. Het lijkt me dat het verhaal dat Vossius voor hem laat kopiëren over een of ander land in Afrika gaat, maar ik herinner me het niet zo goed. Het pakket dat hij me onlangs gaf om aan hem te worden gestuurd is nog niet weg, en als zich geen gelegenheid voordoet om het over land te sturen geloof ik dat het beter zal zijn dat ik het bewaar voor wanneer hij zelf komt.

  Meneer Bruce 4) zei me dat hij, om de uitvinding verborgen te houden, zou proberen


1)  Zie brief No. 815 [aan broer Constantijn, 26 nov. 1660 uit Parijs, eind: "jamais remonter"].
[ Misschien Jacobus van Leeuwarden (1622/3-1667), wiens schoonvader en -moeder in 1643 zijn geportretteerd door Frans Hals, en die in aug. 1663 werd bezocht door Monconys, zie: F. Grijzenhout, 'Frans Hals: the portraits of a mennonite watch maker and his wife', Rijksmuseum Bulletin, 61/2 (2013), p. 129. B. de Monconys, Journal des voyages, II, p. 157 ("son bel ouvrage sans corde ny chainette ... Anabaptiste"), 172.]

2)  Traduction: Si les amis l'entendaient ainsi, il faudrait nous contenter de l'ancien balancier.
3)  Zie stuk No. 1039 [en No. 1031, n.15].     4)  Alexander Bruce [zie No. 1073, n.3].

[ 288 ]
een plaats apart te krijgen in het schip, dat toch nauwelijks groot te noemen is, maar ook al zou dat niet kunnen, de uurwerken zijn toch zodanig afgesloten dat alleen de wijzers te zien zijn.

  Meneer d'Armainvilliers 5) heeft nieuws ontvangen met deze gewone post dat Meneer de St. Pater 6) is overleden, die zich voorbereidde hierheen te komen om te trouwen met juffrouw Deliane de M. 7). Hij was in Parijs en ik weet niet of je hem gezien hebt.

  Broer van Zeelhem 8) is nog niet terug. Ik had enig vermoeden dat hij bij terugkeer uit Buren de weg via Rotterdam zou hebben genomen, maar omdat hij geen kleding of linnen heeft meegenomen geloof ik eerder dat de slechte wegen of de kou hem dwingen in Buren te blijven. Het is voor hem echter heel belangrijk hier te zijn, om redenen die ik je nog niet kan laten weten.

  De kou waarover ik het had is hier zo groot dat daardoor gisternacht de koerier tussen Amsterdam en hier onderweg dood is gebleven. Het paard kwam daarvandaan naar Den Haag en hij is geheel verstijfd gevonden bij de achterkant van de postwagen.


5)  De heer d'Armainvilliers is Maximilien de Berringau. Zie brief No. 744, n.17.
6)  De heer de Saint-Pater was zwager van H. de Beringhen [No. 46, n.1].
7)  Misschien Deliane de Moriensart.     8)  Constantijn Huygens.



No 1089.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

11 januari 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 11 Janvier 1663.  

  Hoewel je zegt dat er nog geen definitief besluit is genomen aangaande onze reizen, merk ik genoeg het tegengestelde uit wat Vader mij schrijft 1).


1)  Deze brief is niet gevonden.

[ 289 ]
Hij zegt dat jij wel bereid bent te komen, en dat hij alleen wacht tot de kou een beetje voorbj is en dat hij mij dan zal verwittigen wanneer het tijd is dat ik op weg ga. Ik ben zelfs bang, als ik deze woorden overweeg, dat hij me laat komen voordat jij hier bent aangekomen, wat ik heel vervelend zou vinden, omdat ik nog iets te doen heb dat een beetje tijd vraagt.
Ik heb je laten weten op welke tijd jij je in Zuilichem moet bevinden, waarnaar je kunt aftellen, en ik geloof dat je er goed aan zult doen in het begin van februari je biezen te pakken. Het is nodig Vader eraan te herinneren en hem te verzoeken, opdat wij elkaar op ons gemak kunnen zien, dat hij onze reizen niet aan ons beiden tegelijk verordineert. Wat betreft het gebruik van mijn kamer, daarmee heb ik geen enkel probleem.

  Mainard 2) is deskundig genoeg in zijn vak, maar hij zal nog heel wat moeite hebben al tastend en zoekend de goede verhouding te vinden van de oculair-glazen, als het niet zo is dat meneer Petit of zijn knecht hem er iets over hebben gezegd.

  Het opvouwbare statief van kardinaal Antonio 3) moet een aardige uitvinding zijn, en het lijkt bijna ongelofelijk, dat hij, terwijl hij dient voor het ondersteunen van een kijker van 10 voet, tot een zo klein volume kan worden teruggebracht.

  Het lijkt me dat het beter zou zijn zowel de glazen als de hele uitvinding van mijn kijker te laten zien aan meneer Petit, omdat hij zich anders erop zal beroemen dit even goed als ik te hebben gevonden, zoals hij onlangs deed met een andere 4). Maar dit alles betekent weinig.
Ik zal één van mijn glazen voor de grote kijker meebrengen, om het te vergelijken met die welke men daar heeft, als er tenminste buizen zijn. Saturnus moet al beginnen terug te komen, maar ik heb hem nog niet opgezocht.
Vader beveelt me mijn machine voor het luchtledige ook mee te nemen, ik ben ervan overtuigd dat je dit heel grappig vindt. Het zou een mooi stuk zijn om mee op reis te gaan, met een koffer vol flesjes van allerlei soort. Ik maak er wel uit op dat hij niet weet hoe groot deze machine is. En wanneer ik die zou kunnen verkorten zoals dat statief voor die kijker in Rome, zou ik toch wel uitkijken me ermee te belasten uit vrees voor het gedoe dat me het zou opleveren in Parijs, onder dat grote aantal nieuwsgierigen. Ze zullen zich wel tevreden stellen met een potlood-tekening die ik hun ervan zal laten zien; daarna kunnen ze dergelijke machines maken als ze er zin in hebben.

  Als dat grote wiel bestemd voor Versailles hol zou zijn aan de omtrek met kleine bakjes waarin het water zich zou storten, denk ik dat het wel zou blijven draaien met die hoeveelheid van 10 duim in het vierkant die je noemt, maar dan zou dit water zelf wel hoog moeten zijn.


2)  Mesnard was natuurkundig werktuigkundige [Dagboek. 10 nov. 1660 ...: Menard, telescoopmaker].
3)  Antonio III Barberini ... [1607-1671] ...
4)  Zie brief No. 1066 [vervaardigen van kijkerbuizen].

[ 290 ]
  Vossius heeft mij gezegd dat men hier verkoopt het Verhaal 5) van de Ambassadeur van Venetië 6) waarover je het hebt, en ik zal je er een exemplaar van toesturen, als het tenminste klein is.

  Ik heb nog geen nieuws van meneer Bruce, die toch in korte tijd overgestoken moet zijn. Bij meneer van Sommelsdijk 7) heeft men ook niets. De raadsheer de Raet 8) stierf gistermorgen aan een pleuris, die 3 of 4 dagen had geduurd.

Pour le frere
Louis.


5)  Die 'Relazione degli Ambasciatori Veneti al Senato' [1839-] waren de verslagen van de ambassadeurs die terugkwamen van hun ambassade.
[ Le relazioni degli Stati europei lette al senato dagli ambasciatori veneti nel secolo XVII, Ven. 1864.]

6)  Waarschijnlijk: Giovanni Formosa Marchesini. [Giovanni Francesco Marchesini.]
7)  Zie over Cornelis van Aerssen, heer van Sommelsdijk, schoonvader van Alex. Bruce, brief No. 1001, n.3.
8)  Gualter de Raed was lid van de Raad van Holland van 2 mei 1642 tot zijn dood, 10 jan. 1663.



[ 294 ]
No 1092.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

18 januari 1663.

Brief in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 18 Janvier 1663.  

  Wat betreft je nieuws, ik zou je dat uit Den Haag hebben gegeven als ik niet wist dat zus en haar echtgenoot je het verschaffen. Zij zullen je deze keer op de hoogte stellen van het ongeluk dat is gebeurd bij de Aerssens, waar ik gisteren was om te vernemen hoe alles zich had afgespeeld. Nu zegt men mij dat de ene naar Amsterdam is gegaan met juffrouw Hester de Bie 1) met de postwagen, om allebei hun spullen terug te krijgen; nu de dief die gepakt is onder foltering heeft bekend waar de helers wonen.*)

  Betreffende jouw reis schrijft Vader 2) als volgt, Ik zie Tootbroer 3) voldoende geneigd tot de reis nar Holland, anders zou ik er niet op willen aandringen; zodat je ziet dat hij je weldra echt gaat wegsturen. En ik raad hem aan dit in het begin van februari te doen 4), omdat je in Zuilichem zult moeten zijn zo'n 15 dagen voordat geoordeeld wordt in het proces 5) dat op de 1e of 2e maart zal zijn. Het is pas tegen die tijd dat ik van plan ben te vertrekken 6). Hij dringt opnieuw aan op de machine voor het luchtledige, maar ik verontschuldig me met bijna dezelfde redenen als ik je heb genoemd in mijn voorgaande brief 7).


  Neef Zuerius, de oudste, is hier 4 of 5 dagen geleden ziek geworden, en gisteravond had hij zware koorts. Ik heb ook een beetje geleden de afgelopen dagen, eerst door kiespijn, daarna aan het hoofd; maar meer dan ik ooit heb gehad; en nu is op dat alles een diarree gevolgd maar die is niet hevig. Ik wens je beter tijdverdrijf toe.


