Chr. Huygens | Oeuvres IV | < Lodewijk Huygens >

1661  |  1662: januari , febr. , maart , april , mei , juni , juli , aug. , sept. , okt. , nov. , december  |  1663



Vertaling van de

Brieven aan Lodewijk Huygens

1662



[ p. 6 ]
No 952.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

4 januari 1662.
 [woensdag] 

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 4 Janvier 1662.  

  Ik voel me net zo slecht als de slechte toestand van het weer, en het gaat niet goed met me, zowel gisteren als vandaag; daarom zal ik deze keer nog meer dan gewoonlijk laconiek zijn.

  Meneer Chapelain 1) zal nog geduld moeten hebben, en ondanks je broederlijke vermaningen zal het niet anders zijn. Ik denk dat ik allang dood zou zijn als ik me in het hoofd had gehaald punctueel te zijn bij het in acht nemen van al mijn briefwisselingen. Maar vanaf het ogenblik dat ze begonnen zijn zich te vermenigvuldigen heb ik gezien dat het beter was te blijven bij 'zo zo'.

  Ik heb die meneer Chauveau 2) ook leren kennen, maar ik heb van hem niets gezien dat bijzonder was.
Met de zaken van Vader gaat het zoals meneer Offenb. 3) had voorspeld, en dat allemaal voor de dagdromen van onze dame 4) die er alle eer van zal krijgen. Ik heb jouw memoire aan broer van Zeelhem gegeven die het artikel niet begreep dat zegt dat mevrouw 4) borg zou staan voor de 15000 pond. Ze zullen willen dat jij het bent, en inderdaad zou je voor niet teveel geld een ambt kopen dat zoveel opbrengst geeft voor die prijs. Maar hij zal erover schrijven aan jou of Vader.
Wat denkt meneer Thevenot te gaan doen met zijn Tinaja 5) die niet doorzichtig is? Ik heb er inderdaad ook aan gedacht vacuüm te maken op die manier met behulp van lange hevelbuizen, maar nu vind ik de pomp onvergelijkelijk veel beter. Als meneer Rohault er een wil maken kan ik hem een paar belangrijke dingen meedelen


1)  Chapelain had hem op 20 dec. 1661 geschreven. Zie brief No. 930.
2)  Over François Chauveaux zie brief No. 849, n.3. [en Dagboek, 28 jan. (n.201) en 4 febr. 1661].
3)  Misschien Petrus van Offenbergh, geboren te Haarlem in 1596, verwant met de familie van Aerssen, woonde in Poitou [zie ook p. 273, n.18: Lodewijk de Marlot].
4)  De weduwe van de prins [Maria Henriëtte Stuart].
5)  'Cuvette à vin', bakje voor wijn  [zie p. 124: voor proeven met het luchtledige].

[ 7 ]
waarop daarbij gelet moet worden. Ik heb nog niet de fles die nodig is om de proef met de salade*) te doen. Met dunne buisjes heb ik gevonden dat er hetzelfde mee gebeurt in het luchtledige als in lucht, wat me ervan overtuigt dat het de beweging van de waterdeeltjes is die het water doet stijgen, en niet die van lucht, zoals meneer Rohault dacht 6).
Neef Zuerius 7), schepen van 's-Hertogenbosch, brengt daar vandaan over 2 of 3 dagen enkele glazen mee die ik ga gebruiken om een belangrijke proef te doen, waarvan ik al zoveel gezien heb dat ik geloof dat er bij deze verschijnselen nog iets anders in lucht overwogen moet worden dan de veerkracht en zwaarte ervan. [>]

  Ik heb laatst aan Thevenot geschreven 8) dat ik zou proberen hem de verhalen over China te bezorgen, wanneer Vossius terug is uit Amsterdam.
  Ik bedank hem voor het Systeem van Wren 9) dat ik met genoegen gelezen heb; je begrijpt het mijne nauwelijks als je denkt dat het niet heel verschillend is. Ik zal de kopie de komende week terugsturen, en ik verwacht een andere uit Engeland die men me heeft gestuurd om te houden 9).
Zeg nog alsjebieft tegen meneer Thevenot dat ik eindelijk het boek [<] van meneer Viviani) heb ontvangen, via een Ierse edelman 10) die uit Florence gekomen is en die het op aanwijzing van de genoemde Viviani is gaan halen bij een handelaar in Amsterdam om het aan mij te geven. Ik zal schrijven 11) aan de auteur om hem te bedanken. Deze zelfde edelman, die vandaag naar Engeland is vertrokken, heeft me veel kunnen zeggen over de experimenten die de Florentijnse Academie bereid was aan die van Parijs te sturen; ik hunker ernaar te vernemen dat ze zijn aangekomen.

  Als je meneer de hertog van Roannez 12) zou willen gaan bezoeken en hem mijn ootmoedige eerbied aanbieden, en iets vertellen over de experimenten waarvan ik je deelgenoot heb gemaakt, zou hij je goed ontvangen, dat weet ik zeker. Hij heeft geen brief van mij verwacht, en je kunt hem ook zeggen dat ik niet de vrijheid heb durven nemen hem die te sturen, dat ik de gunsten en innemendheid die hij voor me had nooit zal vergeten enz.

  Ik ben opgetogen dat Vader eindelijk onze markies van Chambonnières 13) heeft bezocht. Morgen ga ik juffrouw Casembroot 14) bezoeken om te vernemen wat er bij deze ontmoeting is gebeurd. Het ga je goed.


[ *)  Waarschijnlijk een van de vele suggesties van Thevenot (>), zie p. 21: "y laisser des fleurs & fruicts tendres, voir s'ils se faneront ou se rideront plustost" (er bloemen en zachte vruchten in laten, om te zien of ze eerder verwelken of rimpelig worden); daar ook de dunne buisjes. In Parijs had Huygens op 7 dec. (en 14 dec.) 1660 een lezing van Rohault gehoord over dit onderwerp.]
6)  De mening van Rohault is misschien die in No. 890 [Boyle: water stijgt in capillair omdat "de lucht in het nauwe buisje niet zoveel op het water drukt als de buitenlucht op de rest van het water"].
7)  Martin Christiaan Suerius, die bijns steeds om de beurt met Jacob Ferdinand Suerius schepen van Den Bosch was vanaf 1656. Zie brief No. 238, n.5.
8)  Deze brief is niet gevonden.
9)  Zie stuk No. 934 [plaat; Engl.]. Waarschijnlijk met een kopie van No. 933 [Wren aan Neile, 11 okt. 1661]; zie No. 963, n.4 [aan Moray].
10)  Sir Robert Southwell. Zie brief No. 941, n.1.     11)  Zo'n brief is niet bekend.
12)  Zie brief No. 837, n.1.
13Jacques Champion de Chambonnières de grote klavecinist, zie brief No. 230, n.7 [en No. 235].
14)  Sophie de Casembroot, dochter van Reinier de Casembroot en Madeleine de Chantreines, Ze trouwde met Jacob de Sylle, fiscaal van het militaire hof. handtekening Sophia Casembroot
[ Er is een brief van Sophia Casembroot aan Constantijn Huygens, 22 juli 1646.]



[ 10 ]
No 954.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

11 januari 1662.

Brief in Leiden, coll. Huygens.

le 11 Janvier 1662.  

  Meneer Wicquefort*) heeft niet het pakket met boeken [<,>] meegenomen dat je hem had toevertrouwd, maar hij heeft me laten zeggen dat hij ze eerstdaags verwacht.
Seigneur van Kerckwijck 1) heeft me verzocht je te vragen wat er is gebeurd met een boek (hij weet niet of het gedrukt is of in handschrift) dat jou geleend zou zijn door de secretaris van Meteren 2), toen je in Zuilichem woonde, met de rechten van de Bommelerwaard 3). Ga eens na of je het je herinnert en of het misschien bij van Genderen in handen is 4).

  Ik heb sinds drie dagen keelpijn, maar die is vannacht erger geworden en die heeft me het slapen verhinderd. Nu verhindert hij me het praten, en zelfs ontneemt hij me de lust je langer te onderhouden. Ik ben bang dat er medicijnen aan te pas moeten komen, aangezien het dieet me niet wil genezen. Het ga je goed.

  Ik zal zorg dragen voor het uurwerk van meneer Chaise [Chièze°)], die ik groet.


[ *)  Joachim (T. 3, p. 221) of zijn broer Abraham Wicquefort (Wickevoort), zie p. 103, n.6 hierna.]
1)  Richard de Rivière, heer van Kerkwijk, geboren in 1610.
2)  Dit dorp ligt evenals Kerkwijk in de buurt van de heerlijkheid Zuilichem.
3)  Er zijn 2 uitgaven bekend:
Gereformeerde Dyck-rechten van Thielre ende Bommelre-Weerden, Arnhem, 1683.
Land-regt van Thielre- en Bommelre-Weerden ..., Arnhem 1721.

4)  Jan van Genderen was administrateur van Zuilichem.
[ °)  Zie over Sebastien Chieze No. 863, n.4; en Worp, Briefwisseling, deel 5, p. xxix (1657-'60 lid van het parlement van Orange), en deel 6, p. vii.]


[ 11 ]
No 955.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

18 januari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 18 Janvier 1662.  

  Sedert mijn laatste brief 1) heb ik advies gevraagd aan onze geneesheer Liebergen 2), die me heeft doen purgeren en aderlaten, waarna ik zo verkouden ben geworden als ik nooit van mijn leven geweest ben; zodat ik niet alleen in huis blijf, maar ook niet lees, schrijf, of nadenk, want anders krijg ik hoofdpijn. Mijn broer 3) is sinds drie dagen nauwelijks beter dan ik; en vandaag heeft hij zich ook doen aderlaten in opdracht van de genoemde Liebergen.

  Deze indispositie heeft als legitiem excuus gediend om niet naar de bruiloft bij meneer Bartolotti 4) te gaan, waarbij ik gevraagd was als bruidsjonker, waarin ik helemaal geen zin had. Mijn broer gaat er ook niet heen en niemand van onze verwanten hier, ze geloven allemaal iets te hebben om zich beledigd te voelen, sommigen over het feit dat ze niet bij het huwelijkscontract zijn opgeroepen, anderen omdat niet het aantal van hun zoons en dochters is gevraagd dat ze zich voorgesteld hadden. Meneer Jacob 5) weet niet wat te doen, zoveel verontschuldigingen heeft hij overal te maken en aanvallen te weerstaan.

  Ik geloof inderdaad, dat die experimenten van mij die je hebt meegedeeld aan meneer Rohault voor hem niet geheel nieuw waren, want ze zijn makkelijk af te leiden van de twee principes die hij kent, maar dat experiment waarvoor ik de glazen uit Den Bosch verwacht zal niet iets dergelijks zijn. Het zal goed zijn hem eerst te laten begaan wat betreft de bouw van het werktuig, totdat hij bekent mijn raad nodig te hebben. Er is altijd wat betweterigs in zijn doen, zoals je hebt kunnen opmerken. Ik heb hem enkele malen handgemeen gezien, net als jij, met meneer Auzout, die hem vreselijk haatte en die hem razend maakte.

  Maar ter zake, ik zou willen dat je deze meneer Auzout ging bezoeken. hij is een man met veel verstand en is heel voorkomend voor me geweest, en heeft me enkele malen heel goed onthaald, zodat ik blij zou zijn nieuws van hem te horen. Ik weet wel dat zijn verblijfplaats op je lijstje staat. Als je meneer Clerselier 6) nog tegenkomt, vraag hem dan of hij geen brieven meer ontvangt van meneer Guisony [<] (dat is de bouwer van mijn piramide) en waar hij zich ophoudt.


1)  Zie brief No. 954.
2)  Diederik van Lieberghen, in 1648 doctor in de medicijnen (Utrecht), geneesheer in Den Haag, later in Amsterdam; was dichter in het Latijn en in het Nederlands.
3)  Constantijn Huygens junior.     4)  Zie brief No. 910, n.3 [en n.4].
5)  Jacobus Bartolotti. Zie brief No. 790, n.4.     6)  Zie brief No. 732, n.22.

[ 12 ]
  Aan meneer Petit moet je zeggen dat de boog van mijn uurwerk van 16 duim is. Aan juffrouw zijn dochter [<] dat ik heel ootmoedig en trouw ben enz.

Pascal 7) is begonnen met het uurwerk voor meneer Chièze. Meneer de Wicquefort stuurt me de boeken nog niet.
Vossius is nog niet terug en verblijft voor enkele zaken in Utrecht. Wat je wel zult willen zeggen aan meneer Thevenot, die mij niet het geheim wil leren van zijn nieuwe uitvinding, en hij stuurt me geen antwoord op mijn twijfels. Het ga je goed.


  Ik heb hier tot dusver geen gelegenheid gevonden om je die kleine glaasjes*) te doen toekomen, maar ik begrijp dat er weldra enige van onze Franse handelaren 8) zullen vertrekken, aan wie ik het pakket zou kunnen toevertrouwen. Ik had er een dozijn van naar Engeland gestuurd, naar J. Vlitius°), die geheel tot poeder verbrijzeld aankwamen, wat me leert dat je ze niet per post moet sturen.

  Het is een uitstekende gedachte van je, mijn grote kijker van 23 voet te bekleden met marokijn. De eerste keer dat ik in Parijs was, liet ik zo'n buis maken voor die van 12 voet, en nooit heb ik mijn geld slechter besteed.

    A Monsieur
Monsieur L. Hugens de Zulichem
A Paris.  


7)  Paschal was een klokkenmaker te Den Haag, die veel voor Chr. Huygens gewerkt heeft.
glasparel[ *)  Het zal gaan om glasparels of glastranen, 'larmes bataviques', 'prince Rupert's drops', 'knapglaasjes', zie hier.]
[ °)  Johannes de Vliet of Jan van Vliet (1620-1666). Christiaan ontmoette hem in Engeland, zie brief No. 863, (bij n.5) en hoorde er op 6 april 1661 in Gresham College hoe de glaasjes gemaakt worden, zie Dagboek.]
8)  [Origineel: "fransse kramers".] In het Frans: merciers français.



[ 13 ]
No 957.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

25 januari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 25 Janvier 1662.  

  Het schijnt dus dat er enige kans is, gezien het plan van meneer van Beuningen, dat koningin Christina ons zou kunnen komen bezoeken, hoewel Vossius en anderen verzekeren dat zij zich voorbereidt om naar Italië terug te keren. Dat is overigens een kloek voorstel van de vergadering en ik zou wel willen weten of hij haar erover geschreven heeft.
  Het uurwerk van meneer Chièze zal eerder klaar zijn dan hij denkt, omdat


[ 14 ]
er toevallig iemand is gevonden die er één onder handen had dat al ver gevorderd was toen ik het bij hem bestelde. Hij moet er dus aan gaan denken opdracht te geven voor het geld, want die mensen willen heel graag dat men hun betaalt volgens de traditie die ze hebben.

  Meneer Heinsius verzoekt me in de laatste brief 1) die hij me heeft geschreven uit Stockholm, bij jou te informeren welk gedeelte van Ovidius de manuscripten bevatten die je in de bibliotheek van het Escorial hebt gezien.
Ik heb veel achting voor uw broer Lodewijk (zegt hij); dat verdienen namelijk zowel zijn uitstekende eigenschappen, als de bijzondere genegenheid waarmee hij me omgeeft. Ik had hem gevraagd enz.
De rest zou te lang zijn, maar aan het eind voegt hij er nog aan toe:
Er is in Parijs in de Bibliotheek van de zeer christelijke koning een 'Ars amatoria' samengebonden met een 'Astronomica' van Julius Firmicus. Nergens anders is mij een ouder exemplaar van Ovidius in handen gekomen. Uit de nalatenschap van de gebroeders Dupuy is daar ook een niet veel recenter exemplaar van de 'Epistulae' en 'Amores', eveneens voortreffelijke notities. Als hij ervoor zorgt dat deze handschriften hem door de beheerder worden aangereikt, zal hij makkelijk kunnen uitmaken of de Spaanse manuscripten ouder zijn dan deze of niet.
Hij wil niet dat je de moeite neemt iets te vergelijken, en hij is er zelfs ontstemd over dat je daarmee bezig bent geweest in het Escorial; maar hij wil alleen dat je informeert naar de kwaliteit en de oudheid van de boeken. Kijk eens of je tijd hebt om er iets over te vernemen.

  Ik ben bang dat bij het opnieuw opstellen van mijn kijker [<,>] niet alle onderdelen zullen worden aangebracht zoals tevoren. Daarom verzoek ik je erop te letten, en in elk geval moet niets worden veranderd aan het onderdeel dat het bolle oculair en de spiegel*) bevat.
  Het komt vaak voor dat lucht of damp zich hecht aan zowel dit glas als het andere, waarop je moet letten, en ze schoon­maken alvorens de kijker aan iemand te laten zien.

  Ik betreur zeer het verlies van meneer Conrart, aangezien je meldt dat hij als verloren moet worden beschouwd. Je zegt me niets over de hertog van Roannez; dat wil zeggen over het bezoek dat je besloten hebt hem te brengen.

  Ik doe nog steeds niet anders dan hoesten, snuiten en spuwen, en al 8 of 10 dagen heb ik geen reuk of smaak, en een voortdurend gonzen in de oren, dat me het meest van alles hindert. Ik wens Vader en jou een betere gezondheid. Het ga je goed.

Pour mon frere Louis.

spiegeltje, 45 graden 1)  Brief No. 922.
[ *)  T. 13, p. 267: "een vlak spiegeltje ... met een elliptische vorm, en de lengte van een duim, van gegoten metaal en nauwkeurig gepolijst (want glazen spiegels zijn wegens het dubbele oppervlak voor dit gebruik totaal ongeschikt) ...
Dit telescoop-principe ... heeft echter dit ene ongemak, dat het wat rechts is links laat zien.".
Hoe de spiegeltjes gepolijst kunnen worden had Huygens gehoord van Menard (of Mesnard) in Parijs, zir Dagboek, 16 nov. 1660, met wie hij toen vaker omging. Hij wordt nog genoemd in No. 1089 (11 jan. 1663), zie p. 289, n.2 en in T. 5 en T. 6, o.a. p. 151.]



[ 22 ]
No 962.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

1 februari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

1 Febr. 1662.  

  Het antwoord van meneer Thevenot 1) is vrij uitgebreid. Ik zou willen dat hij ook zo duidelijk was wat betreft de uitleg van zijn nieuwe hypotheses. Ik zal bezien, tussen nu en de volgende gewone post, wat ik ervan kan begrijpen. Bedank hem evenwel namens bij voor het feit dat hij me het genoegen doet mij zoveel mooie en zo verschillende dingen mee te delen.
  Wat betreft het sturen van de beschrijving van Japan 2), die ik hier helemaal klaar heb liggen, met jouw glazen: ik zie geen betere gelegenheid dan ze te voegen bij het tonnetje boter dat volgens opdracht van Vader naar Brussel gestuurd moet worden, wat de komende week zal gebeuren.

  Toen ik laatst met Vossius sprak om het Chinese verhaal 3) aan meneer Thevenot te doen toekomen, aarzelde hij nog en wist hij niet wat te doen, behalve dat hij, als hij van plan was dezer dagen naar Engeland te gaan, het geschrift en de figuren terug wilde vragen aan Van der Does 4), die ze hem met een truc heeft ontfutseld.
  Maar aangezien het langs deze weg wel even kan duren, ben ik heel blij dat meneer van Beuningen heeft ondernomen aan de wens van onze vriend te voldoen, omdat hij makkelijk iemand in Amsterdam zal vinden die er zorg voor kan dragen. Ik weet niet of hij erover aan Vossius heeft geschreven, hij heeft me er althans niets over gezegd,

  Wicquefort [<,>] is niet tezeer iemand in goeden doen om me te doen geloven dat jouw gissing aangaande onze boeken helemaal ongegrond is. Gisteren heb ik nog iemand erheen gestuurd.

  Je hebt geluk dat je je juist daar bevindt in de tijd dat het grote ballet 5) te zien zal zijn, waarbij meneer Petit zei dat wanneer men van 500 mijl ver zou moeten komen, men het niet teveel moeite zou vinden. Ik voor mij zou het bij 10 of 20 zonder meer doen.
  Ik stuur je hier een brief aan meneer Chapelain 6), en als je deze bij geval


1)  Brieven No. 960 en 961.     2)  Zie brief No. 924, n.1.     3)  Zie brief No. 952.
4)  Zie brief No.833, n.6. [Antony van der Does; maar het zal zijn Johan van der Does (1621-1704), heer van Bergestein, die in 1660 naar Engeland ging, behorende tot de hofhouding der Prinses royale. Zie de brief van John Evelyn aan hem, Sept. 13, 1662 (Ep. 197) in The Letterbooks of John Evelyn (2014), p. 313: "translated your Relation of China". Zie ook No. 1140, n.* en No. 1189, n.10.]
5)  Het ballet 'le Mariage de Hercule et Venus', uitgevoerd op 13 jan. 1662, waarin het hele hof optrad [Hercule amoureux, Vers du ballet royal, 1662].
6)  Deze brief is niet gevonden, ook geen concept ervan.

[ 23 ]
zelf naar hem brengt, verzoek ik je hem te zeggen, dat ik allang van jou heb verlangd naar meneer Amprou te gaan, raadgever bij het parlement, en hem namens mij te groeten; hij woont dichtbij St. Louis op het Isle Nostre Dame. Ik denk ook dat ik het je had voorgezegd om het te onthouden, althans ik had het moeten doen, want aan hem heb ik meer te danken dan aan iemand anders in Parijs voor de ontvangst die hij me heeft gegeven en het bijwonen van de balletten waarvoor hij heeft gezorgd. Er is een reden waaom ik zou willen dat je dit tegen meneer Chapelain zegt*), zelfs als het niet echt waar is.
En overigens wanneer je op het genoemde eiland bent om meneer Auzout te bezoeken, zul je me een groot genoegen doen hem nieuws van mij te brengen; je zult bevinden dat het een man met veel verstand is en heel uitgeslapen, daarbij zeer voorkomend. Hij is lang geleden van zijn vrouw gescheiden, en gelooft dat hij met astrologie al zijn lotgevallen voor zich heeft voorspeld.

A la rue de Touraine au faubourg chez Madame Bonadas - un ... 7)


[ *)  Chapelain had hem aangemaand, zie brief No. 930, n.17 en No. 861, n.6.]
7)  Waarschijnlijk het adres van Lodewijk Huygens. [Misschien: un Zuyl..., een Zuylichem.]