1)  Hester de Bie, misschien dochter van Arent de Bye ...
[ *)  Diefstal van post wordt genoemd in een brief van Chièze aan Doublet, 5 jan. 1663, zie R. Rasch, 'Duizend brieven over muziek ..., 1663', 2019, p. 2.]
2)  Deze brief is niet gevonden.
3)  Lodewijk Huygens werd in het gezin 'Toot' genoemd.
4)  Lodewijk Huygens vertrok op 6 febr. 1663 uit Parijs [Dagboek Const. Huygens, p. 69, noot: 8 febr.].
5)  Zie brief No. 1079, n.11 en No. 1086.
6)  Christiaan Huygens vertrok op 3 april naar Parijs [Dagboek Const. Huygens, zie n.4].
7)  Zie brief No. 1089.



[ 302 ]
No 1096.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

1 februari 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 1 Fevrier 1663.  

  Ik heb je niet geschreven met de vorige gewone post, daar ik van jouw kant niets had ontvangen, nu geloof ik echter dat het is gebeurd doordat jouw pakket is kwijtgeraakt, want in wat je aan zus schrijft zijn er omstandigheden die laten zien dat je wel hebt geschreven, en toch heeft niemand iets ontvangen. Ik heb daarom vandaag bericht gestuurd aan Lemans 1), die zegt dat er niets anders was dan de brief van Vader.

  Het is niet il Signor Padre die de 2 regels heeft uitgewist in mijn brief 2) zonder opschrift, maar ik zelf, want ik herinner het me, en ik ben verbaasd dat je zegt dat de gedachte ervan afgebroken leek te zijn. Ik denk overigens niet dat er iets in de genoemde brief was dat hij niet zou mogen zien.

  Reken 1 maart niet volgens de oude stijl, want het is op die dag volgens de


1)  Lemans behoorde waarschijnlijk tot het huis van de prinses-weduwe.
2)  In brief No. 1092 van 18 jan. had Chr. Huygens na het citaat uit de brief van zijn vader twee regels geschrapt, ze zijn nu onleesbaar.

[ 303 ]
nieuwe stijl, dat de Bank zitting houdt, wel te weten 3). Daarom vind ik het jammer dat je niet al vandaag vertrokken bent, om niet gedwongen te zijn weer weg te gaan zodra je bent aangekomen, wat noodzakelijk zal zijn als je hier pas op de 20e aankomt. Wacht dus niet tot de 8e als je eerder kunt vertrekken ofwel besluit met de post te komen.

  Ik heb nu liever dat je meneer Thevenot niet meeneemt, omdat ik me op weg zal moeten begeven kort nadat hij zal zijn aangekomen, wat me buitengewoon zou spijten.

  Ik bedank je voor de spiegeltjes, en zal kijken of meneer Petit de waarheid heeft gezegd; ze hebben de goede kleur.

  Ik heb aan de boekhandelaren in de Grote Zaal 4) gevraagd of er een vertaling in het Frans 5) was van de historie van China 6) van Martinius 7), ze zeggen van niet, maar wel een in het Nederlands 8).
Als je antwoord brengt aan meneer Conrart 9), vergeet dan niet mijn ootmoedige groeten eraan toe te voegen en dat ik heel blij ben als ik eraan denk dat ik binnenkort de eer zal hebben hem te bezoeken.

  Ik zal ervoor zorgen dat ik inlichtingen inwin over de boeken die meneer de graaf Dille 10) vraagt. Het is een heel nette en wellevende man aan wie ik een dienst zou willen kunnen bewijzen.

  Wanneer die heren weetgierigen vragen dat ik mijn grote kijker meeneem, bedoelen ze de glazen, denk ik, of zouden ze zo dwaas zijn te geloven dat ik die buis van 22 voet zo ver zou vervoeren?
Saturnus zal juist kunnen worden waargenomen wanneer ik gekomen ben, met zijn hengsels in de stand waarin ze het wijdst moeten verschijnen.

Au frere Louis.


3)  [Ned. in Franse brief.]  Traduction: bien entendu.
4)  De grote Ridderzaal in Den Haag, waar boekhandelaren hun kraam hadden. [Marika Keblusek, Boeken in de hofstad, Hilv. 1997.]
5)  Een Franse vertaling is pas later gepubliceerd: Histoire de la Chine ..., Paris 1692 [T. 2].
6 Martini Martinii ... Sinicae Historiae Decas Prima ...., Mon. 1658.
7)  Martino Martini ... [1614-1661] ... Novus Atlas Sinensis, Amst. 1655 [met Add. Golius].
8)  Zo'n uitgave is niet bekend, maar wel een herdruk van de Latijnse: Amst. 1659 [en Historie van den Tartarschen oorloch, Delft 1654, Utr. 1655].
9)  Zie over Valentin Conrart brief No. 235, n.8.
10)  Zie over graaf d'Isle brief No. 801, n.7 [en Dagboek, 2 nov. 1660].



[ 322 ]
No 1103.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

26 maart [1663].

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1663', 2019, p. 11.]

A Brusselles ce 26 Mars.  

  Aan deze datum zie je dat ik niet zo lang in Antwerpen ben gebleven als ik dacht te moeten doen bij mijn vertrek. Ik kwam er aan op zaterdag 1) tegen de avond, vrij vroeg, en toen ik op verschillende plaatsen informeerde naar de dag waarop de Karossen 2) van hier naar Parijs vertrekken, zei men me overal dat het was als er genoeg mensen waren, en niet op vaste dagen. Waarop ik besloot weg te gaan met de eerste boot, hoewel op een wat ongeschikt tijdstip, want het was 's nachts om 3 uur dat de Heu*) onder zeil ging, wegens het getij. Van Asten 3) heeft mij hetzelfde gezegd over het vervoer met karossen als ik in Antwerpen heb vernomen, en ik verwacht hem nu om verslag te komen uitbrengen nadat hij bij Baudry°) is geweest.

Ik heb Don Diego 4) bezocht en bij hem heb ik de gebruikelijke onthalen ontvangen. Ik dineerde er gisteren, Francisca 5) speelde klavecimbel, en hij bleef me daarna maar lastig vallen over zijn compositie, een gewijd stuk met woorden in het Nederlands, op de melodie van een sarabande, dat hij pas gemaakt had voor de feestdagen. Jij bent zo gelukkig dat je niets dergelijks te lijden hebt bij deze 'Unicus in Orbe' [enige ter wereld]. Ik heb hem jouw twee boeken gegeven, hij heeft beloofd dat hij ze goed zal bewaren.

Ik kwam hier juist op tijd voor het diner aan bij 'De Wolf', en ik trof er aan tafel onder anderen aan meneer de Montery 6) of meneer Roger, zoals hij hier wordt genoemd. Het is heel eerbaar man die jij niet kent maar broer van Moggershil en zus 7) in het bijzonder hebben veel vriendelijkheid van hem ontvangen toen ze hier waren, zoals hij ook mij heeft gegeven. Hij logeert sinds enige dagen in dit huis. Bovendien 2 Parijse heren die Holland gaan bezoeken, bij wie ik me vanmiddag heb aangesloten om de mooiste of minst lelijke huizen en tuinen van deze stad te zien.


1)  Dat was op 24 maart.
2)  [Add. p. 585]  De karossen van Blavet. Zie brief No. 1104, n.5 [hierna].
schip, gravure van Hollar[ *)  De 'Heu', beurtschip tussen Brussel en Antwerpen, komt ook voor in Dagboek, bij 21 okt. 1660.  Figuur: Gravure van W. Hollar.]
3)  Van Asten was blijkbaar een soort rentmeester van de goederen in Zeelhem, waarvan Cools, die er woonde, beheerder was [zie No. 2502, n.3 en n.2: van Hoste; No. 2845: van Asten].
4)  [Corr. T. 22, p. 527, n.8]  Diego Duarte [1612-1691], oudste zoon van Gaspard.
5)  Francisca Duarte [1619-1678], dochter van Gaspard Duarte. [A. Rech, 'The Duarte Family'.]
6)  Roger, zoon van een rijke goudsmit te Parijs,was getrouwd met de dochter van heer de Montery.
7)  Philips Doublet en zijn echtgenote Suzanna Huygens.
[ Susanna schreef op 5 april 1663 over Duarte aan Christiaan: "... de rest van sijn compositie daer hij mij soo meenigmael meede geplaegt heeft, soo sou ick wel gelooven dat het u oock verdrietich genoch gevallen moet hebben deese droevige historie aen te hooren", zie Rasch 2019, p. 12.]

[ 323 ]
  Het heeft hier gisteren en vandaag geregend en het schijnt dat het mooie weer ons gaat verlaten. Ik weet niet hoe het bij jullie is. Het ga je goed.
Van Asten zal vanavond niet komen naar ik zie.
Groeten aan alle bloedverwanten en vrienden.



No 1104.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

6 april 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A Paris ce 6 Avril 1663.  

  Uit de brief die ik je heb geschreven in Brussel 1) ben je het succes van mijn reis tot daar te weten gekomen. Ik bleef er nog de dag erna en bracht deze vrij goed door in het gezelschap van meneer de Montery 2), die me meenam om overal te wandelen, en van meneer zijn broer.

  Ik vertrok op woensdag 3) tegen 10 uur, en op een dergelijk tijdstip kwam ik hier aan op laatstleden dinsdag 4), zodat ik precies 6 dagen over de reis deed. Die karossen van Blavet 5) vertrekken gewoonlijk op woensdag of donderdag naargelang er mensen zijn om ze vol te maken.
Samen met mij en mijn knecht waren er 4 andere personen, van wie één een Spanjaard was die vrij goed converseerde. Het was steeds mooi weer en we maakten de reis zonder enig ongemak. Don Sebastian 6) had jouw appartement bezet, maar hij is nu terug in het zijne. Ik vind dat jullie geen slechte huisvesting hebben gekregen 7) en vooral het vooruitzicht op de bloemperken van kardinaal Antonio 8) verheugt me.

  Gisteren heb ik me laten aderlaten om eerder bevrijd te zijn van een verkoudheid die ik onderweg heb opgelopen, en inderdaad voel ik me al veel beter. De heer Bruynestein 9) was nauwelijks klaar met deze bewerking, toen meneer de


1)  Brief No. 1103.     2)  Zie brief No. 1103, n.6.
3)  Dat was 28 maart.     4)  Dat was 3 april.
5)  Blavet onderhield een postwagendienst van Brussel naar Parijs, die elke week ging.
6)  Sebastian Chieze. Zie brief No. 863, n.4 [en de brief aan Lodewijk van 13 april, zie hierna].
7Rue du Petit Bourbon, bij de heer Bailly, in de 'Kleine Mozes'.
8)  Antonio Barberini, zie brief No. 1078, n.5 [en hierboven p. 289].
9)  Johannes Bruynsteen, geb. 1642 te Den Haag, chirurg bij de ambassade, volgde later Const. Huygens sr. naar Engeland. In jan. 1669 werd hij ingeschreven als student geneeskunde in Leiden.

[ 324 ]
Montmor 21) vergezeld door Abbé Charles 10) en meneer Sorbiere 11) mij kwamen bezoeken, en zij hebben me verzocht dat ik de komende dinsdag 12) op de vergadering zou zijn om de nieuwe wetten en verordeningen aan te horen die men er gaat invoeren 13).

  Eergisteren was ik al bij meneer Thevenot om hem de papieren te brengen waarmee jij en meneer Vossius me belast hadden, waarmee hij heel blij was. Meneer Petit was niet thuis, en ik verbaas me erover dat hij me nog niet is komen opzoeken.
Met Signor Padre ben ik Signora Anna 14) gaan bezoeken die lijkt op een jongen gekleed als meisje, en ik zal moeite hebben iets anders van haar te geloven totdat de tijd me er duidelijkere aanwijzingen van geeft.
Het portret van de Hermana 15) bevalt Vader zeer en hij zal niet nalaten er overal mee te pronken. Het jouwe van van Loo 16) is goed geschilderd en lijkt goed, maar broer van Zeelhem 17) vond er op aan te merken dat de houding teveel volgens de regels is en de kraag zonder enige plooi.

  Ik zou graag willen dat je mijn nieuwe uurwerk terugstuurt naar meester Severyn 18) opdat hij het naar behoren laat lopen, en laat hij het houden tot mijn terugkeer. Ik weet niet of ik de zwengel van het toestel voor het luchtledige ergens heb opgeborgen. Als ik het ben vergeten voorzie ik wel dat jij moeite zult hebben het met rust te laten; ik verbied het je ook niet, als het maar omzichtig gebeurt, en met zo weinig breken van glazen als mogelijk is. Het ga je goed, doe mijn groeten aan Todos 19) en zeg tegen broer van Moggershil 20) de zaak die ik hem heb aanbevolen niet te willen veronachtzamen.

  De sleutel van het uurwerk ligt in een van de laden op mijn tafel.

Au frere Louis.


21)  Zie brief No. 278, n.5.
10)  Zie over Abbé Charles brief No. 988, n.4.  [Niet: de Bryas, zie bij T. 22, p. 536, n.67.]
11)  Zie brief No. 12, n.5.     12)  Op 10 april.     13)  Zie Aanhangsel No. 1105.
14)  Anna Bergerotti.  [Niet: Anna Petit, zie T. 22, p. 538, n.94.]
15)  'La Hermana' is een bijnaam van zus Susanna Doublet. [Ander portret (Vaillant). Op 12 april 1663 (No. 1107) schrijft Const. Huygens jr. dat hij een kopie maakt van "le mesme portrait de Sus qu'a fait nostre petit miniateur", klaar op 30 mei, zie No. 1118, naar Hanneman: No. 1125.]
portret van Lodewijk 16)  Jacob van Loo ... [1614-1670] schilderde in Amsterdam portretten en grote historische schilderijen. In Parijs, sinds 1662, werd hij lid van de Académie Royale de peinture.
[ Rechts: Lodewijk Huygens, RKD, in Parijs geschilderd, zie No. 1115, Christiaan aan Const. jr. (25 mei): "nog niet begonnen aan het mijne".]

17)  Constantijn Huygens.
18)  Severijn [Oosterwijck, zie T. 17, p. 168, n.5] was een klokkenmaker in Den Haag die werkte voor Chr. Huygens.
19)  Het gaat misscien om de nog jonge dochter van Philips Doublet en Susanna Huygens. Zie brief No. 1129 [n.10: Tuytie — origineel: 'todos' (zonder hoofdletter) kan hier ook zijn: aan allen].
20)  Philips Doublet, de zwager van Chr. Huygens.




[Sebastian Chièze] aan [Lodewijk Huygens].

13 april 1663 [fragment].

[ Bron: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1663', 2019, p. 15.]


À Paris, le 13 Avril 1663.  

  [ . . . ]

Trouwens, meneer uw Broer a) heeft muzikaal een klavecimbel precies tegen mijn tafel geplaatst, zodat het dunne tussenschot dat ons scheidt me niet het minste ontneemt van zijn akkoorden. En op dit tijdstip zou ik liever dansen dan schrijven, en ik zie niet dat de harmonie vandaag kan eindigen, doordat meneer uw Vader b) de karos heeft meegenomen. U had geloofd dat ik de enige talmer c) zou zijn, wanneer uw broer zou zijn aangekomen, maar sedert de mooie dagen is de goede man zo losbandig, dat we dikwijls thuis nietsdoen d), terwijl we ons vermaken met het kijken naar bepaalde ondergeschikte deernen e), die soms aan de hoge vensters van het Petit Luxembourg verschijnen, en dankzij onze kijkers f) hebben we ontdekt dat de voornaamste ervan het wasmeisje van mevrouw des Guillon is.

  Als we in de zomer hier in huis blijven, is mijn plan hun mijn kijker te sturen, en contact met hen te onderhouden door middel van één van die kijkers die de genoemde Heer g) voor ons heeft meegebracht. Voordat ik het vergeet, zeg tegen uw oudste broer dat we niet meer op de toren van Den Haag zijn, en dat het niet meer mogelijk zal zijn met twee woorden Nederlands een andere wending te geven aan de goede voornemens van de toegeeflijke Christiaan die, om mijn bescherming in de wijk te krijgen, al half heeft beloofd mij het glas voor een groter gezichtsveld h) te geven.
Hij weet hoeveel beter mijn kennissenkring is dan die van filosofen, die ons van alle kanten bespringen en het hoofd doen omlopen i), en hij had wel spijt dat hij niet liever was meegegaan met drie jonge abten, die mij gistermorgen kwamen ophalen in een karos met zes paarden om me naar Reinsy te brengen, dan zich te hebben geamuseerd met alle kijkermakers van Parijs, om de kijkers uit te proberen bij meneer Auzout. En toen we 's avonds het verhaal moesten doen van onze avonturen, had meneer uw Vader wel meer vermaak bij de mijne dan bij het verslag dat zijn zoon hem gaf van de discussies van meneer Petit, d'Espagnet j), Thevenot, Abbé Charles, Mesnard en talloze anderen die de kelder, de zolder, de kamers en de trap van deze woning in beslag hadden genomen. k)

  [ . . . ]


[ a)  "Señor Hermano", Christiaan Huygens.]     [ b)  "Señor Padre", Constantijn Huygens sr.]
[ c)  Lat. 'cessator'. Horatius, Sermones, II, 100: "nequam et cessator", nietsnut en talmer.]
[ d)  Lat. "domestici otiamur", naar Horatius, Sermones, I, 128.]
[ e)  Fr.: 'donzelles'.]     [ f)  Fr.: 'perspiciles', naar Lat. perspicillum.]
g)  Orig.: "dicho Señor", Christiaan Huygens.     [ h)  Fr.: "le verre extensif".]
i)  Lat.: "super caput et circa nos saliunt latus", naar Horatius, Sermones II, 6, 33-34: "... aliena negotia centum | per caput et circa saliunt latus".
[ j)  Zie over d'Espagnet brief No. 1058, n.15.]
k)  Deze bijeenkomst wordt ook beschreven in de brief van Christiaan Huygens aan zijn broer Constantijn van 20 april 1663 (OC 4, No. 1108, pp. 333-334).



[ 334 ]
No 1109.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

20 april 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Samenvatting:  Tubereuses. Voiture. du Portail sa fille. Amerique.

A Paris ce 20 Avril 1663.  

  Ik ben jouw brief naar meneer Thevenot gaan brengen de dag na ontvangst, je zult zijn antwoord erop ontvangen met deze gewone post, als hij zich aan zijn belofte houdt. Naar wat ik van hem hoorde vond hij de prijs van de Chinese tekeningen heel redelijk, en ik geloof dat hij ze bij je zal bestellen, wat ik ook heel graag zou willen, omdat je zegt dat ze zo goed gemaakt zijn.


[ 335 ]
Wat men je heeft verteld over Van der Does 1) is niet erg geloofwaardig. Het is niet lang geleden dat hij hier is gezien, en ik denk dat het meneer Thevenot zelf is die met hem heeft gesproken.
De tegenstander 2) van Vossius die hij Petit 3) noemt moet een ander zijn dan onze heer du Portail 4), want deze zou zeker niet zwijgen over een werk als dit, aangezien hij zich er al bij het minste op beroemt een mening tegengesteld aan die van anderen te hebben. Hij is 4 dagen geleden vertrokken om la Signora Mariane 5) en haar moeder te ontmoeten op een plaats waarvan ik de naam vergeten ben, zodat we weldra de hele familie zullen zien, die sinds hun afwezigheid als het ware niet bestond.

  Ik wist van de huwelijken van de 2 juffrouwen Campen 6) toen ik nog in Den Haag was, maar niet dat Tante 7) zo sterk gekant was tegen dat van de roodharige. Misschien is dat omdat wijlen meneer haar zoon 8) er niet in heeft kunnen slagen, hoewel het trouwens waar is dat ze niet zo goed voorgelicht is bij het innemen van dit standpunt.