[ 32 ]
No 967.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

8 februari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 8 fev. 1662.  

  Ik heb gisteren jouw kleine glaasjes [<] verstuurd met het boek 1) van Caron voor meneer Thevenot, samen met het tonnetje*) aan juffrouw van der Elst, met het adres van je logies en heel duidelijke aantekening geen gelegenheid voorbij te laten gaan om het weg te sturen. Als het langs deze weg goed gaat zullen we hem hierna nog kunnen gebruiken, en waarom zouden we een ander middel zoeken om het uurwerk van meneer Chièze te laten gaan. Alleen die overlast bij de douanes geeft me enige bedenkingen.


1)  Zie brief No. 924, n.1.     [ *)  Boter, zie brief No. 962.]

[ 33 ]
  Toen ik in Parijs was sprak meneer Bautru 2) me soms ook over dergelijke dingen als die je hem aan Vader hebt horen zeggen. Ik weet niet hoe hij het zich herinnerde als hij aan het hof was, in elk geval weet ik wel dat hij vergat mij een diner te geven, in aanwezigheid van verscheidene illustere personen, hoewel hij het me had beloofd, elke keer dat ik hem ontmoette.

  Pascal 3) wacht nog slechts op de kas van het bovengenoemde uurwerk.

  Ik heb de brief verstuurd aan meneer van 's Gravemoer 4) van wie een antwoord in dit pakket zit, waarmee meneer Chièze kan weten of hij zijn opdracht aanneemt of niet.

  Hier is een brief 5) aan meneer de Carcavi, die in het Hôtel de Liancourt woont. Ik neem aan dat je nogal dikwijls enige lakeien stuurt naar onze heren ambassadeurs, die niet ver daar vandaan wonen; anders zijn er wel bodes die men voor 3 of 4 stuivers door de stad stuurt naar waar men wil. Of als je zelf iets te doen hebt in die wijk, zul je me een genoegen doen hem zelf te brengen. Als hij je komt bezoeken, zeg hem dan in elk geval dat ik je al lang geleden heb verzocht hem namens mij te gaan groeten.
Het is een heel nette man, die me voor het eerst kennis liet maken met de hertog van Roannez. Hij is ook de voornaamste correspondent van meneer de Fermat, zodat als je niet binnenkort van meneer Petit de kopie ontvangt van de brief die hij me belooft, ik deze ander erom zal vragen.

  Het laatste nieuws dat ik over Catharina Smits 6) heb vernomen is wat Verbeeck 7) me bracht, te weten dat van het huwelijk, dat veel opzien had gebaard en hier de ouders van Lely 8) had gealarmeerd, niets waar was. Nu is hij dus buiten gevaar hoorntjes opgezet te krijgen door meneer Chièze, van wie je niet moet geloven dat hij voor niets zo nieuwsgierig is naar nieuws van deze schone. Ik herken de sporen van een voormalige vlam*).

Het doet ons veel deugd te zien hoe Vader eervol wordt behandeld aan dit hof. Hij zal heel wat te vertellen hebben bij zijn terugkomst.


2)  Guillaume Bautru ... [1588-1665], tolk voor ambassadeurs ... [Dagboek: 9 dec. '60 ... 5 febr. ...]
3)  Klokkenmaker in Den Haag.     4)  Adam van der Duyn ... [1639-1693] ...
5)  Niet gevonden. [Pierre de Carcavi, in Dagboek vanaf 30 okt. 1660; Roannez: 4 nov.]
6)  Catharina Smitz, dochter van de schilder Caspar Smits, alias Magdalena Smits ...
7)  Gerardus Verbeeck, geb. Den Haag, graveur en later ingenieur in het leger.
8)  Pieter van der Faes, genoemd Lely ... [1618-1680] ... hofschilder van Karel II.
[ *)  Vergilius, Aeneis 4, 23: "Agnosco veteris vestigia flammae".]

[ 34 ]
Dat ballet dat je hebt gezien in het Louvre moet iets pompeus en iets schitterends geweest zijn, en het andere 9) met de machines nog meer. Terwijl wij hier al te geduldig kijken naar de Dido 10) van van der Does 11) en dergelijke dwaasheden.
Als het mogelijk is stuur mij dan de verzen van de Medée 12) die meneer Corneille jou heeft beloofd te laten zien, want ik twijfel er niet aan dat ze al gedrukt zijn, en ik herinner me dat ze heel mooi waren.

  Je zult er goed aan doen de acadenie van meneer de Montmor te bezoeken, over wie ik niet meer hoor spreken, alsof hij dood was. Het ga je goed.


9)  Zie brief N. 962, n.5.
10)  Tragedie ofte ongeluckige liefde van de Koninginne Dido [Door J. van der Does]. Amst. 1662 [1e ed. 1661].
11)  Jacob van der Does [1641-1680].
12)  Medée, Tragédie [P. Corneille]. Paris 1636 [1639].



[ 53 ]
No 977.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

15 februari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 15 Fevrier 1662.  

  Ik zeg meneer Thevenot dank voor het antwoord van pater Maignan 1). Het gaat voornamelijk over de manier om slijpvormen van ijzer te te prepareren op de draaibank, waarmee ik me nauwelijks ooit heb bezig gehouden, maar alleen om ze verder te vervolmaken. Als de genoemde pater ooit mijn methode had geprobeerd met amaril*), denk ik niet dat hij zoveel waarde zou hechten aan de zijne, die veel lastiger is.

  Je hebt dus eindelijk meneer de Duc de Roannez°) ontmoet en van hem de ontvangst gekregen die ik je voorzegd had. Dat maakt me blij als ik zo in je brief nieuws ontvang van mijn oude kennissen en daarom zul je mij aan je verplichten als je nog denkt aan die andere personen die ik je heb genoemd, te weten de heren Auzout, Amprou en de Carcavi.
flesje en bakje in luchtledig Aangaande het luchtledige in mijn flesje waarover je hebt gesproken bij deze eerste bijeenkomst, hier is een experiment #) dat erbij behoort en dat je hem kunt meedelen, zoals ook aan meneer Thevenot en anderen, want het is van belang.
Ik heb je hiervoor die proef gestuurd [<] waarbij de bol A met zijn buis vol water is, terwijl deze buis met zijn onderkant in water steekt. Al het water daalde uit de bol en de buis nadat de lucht uit het vat E was getrokken, totdat het water in het glas CF en dat in de genoemde buis op dezelfde hoogte kwamen.
Dat werd gedaan met vers en nieuw water.
Maar toen ik daarna water gebruikte dat zo'n 24 uur in het luchtledige was geweest, en dat daardoor geheel van lucht gezuiverd was, zodat er geen enkele bel meer in opsteeg, heb ik bevonden dat het helemaal niet wilde dalen, hoeveel moeite ik ook deed om het vat E goed luchtledig te maken, en dit zelfs wanneer de hoogte van AB 2 voet en meer was.
Maar terwijl zo de lucht er uit is en bol A met zijn buis vol water blijft, als het dan gebeurt dat van onderen ook maar het kleinste belletje begint op te stijgen in de buis, en dit komt bij F (wat ik stel op de hoogte van een duim boven het oppervlak van het water BB), breidt het zich plotseling vandaar naar boven uit, terwijl de onderkant ervan steeds bij F blijft, totdat het de hele


1)  Zie brief No. 975 [Thevenot had op 11 dec. beloofd te zullen informeren].
[ *)  In 'Memorien aengaende het slijpen van glasen' (T. 21, 1685-): schuren van koperen schotels.]
[ °)  Dagboek, 12 maart 1661: "die me de proef leerde met de hevel met drie uiteinden".]
[ #)  Zie de beschrijving in T. 17, p. 321 e.v., 27 dec. - 30 jan.]

[ 54 ]
bol A en zijn buis heeft ingenomen, waar het water snel uitloopt tussen de zich uitbreidende bel en de wand van de buis, en het blijft juist staan op de hoogte F waar de bel was begonnen zich uit te breiden.
En als daarna met de kraan de lucht wordt binnengelaten, vult het water opnieuw de hele ruimt die het had verlaten, behalve een klein luchtbelletje dat bovenin bol A te vinden is, ter grootte van een erwt, wat lucht is die uit het water is getrokken, want de bel die opgestegen is was nog niet het 100e deel daarvan, en ook gaat hij weer terug in het water als het zo gedurende 24 uur is achtergelaten.
Het zou te lang zijn je hier te zeggen welk gevolgtrekkingen ik maak uit deze proef, alleen moet je opmerken dat het duidelijk is, volgens de principes vering van de lucht en evenwicht, dat dit beetje lucht dat in het vat E blijft nadat het is leeggepompt, nog zo sterk drukt op het wateroppervlak BB, dat het daardoor al het water van de buis BA hangend houdt, al is het 2 voet hoog en misschien nog veel meer, want ik heb nog niet de mogelijkheid gehad het met langere buizen te proberen.

  Ik heb het nu zo gedaan dat ik een grote fles van de machine kan halen nadat ik deze leeggemaakt heb, en daardoor kan ik dat experiment met planten en zaden doen, en verscheidene andere, waarvan ik je hierna verslag zal uitbrengen. Meneer Thevenot zal het nog druk hebben voordat hij het zijne met de Tinaja [<] heeft gedaan.

  Hier is de kopie van mijn tabel 2) voor de tijdvereffening, en hoe die te gebruiken 3). Je kunt hem meedelen aan de klokkenmaker Martinot 4) en anderen die dat wensen.


2)  Zie Aanhangsel No. 979 [gepubliceerd in Kort onderwys ..., 1665].  [In beeld: analemma.]
[ Op 23 nov. '61: al 5 weken tijdwaarnemingen, 8 maart '62: uurwerk al 4½ maand nauwkeurig.]

3)  Zie Aanhangsel No. 978.     4)  Zie over Martinot brief No. 920, n.3.


[ 55 ]

No 978.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

[1662.]
Aanhangsel I bij No. 977.

Het stuk en de kopie zijn in Leiden, coll. Huygens.

Methode om de volgende Tabel te gebruiken.

  Om deze Tabel te gebruiken moet je kijken hoeveel minuten en seconden er staan aangegeven bij de dag waarop het uurwerk is afgesteld op de zon of op de tijd van de zonnewijzer, en ook hoeveel er zijn op de dag waarop je het verschil daarmee wilt weten. En als er op de eerste dag meer staan dan op de tweede, zal het op het uurwerk later zijn dan op de zonnewijzer, maar als er meer zijn op de laatste dag zal het later zijn op de zonnewijzer dan op het uurwerk, en wel zoveel minuten en seconden als het verschil tussen de twee genoemde vereffeningen.
Bijvoorbeeld, als je het uurwerk hebt afgesteld met de zonnewijzer op 5 maart, op welke dag de Tabel als vereffening geeft 3' 11", en als je wilt weten hoeveel het scheelt op 18 oktober, waarop de vereffening 30' 45" is, moet je de kleinste vereffening aftrekken van de grootste, als volgt:

30'   45"
 3    11
_________

27    34

  Overblijft 27' 34", en zoveel later zal het zijn op de zonnewijzer dan op het uurwerk, omdat de vereffening van de laatste dag die van de eerste overtreft.


[ Hoe de tabel is opgesteld staat in een brief aan Pierre Petit van 25 mei 1662.]


[ 56 ]

No 979.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

[1662.]
Aanhangsel II bij No. 977.

Het stuk en de kopie zijn in Leiden, coll. Huygens.

Tabel van de Tijdvereffening.

_____________________________________________________________________________
      |           |           |           |           |           |
Dies  |   Jan.    |   Febr.   |   Mart.   |    Apr.   |    Maj.   |    Jun.
mensis|           |           |           |           |           |          
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
  1   |  10'  40" |   0'  32" |   2'  15" |  11'  18" |  18'  32" |  18'  10"
  2   |  10   10  |   0   24  |   2   28  |  11   37  |  18   39  |  18    1
  3   |   9   41  |   0   18  |   2   42  |  11   56  |  18   46  |  17   51
  4   |   9   13  |   0   13  |   2   56  |  12   15  |  18   53  |  17   41
  5   |   8   45  |   0    9  |   3   11  |  12   34  |  18   59  |  17   30
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
  6   |   8   17  |   0    6  |   3   26  |  12   53  |  19    4  |  17   19
  7   |   7   50  |   0    3  |   3   41  |  13   12  |  19    9  |  17    8
  8   |   7   23  |   0    1  |   3   56  |  13   31  |  19   14  |  16   57
  9   |   6   58  |   0    0  |   4   12  |  13   49  |  19   18  |  16   46
 10   |   6   34  |   0    0  |   4   29  |  14    6  |  19   22  |  16   35
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 11   |   6   10  |   0    0  |   4   46  |  14   23  |  19   25  |  16   24
 12   |   5   47  |   0    2  |   5    4  |  14   39  |  19   28  |  16   13
 13   |   5   24  |   0    4  |   5   22  |  14   55  |  19   29  |  16    1
 14   |   5    2  |   0    8  |   5   40  |  15   10  |  19   29  |  15   49
 15   |   4   41  |   0   12  |   5   58  |  15   25  |  19   29  |  15   37
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 16   |   4   21  |   0   16  |   6   16  |  15   39  |  19   28  |  15   24
 17   |   4    2  |   0   21  |   6   33  |  15   53  |  19   26  |  15   11
 18   |   3   44  |   0   26  |   6   51  |  16    7  |  19   24  |  14   58
 19   |   3   27  |   0   32  |   7    9  |  16   21  |  19   21  |  14   45
 20   |   3   11  |   0   40  |   7   27  |  16   34  |  19   18  |  14   32
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 21   |   2   55  |   0   48  |   7   45  |  16   47  |  19   15  |  14   19
 22   |   2   39  |   0   57  |   8    3  |  16   59  |  19   11  |  14    6
 23   |   2   23  |   1    6  |   8   22  |  17   11  |  19    7  |  13   53
 24   |   2    7  |   1   16  |   8   41  |  17   22  |  19    2  |  13   40
 25   |   1   52  |   1   26  |   9    1  |  17   33  |  18   57  |  13   27
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 26   |   1   38  |   1   37  |   9   21  |  17   43  |  18   51  |  13   15
 27   |   1   25  |   1   49  |   9   41  |  17   53  |  18   45  |  13    3
 28   |   1   13  |   2    2  |  10    1  |  18    3  |  18   39  |  12   52
 29   |   1    2  |           |  10   21  |  18   13  |  18   33  |  12   41
 30   |   0   51  |           |  10   40  |  18   23  |  18   26  |  12   30
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 31   |   0   41  |           |  10   59  |           |  18   18  |


[ 57 ]
_____________________________________________________________________________
      |           |           |           |           |           |
Dies  |    Jul.   |    Aug.   |   Sept.   |    Oct.   |    Nov.   |    Dec.
mensis|           |           |           |           |           |          
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
  1   |  12'  19" |  10'   4" |  16'  23" |  26'  30" |  31'  55" |  25'  34"
  2   |  12    8  |  10    8  |  16   42  |  26   49  |  31   55  |  25   10
  3   |  11   58  |  10   13  |  17    1  |  27    8  |  31   54  |  24   45
  4   |  11   48  |  10   18  |  17   21  |  27   26  |  31   52  |  24   20
  5   |  11   38  |  10   23  |  17   41  |  27   43  |  31   50  |  23   55
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
  6   |  11   28  |  10   28  |  18    1  |  28    0  |  31   47  |  23   30
  7   |  11   18  |  10   34  |  18   21  |  28   16  |  31   43  |  23    4
  8   |  11    9  |  10   41  |  18   41  |  28   32  |  31   37  |  22   38
  9   |  11    0  |  10   49  |  19    1  |  28   47  |  31   30  |  22   11
 10   |  10   52  |  10   58  |  19   21  |  29    2  |  31   22  |  21   43
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 11   |  10   45  |  11    7  |  19   41  |  29   16  |  31   13  |  21   14
 12   |  10   38  |  11   16  |  20    1  |  29   30  |  31    3  |  20   44
 13   |  10   31  |  11   25  |  20   22  |  29   43  |  30   53  |  20   14
 14   |  10   25  |  11   36  |  20   43  |  29   56  |  30   43  |  19   44
 15   |  10   19  |  11   48  |  21    4  |  30    9  |  30   32  |  19   14
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 16   |  10   13  |  12    1  |  21   25  |  30   22  |  30   20  |  18   44
 17   |  10    7  |  12   14  |  21   47  |  30   34  |  30    8  |  18   14
 18   |  10    2  |  12   28  |  22    9  |  30   45  |  29   55  |  17   44
 19   |   9   58  |  12   42  |  22   31  |  30   55  |  29   40  |  17   14
 20   |   9   54  |  12   57  |  22   52  |  31    4  |  29   23  |  16   44
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 21   |   9   51  |  13   12  |  23   13  |  31   12  |  29    6  |  16   14
 22   |   9   49  |  13   27  |  23   33  |  31   19  |  28   48  |  15   44
 23   |   9   47  |  13   43  |  23   53  |  31   26  |  28   30  |  15   14
 24   |   9   46  |  13   59  |  24   13  |  31   32  |  28   11  |  14   43
 25   |   9   46  |  14   16  |  24   33  |  31   38  |  27   51  |  14   12
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 26   |   9   46  |  14   33  |  24   53  |  31   43  |  27   30  |  13   41
 27   |   9   47  |  14   50  |  25   13  |  31   47  |  27    8  |  13   10
 28   |   9   49  |  15    8  |  25   33  |  31   50  |  26   45  |  12   40
 29   |   9   52  |  15   26  |  25   52  |  31   53  |  26   22  |  12   10
 30   |   9   56  |  15   45  |  26   11  |  31   55  |  25   58  |  11   40
------|-----------|-----------|-----------|-----------|-----------|----------
 31   |  10    0  |  16    4  |           |  31   55  |           |  11   10


[ 11 juli: 10 45, maar in ed. 1665: 10 47.]



[ 63 ]
No 983.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

22 februari 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

22 fevrier 1662.  

  Meneer van 's Gravemoer 1) is mij 5 of 6 dagen geleden het geld komen betalen, te weten 193 pond 15 stuivers.Want volgens onze berekening maakt dat 232 pond 10 stuivers Frans geld, de écus rekenend voor evenveel Ryxdalers.

  Pascal belooft me dat het uurwerk morgen klaar zal zijn, en mijns inziens kan het wel via Brussel gestuurd worden, maar het zal goed zijn eerst te zien hoe het met de boter is gegaan 2). Vraag aan meneer Chièze wat hij wil dat ik doe met de rest van zijn geld nadat het genoemde uurwerk ermee betaald is.
Signora Catherina 3) is hier terug sinds 10 of 12 dagen, en ik ben haar nog niet gaan bezoeken; daaruit moet hij opmaken of ik niet heel verliefd op haar ben.

  Meneer Wicquefort zei me 2 weken geleden dat hij het nieuws vernomen had


1)  Adam van der Duyn. Zie brief No. 967, n.4.
2)  Zie brief No. 962 [en No. 967].
3)  Catharina Smits. Zie brief No. 967, n.6.

[ 64 ]
dat de baal waarin hij mijn boeken [<,>] had gedaan eindelijk uit Parijs was vertrokken; dat zijn koffer met hem mee gekomen was, maar dat hij niet de genoemde boeken erin had kunnen doen. Ik weet niet wat ik ervan moet geloven, maar het gaat in elk geval in tegen de belofte die hij je deed.

  We dineerden gisteren bij tante van Sint Annaland 4), waar tijdens het diner ook meneer van Leeuwen kwam 5), zodat ik uit 3 van jouw brieven 6) die tegelijk open waren uitvoerig alle omstandigheden heb vernomen van wat je mij terloops zegt, aangaande jouw vermaak bij het begin van de vastentijd. Ik betwijfel sterk of datgene wat je zoveel plezier doet geven bij die maskerades en balletbezoeken, niet veeleer het gezelschap is waarin je er naar toe gaat, dan de schoonheid en verscheidenheid van de kleding die je tegenkomt. Van der Honert 7) zal te weten komen wat jij me meldt aangaande zijn plafonds. Belletje 8) zal gegroet worden. Jouw boeken zijn in goede staat.
Meneer Sorbiere geeft mij een plezierige boodschap 9): te informeren hoe het met de familie van zijn schoonvader gaat, al is het misschien wel dat zijn schoonzus 10) wenst dat ik haar ga bezoeken. Als je hem tegenkomt bij meneer de Montmor of elders, zeg hem dan dat ik hem er de volgende keer nieuws over zal melden.

  Met mijn laatste brief 11) heb ik je een vrij belangrijke proef doen toekomen, die je zal hebben laten zien dat mijn werktuig niet helemaal onbenut blijft. En ik zou er nog vlijtiger mee zijn als die mooie dingen me niet teveel tijd zouden kosten.
Ik heb de afgelopen dagen het gewicht van lucht gemeten [>] door middel van de fles die ik van de machine haal nadat de lucht er uit is. Deze bevatte ongeveer 120 en een kwart ons regenwater, en ik heb gevonden dat de lucht die erin kan juist 1/8 ons weegt, nadat ik hem eerst vol lucht had gewogen, en weer nadat deze eruit getrokken was.
Hieruit maak ik op dat de zwaarte van lucht zich verhoudt tot die van water als 1 tot 962, of 1 tot 960, daar ik verschillende keren steeds vrijwel dezelfde verhouding gevonden heb. En aangezien een kubieke voet water 63 van onze ponden weegt*), zoals Snellius heeft onderzocht, volgt eruit dat de kubieke voet lucht 1 en 1/20 ons weegt. Daarmee kun je gemakkelijk berekenen hoeveel gewicht aan lucht er is in een kamer waarvan je de afmetingen kent, zoals er hier in de mijne ongeveer 184 pond lucht moet zijn°). Meneer Boyle heeft dit onderzoek niet zo precies gedaan, en niet op dezelfde manier, hoewel toch de verhouding die hij geeft van 1 tot 938 vrij goed overeenstemt met de mijne.


4)  Geertruid Huygens [1599-1680], getrouwd met Philips Doublet sr [1590-1660]. Zie brief No. 197, n.6. [Portret in 'De briefwisseling van Constantijn Huygens: schrijvende zussen'.]
5)  Zie brief No. 237, n.1 [en No. 919].     6)  Geen van deze drie brieven is bekend.
7)  J. van den Honert. zie brief No. 803, n.21.     8)  Waarschijnlijk Isabella van Aerssen.
9)  Zie brief No. 980.     10)  Mademoiselle Renaud, die in Den Haag woonde.
11)  Zie brief No. 977.
[ *)  Volgens Stevin: 65 pond voor "een Delfsche voet Delfs water" (<).  De meting van Snellius wordt besproken in: Liesbeth de Wreede, Willebrord Snellius..., h. 3, p. 120-123.]
[ °)  Ca. 90 kg lucht heeft een volume van zo'n 70 m3 (bij dichtheid 1,3 kg/m3), bv. 5 m x 5 m x 2,8 m. Maar Huygens geeft een dichtheid van 1,04 kg/m3, dus zijn kamer was wel wat groter.]