  De buitensporigheden van de heer van Nieuwerkerk 9) zijn wonderlijk, en wanneer hij terugkomt zal in hem wel duidelijk te zien zijn of het waar is wat men zegt, dat die reizen naar Indië de mensen wijzer maken dan ze waren; omdat we in elk geval zeker weten dat hij dwaas is geweest bij zijn vertrek.


1)  ... [Niet Jacob maar Johan van der Does, zie No. 1189, n.10: aan Engelse hof, inkopen in Parijs.]
2)  P. Petit, De ignis et lucis natura exercitationes ad Is. Vossium, Par. 1663 [tegen Vossius, 1662].
3)  Pierre Petit, de medicus ... [1617-1687] ... bestreed Descartes en Vossius.
Is. Vossius, Responsum ad objecta Joh. de Bruyn ... et Petri Petiti ... Hag. 1663.
[ P. Petit, Exercitationum de ignis et lucis natura ad Is. Vossium, defensio, 1664.]

4)  Bijnaam van Pierre Petit [Montluçon, 1594 of 1598 - 1677], intendant van de fortificaties.
5)  Marianne Petit, zijn dochter.
6)  Misschien kleindochters van Sylvester Campen ...
7)  Petronella Campen, weduwe van Maurits Huygens ... Zie No. 234, n.11 [en No. 1044, n.10].
8)  Waarschijnlijk Jacob Huygens, zoon van Maurits Huygens en Petronella Campen.
9)  Zie No. 828, n.7 [Adriaan Pauw, heer van N. (1637-1664), op 3 april 1663 naar Indië gegaan].

[ 336 ]
  De afgelopen 4 of 5 dagen is er langs de straten veel lawaai geweest, van mensen die onder het volk grepen wie ze maar konden overmeesteren, om naar Amerika te worden gestuurd. In plaats van nietsnutten en landlopers te nemen vielen die schurken zoons en dochters van burgers aan, en ze ontvoerden hen zonder dat de ouders te weten konden komen waarheen ze waren gebracht, wat tenslotte een groot tumult veroorzaakte in de hele stad, zodanig dat verscheidenen van deze vangers gedood zijn door lakeien en bevolking en enigen zelfs opgehangen. En sinds gisteren wordt tegen hen in de straten een arrest*) omgeroepen, dat ze uiteindelijk heeft verjaagd.


  De heer Bruynestein 10) is bang dat de tuberozen die hij je heeft gestuurd verloren zijn gegaan in de grond, omdat meneer de la Fare 11), aan wie meneer Chieze er enige had doen toekomen, schreef dat al de zijne dit ongeluk hebben gehad. Als de onze meer geluk hebben, laat het ons dan weten.

Pour le frere Louis.


[ *)  'Arrêt de parlement par lequel il est défendu d'enlever aucunes personnes sous quelque prétexte que ce soit, même de les envoyer en Amérique et autres lieux ...', Paris 1663-04-18.
Zie ook Paris à travers les siècles, T. 2 (1880), p. 448.]

10)  Zie brief No. 1104, n.9 [hierboven].     11)  Zie brief No. 1051, n.2.



[ 341 ]
No 1113.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

11 mei 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

ce 11 Maj. 1663.  

  Ik ben met onze 2 pelgrims 1) de hele dag her en der gaan lopen, vanaf 7 uur 's morgens tot 9 uur 's avonds. Daarom heb ik alleen dit moment om antwoord te geven op enkele onderwerpen van jouw brief.

  Wat betreft de reis van meneer Thevenot, je kunt er zeker van zijn dat er deze zomer niets van zal komen. De figuren van China 2) kun je sturen langs de weg die je goed dunkt, want hij laat het aan jou over.

  Bij ons keurt men de onderneming van onze genoemde dolende ridders 1) niet af, want hier vindt men die zeer goed en heel hoffelijk.

  Ik geloof dat jij al in Zuilichem moet zijn en begrijp niet hoe je die reis hebt kunnen uitstellen in afwachting van meneer Thevenot.

  Het succes met de tuberozen 2) en de kastanjes heeft onze Bruynestein 3) zeer verheugd. Van die laatste heb ik bomen gezien in de Jardin Royal, ze zijn heel mooi.

  Morgen moet ik bij meneer de bisschop van Rennes 4) dineren, wat me zal beletten de zwager 5) te vergezellen naar Saint Denis.

  Hier is een briefje dat juffrouw Petit 6) mij stuurt voor jou.


1)  Doublet en van Leeuwen. Zie brief No. 1111 [onverwacht aangekomen op 1 mei].
2)  Zie brief No. 1109 [hiervoor].     3)  Zie brief No. 1109, n.10.
4)  Henri de la Mothe-Houdancourt ... [1603-1684] ...
5)  Philips Doublet.     6)  Marianne Petit.

[ 342 ]
Ik heb haar 20 louis doen toekomen en ze zelf gebracht; maar wat er is gebeurd voordat zij ze heeft willen aannemen, terwijl ze op meer hoopte, zou te lang zijn om je te worden verteld 7). Het ga je goed.


7)  Zie brief No. 1116.



[ 345 ]
No 1116.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

25 mei 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A Paris ce 25 Maj. 1663.  

  Ik wens dat de zaak waarvoor je gegaan bent voor ons eervol afgesloten kan worden. Broer van Zeelhem 1) deed ons onlangs 2) hopen dat men zich zou kunnen ontdoen van die ellendeling 3) door hem in een dorp van de Baronie van Cranendonck te plaatsen, maar sindsdien heb ik hem er niet over horen spreken.


1)  Constantijn Huygens.     2)  Zie No. 1110.     3)  Joh. Agricola, zie No. 1110, n.6.

[ 346 ]
  Ik heb tegen meneer Thevenot gezegd wat je me meldt aangaande het versturen van zijn figuren 4), waarmee hij wel blij is.

  Als Signora Marianne 5) voldaan zegt te zijn over de betaling 6), is het vast alleen omdat ze wel ingezien heeft dat ze niet meer zou krijgen, want dat ze het wilde hebben we duidelijk gemerkt. Het was dezelfde dag toen ik broer Moggershil 7) en meneer van Leeuwen meebracht bij haar, dat ik bij het vertrekken mijn envelop met de 20 pistoles op haar tafel liet liggen, en ik bij het weggaan haar in het oor fluisterde dat ze er een stukje Venetiaans kant zou vinden dat ik haar verzocht te willen aannemen volgens wat was overeengekomen. Ze wilde me ophouden om te zien wat het was, maar ik vluchtte en ging er vandoor met de anderen.

De volgende dag stuurde ze me een briefje en maakte me verwijten, maar heel beleefd, dat ik haar bedrogen had door Louis voor haar achter te laten in plaats van Venetiaans kant, en ze stuurde ze terug, zonder de envelop geopend te hebben, naar ze zei, en ze vroeg me met haar uit te gaan, op een dag dat ik wilde, om voor haar Venetiaans kant uit te zoeken voor dezelfde prijs, omdat zij er niets van af wist, en tenslotte dat ze er op geen andere manier gebruik van wilde maken. Wij begrepen deze doorzichtige list makkelijk: het was alleen om wat meer pistoles te vangen.

De dag erna ging ik er dus weer heen met dezelfde Louis d'or, en ik kreeg het voor elkaar dat zij, nadat we ze 3 of 4 keer naar elkaar teruggegooid hadden (al lachend, dat wel) genoodzaakt was ze te houden. Maar voordat ik wegging wilde ze de envelop openen om te zien wat er in zat, en bij het tellen van de Louis bleek er toen een gouden Écu bij te zitten, niet zonder enige verdenking dat zij die erin gedaan kon hebben, want Vader en ik hadden ze meer dan een keer geteld. Ik zou er iets goeds voor willen geven, om de waarheid te weten. Nadat ik de genoemde Écu had teruggenomen en aangevuld met de ontbrekende Louis bedankte ze me en ze zei dat er teveel waren, zoals ze jou met haar brief sindsdien heeft bevestigd.

Vervloekte honger naar goud enz.*) en toch heeft ze het sedert haar terugkomst 8) alleen nog over geringschatting van zaken van deze wereld en over haar mooie plan zich terug te trekken door in het klooster te gaan. Ze is wat magerder en melancholieker geworden dan ze 2 jaar geleden was, wat maakt dat ik haar minder trouw bezoek ben dan in die tijd. Ik vind dat men vergeleken met daar zich veel beter vermaakt bij Signora Anna 9), deze Thracische Chloë, bekwaam in zoete melodieën, en bekend met de cither°), hoewel het voor jou nie zo was.


4)  Chinese tekeningen, zie brief No. 1113 [hiervoor, n.2].     5)  Marianne Petit.
6)  Misschien vergoeding voor het logies van Lodewijk en vader, zie No. 1069 en 1077 [n.1, n.7].
7)  Philips Doublet.     8)  In april 1663. Zie brief No. 1109 [n. 5].
[ *)  Auri sacra fames quid non quid non mortalia pectora cogis. (... waartoe beweeg je het menselijk gemoed niet.)  Vergilius, Aeneis 3, 56.  Al eerder gebruikt in No. 1041.  De uitspraak komt voor op het frontispice van: Garcilaso de la Vega, Histoire des guerres civiles des Espagnols dans les Indes, 1650 — in Cat.'95, misc. 4:513.]
9)  Zie brief No. 1104, n.14 [Anna Bergerotti].
[ °)  Lat. "Thressa Chloë, dulces docta modos et cytharae sciens", Horatius, Carmina, 3, IX, 10.]

[ 347 ]
  Over de terugkeer van de 2 pelgrims 10) zul je nieuws hebben voordat je deze brief ontvangt, naar ik geloof; want ze zullen tenminste een dag eerder in Den Haag kunnen aankomen. Je mist veel nu je niet het hoogdravende verhaal en de uitroepen van zwager 11) kunt horen over dingen die hij tijdens zijn reis heeft gezien. De boodschap van de Vriendin is toegewezen aan Don Sebastian 12), die boodschaploper-generaal is, en ik geloof dat hij deze ochtend door de stad loopt om deze en andere af te handelen.

  Het Verhaal van het Hof van Spanje 13) dat je verwacht van meneer Thevenot is in handen van meneer van Leeuwen die je het zal doen toekomen. Ik heb het aan hem overgelaten omdat hij mij verzekerde dat het voor hem was dat je het had gevraagd. Wat de andere boeken betreft die over zee zijn gestuurd, ik weet niet hoe het ermee is, en ik ben vergeten ernaar te vragen.
Onlangs introduceerden de genoemde meneer Thevenot en Abbé Charles 14) mij bij onze buurman kardinaal Antonio 15), die me heel goed ontving en me wat van zijn uurwerken liet zien en verscheidene andere curiositeiten.

  Gisteren dineerden we bij meneer de maarschalk van Gramont 16) die ons zijn mooie schilderijen liet zien, en daarna een groot onthaal, met bijna evenveel kippen op een schotel als er waren bij meneer Brasser 17).

  Aan de juffrouwen Rossum 18) en Holcraft wens ik toe datter saligh is 19). De ene verdient wel langer te leven, en de andere een goede echtgenoot. 20)


  Deze regels waren niet voor deze brief, maar het vervolg van een andere, ik heb niet goed opgelet.


10)  Philips Doublet en van Leyden van Leeuwen.
11)  Philips Doublet.     12)  Sebastian Chieze.
13)  Waarschijnlijk: Traduction de l'Acte de Renonciation faict le 2 de Juin de l'an 1660 à Fontarabie par Mad. Marie Therese Infante d'Espagne, promise au Roy Tres-Chrestien, tant de ce qui luy pourroit toucher de sa legitime, comme de toute l'Hoirie du Roy Catholique son Pere. 1663. in-4o.
[ Fontarrabie, in Baskenland;  Marie Therese, trouwde met Lodewijk XIV;  hoirie, erfopvolging.]

14)  Zie over Abbé Charles brief No. 988, n.4.
15)  Zie over Antonio Barberini brief No. 1078, n.5 [en twee vermeldingen hierboven].
16)  Zie brief No. 999, n.13.
17)  Waarschijnlijk Govert Brasser ... [1590-1654], Pensionaris van Delft ... Thesaurier-Generaal der Unie; gehuwd met Lydia Teding van Berkhout.
18)  Misschien Adriana van Rossum (No. 996, n.17), getrouwd met Lodewijk Wolpherd van Dorp, zoon van Arend van Dorp, heer van Maasdam, en Ida van Baerle. Hij werd geboren op 12 maart 1631.
19)  Traduction: ce qui leur est salutaire (wat voor haar heilzaam is).
20)  In het origineel volgen vijf geschrapte regels.
[ Op 2 juni 1663 vertrok Chr. Huygens met zijn vader uit Parijs, aankomst in Londen: 10 juni.]



[ 364 ]
No 1126.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

29 juni 1663.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1663', 2019, p. 37.]

A Londres ce 29 Juin 1663.  

  Ik verwachtte geen ander nieuws van je dan dat van de beslissing over ons proces 1) en daar ik ook niet iets heel belangrijks aan jou te melden had, heb ik enige gewone postzendingen voorbij laten gaan zonder je te schrijven, en zelfs op dit moment heb ik je nauwelijks iets te zeggen, maar ik wil niet nalaten je te antwoorden opdat ik niet verstoken blijf van het nieuws uit Den Haag, waarvan ik trouwens met alleen jouw tussenkomst heel slecht voorzien blijk te worden.
Je hebt wel geluk dat je iets gevonden hebt om de verveling te verdrijven in de omgeving van Zuilichem, want anders is daar, naar je zult toegeven, de tijd zo slecht door te brengen als nergens ter wereld. Jouw geluk is ook dat je je tevreden stelt met alledaagse zaken, want onder die hele Zwerm Bijen*) heb ik nooit iets aangenaams gezien.

  Ik ben wel blij dat meneer Thevenot tevreden is met zijn figuren 2). Het geheim van de nieuwe manier van polijsten was mij niet bekend tot dit ogenblik waarop ik het in je brief zie, maar ik denk dat het alleen is wat meneer Auzout 3) heeft gevonden, en niet dat van meneer d'Espagnet 4), waarvan ik geloof dat het nog beter is door de effecten die ik heb gezien van beide manieren.

  Bij wat hij jou schrijft over de schenking die de Koning wil doen, geloof ik dat je Vader gelezen hebt in plaats van broer. Broer van Zeelhem zal je ongeveer kunnen zeggen wat het is, want hij heeft nieuws gekregen naar hij me meldt 5). Ik geloof dat er wel iets is, maar niet zoveel als men zegt.

  Ik zou de tijd hier vrij goed doorbrengen als ik me een beetje beter zou kunnen toeleggen op de landstaal. Er is hier Komedie waar veel mensen naar toe gaan, maar omdat ik die dialogen niet goed kan begrijpen, die zo snel worden uitgesproken, ga ik er maar heel zelden heen 6). We hebben in de buurt een dame 7) die perfect luit speelt en vrij goed zingt, maar omdat ik niet met haar kan praten durfde ik er na de eerste keer niet terug te keren.


1)  Zie brief No. 1092 [hiierboven].
[ *)  Lat. "Examen Apum", vgl. boektitel: Examen apum sive conclusionum legalium, Rome 1632.]
2)  Zie over de chinese figuren brief No. 1121 [n.6].     3)  Zie brief No. 1111.
4)  Zie brief No. 1108 [en No. 1058, n.15].     5)  Zie brief No. 1123.
6)  Huygens was bij de voorstelling van 'French Lawyers' en 'English Mounsieur' [Dagboek].
7)  Mistress Warwick [Dagboek, T. 22, p. 600].

[ 365 ]
  Er zijn maar bepaalde personen zoals meneer Moray, meneer Brereton 8) en enige anderen voor wie ik durf te ontvouwen wat ik weet. Deze laatste heb ik aangetroffen in Gresham College, waarvan hij lid is, en ik vond hem zo groot en dik geworden dat ik veel moeite had hem te herkennen. Hij is getrouwd met de dochter van Milord Willoughby 9) met wie hij 3 kinderen heeft. Ik ben hem thuis wezen bezoeken, waar hij me onthaalde met zijn muziek, en die is de plezierigste van de wereld, want zonder ooit te hebben geleerd een klavecimbel te bespelen, speelt hij erop met een verbazende zekerheid en alleen fantasieën waarvoor geen enkele regel is.
Het ga je goed. Vader stuurt iemand om mijn brieven mee te nemen.

  Ik zal antwoorden 10) aan Janus 11) met de volgende gewone post.

Pour le frere Louis.


8)  Brereton [William, 1631-1680] (zie brief No. 123, n.1). [Dagboek: T. 22, p. 596, 600.]
9)  Francis, Lord Willoughby of Parham ... [1605-1666] ... gouverneur van Barbados.
10)  Deze brief is niet gevonden.
11)  J. van Vliet [Joh. de Vliet], die op 6 juni 1663 aan hem had geschreven. Zie No. 1120.



[ 369 ]
No 1129.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

6 juli 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A Londres ce 6 Juillet 1663.  

  Hier is de brief 1) voor Janus Vlitius die ik beloofde in mijn vorige brief 2). Hij bericht me 3) dat hij naar ons thuis een exemplaar heeft gestuurd van zijn nieuwe boek 4), dat de voorloper is van zijn beschrijving van Breda*). Als een gelegenheid zich voordoet het te doen toekomen hier of in Parijs, wanneer we er zijn, zul je mij een genoegen doen het te sturen. Hij beklaagt zich over de mensen van de Raad van de Prins omdat ze zich verzetten tegen de uitgave van de genoemde beschrijving, waar over ik hem aanraad zich tot broer van Zeelhem te richten 5).

  Ik heb je niets te melden sinds mijn vorige brief, maar ik verwacht dat je me nieuws uit Den Haag schrijft. Vorige week was er niets van jouw kant, wat me doet geloven dat je langer in Zuilichem bent gebleven dan waarop je rekende in je laatste brief. Gisteren was er grote vreugde aan het hof door de aankomst van een ijlbode van de koning van Portugal 6) die de nederlaag van de Spanjaarden bevestigde, van wie er maar 2000 zouden zijn ontsnapt, met verlies van al het geschut. Ik twijfel er niet aan dat men bij ons alle bijzonderheden van deze aftocht al heeft.

  Gisteren zagen we een hoofd van Cromwell, na zijn dood gevormd naar dat van hem zelf, met kleuren beschilderd en met ogen van glas, heel goed gedaan, zodat het lijkt of je hem levend ziet.
  Vroeger was het, met de vorm van zijn gehele lichaam, in de kapel van Westminster, zoals ook van verscheidene koningen en koninginnen, die je ongetwijfeld zult hebben gezien, in houten kisten, waarin ze rechtop staan, gekleed in hun eigen kleren. Degene 7) die het kabinet van de koning in bewaring heeft, bewaart nu ook dit mooie reliek en heeft het ons laten zien.
De maanglobe [<] die de heer Wren gemodelleerd heeft 8) wordt ook bewaard in dit kabinet en is heel aardig om te zien met al zijn vlekken en ronde dalletjes.°)


1)  Het concept van deze brief is niet gevonden.     2)  No. 1126.     3)  Zie No. 1120.
4't Recht van Successie volgens de Costumen der Stad en Lande van Breda, Dordr. 1663, 1666.
[ *)  Joh. van Vliet, Bredaesche almanac, en chronijck, Breda 1664, T.p.; bespreking.]
5)  Constantijn Huygens jr was secretaris van de prins van Oranje.
6Alfonso VI, zoon van de koning van Portugal ... [1643-1683] ... volgde zijn vader op in 1656 ...
7)  Cliffins. [Dagboek, T. 22, p. 600: Chiffins.  Monconys (1665), II, p. 82 (Juin 1663): 'Chevinx'.]
8)  Zie de brieven No. 869, 891 en 902 [meer verwijzingen hier].