[ 65 ]
  Pascal liet me zojuist het uurwerk van meneer Chièze zien, dat heel goed is en netjes bewerkt, en ik had er niets op aan te merken behalve op de bel die niet zo helder was als ik wilde, en daarom laat ik hem deze vervangen.



[ 68 ]
No 986.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

28 februari [of 1 maart] 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 29 Fevr. 1662 1).  

  Ik zou willen dat je niet zo vaak naar een bal ging en dat mijn brieven naar behoren werden afgeleverd. Meneer de Carcavi zal verbaasd zijn waarom ik hem geen antwoord stuur, en je had hem zijn brief 2) kunnen laten brengen zonder er zelf heen te gaan. Je hebt eindelijk gezien dat je er een verkoudheid kunt oplopen, en als de jouwe je evenzo behandelt als de mijne mij heeft behandeld, zal die de genoegens die je pas hebt gesmaakt een beetje beknotten. Maar ik wens je meer geluk, en dat de resten van verkoudheid jou niet zo aanpakken als mij, want ze veroorzaakten een gemene ontsteking op mijn neus, zodat ik er lachwekkend uitzag gedurende 6 dagen, en gedwongen was in huis te blijven. Vandaag begint het over te gaan, en mijn neus begint weer zijn gewone vorm aan te nemen die je kent.

  Meneer Frenicle klaagt over de Engelsen, zoals ook meneer Chapelain 3) me schrijft, en zij klagen nog meer over hem, zodat het schijnt dat er een bloedige oorlog uit zal voortkomen; ik heb helemaal geen zin om me daar in te mengen, maar ik zal neutraal zijn.

  Dring er alsjeblieft op aan bij meneer Petit om de brief van meneer Fermat 4) te krijgen. Als hij me heeft geschreven over de manier om slingeruurwerken op zee te brengen, is zijn brief 5) kwijt geraakt; want ik heb sinds kort niets van zijn kant ontvangen. De gedachte van mijn Vader over dit onderwerp, die hij me heeft gestuurd 6), is inderdaad goed en dezelfde als ik al lange tijd heb, te weten het uurwerk op te hangen onderaan een grote en zware slinger, maar er is nog iets anders nodig om het te vrijwaren van schokken omhoog en omlaag, waarvoor ik nu ook een uitvinding meen te hebben.

  Mevrouw du Portail 7) is een eerbiedwaardige dame met gezag in alle opzichten, en ik verbaas me erover dat je vergeten bent wat ik je heb gezegd bij je vertrek. Er was geen karos toen ik er was, en ik ben zelfs niet te weten gekomen of hij er eerder een heeft gehad.


1)  Hier heeft Huygens zich in de datum vergist; 28 februari lijkt waarschijnlijker dan 1 maart.
2)  Deze brief is niet gevonden.     3)  Zie brief No. 982.     4)  Zie brief No. 989 [n.8].
5)  Deze brief is niet gevonden.     6)  Deze brief is niet gevonden.
7)  Misschien is in de brief van Lodewijk deze naam gegeven aan mevrouw Petit.

[ 69 ]
De lieve Marianne 8) leidt nog hetzelfde leven als toen, naar wat ik zie, ik bedoel dat ze bedienden naloopt en aanmerkingen maakt en dat ze de leiding heeft over het hele huis. Het was allergenoeglijkst haar te horen wanneer ze die jongetjes ondervroeg die hun dienst kwamen aanbieden als loopjongen*); en wanneer ze Louison commandeerde te laten zien hoe zijn enz.

  Die proeven van meneer Rohault zijn vooral mooi omdat zijn magneetsteen heel uitstekend is, ik zou willen dat jij en Vader hem zouden zien; anders weet ik niet dat hij me iets buitengewoons heeft laten zien.

  Meneer de Brienne junior 9) leek mij, toen ik hem de afgelopen winter zag, een heel middelmatig iemand, zodat ik geloof dat er heel wat makkelijker en duidelijker dingen zijn dan mijn verhandeling over de kwadratuur van de cirkel 10), die de goede heer niet begrijpt. Het ga je goed


8)  Marianne Petit. Zie brief No. 878, n.1.
[ *)  Fr.: "en qualité de Basque". CNRTL (2, Étym. et Hist.): "laquais utilisé comme coursier".]
9)  Henri Louis de Loménie, comte de Brienne ... [1635-1698] ... reisde veel, trouwde in 1656 ... werd staatssecretaris. In 1663, na de dood van zijn vrouw, trok hij zich terug ...
10)  Zie het werk van brief No. 191, n.1.



[ 71 ]
No 988.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

8 maart 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 8 Mars 1662.  

  Ik bedank je voor het bezorgen van mijn brieven en de op mijn verzoek gemaakte tochten. Daartegenover zullen wij zorg dragen voor jouw aanbevelingen door de pelgrims 1) die onderweg zijn goed te ontvangen, waartoe ook de orders van Vader ons verplichten.

  Meneer Petit verbaast zich er misschien over dat de getallen van mijn tabel van de vereffening 2) verschillend zijn van die welke hij vindt in enige andere, maar hij moet weten dat dit verschillend zijn niet belet dat het effect ervan geheel hetzelfde is, en dat ik van de mijne nog verscheidene andere zou kunnen maken die de getallen geheel anders zouden hebben, en die toch tot hetzelfde zouden dienen.
Laat hij dus beproeven of het effect van zijn andere tabellen, als hij ze gebruikt volgens de regels die de ontwerpers voorschrijven, overeenkomt met dat van de mijne. En als dit niet gebeurt kan ik hem verzekeren dat ze niet op een goede grondslag zijn berekend, want ik voor mij heb niet alleen het bewijs, maar ook de ondervinding: de gang van mijn uurwerk dat blijft lopen sedert 4½ maand, die nauwkeurig de berekening van mijn tabel bevestigt.

Je hebt heel wat moeite gedaan om voor mij de lange brief van meneer de Fermat 3) te kopiëren, en ik ben je ervoor verplicht, omdat ik nu mijn nieuwsgierigheid tevreden gesteld heb; hoewel ik nauwelijks voldoening vind in zijn theorie. Hij veronderstelt heel wat dingen betreffende de aard van het licht en die van doorzichtige lichamen, waarover hij geen zekerheid heeft; en dan nog dat erbarmelijke axioma, dat de natuur altijd langs de kortste weg werkt, waarmee ik nooit enige waarheid goed bewezen heb gezien. Om hem dus in overeenstemming te brengen met meneer Descartes zou ik zeggen dat noch de een, noch de ander het basistheorema van de breking heeft bewezen, en dat het alleen de ondervinding is die ons er zeker van maakt.

  Welke mening meneer Petit ook heeft over de kunde van meneer de hertog van Roannez op het gebied van de mechanica, ik verzeker je dat deze er meer van weet dan de eerste, en zie maar eens, als je hem een van mijn laatste experimenten meedeelt, of hij niet subtieler redeneert dan de ander.

  Ik verlang ernaar de heer Chièze te zien, die ons in het kort de geschiedenis zal weten te vertellen van al jouw tijdverdrijf en maskerades van Parijs. Zijn uurwerk is sinds 4 dagen bij mij, en leert correct te lopen vergeleken met het mijne, dat het kan,


1)  Chieze, Buysero en Amato. Zie brief No. 996.
2)  Zie de Tabel in No. 979 [hierboven].     3)  Zie Aanhangsel No. 990.

[ 72 ]
onverbeterlijk. Dat uurwerk dat ik heb laten maken voor het plan van de lengtebepaling is over 8 of 10 dagen klaar. Het ga je goed.

  Waardoor komt het dat ik je tot dusver geen vermelding heb horen maken van meneer Abbé Charles 4). Ik denk je te hebben ingelicht over waar hij woont, te weten tegenover het Louvre en de wijk waar meneer de kardinaal woonde. Maar ik heb enige twijfel dat hij misschien zal verblijven op de plaats van zijn beneficie 5) waarheen hij een reis was gaan maken, want hij zou er zeker niet zo lange tijd onbekend mee geweest zijn dat Vader in Parijs is en hij zou hem zijn gaan opzoeken. Het is de beste en eerlijkste man die ik ooit gezien heb, en ik houd helemaal van hem. Bericht me derhalve nieuws van hem, als je iets weet.


4)  Charles de Bryas ... [het gaat om een andere Abbé Charles, zie DSB (Auzout) en voor zijn horoscoop zier hier bij T. 22, 536 n.67].
5Douai, waar hij toen prior van het klooster was [onjuist (hij was Benedictijn geweest), zie n.4.]



[ 91 ]
No 996.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

15 maart 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 15 mars 1662.  

  De heer Chaise [Chièze] is ons gisteren komen bezoeken, hij was pas de dag ervoor aangekomen, en hij vertelde ons hoe hij ongelukkigerwijze 3 dagen op de boot naar Antwerpen was gebleven, nadat hij in 2½ dag van Parijs naar Brussel was gegaan. We ondervroegen hem een uur lang over alles, waarna hij wegging om meneer Buysero op te zoeken, en ik heb hem sindsdien niet meer gezien, maar ik geloof dat hij vandaag evenals wij zal dineren bij mijn tante van St. Annaland 1) waar hij ons de rest zal zeggen en zeker buitengewoon veel vragen zal krijgen.
De jonge Buysero 2) en meneer Amato 3) zijn in Brussel gebleven om op hun bagage te wachten. De heer van Zeelhem 4) verwacht hen met ongeduld.


1)  Geertruid Huygens. Zie brief No. 197, n.6.
2)  Adriaan Buysero [>], zoon van Laurentius Buysero (zie brief No. 97, n.1) overleed op 28 aug. 1680. Hij was secretaris van prins Willem III.
3)  Vincenzo Amato werd in 1629 op Sicilië geboren. Hij was musicus.
4)  Constantijn Huygens junior.

[ 92 ]
  Ik heb wel voorzien dat mijn kijker [<,>] in beslag genomen zou worden als hij in het Louvre zou komen*), en nu beeld ik me in dat ik van deze evenveel profijt zal hebben als van de twee andere, die ik gegeven heb aan de koning van Engeland en aan zijne Churfürstliche Durchleuchtichkeyt van Brandenburg 5). In elk geval zou een gouden ketting omgezet in ducaten mij zeer welkom zijn in mijn huidige financiële toestand.

  Ik zal de volgende keer antwoord 6) geven aan meneer Petit op wat hij vraagt 7) over de rekenmethode van mijn tabel. Die karos die je acher zijn poort hebt gezien was er in mijn tijd niet, wat me doet geloven dat het een huurrijtuig is dat ze er neergezet hebben en dat ze nooit die paarden hebben gehad waarvan de schone zei dat ze mank zijn, en ik verzeker je dat ik wel gelachen heb toen ik aan die mooie vondst dacht.

  Vossius heeft me gezegd dat in Amsterdam het Chinese verhaal 8) wordt gekopieerd met de figuren, op last van meneer van B. 9) en het is niet zo dat hij er van zijn kant niets aan zou hebben bijgedragen; zodat meneer van B. op niemand jaloers behoeft te zijn, want alleen aan hem zal meneer Thevenot het helemaal te danken hebben.

  In het dikke pakket van prins Leopold was bij zijn brief 10) een boek 11) dat Eustachio Divini en pater Fabri, Jezuïet, hebben laten drukken als repliek op het antwoord dat ik hun gezonden had.
Het is nu een jaar geleden dat dit boek in het licht gegegeven is, en 9 maanden dat de prins het pakket aan mij heeft geadresseerd, wat me zeer ontstemt, en ik zal niet nalaten te schrijven 12) aan zijne hoogheid, opdat hij er een andere keer beter voor zorgt. Overigens ben ik van plan aan deze zelfde prins mijn opmerkingen over het genoemde boek te schrijven in een brief, die hij zal laten drukken als hij het passend vindt, of alleen een kopie geven aan mijn partij en aan de academici ervan.

  Ik heb ook onvangen, na lang wachten 13), een boek met Latijnse gedichten 14) van pater Mambrun, dat meneer de Montmor me heeft gegeven, aan wie het is opgedragen. Als je bij hem komt verzoek ik je het hem te laten weten en dat ik er hem over zal schrijven 15) na het te hebben bekeken, om hem dank te zeggen, en tegelijk mijn mening erover te zeggen voorzover ik er toe in staat ben. Heeft Vader dit boek niet gezeien, en wat vindt hij ervan?

  Het goede nieuws over de onderhandeling maakt me heel blij. Het ga je goed.


[ *)  Gedicht van Const. Huygens, 8 maart 1662: 'SUR UNE LUNETTE', Op een verrekijker.]
5)  Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg; zie brief No. 126, n.1.
6)  Zie brief No. 1014 [bij n.5].     7)  No. 989.
8)  Zie brief No. 952 [hierboven, p. 7; en No. 962].
9)  Koenraad van Beuningen. Zie brief No. 962.     10)  Brief No. 862.
11)  Het werk van brief No. 862, n.1 [Pro sua annotatione ..., 1661].
12)  Deze brief is niet gevonden.     13)  Zie No. 908 en 930.
14)  Zie No. 908, n.11 [1661].     15)  Deze brief is niet gevonden.

[ 93 ]
  Ik heb er niet zoveel haast mee te schrijven aan meneer de Montmor, omdat hij me niet heeft geantwoord op de brief 16) die je naar hem hebt gebracht.

  Ik zeg je niets over het duel van neef Dorp 17) met de kleine Taillefer 18) om zwager Moggershil 19) niet het gras voor de voeten weg te maaien.


16)  Zie brief No. 904.
17)  Lodewijk Wolphard van Dorp ... geb. 1631. Hij trouwde met Adriana van Rossum.
18)  De zoon van Louis Taillefer de Mariacq en Petronella van Oldenbarneveld.
19)  Huygens heeft het over zijn zwager Philips Doublet.


[ 96 ]
No 998.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

22 maart 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 22 mars 1662.  

  Gisteren kwam de heer Chièze mij bezoeken, aan wie ik een deel van jouw brief 1) meedeelde en in het bijzonder wat hij moest weten van jouw kant en van die van de mooie Mar e. 2). Hij zegt dat hij je hier uitvoerig heeft geschreven, en twijfelt er niet aan dat jouw woede al bedaard zal zijn, als je tenminste zijn brief hebt ontvangen.
De bijzonderheden van het huishouden van de genoemde onvergelijkelijke schone hebben me heel blij gemaakt, en ik moet bekennen dat het origineel is. Ik kon in je kamer niet het paneeltje vinden dat je voor haar hebt bestemd, misschien heb je het ergens ingesloten.
Vader belooft me 3) dat hij mij zijn uitvinding van de Kandelaars 4) zal meedelen, en ik wil heel graag die verhandeling met figuren zien, die je noemt. Hij is ook zo goed geweest me te melden wat er was gebeurd bij meneer de Montmor, toen mijn laatste experimenten er besproken werden, waarbij het me niet verbaast als deze heren zich niet in staat voelden de ware oorzaken ervan te zeggen, want die zijn helemaal niet duidelijk; ik heb mezelf er tenminste nog niet over tevreden kunnen stellen.
Ik zal je evenwel mijn redeneringen uiteenzetten 5) tot zover als ze gaan; maar niet deze keer, omdat ik me van elke hersenoefening moet onthouden. Een derdedaags koortsje is me 3 keer komen bezoeken en deze laatste keer was zijn bezoek langer en ergerlijker dan de 2 andere keren, naar ik geloof doordat ik gisteren een medicijn heb genomen. Men laat me hopen dat het over zal zijn met 6 of 7 aanvallen*), en ik wil het geloven omdat het begin niet die hevigheid had die ik 9 jaar geleden voelde bij een dergelijke koorts. Je moet er niets over zeggen tegen Vader, omdat dit hem misschien bezorgd zou maken.

Het uurwerk dat ik heb laten maken is nog niet klaar, maar het scheelt weinig.
Jouw 2 kisten verschijnen nog niet, misschien zullen de 2 pelgrims 6) ze meebrengen, we verwachten hen nu elke dag. Maar het is een schande van dat het pakket 7) van Wicquefort, dat er veel weg van heeft nooit te zullen aankomen. Ik weet niet wat ik ervan moet zeggen.
  Nunquam si credis amavi hunc hominem.°)


1)  Brieven van Lodewijk van deze tijd zijn niet gevonden.     2)  Marianne Petit.
3)  Deze brief is niet gevonden.     4)  Zie Aanhangsel No. 1002.
5)  Zie brief No. 999.     6)  Buysero junior en Amato [zie No. 996, n.2, n.3].
7)  Zie de brieven No. 930, 954, 962, 982.
[ *)  Het bleef inderdaad bij 7 aanvallen, zie No. 1022 aan Moray, 9 juni.]
[ °)  Juvenalis, Satyrae X, 68-69: "nunquam, si quid mihi credis, amavi hunc hominem", nooit heb ik, als je iets van mij gelooft, van deze man gehouden.]


[ 97 ]
No 999.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

29 maart 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 29 mars 1662.  

  Als ik het minste vermoeden had dat ik me vergist kon hebben in de experimenten 1) waarover je het hebt, te weten die waarbij het water van het flesje dat in het luchtledige is op zijn plaats blijft zonder te dalen [<], zou ik ze gaan overdoen om erdoor aan die heren elke reden te ontnemen eraan te twijfelen, want dat kost me geen moeite. Maar ik denk dat het voldoende is als ik hun verzeker dat ik ze herhaald heb, niet 3 of 4 keer, maar meer dan 30. Ik hoop dus dat meneer van B. 2) en degenen die het met hem eens zijn zo vriendelijk willen zijn, een subtiele reden te bedenken om deze waarnemingen uit te leggen, in plaats van ze verdacht te maken.

  Wat mij betreft, als ik op de bijeenkomst bij meneer de Montmor geweest was toen men deze stof besprak, zou ik in hoofdzaak het volgende hebben gezegd.
hangend water in buis onder stolp
UB Leiden, HUG 45
 
Ten eerste voor wat betreft het blijven hangen van het water in de bol en buis AD: dat het de kleine hoeveelheid lucht is, die in het vat S blijft na het leegmaken, die nog genoeg kracht heeft om met zijn vering het gewicht van het water AD in balans te houden, en dat het daarom niet daalt. Maar als hetzelfde zou gebeuren wanneer de hoogte AD 4 of 8 voet was, en meer, als bij die van 2 voet, dan zou ik geloven dat er een ander principe gezocht moet worden dan dat van de genoemde vering van lucht.

  Dat bij de uitzetting van het belletje D, dat van beneden opstijgend daarna de hele ruimte AD vult (behalve de halve duim DE), drie dingen zijn te overwegen: zijn grote omvang; de plaats waar de uitzetting plotseling begint; en dat men opmerkt dat het onderste gedeelte van deze uitzettende bel op deze plaats vastgehecht blijft; terwijl andere bellen die groter worden bij het stijgen, in hun geheel stijgen.
Dat het zeker is, wat betreft de grote uitzetting van het uiterst kleine belletje, dat het niet alleen is de lucht die erin zit die uitzet, maar vooral die welke zich erbij voegt en die niet anders dan uit het water kan komen. Want wanneer men via de kraan lucht binnen laat, die het water weer doet stijgen tot bij A, vindt men dat er een luchtbel blijft zo groot als hennepzaad [chenevis], meer dan 100 keer zo groot als het belletje D dat opgestegen was, waaruit duidelijk is dat de lucht zoveel is vermeerderd, en het schijnt dat het water dit moet hebben


1)  Zie over deze experimenten brief No. 977.
2)  K. van Beuningen (zie brief No. 743, n.4); zie brief No. 1009.

[ 98 ]
geleverd omdat die bel, daar ongeveer 24 uur achtergelaten, in het water terugkeert en verdwijnt [>].

  Men kan hier ook opmerken de vreemde kracht van vering van de lucht, want terwijl deze bel ter grootte van een hennepzaad nog geen duizendste deel is van de inhoud van bol A, is duidelijk dat dit beetje lucht, uitgebreid over de hele genoemde bol en zijn hals, nog even sterk of nog sterker drukte op het wateroppervlak in E, als het water dat eerder in AE zat tot een hoogte van 2 voet, omdat men ziet dat de kracht van de lucht die in S is gebleven, die het water in AE hangend hield en misschien meer hangend had kunnen houden, in balans blijft met de vering van de lucht in AE; zodat die kracht het water niet hoger kan doen stijgen dan tot bij E.

  Betreffende de plaats waar de uitzetting van de bel begint, zou ik zeggen, dat het zo moet zijn dat een bel die in het water zit, en waarop slechts een bepaalde kleine kracht drukt, dan nog andere lucht begint te verzamelen van die welke in water verborgen is of waarin water omgezet zou kunnen worden; en dat zo het belletje, gekomen tot een zekere hoogte E (die groter is of kleiner naarmate er weinig of veel lucht van S is weggehaald), zich dan vergroot door het erbijkomen van lucht uit water. Waarbij ik me toch verwonder over dat zo plotselinge begin, en zo precies op de plek waar het oppervlak van het water zal blijven nadat het is gezakt.

  Tenslotte, voor wat aangaat de vasthechting van het onderste gedeelte van de bel op deze zelfde plek, zou ik bekennen dat ik niet goed begrijp waarom al het water, dat daalt uit de bol A en zijn hals, zich juist onder het oppervlak E gaat zetten, zonder dit ooit te hoger laten komen. Maar dat ik geloof dat de geringe wijdte van de buis bijdraagt aan dit effect, en dat ik denk dat als die even wijd zou zijn als bol A, men de hele bel zou zien stijgen als een bolvormige, hoewel plotseling groter geworden op de plaats E, waar het wateroppervlak even later kwam te staan.
Dit zou moeten worden beproefd en vooral wat zou gebeuren met buizen langer dan 4 of 8 voet, maar nu heb ik noch de tijd noch de glazen die dat zou vereisen.