[ 370 ]
  Bericht me alsjeblieft hoe het gaat met mevrouw Moggershil 9) en of ze binnenkort zal bevallen, want ik heb er lange tijd niet over horen spreken. Ik zou ook graag willen weten of juffrouw Tuytie 10) al kan lopen en 2 of 3 van de moeilijkste woorden die ze kan zeggen.


9)  Susanna Huygens, die getrouwd was met Philips Doublet jr.
10)  Geertruid Doublet, dochter van Philips Doublet en Susanna Huygens. Ze was geboren op 5 juli 1661 en stierf op 11 nov. 1672 [T. 8, p. 232, n.5].



[ 373 ]
No 1132.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

13 juli 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1663', 2019, p. 43.]

A Londres ce 13 Juillet 1663.  

  Juist toen ik je nieuws vroeg 1) over la Hermana 2) was je bezig me het te geven 3).

  Ik ben heel blij dat het zo goed nieuws is en het verheugt me niet minder,


1)  Zie brief No. 1129.     2)  Susanna Doublet.     3)  Deze brief is niet gevonden.

[ 374 ]
te weten dat zij is ontsnapt aan het gevaar waarin ze verkeerde naar het oordeel van kletskousen, dan dat ze haar nieuwe schepsel 4) heeft voortgebracht. Ik twijfel er niet aan dat zij zelf en verscheidene anderen gewenst hebben dat het een kroonprins zou zijn in plaats van een prinses, maar wat ons als oom aangaat, ik zie er geen verlies in, en ik geloof dat nichten niet minder waard zijn dan neven.
Overigens zie ik aan wat je me vertelt over de twee vluchtelingen Beaumont 5) en vander Meyden 6) en over de plannen van de jonge griffier, dat de liefde meer dan ooit heerst bij ons; en dan ben je nog vergeten het verhaal van de flinke Breton, dat de heer Sebastian 7) mij heeft doen toekomen 8).

  Ik heb je niets te zeggen over je wolnest*), behalve dat ik het niet heb gezien sinds je het me hebt getoond. Als je me er hier één zou kunnen doen toekomen zou ik er wel de aandacht op vestigen onder onze heren van de Royal Society, en ik zou het laten vereeuwigen in de Registers. De laatste keer 9) bracht men er zeldzaamheden als de figuur van een uit papier geknipte haring met een lengte van 16 duim, en de afmetingen in lengte, dikte enz. van een kind van 18 maanden dat 160 pond woog, naar men verzekerde. Als ik die van onze nicht gekregen zou hebben, zou men ze voor haar leeftijd misschien ook buitengewoon hebben gevonden.

  Als je goede maaltijden krijgt bij de heer van Leeuwen, kan ik je zeggen dat wij geen slechtere krijgen bij onze goede vrienden de milords van Albemarle 10), van Manchester 11), van Devonshire 12) en anderen.


4)  Constantia Doublet, geboren op 5 juli 1663. [T. 8, p. 232, n.5: niet op 11 nov. 1672 overleden.]
5)  Aernoudina van Beaumont,zie No. 1110, n.10.
6)  Leonora van der Meyden, zie No. 1112, n.3.
7)  Sebastien Chieze.     8)  Deze brief is niet gevonden.
[ *)  Fr. 'nid de laine'; misschien het vogelnest dat Monconys beschrijft in Voyages, II, p. 145, gevonden te Zuilichem.]
9)  Zitting van 1 juli (oude stijl), Moray bracht ze [Birch, The history of the Royal Society of London, I (1756), p. 270; 4 maanden ouder, zie p. 387 hierna].
10)  George Monck ... [1608-1670] ... bekende generaal.
11)  Edward Montagu ... [1602-1671] ...
12)  William Cavendish III ... [1617-1684] ... lid van de Royal Society.

[ 375 ]
En we werden vooral luisterrijk ontvangen 13) bij de oude Lady van Devonshire 14) in haar huis in Roehampton dat 3 mijl van hier is. Kortom, het is hier echt het land van goed onthaal 15); en het zal heel wat zijn als ik er aan onstsnap zonder enige oververzadiging. Gisteravond danste men aan het Hof 16), wat ik ben gaan zien met Signor Padre, en we werden eervol geplaatst door meneer Bret 17).

  Vanmorgen is David*) bij me komen klagen dat er spoken zijn in de kamer waar hij slaapt, en dat ze hem de afgelopen nacht en verscheidene ervoor zijn komen lastig vallen. Ik had grote moeite niet in lachen uit te barsten, omdat Bruynestein 18), die met andere knechten een plannetje tegen hem had beraamd, me al gezegd had wat het was.
De kamer is boven de mijne, waar de twee jongens van Vader slapen in een bed, en het bed dat in dezelfde kamer aan David ten deel is gevallen staat op rollers. Aan dit bed maken ze een touw vast, en dat laten ze lopen tot in de kamer van Bruynestein, die lager ligt, en wanneer mijn dikke lobbes slaapt trekt die ander aan zijn touw, zodat hij het bed over de hele kamer laat rijden tot tegen de deur, met veel kabaal, wat hem wel wakker maakt. En aan het begin was hij zo bang dat hij het bed uitging en ergens anders ging slapen, maar langzamerhand begint hij eraan gewend te raken, en hij slaapt weer heel goed in, hoewel hij ervan overtuigd is dat de duivel er achter zit.

Au Frere Louis.


13)  W. Swan en zijn vrouw [Utricia Ogle] waren bij dit diner aanwezig [Dagboek, T. 22, p. 596].
14)  Christiana Bruce Kinloss ... [1595-1675] ...
15 Hij was bij een groot diner van de Royal Society te Gravesend ter gelegenheid van de lezing van het nieuwe Charter. Een andere keer bezocht hij een coffee house [Dagboek, T. 22, p. 596 en 602].
16)  Dit bal was in Whitehall [Dagboek, T. 22, p. 598].
17)  Sir Edward Brett [Dagboek], misschien een zoon van mevr. Bret, genoemd in No. 210.
[ *)  Een David wordt ook genoemd op p. 144, en op p. 285 (aan Lodewijk, 28 dec.): "ik heb een bediende die geen Frans kent (het is David), of het niet beter zou zijn dat jij de jouwe in Parijs laat".
Van bedienden wordt ook met name genoemd 'Annetje' (31 aug. 1662 in Den Haag), zie p. 214.]

18)  Over Bruynestein, chirurgijn van de ambassade, zie brief No. 1104, n.9 [hierboven].



[ 387 ]
No 1139.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

27 juli 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A Londres ce 27 Juillet 1663.  

  Ik zie wel dat we elkaar zullen moeten troosten over het verlies van jouw brieven, aangezien meneer Vlacq 1) er tevergeefs nieuws over heeft gevraagd bij de mensen van meneer de griffier 2).

  Het is al lange tijd dat Vader een kopie wenst van het hoofd van Cromwell 3), en ik geloof dat hij die aan de koning zal vragen. Het probleem is dat het met kleuren beschilderd is en dat men vreest dat ze bedorven zouden worden door er pleisterkalk op te leggen, hoewel mensen van het vak geen moeilijkheden maken. Degene die hij erover raadpleegde is een zeer ervaren meester en maakt dagelijks afdrukken van gezichten van levende personen, zonder hun enig ongemak te bezorgen; zodat we van plan zijn onszelf een dezer dagen maskers van deze soort te laten opleggen*). Je moet rechtop staan, alleen met een handdoek om je nek, en pleisters op je ogen en wenkbrauwen. Ik ken een hele familie waar 10 kinderen zijn bij wie allemaal hij een afdruk heeft gemaakt, met hun vader en moeder.

  Wat ik je heb bericht 4) over het kind van 160 pond wordt bevestigd door heel geloofwaardige personen en het werd nog herhaald de laatste keer dat ik op de vergadering in Gresham College was, men voegde alleen nog 4 maanden toe aan de leeftijd van het kleine wicht, zodat het in totaal 22 maanden oud is.

  Gisteren zijn we in de stad gaan zien de manier van procederen aan het criminele hof dat men hier noemt the King's Bench, en we waren aanwezig bij de ondervraging en veroordeling van verscheidene ongelukkigen, het gaat er heel anders aan toe dan bij ons.


1)  Adriaen Vlacq [1600-1667], zie brief No. 310, n.4.
2)  Laurentius Buysero, zie brief No. 97, n.1.     3)  Zie brief No. 1129.
[ *)  Zie No. 1140: gedaan, pijnloos.]     4)  Zie brief No. 1132.

[ 388 ]
We dineerden 5) er met de heren Sheriffs aan een grote welvoorziene tafel die ze verplicht zijn aan te houden gedurende al die dagen van hun aanstellingstijd, en we werden met veel hoffelijkheid bejegend. Er was onder anderen een Alderman die mij nadrukkelijk verzocht aan jou de groeten te deon van hem, daar hij zich de goede ontvangst herinnerde die jij hem had gegeven in Hofwijck, toen hij in Den Haag was onder degenen die de Koning kwamen ophalen. Het was op een dag dat meneer van Leeuwen bij hem thuis enigen van die heren had onthaald, van wie deze er een was.

  Ik betwijfel sterk of iemand van de meisjes die je de afgelopen dagen hebt getrakteerd de herinnering eraan zo lang zal bewaren.

  Wat betreft mijn voorliefde voor nichten boven neven 6), ik zou er een hele verhandeling over kunnen schrijven, maar om eerder klaar te zijn zal ik je alleen zeggen dat ik, toen ik je sprak over deze keuze, dacht aan enigen van onze neven en nichten, en hoeveel meer men aen d'eene had als aen d'andere 7). Ik wil van niemand kwaadspreken, maar welke oom zou niet liever enige nichten hebben zoals juffrouw Ida 8), juffrouw Constantia 9) enz. dan neven zoals de heren hun broers 10), T. Huygens 11) en anderen. Zie eens hoeveel boze terechtwijzingen zijn goede vader aan deze laatste heeft moeten geven en nooit één aan juffrouw Martha Maria 12). Veel minder aan juffrouw Egidia 13) dat wonder van goedheid en maagdelijke zuiverheid, die op een leeftijd van 22 jaar nog niet aan kwaad had gedacht. Het ga je goed.

  Ik ben verbaasd dat broer van Zeelhem me niet heeft geantwoord.


5)  Een diner dat de Lord Mayor aanbood aan een van de gilden [Dagboek, T. 22, p. 596].
6)  Zie brief No. 1132.
7)  Traduction: et combien plus on jouissait des unes que des autres.
8)  Ida van Dorp, dochter van Arent van Dorp en Ida van Baerle. Misschien degene geboren op 16 febr. 1628 en overleden op 2 sept. 1681.
9)  Constantia le Leu de Wilhem. Zie brief No. 196, n.10 [geb. 1633].
10)  Lodewijk Wolferd van Dorp (No. 996, n.17) [geb. 1631] en Arent van Dorp ... [1627-1671] ...
Constantyn le Leu de Wilhem ... [geb. 1636] en Maurits le Leu de Wilhem, die later nog voorkomt [o.a. T. 6, p. 252, n.5].

11)  Een T. Huygens is niet bekend; misschien Christiaan (Tiaan) Huygens, zie brief No. 234, n.10 [Christiaan's 'cousin' (niet 'neveu'), zoon van oom Maurits Huygens].
12)  Zie over Martha Maria Huygens brief No. 744, n.10 [dochter van Maurits Huygens].
13)  Aegidia le Leu de Wilhem, dochter van David le Leu de Wilhem en Constantia Huygens. Ze werd geboren in 1635 en overleed op 1 mei 1690.



[ 390 ]
No 1141.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

10 augustus 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A Londres ce 10 Aoust 1663.  

  De berichten van meneer de Gentillot 1) zijn nieuw voor mij, en zelfs een beetje verdacht, hoewel ik wens dat ze waarheidsgetrouw zijn. Ik heb helemaal niet gehoord dat Vader ook bij de deelnemrs behoorde, en wat het jaargeld betreft, ik heb er tot dusver geen enkele zekerheid over gekregen. Toen ik uit Parijs vertrok wist ik alleen dat ik op de lijst 2) stond tussen andere heldere geesten, waarmee ik maar heel matig blij was: een mededinger neemt voor Ajax de eer weg, iets wordt niet voor aanzienlijk gehouden,


1)  Zie brief No. 920, n.8.
2)  Zie brief No. 1150, n.9 [lijst gratificaties van Lodewijk XIV in 1663: 1200 pond voor Huygens].

[ 391 ]
al is dit prachtig, als Vosje 3) erop heeft gehoopt*). Maar laat dit alsjeblieft onder ons blijven.
Wat je zegt over de Mecenas Moliere 4) is scherts die misschien is verzonnen door enige afgewezenen.

  De Alderman 5) zei me dat jij hem wijn met suiker had gegeven. Ik herinner me zijn naam niet, maar ik weet wel dat het niet degene is die Robinson heet. Hij is vrij lang van gestalte, een beetje mager, gekromde neus, blonde en korte haren, ga eens na of je hem aan dit alles kunt herkennen.

  Ik ben wel blij het goede lot van de heer van Wijck 6) te vernemen. Nu heeft hij het dan eindelijk gemaakt, want ik denk dat hij gewoon weer zijn oude beroep van poleiser 7) kan opnemen.

  Je zult al weten dat de Koning afgelopen maandag 8) de heren van het Parlement uiteen liet gaan met de order op 26/16 maart bijeen te komen. We zijn deze ceremonie gaan zien, die vrij mooi is, omdat de Koning er is met al zijn pracht en praal, en omdat hij na de Speaker zelf een plechtige toespraak houdt. Mylord Chancellor 9) was niet aanwezig wegens zijn jicht. Zijn zaak met mylord Bristol 10) is uitgesteld tot de volgende parlements­zitting. Alle dit keer gepasseerde akten werden gelezen (d.w.z. de titels) en meestal bevestigd met deze woorden: De Koning wil het, ofwel deze: Laat gedaan worden zoals wordt gewenst, voor akten betreffende privé-personen.

Onder de andere was er een over de zondagsheiliging, waarmee elke vorm van vermaak op deze dag verboden zou gaan worden, zelfs uitstapjes met de karos of te voet. Maar het geluk wilde dat men, op het moment dat deze mooie verordening met de andere zou worden gelezen, deze niet vond, daar ze op het juiste ogenblik was ontvreemd door een goede ziel die in deze ongemakkelijke vroomheid geen zin had. Men ondervroeg elk van de mylords op zijn woord van eer of hij niet wist wat er met dit papier was gebeurd. Maar dit alles bracht geen nieuws, en het bleef kwijt.

  Eergisteren 11) zag ik een opmerkelijk experiment uitvoeren in Gresham College op een hond, waarbij men hem, na een opening in het lichaam te hebben gemaakt, de hele milt uitsneed,


3)  Volgens een brief van Chapelain stond Vossius ook op de lijst van n.2 [eveneens 1200 pond].
[ *)  Naar Ovidius, Metamorphosen, boek XIII, r. 16-18: Ajax en Odysseus willen allebei de wapens van Achilles (nadat deze getroffen was door een pijl in zijn hiel).
In de vertaling van M. d'Hane-Scheltema (1993): "hij bederft de wedstrijd, want een Ajax kan nooit pronken met iets waar ook Odysseus kans op had, hoe prachtig ook".]

4)  Jean Baptiste Poquelin, genoemd Molière, de grote komische dichter ... [1622-1672].
5)  Zie brief No. 1139 [p. 388 hiervoor].
6)  Johan van der Wyck [1623-1679], zie brief No. 202, n.1 [en No. 198 met extra noot: artikel Huib J. Zuidervaart (Part 2); zie Johan von der Wijck, Schutz-Schrifft, naam: Johan von der Wijck Stralsund 1663, met op p. A2v: Breda, Mathematique, Delft en op p. B4r: H. Bornius, A. Santvoort, J. van Vliet, sign. 10 juli 1663].
7)  Traduction: de polisseur [polijster].
8)  6 augustus 1663 [Samuel Pepys beschreef de ceremonie: 27 July O.st.]
9)  Edward Hyde [1609-1674], graaf van Clarendon. Zie brief No. 1135.
10)  George Digby [1612-1677], graaf van Bristol. Zie brief No. 1135.
11)  Op 29 juli 1663 (O. st.), door Walter Charleton. [Dagboek T. 22, p. 598. Birch, p. 288;  eerder door George Thompson.]

[ 392 ]
eerst waren de grote aders die er doorgaan samengebonden. Nadat men het gat had gedicht ging hij er vandoor alsof hij niets kwaads had ondervonden; en de bevinding is dat ze daarna heel goed leven, hoewel ze dit lichaamsdeel missen. Men liet me er een zien die 6 jaar geleden op deze manier geopereerd was, en waarvan wordt gezegd dat die vrolijker en opgewekter is dan een gewone hond. Als je dames, die wij kennen, hoort klagen over pijn aan de milt, kun je over deze behandeling praten, en zelfs verzekeren dat er een dame in Italië is geweest bij wie deze heel goed geslaagd was 12).

  We dineerden gisteren bij meneer Brett 13). De Koning gaat vandaag of morgen voor 10 of 12 dagen naar Portsmouth, wat onze zaken tot mijn grote spijt alleen maar zal vertragen.


12Fioravanti beschrijft zo'n operatie bij een dame, ze leefde nog verscheidene jaren. [Niet in:] De Capricci Medicinali dell' eccelente Medico, & Cirugico M. Leonardo Fioravanti Bolognese, Libri Quattro ..., Ven. 1573.  [Engl.: A short discours ... uppon Chirurgerie, London 1580.]
Fioravanti, portret
Leonardo Fioravanti [1517-1588] was geneesheer, alchemist en vooral kwakzalver, wat hem niet belette een goede reputatie te krijgen; hij maakte lange reizen in Italië en in Afrika, waar hij twee jaar verbleef.
[ Hij beschrijft de 'splenectomie' in Il Tesoro della vita humana (Ven. 1570), Lib. 2, cap. 8; het was in Palermo, 1549, zie:
William Eamon, Science and the secrets of nature (1994), 168-171;  The professor of secrets (2010), p. 72-74;  'The mysterious malady of Marulla Greco', 2010.
Portret van Fioravanti in Tesoro, voor 'Il proemio'.
C. Webster, 'The Helmontian George Thomson and William Harvey: the revival and application of splenectomy to physiological research', Med. Hist. 1971 Apr. 15(2): 154–167.
Plinius, Naturalis historia, Lib. XI, cap. 80: de milt (Lat. 'lien') is soms een belemmering voor hardlopers, kan uitgenomen worden bij dieren.]

13)  Zie brief No. 1132, n. 17.



[ 472 ]
No 1186.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

15 december 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Paris ce 15 Decembre 1663.  

  Ik heb geen tijd voor schrijven aan jou en ook niet aan broer van Zeelhem 1), daar ik bijna de hele dag heb gebruikt om met meneer Petit 2) het toestel voor het luchtledige van meneer Montmor [<] af te stellen, dat we over enkele dagen aan meneer de eerste president zullen laten zien. Toch moet ik voldoen aan wat de genoemde Sieur du Portail 3) me heeft verzocht en waarmee hij me elke keer lastig valt als hij me ontmoet, namelijk jou eraan te herinneren hem een bepaald boek 4) van Raimond 5) te doen toekomen en enkele andere die bij jullie 6) zijn gedrukt; hij wenst onder andere dat van de liefdes van Alcandre dat enige tijd geleden is gedrukt met andere zeldzame stukken 7).