  Eustachio Divini spant zich in zijn laatste boekje 3) vooral in om te bewijzen dat hij met zijn kijkers de satelliet van Saturnus kan zien, en daarvoor voert hij aan het getuigenis van van verscheidene personen, onder anderen meneer de Monconys 4). Hij zag dat, als men het tegendeel zou geloven, zijn kijkers alle waardering verloren zouden hebben en hij zijn winst. Overigens getuigt hij er heel boos over te zijn dat ik hem "Vitrarius artifex' 5) heb genoemd en hij zegt het op elke bladzijde weer, en om zich te wreken geeft hij mij verscheidene mooie titels 6), ironisch. Maar het grootste gedeelte komt, zoals de


3)  Het werk van brief No. 862, n.1 [Pro sua Annotatione ..., Rome 1661; zie ook p. 92 hierboven].
4)  Zie brief No. 765, n.8.     5)  [Ned.: glazenmaker.]  Zie Brevis Assertio, p. 12.
6)  Divini noemt Chr. Huygens in Pro sua annotatione, p. 3: "Astronomorum hujus temporis facilè Principem & Opticorum Coryphaeum" [eerste en uitblinker van de sterrenkundigen van deze tijd].

[ 99 ]
eerste keer, van pater Fabri, die na zich nogal slecht te hebben verdedigd tegen wat ik hem had tegengeworpen over zijn onwetendheid van sterrenkunde en optica, aan het eind toevoegt de hele verklaring van zijn grappige Systeem van Saturnus met heel veel figuren.
6 maantjes achter Saturnus
Divini 1661
 
Hij laat achter de bol van deze planeet 4 lichtende en 2 donkere ballen draaien, van verschillende grootte, om de fasen van zijn hengsels te verklaren. Maar de perioden van deze bollen geeft hij niet, en wat verbazend is, hij laat ze niet in cirkels draaien, maar in plaats van elke cirkel zet hij twee parabolen zo: 2 parabolen, gespiegeld
en hij houdt vol dat de planeten rondom Jupiter langs dergelijke vormen lopen, en dat ze ook altijd achter dit hemellichaam blijven, het zijn belachelijke hersenschimmen. Hij vertrouwt er dan ook niet sterk op, maar naar hij zegt hoopt hij "zeer en van harte" dat mijn Systeem het werkelijke kan zijn, en tenslotte verzekert hij me dat hij veel achting heeft voor mij.

  Meneer Amato 7) en zijn begeleider Chieze kwamen me eergisteren bezoeken, maar aangezien restjes van mijn ziekte me nog niet hebben toegestaan uit te gaan, hoewel de koorts weg is, heb ik hem tot dusver geen tegenbezoek kunnen brengen. Broer van Zeelhem 8), die hem verscheidene keren heeft opgezocht zonder hem te vinden, ontmoette hem gisteren bij tante van St. Annaland. Het is een goede jongen, zoals je zegt, die nog een beetje onnozel lijkt. Morgen of overmorgen zijn we plan hun een diner aan te bieden en aan vader en zoon Buysero 9), zoals Vader me heeft opgedragen, Mijn ziekte komt slecht van pas bij deze gelegenheid.

  Meneer Sorbiere bewijst me helemaal geen dienst met het tonen van de brief 10), die ik hem heb geschreven, bij meneer de Montmor, aan wie die zal kunnen mishagen.

  Als meneer de Fermat en meneer Petit mij waren komen bezoeken zou ik er heel blij mee zijn geweest, en ik vind het jammer dat die reis niet is geslaagd.

  Wat betreft die heren 11) op het Eiland, daaraan heb je ruim voldaan en ze moeten ook op hun beurt jou eens komen opzoeken. Het sluiten van ons verdrag 12) is zeker een belangrijke zaak waaraan men hier al gewanhoopt had, men was vastbesloten de ambassadeurs terug te roepen.

  Vader vraagt me om een verrekijker met spiegel voor meneer de maarschalk van Gramont13), maar slechts van 8 of 10 duim, wat niets waard kan zijn


7)  Zie brief No. 996, n.3 [hierboven].     8)  Constantijn Huygens junior.
9)  Zie over Laurentius Buysero brief No. 97, n.1 en over zijn zoon Adriaan Buysero No. 996, n.2.
10)  Deze brief is niet gevonden. Waarschijnlijk antwoord op No. 980.
11Auzout en Ampiou [Benjamin Amprou], die beiden woonden op Isle Notre Dame. Zie No. 962 [p. 23 hierboven].
12)  Het verdrag met Lodewijk XIV, vooral over handel en visserij, van 27 april 1662.
13)  Antoine, eerst graaf van Guiche, toen hertog van Gramont ... maarschalk ... [1604-1678].

[ 100 ]
zoals ik weet uit een proef die ik vroeger ermee gedaan heb. Ik verzoek je hem dus te zeggen dat ik, om geen nutteloos werk te doen, er een van ongeveer 18 duim zal maken, die toch in de zak gedragen kan worden door hem in te schuiven en er 3 delen van te maken. Een kijker van 8 duim zou objecten niet méér vergroten dan zijn kleine zwarte en zou ook nauwelijks meer objecten tegelijk tonen, en zou bovendien ongemakkelijk zijn vast te houden; want het is noodzakelijk dat deze kijkers van voren ondersteund worden om niet een waggelend beeld te krijgen. En dit overwegend geloof ik dat het nog beter zou zijn hem zo groot te maken als die van de koning.
Maar aangezien hij een zakformaat moet hebben zal ik deze matige lengte proberen zoals ik zei. Ik zit nu echter zonder stalen spiegel [<,>], althans een die goed is, en dat is iets dat niet met geld te krijgen is. Vraag aan meneer Petit of hij niet een stukje heeft, dan wel of hij weet waar ze te krijgen zijn. Je kunt me ze makkelijk doen toekomen in een brief.
  Het ga je goed.



[ 102 ]
No 1001.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

5 april 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 5 avril 1662.  

  Nu is er nog een andere bestelling die vader bij me doet: voor hem een toverlantaarn*) [>] klaar te maken met enkele verschillende plaatjes om ze weer te geven. Ik heb geen ander antwoord dan dat ik zal doen wat hij wenst, en zo gezwind als me mogelijk is; maar aan jou wil ik wel bekennen dat deze bestellingen me zeer in ongelegenheid brengen, en dat ieder ander dan vader me dergelijke dingen tevergeefs zou vragen. Je zou niet kunnen geloven met hoeveel moeite ik me bezig houd met zulke kleinigheden die al heel oud voor me zijn, en bovendien schaam ik me ervoor dat men daardoor weet dat ze van mij komen. Men is welwillend genoeg om te doen alsof men ze bewondert, maar daarna zal men er de spot mee drijven en niet zonder reden. Bespaar me alsjeblieft voortaan zo mogelijk dergelijke klusjes.

  Ik heb nog niet de beschrijving van de kandelaartjes1) gezien die mijn


[ *)  Zie de tekening uit 1694 in T. 13, p. 786. Eerste bestelling: kijker, zie p. 99, eind.]
1)  Zie App. No. 1002 [p. 104-7 (Const. H. aan C. van Aerssen, 10 maart 1662, met figuren), ontwerp: Constantijn Huygens sr].

[ 103 ]
broer 2) voordat hij ze mij liet zien naar meneer Somerdijck 3) is gaan brengen. Toch begrijp ik ongeveer uit de tekening die hij daarvan voor me heeft gemaakt, wat de bijzonderheid van de uitvinding is.

  Wat is dat ovale glas, of waarvoor dient het, dat je zegt te hebben gevonden bij abbé Charles 4)? Want ik herinner me niet het te hebben gezien.

  Ik zal zien wat ik kan doen met Wicquefort 5) of via zijn broer 6) of door hem zelf te gaan bezoeken, zoals ik al een keer heb gedaan.

  Je Sire Amato [<] vermaakt zich hier vrij goed, zonder dat hij het nodig heeft dat wij er veel aan bijdragen, of zelfs kunnen bijdragen, omdat hij voortdurend bezig is met dobbelen of 'verkeer' 7) met de jonge mensen hier, en omdat dit zijn overheersende passie is, vallen we hem lastig wanneer we hem daarbij op welke manier dan ook in de weg staan. Zwager Moggershil 8) heeft hem vorige week onthaald met vis, zoals hij je ongetwijfeld zal laten weten, terwijl wij ons feestmaal hebben uitgesteld tot na Pasen, aangezien hij toch nog niet van plan is zo gauw te vertrekken.

  Meneer van Maesdam 9) is gevaarlijk ziek, wat broer van Zeelhem erover doet denken opnieuw zijn sollicitatie 10) in te dienen en op het ogenblik is hij neef Dedel 11) gaan opzoeken in zijn buitenhuis.
Ik heb gezien wat voor nieuws je meldt aan onze zwager 8).


2)  Constantijn Huygens jr.
3)  Cornelis van Aerssen ... [1600-1662] ... heer van Sommelsdijk ... [Ad Leerintveld, 'Constantijn Huygens en de bibliotheek van Van Aerssen van Sommelsdijck', 2020.]
4)  Zie brief No. 988, n.4 [een ander volgens horoscoop van Boulliau, zie T. 22, p. 536, n.67].
5)  Zie over Joachim van Wicquefort brief No. 829, n.16.
6Abraham van Wicquefort ... [1598-1682] ... student filosofie in Leiden ... geheime correspondenties ... gevangen gezet ... hisoriograaf van de Verenigde Provinciën.
7)  Het spel 'tric trac' of triktrak.
8)  Philips Doublet, echtgenoot van Susanna Huygens.
9)  Frederik van Dorp (zie No. 267, n.3) was toen lid van de Raad van Holland ...
10)  Constantyn Huygens jr. had graag in de Raad van Holland gewild.
11)  Johan Dedel ... [1588-1665] ... president van de Raad van Holland sinds 1653.

[ 104 ]
Aan meneer Petit antwoord ik nog niet omdat ik me van alle wiskundige overdenking wil onthouden totdat ik me helemaal goed voel. Het ga je goed.



[ 109 ]
No 1004.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

12 april 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 12 avril 1662.  

  Bij het voordragen van mijn laatste redeneringen 1) moet je niet nalaten eraan toe te voegen dat ik er zelf niet erg tevreden over ben, en dat ik nog steeds twijfel of er in deze stof niet een ander principe te overwegen is behalve die van zwaarte en veerkracht van lucht; ik heb geprobeerd de gegeven verschijnselen alleen daarmee te verklaren.

  Nu men een nieuw omhulsel aan mijn kijker [<] heeft gegeven zou ik willen dat men aan mij stuurde wat hij heeft afgestaan, omdat het daar zonder nut blijft; dit zou kunnen via Brussel of via Rouen.


1)  Zie brief No. 999.

[ 110 ]
De glazen voor de lantaarn [<,>] en voor de kijker van meneer de maarschalk van Gramont 2) zijn al klaar en zullen weldra ingezet worden, maar ik zit omhoog met het spiegeltje [<,>], want datgene dat je me gestuurd hebt is een stuk van een holle spiegel en daarom ongeschikt, en ik ben bang dat de gepolijste die je me belooft het eveneens zijn. Het is zelfs zo dun dat ik er niet een plat oppervlak aan zou kunnen geven; overigens is de stof heel goed en blank.

  Hoe kunnen die uurwerken van Thuret 3) gemaakt zijn, waarvoor Vader in ruil voor het zijne nog 10 of 12 goudstukken erbij zou geven? Als we de vorm kenden zou die onze meesters hier iets kunnen leren.

  Ik zou je nog vragen om de beschrijving van de karossen [>] van de nieuwe vorm, als ik niet geloofde dat zwager Moggershill me al voor geweest is. Meneer Amato zegt er veel goeds van, maar het lijkt me dat hij er niets van weet dan van horen zeggen. We geven hun vandaag een diner en we hebben verder gevraagd (behalve Signor Chièze en Buysero) Gleser*), van Leeuwen [<] en Armainvilliers [<], om het festijn achtenswaardiger te maken. Meester Jaques 4) heeft er de leiding van, waarvan echter niet nodig is dat je iets tegen Vader zegt.

  Ik heb gelezen en zelfs meegenomen die brieven die je noemt van meneer Petit en du Hamel 5). Wat betreft die van meneer Fermat 6): neem niet de moeite die te laten kopiëren tenzij meneer Petit gelooft dat hij het verdient.

  Meneer van Maesdam herstelt van zijn ziekte 7).

  Je zult me een groot genoegen doen me iets te berichten over de intriges van P.°). Dat zal onder ons blijven, ik beloof het je. Het ga je goed.


2)  Zie brief No. 999, n.13.
3)  Thuret was een bekwaam klokkenmaker en werktuigkundige te Parijs, die later [1675] ruzie kreeg met Chr. Huygens over een octrooi dat deze aanvroeg voor zijn nieuwe uurwerken.
[ *)  Zie T. 3, p. 219, n.2: Daniel Gleser, kapitein van de lijfwachten van de Staten-Generaal.]
4)  De kok die vader Constantijn in dienst had. Zie brief No. 744 [n.15].
5)  Jean Baptiste Duhamel ... [1624-1706] ... in 1636 secretaris van de Academie des Sciences ...
6)  Het gaat om de stukken No. 949 en 951. Zie brief No. 1005 [n.1].
7)  Zie brief No. 1001, n.9.
[ °)  Volgens T. 22, p. 78: er staat "la P." in een later gevonden samenvatting van de brief, dus niet niet Vader ("Pere" voor "P.") maar Mademoiselle Perriquet. Zie voor haar: Dagboek, 8 dec. 1660) en T. 1, p. 370, bij de eerste reis naar Parijs in 1655.]


[ 111 ]
No 1005.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

19 april 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 19 avril 1662.  

  Aangezien ik beloofd heb de lantaarn te sturen moet hij maar gaan, want ik zou toch geen geldig excuus kunnen verzinnen om er van af te komen. Maar als hij is aangekomen zul je, als het je zo uitkomt, makkelijk kunnen maken dat hij het niet doet, door één van de 2 glazen die dichtbij elkaar staan er uit te nemen, zodat er nog maar 2 overblijven, want er zijn er 3 in totaal. Ik zal doen alsof ik niet weet wat eraan mankeert, en tijdens deze ophelderingen zal er zoveel tijd verstrijken als nodig is En dat alles voor de goede zaak; want het lijkt me dat het Vader niet betaamt zo'n poppenkast op te voeren in het Louvre, en dat ik wel weet dat je niet zo op je gemak zult zijn, erbij dienend als de neef Micheli voor de heer d'Aumale.

  Die 3 glazen zijn gelukkig gebroken in je zak, maar waarom had je er meer dan één? Of was je misschien van plan de schilderkunst te verbeteren? Bij de platen zie ik niet waarom je er zo bang voor moet zijn, want hij zal ze teninste niet aan de koning aanbieden. Ik weet dat hij vroeger de passage van Balzac heeft gelezen en blijkbaar is hij die niet vergeten.
Ik verlang ernaar te zien wat de gedachten van de goede heer Chapelain zijn geweest aangaande mijn experiment. Die van meneer Thevenot, over de oorzaak van het makkelijker dalen van vers water dan van gezuiverd water, hoewel die scherpzinnig is, is toch niet waar, want wat maakt dat vers water altijd daalt is dat hierin nooit een menigte kleine belletjes ontbreekt, die opstijgen, waarvan er maar één nodig is om al het water uit de glazen bol te laten lopen, even goed als het gezuiverd water is, als wanneer het vers is, te weten wanneer men bijna alle lucht uit het vat haalt.

  Over je andere moeilijkheid, hoe de lucht bij een verdunning van 100 of 1000 maal nog voldoende kracht kan hebben om met zijn vering 2 voet water in evenwicht te houden: ik geloof dat niet aan te nemen is dat deze vering verzwakt naarmate de lucht uitzet; dat is ook tot nog toe niet bevestigd, en als men vindt dat het zo is (waarvan ik je weldra nieuws kan geven, nadat ik bijzonderheden vernomen heb van een experiment [<] dat meneer Boyle over dit onderwerp gedaan heeft) herroep ik alles wat ik geschreven heb over de oorzaken van deze laatste verschijnselen.

  Het probleem van meneer de Fermat was me al meegedeeld door


[ 112 ]
meneer de Carcavi 1), hoewel zonder bewijs, aan wie ik heb geantwoord 2) dat ik het al 3 of 4 jaar geleden als eerste heb gevonden, en meegedeeld 3) aan onder anderen meneer Wallis, die het in zijn in 1659 gedrukte verhandeling 4) heeft gezet. Mijn bewijs is nog veel duidelijker en volkomener dan dat van meneer de Fermat.

  Ik heb eindelijk een heel goed stukje spiegel gevonden om in de kijker van meneer de maarschalk van Gramont te passen, die heel uitstekend is voor zijn grootte.
Meneer Amato en Chièze zijn nog in Amsterdam.

  Men zegt dat Bruno is overleden 5); het nieuws komt van de jongste Buysero, die een van zijn leerlingen was in de poëzie.


1)  Zie No. 949 en 951.     2)  Deze brief is niet gevonden.     3)  Zie brief No. 512.
4Tractatus II De Cycloide et Epistolaris. Zie brief No. 690, n.3.
5)  Henricus Bruno overleed pas in april 1664.



[ 117 ]
No 1007.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

26 april 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 26 Avril 1662.  

  Omdat je me bericht over je bezoek bij meneer de Montmor zie ik duidelijk dat de bijeenkomsten daar elkaar nog op dezelfde manier opvolgen als toen ik ze bezocht. Ik heb die Aristotelicus 1) er vaak gehoord, die zo furieus disputeert, en als het van mij had afgehangen had ik hem daar verbannen.

  Ik ben bang dat je niet goed hebt uitgelegd wat in mijn brief 2) dubbelzinnig was aangaande de daling van het water, want het blijft zeker het grootste deel van de tijd hangen zonder te vallen, en het komt maar zelden voor dat er een klein belletje in opstijgt.
De redenering van meneer Chapelain*) aangaande deze bel is scherpzinnig en hij heeft gelijk het vreemd te vinden dat het water, nadat het nauwelijks deze kleine hoeveelheid lucht heeft voortgebracht, daarna in een ogenblik veel meer ervan kan leveren. Het schijnt dat we moeten stellen dat het de deeltjes van het water zelf zijn die hier de vorm van lucht krijgen, en dat ze zich makkelijker afscheiden van het oppervlak dat de begonnen bel begrenst, dat ze zich niet afscheiden van het water binnenin zijn massa, om te beginnen de genoemde bel te vormen.
Want om de mening van meneer Chapelain te aanvaarden, moeten we niet alleen een enorme uitbreiding van de lucht aannemen, groter dan van één tot 1000000, maar bovendien dat de lucht terwijl die zo uitgebreid is, toch nog met zijn vering evenveel drukt op het water­oppervlak als de hoogte van 2 voet water, zoals ik heb aangetoond in een van mijn brieven 3), wat echter niet denkbaar is.
Het is ook niet de lucht die via de kraan wordt ingelaten die bijdraagt aan het vergroten van het belletje, want die wordt er heel langzaam ingelaten, zodat het makkelijk op te merken zou zijn als er door het water een bel naar de bol zou opstijgen. Maar nu genoeg over filosofie.

  3 dagen geleden zond meneer Wicquefort me de zo lang verwachte boeken [<] die ik meteen heb uitgedeeld. De roman van Pharamond 4) zag er uit alsof die veel keer gelezen was, maar ik wil geloven dat het is door jou en je vriendinnen, voor het versturen. In het pakket voor mij zat een Italiaans boek 5) over het maken van telescopen, en ik verzoek je meneer Thevenot daarvoor te bedanken namens mij. Hij leert niet veel nieuws, en ik kan niet klagen dat hij me voor was in iets dat ik over deze stof heb geschreven.


1)  Antoine Poteria. Zie brief No. 808 [n.14; Dagboek, 9 nov. 1660].
2)  Zie brief No. 977 [hierboven].     [ *)  Zie No. 1008.]     3)  Zie brief No. 977.
4Faramond ou l'Histoire de France par la Calprenede, Paris 1661. 12 vol. [T. 2-T. 5 (1662) in Cat.'95, 8vo.640.]
telescoop
"Refert ingenti foenore"
Geeft weer met geweldige opbrengst
5)  Het werk van Manzini, vermeld bij brief No. 774.
[ L'occhiale all'occhio, dioptrica pratica, Bolog. 1660; verwacht sinds aug. '60 (<). Aan Chapelain, p. 145: "semble estre mis au jour pour faire valoir la marchandise del Signor Eustachio": schijnt in het licht gegeven te zijn om de koopwaar van signor Eustachio Divini te doen uitkomen.

Na het voorwoord: portret van Divini. Tekening machine: p. 158, 162, 223, 251-2, 260-1.
Zie V. Ilardi, Renaissance vision (2007), p. 229-233.]



[ 118 ]
  Er waren nog de 2 exemplaren van het boek 6) van meneer Huet, die meneer Chapelain er in gedaan heeft met een briefje 7) van zijn kant; het geven van een antwoord aan hem stel ik uit tot volgende week omdat het hier vandaag een dag van devotie*) is. De heren Chièze en Amato zijn nog afwezig, misschien zijn ze van Amsterdam naar Noord-Holland en Friesland gegaan.
  Bij hen thuis wachten de 2 dikke pakketten met brieven op hen.

  De spiegelstukken [<,>] zijn heel goed, en er zou genoeg zijn voor meer dan 6 kijkers als ze op een of andere manier gesneden kunnen worden. Advies bij meneer Petit 8). Met de volgende gewone post zal ik hem opheldering geven 9) ten aanzien van de tijdvereffening. Laat ons alsjeblieft de proefstukken°) zien. Het ga je goed.


6)  Zie het werk van brief No. 908, n.1 [De interpretatione, 1661; zie ook No. 982].
7)  Dit briefje is niet gevonden.
[ *)  N. C. Kist, Neêrland's bededagen en biddagsbrieven (2e dl., Leiden 1849) p. 214: "Alg. D. V. en Bededag, 26 April 1662. (Dure tijd. Zware ziekten. Deliberatien enz.)"; het was een woensdag.]
8)  In brief No. 1012 geeft Petit aan hoe hij spiegels snijdt [met vijltjes].
9)  Zie brief No. 1015 [aan Petit, 18 mei, met: "il me semble que ces petites limes doivent estre extremement dures"; aan het eind: groeten aan "Madame vostre femme et a Mademoiselle Mariane"].
[ °)  Fr.: "eschantillons", stalen. Op p. 241 hierna (28 sept.): "Ik heb kleding laten maken voor mijn jongen, in de nieuwe kleur waarvan je het staal hebt gestuurd."]



[ 125 ]
No 1010.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

3 mei 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Samenvatting: Description de Monconis. Tascheray de recouvrer un exemplaire. tableau trouvè 1). Anglois mescroiants. Point glorieux d'escrire contre Eustachio et souffrir ses ... Nouvelle du Traitè. Chaise à Amsterdam mais receu vostre lettre. Petit point response.
Broer van huys. Chaise Amsterdam. Amb. part. 50000 livres. Somerdijck.

le 3 may 1662.  

  Er is nauwelijks iets dat antwoord vraagt in deze laatste brief die ik van je ontvang. Met de Lantaarn 2) doe je maar wat de hemel je ingeeft; het best gefundeerde excuus zal zijn dat van de daglengte, want bij daglicht is het onmogelijk die voorstellingen te maken, ook al gaat men in een donkere kamer zitten; dat komt van de indruk die het licht in de ogen heeft gemaakt, die pas na vrij lange tijd verdwijnt.

  Ik zal trachten het exemplaar van mijn Anti-Divinis 3) terug te vinden dat je me vraagt voor meneer de Monconys.

  Ik zou zijn kijker met 5 glazen hebben willen zien, waarvan ik ongeveer zou kunnen beoordelen wat die moet doen bij de sterren, wanneer ik de afstand weet waarop het objectief de stralen verzamelt, wil je er daarom alsjeblieft naar vragen. Als het niet teveel moeite was voor meneer de Monconys zou ik hem verzoeken mij ook de genoemde afstand te geven (die dezelfde is als van het brandpunt), bij elk van de andere glazen, en hun onderlinge afstand, want zo zou ik zijn kijker kennen, alsof ik hem had gezien en ik zou hem vergelijken met andere volgens de inrichting van Wiselius 4), waarvan ik de beschrijving heb.

  Ik zie niet waartoe het zou dienen als ik in dit land mijn antwoord zou laten drukken op de laatste brief van Eustachio 5), aangezien er niemand dan ik is die het heeft gezien,


1)  Zie brief No. 1016.     2)  Zie brief No. 1001.
3Brevis Assertio [1660, Ned.]. Zie brief No. 782, n.3.
4)  Johann Wiesel. Zie brief No. 206 [Ned.], n.1.
5Pro sua annotatione. Zie brief No. 862, n.1 [hierboven: p. 92, n.11 en p. 98, n.3].

[ 126 ]
en trouwens, het lijkt me niet dat het voor mij heel roemrijk zal zijn met zo'n soort man te maken te hebben, want ook al is het pater Fabri die tegen mij schrijft, alles wordt toch gepubliceerd onder de naam van de ander, wat echt een Jezuïetenvondst is.

  Het nieuws van het Verdrag 6) kwam zondag hier. De brenger heeft naar men zegt 4 of 500 fr. gekregen, een vrij middelmatig bedrag. Meneer Chièze is opnieuw naar Amsterdam gegaan, hij vertrok gisteren op het middaguur, na jouw brief ontvangen te hebben. Meneer Amato is bij hem, hij blijft steeds maar dobbelen zolang hij in Den Haag is, en verliest vaker dan hij wint, zodat deze reisjes voor hem heel voordelig zijn.

  De ziekte van meneer Petit heeft me heel bekommerd gemaakt, en ik schaam me ervoor dat ik hem zo'n lange tijd geen antwoord heb gegeven 7). Maar steeds komt er een belemmering terwijl ik het me heb voorgenomen, zoals nog vandaag, toen ik de middag had bestemd voor het afmaken van de brief die ik vanmorgen heb geschreven: tante Dewilm 8) heeft me te eten gevraagd, om met een zeker persoon kennis te maken. Mijn broer 9) is vandaag in commissie op weg gegaan naar Breda, om te assisteren bij bepaalde afrekeningen die gemaakt moeten worden in Terheij*), en daar hij gisteren heeft nagelaten te schrijven aan Vader, naar hij zei omdat hij geen tijd had, zul je deze keer niets van hem ontvangen.

  Meneer van Somersdijck 10) is er heel slecht aan toe geweest eergisteren, en hij bleef lang buiten bewustzijn; het lijkt erop dat hij het niet lang zal kunnen uithouden. Alle fatsoenlijke mensen zoals ook Vader betreuren dit verlies. Het ga je goed.


6)  Het bedoelde verdrag ging vooral over vrije visvangst en rechten van in- en uitvoer van walvisolie naar en uit Frankrijk. Het werd op 27 april 1662 te Parijs getekend door Lodewijk XIV en de Staten-Generaal.
7)  Op brief No. 989.
8)  Constantia Huygens [zus van vader, weduwe van David le Leu de Wilhem].
[ *)  Terheijden is de geboorteplaats van Christiaan Huygens sr (1551-1624), opa van de broers.]
9)  Constantijn.
10)  Cornelis van Aerssen, zie brief No. 1001, n.3.



[ 132 ]
No 1014.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

18 mei 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 18 Maj.  

  Zwager Moggershil 1) zal niet nalaten je te schrijven hoe door jouw onachtzaamheid de brief die je aan hem adresseerde in mijn handen is gevallen en de mijne in zijn pakket bleek te zitten. Dat zijn wel mooie trucjes om ons "op den oven te setten" 2), en voor het feit dat je mij het geheim ervan niet hebt willen toevertrouwen zou ik je slechte diensten kunnen bewijzen, maar ik wil rivaliserende broers laten begaan.
Als je evenwel niets krijgt, trek het je dan niet teveel aan, want deze Helena is zeker niet een zeer begeerlijk schepsel, noch om schoonheid, noch om verstand, noch om afkomst. Het is waar dat ze geld zal hebben, en dat veroorzaakt jouw smachten, maar bedenk "dat wij oock geen bedelaers en sijn" 3), zoals Meester Jacob Sweerts 4) zegt.

  Als meneer Chièze niet over een week vertrekt zal ik je per post sturen


1)  Philips Doublet [<].     2)  Traduction: pour nous mettre sur le four.
3)  Traduction: que nous ne sommes pas non plus des mendiants.
4)  Jacobus Suerius [1587-1673], zie brief No. 78, n.1.

[ 133 ]
de kijkerglazen met het stuk waarin de spiegel zit [<}, en wat instructie voor de rest van de bouw van de buis.

  Hier is een geschreven brief 5) voor meneer Petit die mij tienduizend vragen tegelijk stelt. De uiteenzetting die ik heb geschreven om hem opheldering te geven aangaande de tijdvereffeningen zal hierna komen met de volgende gewone post, omdat ik nog niet de tijd had het te kopiëren, het is een beetje lang.

  Meneer Chapelain is bij het maken van zijn redeneringen 6), over mijn Experiment met het luchtledige, niet goed ingelicht over de feiten, als hij gelooft dat het water er niet meer toe gebracht kon worden te dalen na de eerste keer, want dit gebeurt alleen wanneer het, na te zijn gedaald, 24 uur in het luchtledige wordt gelaten om zich van lucht te zuiveren, en dan wanneer de bol met zijn buis voor de tweede keer ermee wordt gevuld. Maar ik zal hem er weldra uitgebreid over schrijven 7).

  We moeten bekennen dat de zaak van Vader langzaam vordert, en ik houd mijn hart vast voor jou als je niet weldra terugkomt, want het jonge wonder zal niet lang weerstand kunnen bieden aan de brandende hartstocht van onze oudste broer 8). Eergisteren hadden we bij meneer van Leeuwen alle tijd om haar te bekijken. Het ga je goed.

  Meneer Buysero onthaalt ons deze middag met jouw heren de Pelgrims 9).


5)  Zie brief No. 1015.     6)  Zie brief No. 1008.     7)  Zie brief No. 1021.
8)  Constantijn Huygens.     9)  Buysero junior en Amato, Zie brief No. 998, n.6.



[ 136 ]
No 1016.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

25 mei 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 25 Maj.  

  Dat ik je niet schreef met de voorlaatste gewone post, kwam doordat ik bezig was met een verplichting in verband met de kermis, zoals een of andere tante naar de poppenkast brengen of een dergelijke nette tijdsbesteding; anders ben ik zoals je weet heel precies in de briefwisseling wat jou betreft. Wat die andere goede vrienden betreft, ze moeten het me vergeven als ik hen niet zo vlug tevreden stel als ze zouden wensen, vooral wanneer ze mij om doordachte brieven vragen zoals meneer Chapelain 1) over zijn laatste, en meneer Petit 2) over de moeilijkheid die hij vindt in de Tijdvereffening.

  Het zijn povere Filosofen en povere Astronomen, en als ik hen daarvoor houd (waarvan ik echter niet zou willen dat zij het te weten kwamen) kun je wel bedenken welk plezier ik heb in deze briefwisseling, die me moeite kost en voor mij geen enkel nut heeft.

  Ik weet niet hoe het komt dat ik al twee of drie keer vergeten ben je te zeggen dat ik je paneeltje heb gevonden. Ik heb het vandaag ingepakt zoals ook de kijker voor meneer de Gramont, en ik heb ze aan Signor Chièze gegeven die de verloren zoon 3) ermee zal belasten, nadat hij hem tot Brussel zal hebben begeleid. Het is 2 of 3 dagen geleden dat hij hem op zijn krediet en dat van meneer Buysero 6000 pond heeft verschaft om zijn schulden te betalen aan degenen die bij het spelen van hem hadden gewonnen. En opdat hij er niet meer naar terugkeert en er een keer van verlost is heeft hij dit middel gevonden, met enige omhaal van woorden en bijna zonder dat hij het weet, om hem tot daar te brengen, waar hij hem met goede vermaningen postpaarden zal laten bestijgen om op weg te gaan naar Parijs, naar zijn lieve mama, voor wie deze reis zal neerkomen op zo'n 12000 pond op zijn minst.

  Als je de kijker anders in elkaar laat zetten beveel ik je aan de spiegel goed te richten 4), en er vooral geen andere in te zetten, want hij is heel uitstekend, en die van meneer Petit 5) hebben niet zo'n perfecte vorm, dat wil zeggen de vlakke, waarvan duidelijk zicht afhangt.

  Hier is de instructie 6) voor de genoemde heer Petit die vorige week achterbleef 7). Ik ontvang nog niet de 2e brief van meneer Fermat die


1)  Zie brief No. 1008 [met een eigen atoomtheorie bij het 'verschijnsel van Huygens'.].
2)  Zie de brieven No. 989, 1011 en 1012.     3)  Amato.     4)  Zie brief No. 1004.
5)  Zie No. 1007 [p. 118] en 1012.     6)  Zie stuk No. 1017 [Ned.].
7)  Zie brief No. 1014.     8)  Waarschijnlijk brief No. 992.

[ 137 ]
je me hebt beloofd, en die het naar zijn oordeel oordeel verdiende dat ik hem zou zien. Wat betreft zijn nieuwe vondst in de Dioptrica, ik bedoel van meneer Petit: ik verwacht er niet veel van, omdat ik weet dat hij een beetje andersdenkend is ten aanzien van de breking.

  Vanmorgen heb ik met zwager Moggershil 7b) de tekening van de Karos [<,>] bekeken die hij van jou heeft ontvangen, en daarbij hebben we de onze bezocht in de Stal, maar we bevonden dat het daar niet kon lukken doordat men er niet zulke lange veren kon aanbrengen, en alleen bij die van de Franse vorm kan deze uitvinding worden toegevoegd. Je tekenaar had de maten moeten aangeven, opdat we precies de dikte zouden weten van de veer, of van de 3 veren (want het schijnt dat er drie zijn, die op elkaar liggen) en ook de lengte.*)

  Ik wist niet, en ook niemand hier, dat de aandoening van Vader aan zijn been zo ernstig was, en dat deze hem zelfs het plaatsnemen in een karos belette, zoals ik verneem uit je laatste brief. Maar goddank is dit gevaar geweken.

  Wat betreft die weigering die juffrouw Marianne 8b) zou hebben gedaan, ik ben net zo geneigd eraan te geloven als jij. Op welk groot fortuin zou het dan zijn dat ze wacht?

  Je vraagt me in een van je voorgaande brieven 9) of broer van Zeelhem 10) al mijn brieven zag die je mij toestuurt. Het was misschien met het plan me deelgenoot te maken van een of ander geheim, zoals over jouw onderhandelingen aangaande die R. 11), maar hoe het ook zij, je moet weten dat ik hem er zoveel van voorlees als mij geschikt lijkt, en daar je me tot dusver niets anders hebt geschreven dan neutrale dingen, behalve in enkele van je eerste brieven gedurende de liefdes van Z. 10) en M. Grat. 12) heb ik hem bijna alles helemaal voorgelezen. Het ga je goed.

  Wikkel deze bladen 6) in papier en stuur ze aan meneer Petit.


7b)  Philips Doublet.
[ *)  Dit is de eerste vermelding van een bladveer (ressort à lames) volgens Max Terrier, 'L'invention des ressorts de voiture' in Revue d'histoire des sciences, 39 (1986) p. 26.]
8b)  De dochter van Pierre Petit. Zie brief No. 878, n.1.
9)  Het is jammer dat de brieven van Lodewijk Huygens aan broer Christiaan uit deze periode verloren zijn gegaan.
10)  Constantijn Huygens.
11)  Misschien een juffrouw Ryckaert, Zie brief No. 820, n.14.
12)  We weten niet wie dit is. [Origineel (HUG 45): "les amours de Z. et M. Grat." (i.p.v. "Mademoiselle Grat."). Het zal zijn de Miralinde van p. 302, die 'Maria Gratiana' heette volgens Aanteekeningen ... Register op de Journalen, Amst. 1915, p. 677.
Voor de liefdes van broer Constantijn zie: No. 1172, Ph. Doublet aan Chr. Huygens, 29 nov. 1663; en No. 1176, Susanna Doublet aan Chr. Huygens, 6 dec. 1663.]


6)  Stuk No. 1017 [instructie tijdvereffening; Ned.].



[ 144 ]
No 1020.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

1 juni 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 1 Juin 1662.  

  Men had mij uit Engeland nog niet het verhaal gestuurd van het experiment 1) dat meneer Thevenot je vertelde, dat opmerkens­waardig is, hoewel men zich het effect dat het produceert ongeveer wel kon voorstellen. Want niets was zo zeker als deze opzwelling van de arm in het luchtledige, waarin hij buiten de gewone druk van de buitenlucht is, en men had de proef ervan al gezien bij laatkoppen.

  Hier is mijn antwoord 2) op de uiteenzetting van meneer Chapelain, die niet heel goed was ingelicht over het Experiment dat hij trachtte uit te leggen, wat naar ik geloof is gebeurd omdat ik jou het verhaal ervan niet gegeven heb in één brief met vervolg, maar bij gedeelten. Maar goed, ik heb hem nu beter ingelicht, en laten zien dat zijn gissing niet zeer waarschijnlijk is.
De reden waarom ik nog niet het experiment met de salade heb gedaan, en enkele andere, is dat de pomp in mijn machine in het ongerede is geraakt doordat hij enige tijd niet in werking is geweest; en omdat er nogal wat nodig is om hem te repareren heb ik tot nu toe verzuimd het ter hand te nemen, maar ik heb zin hem weldra in orde te brengen, al was het maar om jou gespreksstof te verschaffen met de talentvolle heren. Ik zou me niet kunnen herinneren hoe de proef met de garnaal 3) gaat, misschien doordat ik het geheugen van een garnaal 4) heb; het is ook niet van belang, en als je het tegendeel gelooft had je hem allang kunnen doen met een van die rivierkreeftjes.

slijptoestel
Fig. T. 17, p. 301
 
  Vandaag ben ik een toestel aan het maken voor het slijpen van glazen voor grote kijkers, zonder dat men de hand anders gebruikt dan om een wiel te doen draaien, zodat onze bedienden voortaan de beste glazen van de wereld zullen maken en ik heb zin je op een dag er wat van te zenden gefabriceerd door David*).
Het is 2 dagen geleden dat broer Zeelhem°) en ik er een model van maakten dat heel goed gelukt was, ten vervolge waarvan we het met de vereiste perfectie laten bouwen en het zal nog deze avond klaar zijn. Het neemt niet veel plaats in, maar het is draagbaar, zodat we het op een tafel kunnen zetten daar waar we willen, en als ik me niet vergis zal het met twee derde de tijd verkorten die we gewoonlijk gebruikten om een van die grote glazen te maken [>].
Dat is iets waarover je meneer Petit en meneer Thevenot moet horen, die wel blij zullen zijn deze structuur eens te leren kennen.

  Het ga je goed; wij gaan de stukken in elkaar zetten, ze werden zojuist gebracht.


1)  Zie brief No. 1013  [Moray aan Huygens, 16 mei; ontvangst: 5 juni zie No. 1022].
2)  Zie brief No. 1021.     3)  crevette [orig,: garnaet].
4)  Traduction: comme une crevette [orig: "als een garnaet"].
[ *)  Een David wordt ook genoemd op p. 285, en op p. 375 hierna. Op p. 241 hierna: kleding.]
[ °)  Constantijn jr.]



[ 152 ]
No 1023.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

15 juni 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 15 Juin 1662.  

  Ik durf te zeggen, zonder te bluffen, dat het toestel voor het slijpen van glazen [<,>] zo goed uitgevonden is als maar kon, en je zult het zien bij je terugkomst; de enige fout is, door de snelheid van de beweging die het aan het glas geeft, dat het zand te snel breekt en het glas glimmend maakt voordat het goed glad is en zonder oneffenheden. Ik deed gisteren de laatste proef ermee, en ben er nu van overtuigd dat er geen toestel is dat in deze zaak kan dienen,
hand aan slijpstok
Fig. T. 17, p. 299
 
behalve dat van de stok met de punt, wat eigenlijk geen toestel is, maar op die manier gaat het heel betrouwbaar en makkelijk zoals we het nu hebben ingericht*).
Ik weet niet wat dat glas kan doen van meneer Petit, van 16 voet, maar van toen ik de laatste keer in Parijs was herinner ik me dat hij maar heel matige had. Hij is grappig met zijn arme mensen van Amsterdam en ik zou hem zeker aan zijn woord houden, wanneer hij dat waagstuk even makkelijk zou uitvoeren als hij het voorstelt.

Dring er alsjeblieft bij hem op aan dat hij je Saturnus laat zien, met zijn begeleider die we hier bijna elke avond waarnemen, en heel duidelijk. Zijn vrees is lachwekkend, dat men met kijkers van 50 of van 100 voet misschien maar één ster tegelijk zou zien, en als hij een bolle lens gebruikt verbaas ik me erover dat hij het effect ervan niet beter kent. Verzeker hem ervan dat ik met mijn kijker van 22 voet heel de maan tegelijk zie, echter niet met een enkelvoudige lens bij het oog, maar met die nieuwe manier°) waarvan ik hiervoor melding heb gemaakt; zodat, als hij me een goed glas van 100 voet verschaft, we nog minstens een kwart van de middellijn van de maan zullen zien.
Er is slechts de moeilijkheid zulke lange kijkers te kunnen richten die me de lust ontneemt eraan te werken, want die zou inderdaad groot zijn en er zou een aardige uitgave voor nodig zijn.


[ *)  Zie de notities 'Lenzen slijpen' in T. 17, p. 299-301.]
[ °)  Voor dit 'oculair van Huygens' zie T.13, p. 253; eerdere vermelding ontbreekt (er is geen brief van 8 juni). Zie ook p. 242 hierna.]

[ 153 ]
  Voor wat betreft uurwerken: de proefnemingen die ik tot dusver ermee heb kunnen doen in mijn kamer geven me vrij goede hoop, maar voor de belangrijkste proef, die zou zijn te bezien hoe ze de hefige beweging van de zee op een groot schip zouden doorstaan, is het me niet makkelijk die te doen, en ik zou erbij moeten zijn. Want erover te willen oordelen met wat we zouden zien gebeuren op een pink 1), daarmee zouden we ons zeker vergissen, omdat de schokken ervan ongetwijfeld te hard zouden zijn maar die van een groot schip misschien niet.

  Ik heb jouw brief aan meneer Chièze gegeven die hier sinds 3 dagen terug is, na Amato tot Brussel en wat verder te hebben gebracht; hij verbaasde zich erover dat die nog niet in Parijs was aangekomen toen je laatste brief vertrok. De genoemde heer Chièze is naar hij zegt ook van plan jou weldra op te zoeken.

  7 dagen geleden kwam meneer van Beuningen aan, en zodra ik het wist ging ik hem begroeten, maar nadat ik hem tweemaal heb gemist, kwam hij me eergisteren hier bezoeken, en we hadden een lang gesprek.
Hij zei me veel goeds over meneer Thevenot, en toen we daarbij kwamen te spreken over het reisverhaal van China 2) gaf hij er blijk van dat het hem speet dat hij, na hem zo lang in de hoop gelaten te hebben, hem deze voldoening niet kon verschaffen; de oorzaak was dat de heren van de Indische Compagnie niet wilden dat dit geschrift werd verspreid. Wat echter een bezwaar van niets is, en het spijt me alleen dat ik geen kopie gemaakt heb toen ik het in handen had.

  Nu stuurt nicht Dorp me deze brief voor jou. Die zal je zeker het nieuws melden van de dood van de grote Capelle 3), door de commandant van Kronborg 4) in een duel gedood, en of de vriendin erdoor is aangedaan of niet, wat ik nog niet weet. Op zijn minst zal ze zeggen: T'is jammer 5), zoals allen die hem hebben gekend. Het ga je goed.


1)  Een vissersboot met platte bodem, in gebruik aan de Noordzee-kust.
2)  Zie de brieven No. 962 [p. 22 hierboven] en No. 996 [p. 92] en stuk No. 1039 [een uittreksel in het Nederlands, in juli alsnog gestuurd door Huygens (p. 169: "ik wist niet dat ik het had, vond het tussen andere papieren").  In druk: Nieuhof, 1665.]
3)  Hendrik van der Capellen (geb. 1634), zoon van de Oranje-gezinde diplomaat Alexander van der Capellen en Emilia van Zuylen van Nyevelt, werd in juni 1662 gedood in een duel te Kopenhagen. Hij was heer van Rijsselt en ging in dienst van de koning van Denemarken.
4)  De commandant van het fort Kronborg bij Elseneur.
5)  Traduction: c'est dommage.



[ 157 ]
No 1025.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

22 juni 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Samenvatting: Mariane. Thevenot voyage. demonstration de Fermat. J'attends avec impatience. Chambonière. Carosses 1).

le 22 Juin 1662.  