1)  Constantijn Huygens.
2)  De intendant van de fortificaties Pierre Petit [Montluçon 1594/1598 - 1677].
3)  P. Petit van n.2 [getrouwd met de dochter van Gilles Dupuis du Tillout, sieur de Portail].
4)  Misschien: Eugenio Raimondi, Delle Caccie, Napels 1626.  [ Waarschijnlijk: Raymundus de Sabunde, Theologia naturalis (ed. J.A. Comenius), Amst. 1661.]
5)  Eugenio Raimondi ... [Raymundus de Sabunde, c. 1385-1436.]
6)  Het woord 'vous' ontbreekt.
7Recueil de diverses Pieces, servant a l'Histoire de Henry III ... Col. 1663 [1e ed. Col. 1660]:
I. Iournal du Regne de Henry III ... (Louis Servin).
II. L'Alcandre, ou les amours du Roy Henry le Grand ... (Louise Marguerite de Lorraine), Paris 1651.
III. Le divorce Satyrique, ou les amours de la Reyne Marguerite de Valois .. (P. V. Palma Cayet).
IV. La Confession de M. de Sancy ... (Th. A. d'Aubigné).


[ 473 ]
Beloof me alsjeblieft dat je hem tevreden zult stellen, of zeg me wat ik hem moet antwoorden.

  Van broer van Zeelhem zul je het succes hebben vernomen 8) van onze uurwerken op de reis naar Lissabon die de Engelsen hebben gemaakt en ik zal je zeggen dat ik nog een noemenswaardige verandering heb gevonden in de constructie van het slingeruurwerk die het veel nauwkeuriger zal doen lopen dan eerst 9).
Meneer Moray meldt me in zijn laatste brief 10) iets vrij opmerkelijks, namelijk dat ze in hun Society een grijsachtige diamant hebben die, na te zijn gewreven op laken, enige tijd licht geeft in het donker, zoals de steen van Bologna die men na calcinatie aan de zon heeft blootgesteld 11).

A Monsieur
Monsieur L. Hugens
de Zulichem.


8)  Zie brief No. 1175.     9)  Zie brief No. 1178, n.16 [aan Moray, 9 dec.].
[ Broer Constantijn wilde er meer over weten (No. 1188, n.4), maar Christiaan schrijft hem op 28 dec. (No. 1189): "sta me toe die vondst geheim te houden totdat ik terug ben om eraan te laten werken; weet ondertussen dat ik niets verander aan de slinger, en dat deze nieuwigheid niet toegepast kan worden op reeds gemaakte uurwerken."
De vondst wordt pas bekend gemaakt aan Moray op 29 aug. 1664, zie No. 1253: "dat het contragewicht, dat het schakelrad doet gaan, aan het rad zelf is gehangen en elke halve minuut weer wordt opgehesen door de kracht van het grote contragewicht ... dat er altijd precies dezelfde kracht is om de schommeling van de slinger voort te zetten".]

10)  Zie brief No. 1173.     11)  Zie brief No. 1193 [Engl., Boyle aan Moray].



[ 478 ]
No 1190.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

28 december 1663.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Paris ce 28 Decembre 1663.  

  Ik feliciteer je met je nieuwe herstel, je bent er vrij goedkoop van afgekomen voor het seizoen waarin we zijn*).


[ *)  No. 1175 aan Constantijn jr, 30 nov. 1663, eind: "Ik beklaag de koortsachtige broer, want ik heb het ook een keer gevoeld." (zie No. 998: 7 aanvallen). "Hij kan evenwel hopen op Kin Kina ..."]

[ 479 ]
  Gisteren bezocht ik de heer du Portail 1), die niet naliet mij zoals altijd te vragen naar nieuws over zijn boeken 2), en beloond werd met het antwoord dat jij hebt gevonden. Met Marianne 3) gaat het sinds enige tijd goed, en nadat ze tijdens haar ziekte de mond niet heeft kunnen openen om te praten, en ook de tanden vrijwel niet, beloont ze zich nu zo goed daarvoor met een mateloze spraakzaamheid, dat het niet te verdragen is. Ze heeft nog steeds die vroomheid in het hoofd en het plan van het klooster, wat haar dwaas maakt en al te voorzichtig, en ik zie geen middel daartegen.

  Het zou niet makkelijk zijn je uit te leggen wat ik heb gevonden 4) om slingeruurwerken te verbeteren, en buitendien zou het niet goed zijn als eraan gewerkt werd in mijn afwezigheid, maar ik verzeker je dat je mijn uitvinding heel aardig zult vinden, wanneer ik je die zal komen uitleggen.

  Ik zal zorgdragen voor je schrijfgerei, maar stuur me alsjeblieft zo weinig boodschappen als maar mogelijk zal zijn. Ik bericht 5) hetzelfde aan broer van Zeelhem 6). Ik heb er een hekel aan, en de heer Sebastian 7), die niet kan leven zonder, zal niet lang afwezig zijn.

  Ik dacht je te hebben gemeld dat Sorbiere 8), toen hij hier aankwam, zei onderweg het Insectenboek 9) te zijn kwijtgeraakt, hij had zich vermaakt met het lezen erin, terwijl hij op weg was en in de herbergen. Hij zag wel dat ik niet zo tevreden was met dit excuus, en hij gaf me vervolgens een brief aan zijn schoonvader Renaud 10) waarin hij hem schrijft om een ander exemplaar te kopen.
Ik hoop dat broer van Zeelhem de genoemde brief heeft laten bezorgen, en je kunt wel gaan vragen aan deze buurman of hij iets te sturen heeft aan Sorbiere, om hem eraan te herinneren. Ik heb nog niet meneer Thevenot gezien, behalve een keer in Issy [<], waar hij zich tot nu toe ophoudt. Zodra hij terug is zal ik hem de brieven van Coxinga doen toekomen die Sorbiere me daartoe heeft gegeven. Zijn ongenade 11) is heel rustig verlopen, de verslagen die men gemaakt had van zijn buitensporigheden in Engeland waren niet al te waarheidsgetrouw bevonden.


1)  P. Petit.     2)  Zie brief No. 1186.     3)  Marianne Petit.
4)  Zie brief No. 1178, n.16 [en No. 1186, n.9].     5)  Zie brief No. 1189 [begin].
6)  Constantijn Huygens jr.     7)  Sebastian Chieze. Zie brief No. 863, n.4.
Goedaert, portret 8)  Zie over Sorbiere brief No. 12, n.5. [Hij was uit Engeland gekomen.]
9Metamorphosis Naturalis van Joh. Goedaert, zie brief No. 1054, n.10.
10)  Zie over Daniel Renaud brief No. 980, n.1.
11)  Hierover staat iets in de Proceedings van de zitting van Oct. 21 (oude stijl) [Birch, p. 317]:
"At the meeting of the Society, an account was given by Mr. Oldenburg, the secretary, of a letter written to him from Paris October 12, 1663, N.S. by Monsieur Peter Petit, a member of the Montmorian academy at Paris, desiring in the name of the said academy to be informed from the society, what had been the transactions of Monsieur De Sorbiere amongst them, when he was present at their meetings, and in particular, whether he had pretended to be by the said academy deputed to establish a stricter correspondence."


[ 480 ]
Zwager 12) zal je al enige opheldering hebben gegeven aangaande onze postmachine*). Al enige dagen heb ik geen van de belanghebbenden gezien, maar ik geloof dat die welke gemaakt wordt om aan de Koning te vertonen al klaar moet zijn.

  Men heeft me gezegd dat meneer van Reede 13) trouwt met één van de


11)  [vervolg]  "Monsieur Petit observed, that Monsieur Sorbiere had no orders from the academy ...
... nor was the academy pleased with his printing a discourse [1664, ded., 22 dec. 1663], after he had been desired and had promised not to do it. ...
... his answer to Monsieur Petit; which he did in a letter in French of the 30th of his month, in which he observed, that Monsieur De Sorbiere had, at the meetings of the society, behaved himself with all possible civility ... admitted into the Royal Society the same day with Monsieur Huygens. ..."

In dezelfde Proceedings [Birch, p. 317, n.i]:
"Monsieur De Sorbiere being informed of the charge against him of having assumed the character of deputy from the academy of Monsieur de Montmor to the Royal Society, wrote a letter to Mr. Oldenburg from Paris on the 5th of December 1663, N.S. ...
... Mr. Oldenburg, in his answer, dated at London January 3, 1663/4, sent him [Sorbiere] the substance of his letter to Monsieur Petit."

12)  Philips Doublet.
[ *)  No. 1181, n.17: "Machine Roanesque", zie No. 1036, p. 180 en No. 1229.]
13)  Godard van Reede ... van Ginkel [van Athlone, 1644-1703] ...

[ 481 ]
Somerdijks 14), meneer van Odijk 15) met juffrouw van der Nisse 16). Meld me of het waar is, en wat Buat 17) doet met de vriendin 18).

Pour le frere Louis.


14)  De oude juffrouwen van Aerssen. Zie brief No. 829, n.10.
15)  Willem Adriaan van Nassau [1632-1705]. Zie brief No. 909, n.8.
16)  Zie over Cornelia van der Nisse brief No. 1162, n.4.
17)  Zie over H. de Fleury de Coulan brief No. 808, n.7.
18)  Elisabeth Maria Musch [1639-1699], juffrouw van Nieuwveen, trouwde op 3 maart 1664 met Buat.




1664




Home | Christiaan Huygens | T. IV
< | Brieven aan Lodewijk Huygens, 1663 (top) | vervolg