  Ik ben gerustgesteld door de aankomst van de Kijker en van meneer Amato. Meneer Chièze had nog geen nieuws van hem gehad toen ik het hem meedeelde, en werd heel blij toen hij hoorde hoe hij zich uitsloofde om zo nauwkeurig verslag te doen van zijn reis. Om nog beter te weten met hoeveel zorg hij alles opmerkte, moet je hem laten vertellen wat er gebeurde op de dag dat hij Honselersdijk was gaan bezoeken met zwager Moggershil 2), als deze je niet het verhaal al gedaan heeft.
De genoemde heer Chièze vond evenals ik de gedachte van donna Mariana 3) uitmuntend, over de vorm van het paneeltje en evenzo ook die van de aap die ze wenst dat hij achterop draagt, om hem cadeau te doen. Als het te doen is kun je haar verzekeren dat hij de dans niet zal ontspringen.

  Ik bedank je voor de bijzonderheden van de Kijker van meneer de Monconys, niettemin zou ik bij zijn terugkomst wensen dat je hem zou vragen naar de afstanden en de brandpunten van de glazen, want dat is wat ik vooral zou willen weten.

  Als ik had gewild, had ik mijn kleine kijker de objecten meer kunnen laten vergroten, maar hij zou er donkerder door zijn geworden, en ik vind dat voor gebruik in het veld die helderheid nodig is die hij heeft. Het is waar dat als ik heel blank glas had gehad, ik de lens een beetje boller had kunnen maken, maar dat heb ik niet kunnen vinden. De korrels erin zijn niet schadelijk voor het zicht, omdat de bolle lens zo dicht bij het oog is dat het ze helemaal niet kan waarnemen. Maar goed, ik wacht het succes af dat je cadeau zal krijgen,


zegel 1)  Deze samenvatting staat op de envelop van een brief van Lodewijk aan Christiaan, waarop deze een deel van het concept van brief No. 1028 had geschreven. Op deze envelop had Lodewijk gezet de woorden "Crudele saetta da pene et affanni. Da pene et affanni." (Wrede pijl van zorgen en verdriet), met het gewijzigde wapen van Huygens, zie hiernaast [groter].
2)  Philips Doublet jr, echtgenoot van Susanna Huygens.
3)  Marianne Petit.

[ 158 ]
met meer ongeduld echter verwacht ik wat het antwoord van de Koning zal zijn op de laatste vertogen 4) van Signor Padre, dat ik me (om je de waarheid te zeggen) niet heel gunstig voorstel, aangezien ze nu eenmaal dat voorwendsel van het belang van de Religie hebben aangevoerd.

  Meneer Vossius die me gisteren was komen bezoeken zei me, voordat hij meteen daarna vertrok naar Utrecht waar hij zaken heeft, dat hij zich anders de eer gegeven zou hebben te schrijven aan meneer Thevenot, om hem te berichten dat hij voor hem 5) laat kopiëren een reisbeschrijving van Oost-Indië 6) van een zekere Pelsaert 7) die er lange tijd heeft verbleven,


4)  Het gaat om de teruggave van het prinsdom Orange; zie brief No. 812, n.21 en No. 1030, n6.
5)  Thevenot heeft inderdaad een uittreksel geplaatst in zijn werk:
Relations de divers Voyages curieux, qui n'ont point esté publiees; ou qui ont esté traduites d'Hacluyt, de Purchas, & d'autres Voyageurs Anglois, Hollandois, Portugais, Allemands, Espagnols; et de quelqves Persans, Arabes, et autres Auteurs Orientaux ..., Paris 1663, 3 Vol. in-folio. Vol. 2 is van 1664, vol. 3 van 1666.

6)  In Vol. 2: 'Tres-humbles Remonstrances que François Pelsart, principal facteur de la Compagnie Hollandoise des Indes Orientales, presente aux Directeurs de cette mesme Compagnie, sur le sujet de leur commerce en ces quartiers là; avec son advis de la maniere dont ils le doivent continuer à l'advenir ...' [p. 1-20]
Overigens heeft Thevenot in dezelfde verzameling nog een uittreksel gepubliceerd van een andere reis van Pelsaert, waarvan de titel in het Nederlands is: Nieuwe en vermeerderde Ongeluckige Voyagie van 't Schip Batavia nae de Oost-Indien. Gebleven op de Abrolhos van Frederick Houtman ... 1628 en 1629. Als mede de groote Tyrannye van Abas, Koninck van Persien, Anno 1645 ..., Amst. 2e druk 1648.
[ In Vol. 1: 'La Terre Australe descouverte par le Capitaine Pelsart, qui y fait naufrage.', p. 50-56.]

7)  François Pelsaert, geb. Antwerpen [ca. 1595-1630] ...

[ 159 ]
en die op een heel bijzondere manier heel het binnenste van het land beschrijft; hij kon het Chinese verhaal [<] niet terugkrijgen, evenmin als meneer van Beuningen [<].

  Hier is het bewijs 8) van meneer Fermat dat ik je terugstuur, het is heel goed en scherpzinnig, maar de principes die hij veronderstelt voor de breking, die niet de meetkunde maar de fysica betreffen, zijn volstrekt niet zeker, maar ontegenzeglijk precair.

  Wat verneem je over het boek 9) van Vossius, ik bedoel van die Cartesianen, die er blijk van geven er zoveel zin in te hebben het te weerleggen? Ik zie dat hij zeer in verlegenheid is gebracht door zo'n 14 of 15 tegenwerpingen die meneer de Witt de pensionaris hem op schrift heeft gestuurd, waarop hij wel eveneens zal moeten antwoorden en hij zal meer en meer in verwarring raken.

  Ik heb pas een nieuw boek 10) van Hevelius ontvangen dat zijn waarneming bevat van Mercurius voor de zon, en die van een Engelsman Jeremiah Horrocks over Venus voor de zon die ik hem heb doen toekomen [<]; bovendien enkele waarnemingen van bijzonnen en bijmanen, die ik buitengewoon graag wilde hebben [>].
En ik zal informeren of er al exemplaren zijn bij de boekhandelaren te Amsterdam, om er een te kopen voor meneer Petit 11), want aan mij heeft hij er maar één gestuurd. Het ga je goed.

  Meneer Chapelain schrijft me de meest vriendelijke en welwillende brief 12) van de wereld, en maakt onder andere melding van mijn toestel voor lenzen [<], je moet er dus met hem over hebben gepraat, wat ik vervelend vind. We denken nu voldoende zeker te zijn van onze kunst zonder deze hulp.


8)  Zie stuk No. 992.
9De lucis natura et proprietate [1662]. Zie brief No. 907, n.4.
10Mercurius in Sole visus [1662]. Zie brief No. 872, n.5.
[ Met: Venus in sole pariter visa anno 1639 Liverpoliae a Jeremia Horroxio (1662).  [Op p. 82 een vermelding van Huygens' waarneming in Londen, zie Dagboek, 3 mei 1661.
A. B. Whatton, Memoir of the life and labors of the rev. Jeremiah Horrox, London 1859, heeft op p. 109-216 een vertaling van het stuk dat Hevelius via Huygens ontvangen had: 'The Transit of Venus over the Sun'; recenter: W. Appelbaum, Venus seen on the Sun, Leiden 2012.]

11)  Zie brief No. 1012 [n.7].
12)  Zie brief No. 1024.



[ 165 ]
No 1029.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

29 juni 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Le 29 Juin 1662.  

  Ik kan nu ongeveer oordelen over de sterkte van de kijkers van meneer Petit, en ik verzeker je dat de mijne van 12 voet wel meer waard is. Dezelfde figuur van Saturnus die je voor me weergeeft is waargenomen door Gassendi*) en anderen, en ik heb in mijn Systeem uitgelegd°) hoe die in verband staat met de hypothese van de ring, Saturnus te weten door in plaats van de 2 vlekken in de ovaal twee halve manen te zetten, als volgt.
Want dan geeft dat de fase die ik nu waarneem.

De satelliet is nogal moeilijk te zien, zelfs met mijn grote kijkers, en daarom verbaast het me niet dat de genoemde heer hem met de zijne tevergeefs zoekt.
satellietbaan In deze tijd verschuilt hij zich echter nooit achter Saturnus, omdat hij daar omheen een ellips doorloopt zoals deze.

  De grote opening die we aan deze lange telescopen geven vermindert niets aan hun vergroting, zodat de Maan er geheel in te zien is en zo groot als eerst.

  Ik zal neef Caron 1) gaan bezoeken met de bedoeling te weten te komen wat het is, dat boek over de geneeskunde van Japan, waarvoor hij 2) zoveel belangstelling blijkt te hebben. De Italiaanse brief 3) was een compliment van een meneer Ricci aan wie ik had geschreven 4) toen ik in Parijs was. Meneer Thevenot biedt mij het exemplaar van Apollonius 5) aan, dat hij hem stuurt, maar ik zal hem ervoor bedanken, omdat ik eergisteren het exemplaar ontving dat prins Leopold me heeft gestuurd.

  Nu is er dus opnieuw een mooie hindernis in de zaak van Orange; het moet wel gemeen volk zijn, en die heren van het Parlement zijn ook sukkels, als beschermers van de Religie te willen optreden bij de huidige stand van zaken. Naar meneer Chièze zegt heeft het er de schijn van, dat ze dit alles expres doen om nieuwe verwarring te stichten.

  Ik kan me niet indenken wat je wilt zeggen met die boodschap die


[ *)  Christiaan Huygens, Systema Saturnium, nr. XII in de figuur bij p. 35, Ned..  Zie ook 'Gassendi dessine Saturne', en Opera omnia (1658) IV, p. 418, 459, 464.]
[ °)  Zie de figuur van blz 55 van Systema Saturnium, Ned.]
1)  Zie brief No. 924, n.2.     2)  Huygens heeft het hier over M. Thevenot. zie brief No. 1026.
3)  Zie brief No. 1027.     4)  Zie brief No. 843. [Dagboek, 18 febr. 1661.]
5)  Zie brief No. 1026. [No. 536, n.2: Conicorum Lib. V. VI. VII. (ed. Borelli), Flor. 1661.]

[ 166 ]
juffrouw van Niveen 6) me zou hebben gegeven aangaande juffrouw Ida 7). Ik heb er geen ontvangen of anders ben ik de herinnering eraan geheel verloren. Ik zal evenwel binnenkort weten hoe het zit.

  We gaan dineren in Hofwijck met de 2 Tantes en Signor Chièze, die nu hier naast mij aan jou zit te schrijven en laat hij het alsjeblieft kort maken, evenals ik, want mijn Nicht 8) roept al dat we moeten komen.


6)  Elisabeth Maria Musch.
7)  Ida van Dorp, die vaak voorkomt in deze briefwisseling.
8)  Catharina Suerius [<].



No 1030.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

6 juli 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 6 Julii 1662.  

  Het nieuws dat je me meldt over de dood van de jonge Monbrun 1) is niet echt, volgens wat meneer van La Lecke 2) mij heeft gezegd, die pas uit dat land komt, en hij zegt dat er een boot is omgeslagen dichtbij Hampton court, waarbij mensen zouden zijn omgekomen, maar dat Monbrun er niet was geweest.

  Wat zou je willen dat ik je geschreven had over mijn boodschap van Zuilichem, anders dan dat ik het jammer vond dat jij niet hier was, jij die zowel de zaken als de personen in die streken beter kent dan ik.

  Geloof echter niet dat ik er heen ga om er lang te blijven, want het is alleen voor die zaken van het proces waarmee men ons dreigt, en om te zien of we het met de bijeenkomst kunnen vermijden. Vandaar zal ik naar 's-Hertogenbosch gaan, waar ik in de glasfabriek 3) moet zijn, en ook om Haenwijck 4) te zien waar ik niet ben geweest sinds de fontein er is.


1)  Montbrun de Sous-Carrière was natuurlijke zoon van Roger ... de Bellegarde. Hij werd ca. 1630 geboren, en introduceerde de draagstoel. [Zie Mémoires de la Société de l'histoire de Paris ..., 16 (1890) 57-103, m.n. 83.]
2)  Maurits Lodewijk van Nassau LaLecq (zie brief No. 863, n.8).
3)  In 1656 vroegen en kregen Willem van Bree en Henry Bouchon octrooi en privilege voor de stichting van een glasfabriek, die meer dan een eeuw in werking was ...
4)  Haanwijk, toen het landhuis van de familie Suerius, ligt dichtbij Den Bosch.

[ 167 ]
  Meneer Chièze is heel verbaasd dat je hem niets schrijft, nadat je hem met je vorige brief zoveel ongerustheid had gegeven met het nieuws van de reis van die dames, en hij gelooft dat iemand hem een poets heeft willen bakken.

  Meneer d'Armainvilliers 5) kreeg vorige week nieuws van meneer zijn broer, dat hij er niet aan twijfelde dat de teruggave van Orange over weinig dagen zou gebeuren 6), wat helemaal niet overeenstemt met wat jij me er nu over schrijft. Ik geloof dat dit artikel over de katholiciteit van de gouverneur moeilijk doorgelaten kan worden door meneer de keurvorst van Brandenburg, want dat is toch niet het teruggeven van de soevereiniteit aan de Prins als het een teruggave is met deze beperking. Ik hoor dat men hier spreekt over het benoemen van een Luitenant in plaats van een Gouverneur, onder het voorwendsel van besparing, maar er zijn er die geloven dat men andere bedoelingen heeft. Het ga je goed.

  Ik wens dat je opnieuw in Parijs bent, omdat je daar ruimere stof hebt voor nieuws.


5)  Maximilien de Berringan. Zie brief No. 744, n.17.
6)  Deze teruggave was pas op 21 maart 1665, hoewel ze al op 31 dec. 1664 was beslist tussen Lodewijk XIV en Constantijn Huygens sr. na eindeloze tegenwerking. Maar in deze periode grepen de Katholieken en vooral de Jezuïeten de macht en deden ze de inwoners veel onrecht en wreedheid aan. Hierover is verschenen: Les Larmes de Jacques Pineton de Chambrun ..., Den Haag 1688.
[ Daarin op p. 185-186: brief van Huygens sr., 26 nov. 1686.]
[ Zie over de 'hybridische toestand' van Orange in deze tijd: Worp, Briefwisseling, deel 5, p. xxx.]




No 1031.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

13 juli 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 13 Julii 1662.  

  Ik vind je reisje heel aangenaam, na bij Zus 1) het hele verhaal te hebben gezien. Dat zijn nog eens mooie dingen die je in 3 dagen hebt gezien, en die


1)  Sus betekent: zuster. Het is mevrouw Susanne Doublet. zie brief No. 197, n.7.

[ 168 ]
je ongetwijfeld veel geringschatting geven van alles wat er van deze soort is in het Vaderland. Ik had mevrouw Louise 2) willen zien in haar kloosterhabijt en bij het uitvoeren van de functie van Portierster 3).
Overigens was de conversatie met als onderwerp het slingeruurwerk heel grappig; daar begint Signor Padre misstappen te begaan als hij de goede kwaliteiten ervan met zoveel voorliefde verkondigt. Met Saturnus ligt het anders, want hij kan er met alle gerustheid over praten zonder voor dergelijke ongemakken te vrezen. Dit vaderschap is hem geenszins tot last, en doet hem eer aan, zoals je hebt kunnen oordelen aan de buiging van de heer Thaumaste 4) de Engelsman.

  Ik wacht nog op nieuws van mevrouw van Brederode 5), om te weten wanneer ik me naar Zuilichem moet begeven. Het lijkt me dat men van haar kant de zaak niet zeer bespoedigt, en van onze kant zie ik ook geen aanleiding voor haast, mits zij zich ervan onthouden het werk dat wij hebben afgebroken te herbouwen. Ik heb geschreven aan van Genderen 6) erop te letten en ons ervan op de hoogte te stellen. Vader zal er ongetwijfeld om gelachen hebben dat ik Dirck Jansz 7) de secretaris heb genoemd als bemiddelaar van onze kant, die al meer dan een jaar in de andere wereld is, zoals ik later vernam. Dat is nog eens goed ingelicht zijn over de zaken, maar jij weet dat de heer van Zeelhem 8) zich evenzeer vergist heeft als ik.

  Ik heb hen jouw verontschuldiing meegedeeld betreffende de uitgave, zoals hij mij ook al eerder deelgenoot heeft gemaakt van wat Vader hem erover heeft geschreven, waarbij ik nooit gevonden heb dat hij veel reden had zich te beklagen, zodat ik deze vermaningen heb beschouwd als iets dat we zo vaak hebben gehoord in dergelijke gevallen. Als je de rekening goed bijhoudt, zoals jij tot dusver hebt gedaan, zal dat je altijd voldoende rechtvaardigen, en broer zegt dat hij er al over heeft geschreven aan Vader om hem te doen begrijpen dat er niets meer op je uitgave was aan te merken. Ik voor mij vond het niet onredelijk dat hij je iets als voorschot gaf in Parijs, gezien het feit dat het krediet er niet zo goed is als hier, en de 14 duizend manieren die er daar zijn om zijn geld te besteden.


2)  Misschien Françoise Louise de la Baume le Blanc, duchesse de la Vallière ... [1644-1710] ...
3)  Van een klooster in Tours. Zie brief No. 1038 [n.9].
4)  We weten niet wie deze Engelsman in vervoering is.
[ François Rabelais, Les oeuvres, Amst. 1659 (T. 2, p. 450: Thaumaste - bewonderenswaardig iemand), p. 237: "disputer par signes seulement sans parler".  (Ned. 1682).  Wikipédia, Pantagruel: "Thaumaste, un savant anglais ... une figure intellectuelle plus sincère et loyale que les scolastiques de la Sorbonne".  Panurge wordt door Chr. Huygens genoemd op 10 aug. 1662, zie hierna p. 193.]

5)  Maria van Hoorn van Leent ... weduwe (sinds 17 sept 1661) van Cornelis van Brederode ...
6)  Jan van Genderen. Zie brief No. 920, n.7.
7)  Dirck Jansz. was secretaris van Zuilichem en overleed in 1661.
8)  Broer Constantijn Huygens.

[ 169 ]
  Ik weet niet welk nieuws men daar kan hebben over de verovering van Formosa. De schepen uit Indië die het ons moeten brengen zijn nog niet aangekomen, maar men verwacht ze binnekort. Men heeft wel geweten dat de Chinezen op het Eiland waren en dat ze Taiwan belegerd hielden, waar meneer Coijet 9) het bevel voert, maar dat ze het zouden hebben ingenomen, daarvan weet men nog niets, hoewel er mensen zijn die er zeer voor vrezen, en onder anderen neef Caron 10).
Ik was hem afgelopen zondag gaan bezoeken om hem te vragen wat dat was, dat boek over Japanse geneeskunde waarover meneer Thevenot me heeft geschreven 11). Hij zei me dat het een vergissing moet zijn geweest van Piso 12), omdat hij het genoemde boek nooit gehad heeft, noch er met hem over gesproken, maar wel vaak over de manier waarop deze eilandbewoners de geneeskunde beoefenen.
Ik zal aan meneer Thevenot schrijven 13) wat hij mij hierover heeft verteld, maar dit kan niet vandaag zijn. Ter vergoeding wil ik hem ook een uittreksel 14) sturen van de Reis naar China, dat ik ervan heb gemaakt toen ik het in handen had, ik bedoel dat verhaal dat hij zozeer verlangde te krijgen 15). Ik wist zelf niet dat ik dit uittreksel had, maar ik heb het pas gevonden tussen andere papieren.

  Gisteren was ik bij de Rolzitting om de zaak van de heer Borri 16) te horen bepleiten, die zo vermaarde man, en het was de eerste keer dat ik hem zag. Men heeft hem hier gedagvaard om in persoon te verschijnen, meneer de Procureur-generaal 17) had zich gevoegd bij de Officier van Amsterdam 18), en zo was ook zijne Excellentie daar met ontbloot hoofd in een grote


9)  Frederik Coyett ... [1615/19-1687], gouverneur: 1656 - febr. 1662 [zijn vrouw: No. 72, 75].
10)  Zie brief No. 924, n.2.     11)  Zie brief No. 1026..     12)  Zie brief No. 1026, n.4.
13)  Deze brief is niet gevonden.     14)  Zie stuk No. 1039.
15)  Zie de brieven No. 952, 962 en 1025.
16)  Zie brief No. 881, n.2.  Gius. Franc. Borri ... [1627-1695] ... vrijdenker ... excommunicatie, zie Sententie en Executie ..., 's-Grav. 1662 [gelezen door broer Constantijn, zie No. 1144, bij n.4]. Het is te begrijpen waarom dit toen in het Nederlands uitkwam.
17)  Cornelis Boy. Zie brief No. 803, n.18.     18)  Lambert Reynst ...

[ 170 ]
samenloop van mensen. De zaak was dat de erfgenamen van een koopman te Amsterdam, genaamd Demmer 19), die een soort obligatie 20) hadden gevonden waarmee Borri hem beloofde dat hij hem over 2 jaar 100 duizend fr. zou betalen voor een zeker geheim dat deze Demmer hem had geleerd; daar de genoemde obligatie echter clausules 21) had die haar ongeldig maakte, is men begonnen de heer Borri ervan te verdenken dat hij veel geld had geleend van de overledene, en dat hij hem daarna met een mooi medicijn naar de andere wereld had geholpen, want hij had hem bijgestaan in zijn ziekte; en terwijl deze man tijdens zijn leven in vrij goeden doen was geweest, vond men bijna niets na zijn dood.
Borri vond dat hij in Amsterdam een verklaring van goed gedrag moest vragen, om dit lasterpraatje te doen ophouden, en de Officier "dat hij soude op Articulen gehoort werden" 22). Nadat Borri daarbij de overwinning had behaald heeft hij de Officier hier voor het gerechtshof opgeroepen, en opnieuw gevraagd hem van blaam te zuiveren. Meneer Boy 23), die zich bij de genoemde Officier heeft gevoegd, heeft eveneens ervoor gepleit dat hij ondervraagd zou worden op artikelen en dit is waarover men nog twist, nog zonder dat men de informatie heeft aangeroerd.

  De maker van speelkaarten P. Meffert 24), bij wie Signor Borri ook alle krediet had, is nog plotseling overleden en arm, hoewel men hem altijd voor heel rijk heeft gehouden, wat de verdenkingen tegen de genoemde Borri sterk vermeerdert 25).


19)  Gerard Demmer ... directeur van de V.O.C. ...     20)  Gedateerd 28 april 1662.
21)  Borri behoefde niets te betalen als Demmer binnen 2 jaar zou overlijden.
22)  Traduction: qu'il serait interrogé sur Articles.
23)  Zie brief No. 803, n.18 [hier bij n.17].
24)  Pieter Mefferdt [-1663, volgens In de kaart gekeken, 1976], Duitser van oorsprong, vestigde zich in 1627 te Amsterdam als drukker van speelkaarten ... [Beschrijving der schilderijen op's Rijks Museum te Amsterdam, 1872: Govert Flinkcm 'Vreugdefeest', 1648] ...
25)  Borri werd in jan. 1665 veroordeeld tot het betalen van 5000 gulden, als hij onder ede wilde bevestigen dat hij van Demmer de som van 10000o gulden niet had ontvangen, of van de 100000 gulden als hij dit weigerde.



[ 179 ]
No 1036.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

20 juli 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 20 Julii 1662.  

  Je ziet dat ik mijn brieven nog in Den Haag dateer en dit komt doordat ik niets hoor van mevrouw van Brederode 1) hoewel haar kleine secretaris me heeft beloofd dat hij me binnekort zou komen verwittigen. Wij geloven van onze kant dat we hen moeten laten begaan, aangezien ondertussen de geschikte tijd om te werken voorbijgaat. Ik zal met van Genderen 2) overleggen over de personen die jij voorstelt, van wie niet te vrezen is dat onze partij geen uitzondering kan maken, aangezien het niet gaat om arbitrage maar om alleen om het bepleiten van de zaak.
Ik kan je al wel verzekeren dat het een goed en vruchtbaar jaar is in deze streken van de Bommelerwaard, maar welk voordeel kunnen we ervan verwachten als overvloed alles zo goedkoop maakt, zoals de ontvanger van Monnikenland 3) ons bericht dat het hooi daar in de buurt wordt verkocht voor een rijksdaalder, en soms kost het wel 12 of 14 fr. Het is jammer dat het niet kan worden gebracht naar waar jij bent.
Op Hofwijck 4) is er ook veel fruit, appels, kersen en meloenen, waarvan we gisteren de eerste aten. Ik dacht dat Nicht 5) met haar brieven Vader informeerde over dit alles. Ik was gisteren met Don Sebastiaan 6) en 2 nichten De Wilm 7) bij tante van St. Annaland 8) in haar buitenhuis, waar een buitengewone hoeveelheid kersen is, en nog meer bij meneer van Leeuwen. We lazen er de verzen van jouw Dichter 9) voor 15 stuivers per honderd, waarvan het verhaal grappig is 10).


1)  Zie No. 1031, n.5.     2)  Jan van Genderen jr, administrateur te Zuilichem, No. 920, n.7.
3)  Gysbert Jansz. Verzijl; zie brief No. 828, n.1.
Hofwijck 4)  Hofwijck, dichtbij Voorburg bij Den Haag, buitenhuis van Const. Huygens ... [Tekening: Chr. Huygens, 1658.]
5)  Catharina Suerius [<].
6)  Sebastian Chieze. Zie No. 863, n.4.
7)  Constantia le Leu de Wilhem (No. 196, n.10) en zus Aegidia, die overleed op 1 mei 1690.
8)  Geertruid Huygens.
9)  Waarschijnlijk Gaston Jean Baptiste, duc de Roquelaure [1617-1676] ... militair en populair komisch dichter [ed. 1727, Ned. 1736].
10)  Het waren vaak nogal onbetamelijke verzen, gedrukt op 1 blad, soms met figuren.

[ 180 ]
  Ik ben verbaasd dat de goede hertog van Roannez 11) zo lang heeft gewacht met je te bezoeken. Toen ik in Parijs was kwam hij me 3 of 4 keer per week opzoeken*). Wat betreft het voorstel dat ik in Amsterdam het zelfde privilege zou vragen dat zij hebben voor de karossen°), ik geloof ten eerste dat men er geen baat bij zou vinden zoals in Parijs, omdat de straten er vrij netjes zijn en gemakkelijk; en verder dat de magistraat ook niet die drukte over de hele stad zou toelaten, nu ze tenslotte nauwelijks aan particulieren heeft toegestaan een karos te hebben 12). En als er geen enkele belemmering was, zou het wel een mooie zaak zijn voor mij om in verward te raken zoals die andere [<], en de afleiding van enige processen te hebben. Je moet wel erg op geld belust zijn en weinig bezorgd om je tijd, om zulke dingen te ondernemen.

  Ik ben wel blij met het plan dat meneer Thevenot heeft gemaakt, maar waarom kiest hij liever de winter dan de zomer om zich op reis te begeven?

  ... die jonge man 13) over wie je het hebt, dat is meneer Thevenot, neef van de raadgever van het Parlement, maar deze heeft zijn taak verkocht, zoals ik weet. Hij heeft mij zoveel vriendelijkheid bewezen toen ik in Parijs was 14), dat ik moeilijk zou kunnen vereffenen wat ik aan hem te danken heb. Ik wist wel dat hij op reis was en daarom heb ik je tot dusver niet voorgesteld hem te bezoeken, maar wanneer hij terug is zou je hem wel een bezoek moeten brengen, je zult hem heel goed vinden 15).

  Ik zie dat de zaken van Signor Padre nog zeer weinig vorderen, wat hem blijkbaar bedroeft en in een slechte stemming brengt, en des te meer omdat vanaf het begin alles naar wens leek te gaan. Ik ben blij dat meneer Chièze hem binnenkort gaat opzoeken, want het lijkt me dat hij diens gezelschap al lange tijd mist. Het ga je goed.


11)  Arthur Gouffier, duc de Roannez, brief No. 837, n.1 [aan broer Constantijn, 11 febr. 1661].
[ *)  Zie Dagboek: 4 nov. 1660, 13 en 30 nov., 3, 5, 13 dec. ... 18 maart; hierboven: p. 110, 137.]
[ °)  Voor een lijndienst met de 'Carosses à cinq sols', vanaf 1662. Zie Oeuvres de Pascal, X (1914) p. 282-289 en ook 271 e.v.]
12)  Het was in Amsterdam verboden, op straffe van 100 gulden boete, zich te verplaatsen met een karos; uitzondering was er alleen in bijzondere gevallen. Zo kreeg vader Const. Huygens in 1669 toestemming voor 2 dagen; en Nic. Tulp mocht toen hij burgemeester was een karos gebruiken, die hij liet parkeren in het souterrain van zijn mooie huis aan de Keizersgracht, bij de Westermarkt. Pas in 1735 werd de toestemming algemeen, met een belasting op wagens.
13)  Jean de Thevenot, neef van Melchisedec Thevenot
14)  In 1655 of 1660-1661. De laatste periode is het waarschijnlijkst, omdat Lodewijk in 1655 ook in Parijs was, maar dan moet Jean Thevenot eerder dan 1662 in Parijs zijn teruggekeerd.
[ In het Dagboek wordt Thevenot 22 maal genoemd, vanaf 16 nov. 1660 (bij Montmor); het zal toch Melchisedech Thevenot zijn geweest.]

15)  Heel deze alinea was door Huygens geschrapt, als zijnde niet meer van toepassing toen de brief werd verstuurd (zie brief No. 1038). Toch kon het grootste deel worden ontcijferd [de laatste 9 regels van de 12].



[ 183 ]
No 1038.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

27 juli 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1662', 2019, p. 13.]

le 27 Julii 1662.  

  Na geschreven te hebben aan Vader 1) en aan jou 2) was ik vorige week buitengewoon boos dat mijn pakket op een te laat tijdstip bij de Post aankwam, en te meer omdat er nog een brief van zus was, die nu dit pakket dikker zal maken. Ik voeg er ook de brief bij die ik je schreef, na daarin een stuk te hebben doorgehaald 3) dat niet meer van toepassing was.

Wat betreft die aan Vader, die was niet naar mijn zin omdat hij te haastig geschreven was, en ik dacht er vandaag een voor hem te kunnen maken op mijn gemak, maar de tijd is me ontnomen, eerst door mensen die me vanmorgen zijn komen bezoeken, en na het eten door neef Martin Zuerius 4) die vandaag is aangekomen en hier in huis heeft gegeten met zijn zus 5) Hamel en haar echtgenoot 6).
Bovendien heb ik een lange brief 7) geschreven aan meneer Thevenot die ik hem hier stuur met het Uittreksel 8) van het Chinese verhaal. Nu ik dus geen tijd over heb ben ik wel blij dat er in je brief geen belangrijke dingen staan waarover veel geredeneerd en nagedacht moet worden om er op te antwoorden.
Ik bedank je voor het nieuws, waarvan dat van de zuster 9) verborgen in Tours me het meest heeft verrast. Maar zeg me eens hoe je nu omgaat met Signora Mar. 10), ga je er nog heen of ben je weggejaagd sinds die heer Graaf er heerst.

  Ik wist heel goed wie juffrouw de l'Enclos 11) was, en meneer de Boisrobert 12) heeft me meer dan drie keer beloofd mij erheen te brengen, maar steeds kwam er een of andere belemmering. Hij toonde me een schilderij waarop zij geheel naakt was geschilderd, toen ze nog redelijk mooi was, maar tegenwoordig is het afgelopen,


1)  Deze brief is niet gevonden; overigens is hij ook niet verstuurd.
2)  Zie brief No. 1036.     3)  Zie brief No. 1036, n.1510.
4)  Martin Suerius, zoon van Jacob Suerius en Johanna Lopes. Zie brief No. 78, n.4.
5)  Sara Suerius. Zie No. 78, n.2     6)  Gerard Hamel Bruynincx. Zie No. 919, n.5.
7)  Deze brief is niet gevonden.     8)  Zie Aanhangsel No. 1039.
9)  Zie brief No. 1031 [n.3].     10)  Marianne Petit.
11)  Anne, genoemd Ninon de l'Enclos ... [1620-1705], door haar vader opgevoed volgens de filosofie van Epicurus ... [Dagboek: 19 jan. en 17 febr. 1661.]
12)  François le Metel, seigneur de Boisrobert, zie brief No. 604, n.14.

[ 184 ]
en converseert ze naar men zegt met nette dames, nadat de leeftijd haar het oude beroep heeft doen opgeven. Vader bezoekt haar uit liefde voor de muziek, dat is zeker en ik wil er geen andere gedachte bij hebben 13).

  Gisteren aten we bij tante van St. Annalandt 14) waar zus jouw brief voorlas. Wanneer we daarin die beschrijvingen zien van de mooie plaatsen die je elke dag gaat bezoeken, zijn we van oordeel dat je de aangenaamste tijdbesteding van de wereld hebt, en nog beklaag je jezelf. Het ga je goed, je krijgt weldra geld, aangezien Signor Padre ons een wisselbrief voor 800 pond stuurt.


13Arago zegt in zijn biografische schets van Christiaan Huygens (OEuvres Complètes de François Arago, 1855, T. 3, p. 321):
Op een van zijn reizen naar Parijs leerde Huygens Ninon de Lenclos kennen, en richtte hij verzen aan haar die niet erg onberispelijk zijn op het punt van gedachte en vorm. Voltaire heeft de kwaadwilligheid gehad ze voor ons te bewaren, en ze worden vaak geciteerd door hen die pretenderen de onverenigbaarheid vast te stellen van genialiteit op het gebied van wetenshappen en poëtisch talent. Een dergelijke conclusie is, naar we moeten erkennen, weinig logisch wanneer ze gefundeerd is op vier slechte rijmen in vergelijking met wat de menselijke geest aan meer vernuftige dingen heeft voortgebracht.
Deze verdedigigng van Arago is overbodig, want het is nu bewezen dat de verzen waar het om gaat niet van Christiaan Huygens zijn, maar van zijn vader Constantijn. De fout komt van Fontenelle [Antoine Bret, 1751] die, in zijn Mémoires sur la vie de Mademoiselle de Lenclos, het kwatrijn aan Christiaan Huygens toekent; deze zou het hebben geschreven tijdens zijn verblijf in Parijs "toen hij benoemd was als ambassadeur van de Staten-Generaal in Frankrijk" [wat zou moeten zijn 1661-1665]. Deze ambassadeur nu was Constantijn Huygens.
14)  Geertruid Doublet, geboren Huygens.



[ 192 ]
No 1041.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

10 augustus 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1662', 2019, p. 15.]

A la Haye ce 10 Aoust 1662.  

  Je hebt met de laatste gewone post van mij niets ontvangen door de reis naar Amsterdam, die ik maakte met zwager Moggershil 1) om de begrafenis bij te wonen van neef J. de Vogelaer 2), en ook omdat ik er zaken te doen had. We vertrokken op woensdag 3) om 6 uur 's ochtends met de postwagen 4), en kwamen een half uur voor de middag in Amsterdam aan 5), wat een groot gemak is en voor een redelijke prijs, want men betaalt maar 4 fr.

Om 2 uur waren we in het sterfhuis 6) en toen alles was afgelopen om 3 uur hadden we de hele rest van de namiddag om te wandelen. Het is niet nodig dat dat ik je iets zeg over de grote rouwstoet die er was of hoeveel tranen werden vergoten, omdat je je dit voldoende kunt voorstellen. Er zijn meer dan 3 tonnen aan goud te verdelen, en toch veel ontevredenen, die een groter gedeelte ervan hadden verwacht dan ze zullen krijgen. Alles was nog vredig toen wij er waren, maar men zegt dat er veel geschreeuw was toen dezelfde avond het testament was geopend, en dat Dan. 7) en de neef 8) die Secretaris is, tierden als razenden. Auri sacra fames quid non &c.*)

  In de kamer waar de bloedverwanten van het zwakkere geslacht zich hadden verzameld vonden we onder anderen de 2 Aerssens 9) (van wie de ene daar is om zich te laten genezen van haar koudvuur) met juffrouw Amaranthe 10) en het was met dit edele trio en in hun karos dat we tot aan de avond rondreden. De volgende dag liepen we door de hele stad om onze boodschappen te doen, en de nieuwe gebouwen te zien.


1)  Philips Doublet jr. [<]     2)  Johannes de Vogelaer, ongehuwd overleden in juli 1662 ...
3)  Dat wil zeggen op 2 augustus.
gevelsteen met postwagen 4)  De 'Haagsche postwagendienst' begon in 1660; het was de eerste dergelijke onderneming in de Nederlanden. De wagens kwamen in Amsterdam aan op de Singel bij de Korsjespoortsteeg, waar een huis is met een wagen als gevelornament [Singel 74, zie figuur].
5)  De afstand van Den Haag naar Amsterdam is ongeveer 61 km, en de wegen waren grotendeels heel zanderig.
6)  Aan de Barndesteeg, waar de familie de Vogelaer introk bij aankomst in Amsterdam.
7)  Daniel de Vogelaer was de brier van de overledene. Zie brief No. 148, n.1.
8)  Jacob de Vogelaer ... geb. 1626, in 1644 student filosofie te Leiden ... in 1655 benoemd tot secretaris van maritieme zaken te Amsterdam.
[ *)  Lat. (Vergilius, Aeneis 3, 56): "quid non mortalia pectora cogis, auri sacra fames!", waartoe beweeg je het menselijk gemoed niet, vervloekte honger naar goud!]
9)  Twee 'oude' juffrouwen van Aerssen. Zie biref No. 829, n.10. [Anderen bij Rasch.]
10)  Amarantha van Aerssen. Zie brief No. 44, n.7.

[ 193 ]
  Ik ben ook voor het eerst op bezoek geweest bij de heer Hemony 11), met wie ik lang gesproken heb over dingen van zijn vak, en muziektonen, waarin hij heel deskundig is. De 3e dag namen we weer plaats op dezelfde wagen, om half vier, en we waren even na 9 uur in Den Haag. Zwager 12) zal je naar ik geloof meer in het bijzonder verhaal doen van deze reis, en wat ik ervan gezegd heb is maar bij gebrek aan andere stof, want in werkelijkheid heb ik je niets te berichten, behalve dat de meloenen op Hofwijck heel goed zijn, en nieuws van dergelijk belang.

  Als ik je hoor spreken over de discussie van de jonge heren Montmor 13), zou ik zeggen dat die van Panurge*) met gebaren, die hij had in dezelfde stad Parijs, minstens evenveel waard was.

  Je zult nu wel de verordeningen van de voogdij 14) hebben ontvangen en niettemin, volgens wat ik hier over de zaak hoor, zou jouw verblijf aan dit hof nog wel enige tijd kunnen duren. De heer Chièze vertrekt over 4 of 5 dagen van hier, eerst naar IJsselstein waar hij meneer van Santen 15) gaat bezoeken, en van daar naar Turnhout°), vanwaar men hem, naar hij gelooft, weldra weg zal zenden om jou gezelschap te gaan houden. We hebben hem vandaag te eten gevraagd met neef M. Zuerius 16).

  Iemand zei me gisteren, die het had horen zeggen bij mevrouw van Gent 17), dat de ambassadeur don Estevan 18) ging trouwen met Sophie Carisius 19). Maar ik houd het voor een verhaaltje, hoewel het overigens zeker is dat hij haar vaak ziet en dat hij haar gedurende haar ziekte, waarvan ze pas hersteld is, vaak een lekkernij heeft gestuurd.


11)  Er waren 2 broers, klokkengieters, François ... [toen in Amsterdam; Pieter in Gent].
12)  Philips Doublet. Zie noot 1.
13)  De zoons van H. L. H. de Montmor (No. 278, n.5) en Mlle de Manicamp (No. 908, n.9).
[ *)  In Rabelais, Pantagruel (Ned. 1682); eerder 'Thaumaste' in No. 1031, bij p. 168, n.4.]
14)  De voogden van Willem III, prinses-weduwe Amalia van Solms (No. 15, n2) en haar oom, keurvorst van Brandenburg Friedrich Wilhelm (No. 126, n.1), twistten met Lodewijk XIV over Orange
15)  Van Santen was luitenant geweest van het garnizoen van Orange onder Friedrich von Dhona.
[ °)  Amalia van Solms was in Turnhout, zie Worp, Briefwisseling, deel 6, p. vii.]
16)  Martin Suerius. Zie brief No. 78, n.4.
17 Adriana Sybilla van Ripperda. Zie brief No. 823, n.10.
18)  Don Estevan de Gamarra was Spaans ambassadeur (zie No. 290, n.7), hier sinds juni 1657.
19)  Sophie Carisius was dochter van de ambassadeur van Denemarken (zie No. 820, n.12).

[ 194 ]
  Vader stuurde mij onlangs een Latijnse brief van meneer Blondel 20), waarover hij mijn mening wilde weten. Als hij je er nieuws van komt vragen, zeg hem dan dan ik zijn vondst 21) van de Elliptische balken heel mooi en waar vind, en dat hij gelijk heeft gehad Galilei te verbeteren, die heeft geloofd dat er Parabolische balken nodig waren; dat evenwel deze kegelsnede er ook nuttig dienst voor kan doen, als men de balken plat legt zoals volgt,
parabolische balken
waarvan hij makkelijk het bewijs zal zien. En misschien zou deze manier niet minder geschikt zijn voor gebruik, omdat ze overal gelijke dikte hebben.

  Maar om je de waarheid te zeggen, waarbij het niet nodig is dat je hem die vertelt, ik schat dat noch de ene noch de andere vorm veel nut heeft, en wat betreft de scherpzinnigheid van de beschouwing: die is niet zo groot als deze schrijver schijnt te geloven, althans voor mij zijn het heel makkelijke dingen.


20)  François Blondel, zie brief No. 191, n.2.
21)  [Epistola ad P. W. (Paulum Wurzium), Par. 1661]  'Resolution des quatre principaux Problèmes d'Architecture. Par M. Blondel', in Mémoires de l'Académie royale ..., T. V, 1729 [p. 355]; het vierde is 'Quatrième Probleme Resolu, trouver la ligne sur laquelle les Poutres doivent estre coupées ... Premier Discours' [p. 477, met de Latijnse brief, 1657; fig.]. 'Second discours ou Lettre au Sr. B. pour la résolution de ses doutes ... ' [p. 494, Par. 18 juli 1661].



[ 197 ]
No 1044.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

17 augustus 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 17 Aoust 1662.  

  Ik geloof dat je in een slechte stemming was bij het begin van je brief, want de verwijten die je mij maakt komen slechts van het feit dat broer van Zeelhem 1) was vergeten zijn pakket te sturen. Anders zou je wel geweten hebben dat het was voor de begrafenis van Oom 2) Jan 3) dat ik naar Amsterdam was gegaan. In mijn vorige brief 4) zeg ik je iets over de woede van slecht bedeelde bloedverwanten; sindsdien zijn we de hele inhoud van het testament te weten gekomen en onder andere dat neef Dan. 5) maar een overblijfsel van duizend fr. heeft gekregen, zodat het niet vreemd gevonden moet worden als hij zijn verontwaardiging tot uitbarsting liet komen. Hij is nu hier in Den Haag en logeert niet bij zijn zus 6), en bezoekt haar niet.

  Ik weet nog niet wanneer meneer Chieze zal vertrekken, nu eens houdt Buysero en dan weer Ketting 7) hem aan het lijntje. Hij schijnt tenminste te doen wat hij kan om zich te laten afvaardigen. Ik was van plan nog een lijntje te leggen bij zijn vertrek, dat wil zeggen hem te belasten met de toverlantaarn 8), die ik voor vader heb laten maken; maar hij zal ervan verlost worden, want ondanks al mijn ijver en kennis kan ik het niet klaarspelen. Ik spreek in ernst, en broer Zeelhem kan getuigen hoeveel moeite ik tevergeefs gedaan heb, zonder dat ik hem zo kon inrichten als de eerste was die ik vroeger had, waarvan ik de glazen lang geleden eruit genomen had; ik zou nu niet kunnen terugvinden welke het geweest zijn.
Misschien dat signor padre het zich niet herinnert, maar als het wel zo is laat je hem de bovengenoemde redenen wel weten, en overigens ben ik bereid voor hem een verrekijker, een microscoop en alles wat hij wenst te fabriceren, uitgezonderd de lantaarn, waarvan de uitvinding gerekend moet worden tot de verloren kunsten.*)

  Als je die van tekenen niet vergeten bent zou ik je willen verzoeken voor mij jouw portret te maken, opdat ik weet hoe je er uit ziet zonder pruik en met een dik gezicht, en


1)  Constantijn Huygens.
2)  'Oom' is hier een term voor een familierelatie, niet de graad van verwantschap.
3)  Johannes de Vogelaer. Zie brief No. 1041, n.2.
4)  Zie brief No. 1041.     5)  Daniel de Vogelaer, zie No. 1041, n.7.
6)  Isabeau de Vogelaer (dochter van Marcus ...) geb. 1597, getrouwd met Joh. Dedel [1588-1665].
7)  Ketting was ondersecretaris van de prins van Oranje [Adriaan Buysero (p. 91) secretaris].
8)  Zie de brieven No. 1001, 1005 en 1010.
[ °)  Hieronder: Chr. Huygens' tekening van de 'Laterna magica' (1694), in T. 13, p. 786.]
toverlantaarn
[ 198 ]
om het te laten zien aan alle familieleden. Het gaat goed met je, als je ondanks al je tegenspoed toch vet blijft vergaren. Otium et victus quid facit alienus*).

  Zo meteen ga ik de Secretaris van mevrouw van Brederode 9) bezoeken, om te vernemen welke belemmering er is voor onze vergadering van Zuilichem, want tot dusver heeft men mij niets laten weten. Het mooie seizoen gaat voorbij, en als het nodig is dat ik er naartoe ga, zou ik het wel fijn vinden als het zo spoedig mogelijk is.
Tante 10) en neef Eycberg 11), met het hele gezin, en bovendien Mi Campen 12), die groot en dik is geworden, meer dan je zou kunnen geloven, gaan morgen naar Munnikenland, en zoveel gezelschap zal in de buurt zijn als ik er enige tijd zal moeten blijven.

  Je zult misschien niet hebben begrepen waartoe de figuur dient van de Elliptische en Parabolische balken, waarvan ik melding maakte in mijn vorige brief 13), want ik denk niet dat ik eraan toegevoegd heb dat het was om ze overal gelijkmatig sterk te maken, als ze op de twee uiteinden worden ondersteund. Het is waar dat meneer Blondel je het had kunnen uitleggen, maar dit kan je ondertussen van dienst zijn.

  Wanneer je mijn experimenten meedeelt aan de hertog van Roannez 14), zeg hem dan ook dat ik een regel 15) heb gevonden om bij een zekere hoogte te weten hoeveel van het gewicht van de atmosfeer er nog is van daar af omhoog, en dientengevolge op welke hoogte het kwik in het experiment van Torricelli er moet blijven staan, zoals bij voorbeeld: wanneer men op een hoogte van 22873 voet is, zeg ik dat men nog de helft van het genoemde gewicht boven het hoofd heeft; en wanneer men op een hoogte van 100 duizend voet is slechts 1/21; en op een hoogte van 380000 voet 1/100000.

  Ik heb meneer de Secretaris niet gevonden in zijn verblijf, zodat ik nog niet weet wat ik moet zeggen over de reis. Het ga je goed.


[ *)  Terentius, 'Eunuchus', II.ii: "otium et cibus quid facit alienus".
J. Westerbaen, 'De Kaemerlingh': "wat dat de leckre beeten / en andrer luyden kost al wonders kunnen doen" p. 18 ('s-Grav. 1661).
H. Zwaerdecroon: "wat de ledigheid en schuimerij uitvoerd" (Rott. 1663), p. 111.
J. Minellius: "wat leeg gaen, en ander mans kost en schuymery te wege brengt" (Rott. 1663), p. 119.]

9)  Zie brief No. 1031, n.5 [hierboven p. 53].
10)  Petronella Campen, weduwe van Maurits Huygens, nu getrouwd met Johan Eyckberg.
11)  Johan Eyckberg, zie brief No. 230, n.3.
12)  Maria Campen was een nicht van Petronella Campen.
13)  Zie brief No. 1041.     14)  Zie brief No. 837, n.1.
15)  Zie No. 1048 [geen rekening is gehouden met de 'warmtegraad', eerder wel genoemd in No. 1032 (p. 172); de juiste waarde voor de helft is ongeveer 5,5 km, zie de grafiek bij 15° C, die een rechte zou geven in de standaardgrafiek].



[ 209 ]
No 1051.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

24 augustus [1662].

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 24 Aoust  

  Meneer Chièze heeft mij gezegd dat de plakken van meneer de Montpouillan 1) zijn aangekomen bij meester Jaques, de genoemde heer Markies was afwezig. En ik heb hem gezegd wat je me bericht over het etui van meneer de la Fare 2), en over de meloenen van Courvoye*).
Gisteren bevonden we ons in goed gezelschap bij Tante van


1)  Armand de Caumont [zoon van Henri-Nompar de Caumont], markies van Montpouillan, kapitein in het leger van de Verenigde Provinciën; intieme vriend van de familie Huygens (zie brief No. 744) [daar Maistre Jaques bij n.15; A. D. Schinkel, 1851, p. 29; ook hierboven p. 110, n.4].
2)  Charles Auguste, Marquis de la Fare ... [1644-1712] was dichter en man van de wereld.
[ *)  Misschien: dorp bij Parijs, zie Hist.-Polit.-Geogr. Atlas, vol 8 (1747), p. 1539, nu Coubert.]

[ 210 ]
St. Annalandt, waar onder anderen waren Belletje 3) en haar zus 4), met haar kraanvogelhals, waarvan Don Sebastian 5) met reden de vorm bewondert.

  Ik herinnerde me niet meer die tegenwerpingen die ik tegen meneer Boyle zou hebben gemaakt 6), en ik zie wel dat de correspondent van meneer Thevenot hem meer heeft doen geloven dan er is, want het was slechts terloops toen ik meneer Moray heb verzocht 6) hem namens mij te bedanken voor zijn laatste boek 7), dat ik een paar bedenkingen heb ingebracht, aangaande bepaalde ondervindingen die niet goed bij zijn hypothese passen. Wat betreft zijn antwoord 8), dat heb ik nog niet gezien, maar ik twijfel er niet aan dat het beleefd en bescheiden zal zijn, want ik heb helemaal niet iets gezegd dat hem voor het hoofd kon stoten. Wanneer ik het ontvangen heb zal ik weten wat mijn bedenkingen waren, ik heb er geen kopie van, omdat ze niet de moeite waard waren.

  Waarom vind je die bepaling zo vreemd, die ik heb toegevoegd aan de verslagen van neef Caron 9)? Ik geloofde dat meneer Thevenot mij wel heel onnozel zou vinden als ik niet zou laten blijken op de een of andere manier te twijfelen aan de waarheid van zulke verhalen, en verder staat de waarde neef er nogal om bekend zijn verhalen te verfraaien. Maar laat hij er in elk geval zo veel van geloven als hij wil, van mij mag het.

  Ik heb nog 2 dozijn glastranen ingepakt in een doos die meneer Chièze je zal brengen, maar hij is er nog niet zeker van wanneer hij van hier zal vertrekken. Wat voor handel heb je met die dingetjes, of aan wie deel je ze uit? Ik vergeet steeds inlichtingen te vragen in Engeland over hoe men ze maakt, maar ik zal proberen er morgen aan te denken als ik aan meneer Moray schrijf 10). Hij heeft me laten hopen 11) dat ik hem weldra hier in Den Haag zal zien, wat ik graag zou willen, want ik houd veel van hem.

  Verzuim alsjeblieft niet ons de spiegeltjes te doen toekomen waarover broer je heeft geschreven 12) met de vorige gewone post, en zorg dat er ook voor mij zijn. Het beroep van Kijkerbouwer is bij ons nooit zo in zwang geweest als tegenwoordig. Het ga je goed, ik heb je niets meer te melden.

Pour le Frere
Louis.

3)  Isabella van Aerssen. Zie brief No. 983, n.8 [p.64 hierboven].
4)  Eén van de zussen van No.829, n.10.     5)  Zie over Sebastien Chieze No. 863, n.4.
6)  Zie No. 1032.
7)  Zie No. 1032, n.2 [A defence of the doctrine touching the spring and weight of the air, 1662].
8)  Zie Aanhangsel No. 1056 [bij No. 1055 van Moray, 1 sept. 1662].
9)  Zie het werk van Caron in No. 924, n.1. [Bezoek aan Caron: p. 169, 10 juli 1662.]
10)  Er is geen concept of kopie gevonden van deze brief, en het is te betwijfelen of hij is geschreven. Zie de brief van R. Moray van 17 nov. 1662.
11)  Zie brief No. 1034. [17 juli.]     12)  No. 1045 van Constantijn Huygens. [17 aug.]



[ 211 ]
No 1052.

[Lodewijk Huygens] aan [Christiaan Huygens].

[augustus 1662] 1).

Het stuk is in Leiden, coll. Huygens.  Chr. Huygens' antwoord: No. 1054.


QUIS  EX  MATHEMATICIS
Tria Problemata Solvet?

Wie onder de wiskundigen
zal de drie problemen oplossen?

  Ten eerste:
Te vinden vier getallen die continu meetkundig evenredig*) zijn, zodanig dat het vierkant van het eerste een gegeven verhouding heeft tot de som van de overige getallen, en wel zulke getallen dat het lichaam uit de som van de [twee] middelste waarden, op het vierkant van de kleinste middelste, gelijk is aan het lichaam uit het verschil van de middelsten, op het vierkant van de grootste middelste, en bovendien dat er in geen van de vier getallen meer dan twee universele wortels°) zijn.
Laat de gegeven verhouding zijn die van 100 tot 1.

  Ten tweede:
Te vinden drie harmonisch evenredige #) getallen, die een rechthoekige driehoek maken. Oftewel: te vinden drie harmonisch evenredigen, zodanig dat het kwadraat van de grootste gelijk is aan de kwadraten van de overige twee.

  Ten derde:
√8 + 6 te delen in twee getallen, met een zodanige verhouding dat de derde macht van het eerste met het twaalfvoudige van het tweede, gelijk is aan de derde macht van het tweede met het twintigvoudige van het eerste. En hier wordt een dubbele oplossing gevraagd, de ene met universele wortels, de andere zonder universele wortels.


1)  Dit stuk is verstuurd met een brief van Lodewijk Huygens aan Chr. Huygens; maar deze brief is niet gevonden, evenmin als zoveel andere van dezelfde briefwisseling; Christiaan heeft het erover in brief No. 1054 [eind].
[ *)  a : b = b : c = c : d,  zoals bij:  1, 2, 4, 8. ]
[ °)  Wortels uit een veeltermen, zoals:  √ ( 2 + √3 ). ]
[ #)  3 getallen a, b, c waarvoor geldt: a : c = (b − a) : (c − b),  zoals bij:  2, 3, 6,  en bij: 3, 4, 6.
Maar deze maken geen rechthoekige driehoek, zie daarvoor 'Pythagorese drietallen'.]




[ 213 ]
No 1054.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

31 augustus 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1052.

le dernier Aoust 1662.  

  Ik ben zeer bedroefd over de dood van de onvergelijkelijke meneer Pascal 1), hoewel hij voor de Meetkunde allang dood is. Ik had altijd gehoopt dat hij zich zou herstellen van zijn zwakheid, en dat hij op een dag die studie weer zou opvatten waarin hij zozeer heeft uitgeblonken. Meneer de hertog van Roannez 2) verliest in hem een grote vriend, en je moet hem jouw en mijn deelneming betuigen.
Via meneer Chièze stuur ik de rekenmachine 3) terug die hij heeft uitgevonden, en misschien was het die van hem zelf, want dat kon ik nooit echt te weten komen; toen ze aan mij werd gestuurd werd me alleen geschreven 4) dat ik haar moest adresseren aan meneer Petit de boekhandelaar 5), zoals ik nu doe.

  Eindelijk gaat de genoemde Don Sebastian voorgoed vertrekken, eerst naar Turnhout, en vandaar naar Parijs, tenzij Mevrouw 6) anders beschikt. Hij zal je een exemplaar brengen van de Memoires 7) die je wenst te hebben en nog een ander voor Vader dat broer 8) hem stuurt. Hoewel dit voldoende had kunnen zijn voor jullie beiden, dacht ik toch dat je wel blij zou zijn er een voor jezelf te hebben. Je zult veel vermaak hebben bij het lezen van zoveel bijzonderheden en verwikkelingen ten aanzien van personen van wie de meesten nog in leven zijn, en ik kan niet begrijpen hoe


1)  Blaise Pascal overleed op 19 aug. 1662 te Parijs.
2)  Zie brief No. 837, n.1.     3)  Zie stuk No. 632. [fig.]     4)  Zie brief No. 717.
5)  Zie brief No. 631, n.5 [Add.: Pierre le Petit].     6)  De prinses-weduwe.
7Memoires de M. D. L. R. sur les brigues à la mort de Louys XIII ..., Col. [Den Haag] 1662, van Monsieur De La Rochefoucauld. ... Ed. 1690 met andere titel.
8)  Constantijn Huygens.

[ 214 ]
deze hertog van Rochefoucauld 9) zo onbezonnen is geweest dit geschrift uit handen te geven, want men verzekert me, anders dan ik had gedacht, dat hij zelf nog in leven is.

  Wat betreft je Canons*), die vind ik niet, na in je kasten en overal te hebben gekeken met Annetje, die zich niet herinnert dat je er wat van hier hebt gelaten toen je vertrok.

  Het verhaal van de Truffels is wonderlijk, als het tenminste ook echt waar is. Als dat van de Rups in weinig woorden is op te schrijven, zoals dit, zou je mij er wel deelgenoot van kunnen maken, want ik denk niet dat het in het boek 10) van de Zeeuw 11) staat, dat ik nu niet heb.

  Ik heb meer dan 5 keer in 15 dagen iemand naar de boekhandelaar gestuurd die mij de boeken van Hevelius 12) voor meneer Petit moet bezorgen; maar tot dusver heeft men ze uit Amsterdam niet gestuurd, wat me doet geloven dat ze er geen exemplaren van hebben, tenminste niet van het laatste over Mercurius voor de Zon [<]. Misschien ga ik er over 2 of 3 dagen heen, en als ze er zijn zal ik je ze zo spoedig mogelijk doen toekomen.
Ik zou graag meneer Chièze ermee belast hebben, maar dat zal niet kunnen, aangezien hij morgen vertrekt. Vandaag wil meneer van Leeuwen 13) hem nog onthalen en hij heeft hem met ons bij hem thuis uitgenodigd voor vanmiddag. Daar zal ik zus 14) zien en te weten komen wat jij haar voor nieuws hebt gemeld.
Ik bedank je voor de Requête 15) van mevrouw Fouquet 16). Wat betreft de andere gedrukte Apologie 17), die heb ik al gelezen.


9)  François VI, duc de la Rochefoucauld, prince de Marcillac ... [1613-1680].
[ *)  Misschien gaat het om kledingstukken, zie 'canon' (bij 2a): onderaan de broek.]
Goedaert, portret 10Metamorphosis Naturalis, Ofte Historische Beschryvinghe vanden Oirspronck, aerd, eygenschappen ende vreemde veranderinghen der wormen, rupsen ..., Midd. 1660 [zie ook p. 228, n.3].
11)  Johannes Goedaert ... [1617-1668], schilder en aquarellist van vogels en insekten, bestudeerde de gedaanteverwisselingen van deze laatste ...
12)  Zie No. 1012 en 1015.
13)  Diederik van Leyden van Leeuwen, zie brief No. 237, n.1.
14)  Susanna Doublet-Huygens.
15)  Requête de Mme Fouquet au roi, à l'effet d'exercer ses reprises et conventions matrimoniales sur ses biens de la succession de son mari. [? Catalogue de l'histoire de France, T. 2 (1855), p. 223: veuve, weduwe.]
16)  Marie Madeleine de Castille-Villemareuil ... [1635-1716] 2e vrouw van Nicolas Fouquet ...
17)  Sommaire de l'instance pour Mme Fouquet première créancière de M. Fouquet ...

[ 215 ]
  Signora Marianne 18) wordt, naar het mij toeschijnt, heel wild 19), en meneer haar vader 20) is wel onnozel dat hij haar zo overlaat aan het bestuur van haar vrije wil. Ik twijfel er niet aan, aangezien ze wil dat de overeenkomst voor het huis tot stand komt, dat de goede man gedwongen wordt ermee in te stemmen, zodat ik geloof dat die al gesloten is, maar hij zou je wel wat meer hebben kunnen vragen, daar hij er zoveel belang bij heeft.
Let er op dat Signora Marianne bij terugkomst het ook niet passend vindt, in haar kamers te komen zonder dat Vader en jij eruit vertrekken. Je zou dan wel een mooie gelegenheid hebben je te wreken op die graaf van Ch. en hem op zijn beurt uit te sluiten. Het ga je goed.


  Van de twee spiegelstukken 21) die je gezonden hebt aan broer van Zeelhem heeft hij er een gebroken toen hij het rond wilde maken, zodat ik het andere dat hij me gegeven had aan hem moest teruggeven. Vraag namens mij aan meneer Petit me nog 2 of 3 stukken te geven van deze zelfde stof als hij ze heeft, want die is heel mooi; en bedank hem voor de instructie die hij ons heeft gegeven 22) voor het polijsten, hoewel ik me voorstel dat hij nog een andere kunstgreep kent, want zijn polijsting is mooier dan wat wij volgens zijn recept kunnen teweegbrengen; maar we zullen proberen het te perfectionneren.

  Ik zou graag willen weten van welke grootte de glazen van meneer d'Espagnet 23) zijn die hij geprobeerd heeft, en welke opening ze toelaten.

  De vraagstukken 24) die je me gezonden hebt verdienen het niet dat men zich ermee vermaakt, ze zijn helemaal niet mooi en hebben geen nut; het komt van een of andere rekenkundige, en niet van een Meetkundige.


18)  Marianne Petit.     19)  Traduction: devient très-étourdie.
20)  Pierre Petit. Zie brief No. 536, n.6.     21)  Zie brief No. 1045 [en No. 1061, begin].
22)  Deze instructie is niet gevonden.
23)  Zie brief No. 1058 [hierna].     24)  Zie stuk No. 1052 [hiervoor].



[ 223 ]
No 1058.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

7 september 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 7 Septembre 1662.  

  Ik ontving pas eergisteren dit antwoord 1) op mijn tegenwerpingen 2) van meneer Boyle, waarvan meneer Thevenot bericht heeft gekregen 3), en meneer Moray die het mij stuurt 4) zegt, dat de oorzaak van deze vertraging is doordat het door de handen van diverse anderen is gegaan. Het is een vrij lange brief en heel beleefd in wat mij aangaat, maar ik vind niet dat hij voldoet aan de twijfels die ik had voorgelegd, zodat ik nog zal moeten antwoorden, hoewel het onderwerp van weinig belang is. Als dit niet zo was, en als de brief in het Frans of in het Latijn zou zijn, zou ik hem aan jou sturen om hem mee te delen aan meneer Thevenot enz.

Ik zou je ook deelgenoot kunnen maken van wat ik heb gestuurd 5) aan de boekhandelaar 6) van meneer Hobbes, dat is een kritiek of weerlegging van zijn kwadratuur van de Cirkel en verdubbeling van de Kubus, die hij onlangs heeft laten drukken met zijn Problemata Physica, maar ik betwijfel sterk of iemand in Parijs dit boek kent.
Het is op verzoek van meneer Moray en van de schrijver, zelf dat ik mijn mening erover heb opgeschreven; die schrijver belooft openlijk aan het eind van genoemd werk, dat hij voortaan zal zwijgen in het geval dat de meetkundigen zijn vondsten veroordelen, die in feite slechts belachelijke paralogismen zijn.

  Ik heb jouw staatsnieuws meegedeeld aan meneer van Leeuwen toen we gisteren samen op Hofwijck waren. Hij vond evenals ik dat de eerste minister 7) in Spanje, als het waar is dat hij zou hebben gezegd wat je me bericht, niet zo verstandig is geweest. Wat betreft het nieuws uit Rome 8), ik zie dat de krant van vandaag


1)  Zie Aanhangsel No. 1056. [Engl.]     2)  Zie brief No. 1032.
3)  Zie brief No. 1051 [hierboven].     4)  Zie brief No. 1055.
5)  Zie App. No. 1047 [in No. 1046 aan Moray: "Doordat hij zo absurd is wordt hij grappig"].
6)  Zie No. 1047, n.2 [Andreas Crooke].
7)  Don de Medina de las Torres ging toen over buitenlandse zaken.
8)  Een aanval op het Franse consulaat door ... de pauselijke garde n.a.v. hooghartig gedrag van hertog de Créquy de Blanchefort ...

[ 224 ]
eraan toevoegt dat je buurman meneer de Nuntius 9) van de Koning bevel zou hebben gekregen het Koninkrijk te verlaten.

  Ik ben wel blij dat Vader tenslotte tevreden is over mevrouw Amato 10). Is het waar dat de Chambre de justice haar iets kwalijk neemt? Don Sebastian 11) heeft altijd volgehouden dat ze van die kant niets te vrezen had.

  Broer van Zeelhem 12) en de heer Moggershil 13) vertrokken eergisteren naar Amsterdam, waar men een bekende veiling houdt van tekeningen en kopergravures. Ze waren van plan vanavond terug te keren, niet zonder enige aankopen te hebben gedaan.

  Vader wenst een kijker te hebben die groter is dan die welke broer voor hem heeft gemaakt 14), en als deze tweede is aangekomen, kun jij als je wilt de andere krijgen, want hij past er wel voor op hem aan iemand anders te geven, vanwege het geheim van de uitvinding. En als het anders uitvalt, zal ik zien wat ik voor je kan doen. Ik verlang ernaar te vernemen wat er is gebeurd bij meneer Petit op de dag van de algemene proef en enige bijzonderheden betreffende de kijkers van de Gascogner 15) en ook over zijn persoon.

  Ik zeg je niets over de dood van kapitein Doublet 16) noch over die van mevrouw Schilders 17), omdat zus of anderen je inlichten over zulke gebeurtenissen.


9)  De pauselijke nuntius was de Bourlemont, auditor van de Rota, kerkelijk tribunaal te Rome.
10)  Waarschijnlijk de moeder van Vincenzo Amato (zie brief No. 996, n.3) [en No. 1016, n.3].
11)  Sebastian Chieze.     12)  Constantijn Huygens.
13)  Philips Doublet jr.     14)  Zie brief No. 1066 [hierna].
15)  Zie No. 1011, n2  [niet Jean d'Espagnet (1564 - c. 1637) maar zoon Étienne, genoemd bij Fermat; er was een ontmoeting met Huygens (p. 333); de voornaam Jean blijkt nergens; in 1675 zond een Mr. d'Espagnet een waarneming van bijzonnen (>) in Bordeaux aan Huygens]. Zie ook No. 1054 [n.23].
16)  Adriaan Doublet ... [1598-1662], getrouwd met Maria Bruynincx ...
17)  Johanna Elisabeth Cobbault [1588-1662], dochter van Arnoult Cobbault en Anna van Valckenburg, en daardoor nicht van Jacob Cats, trouwde in 1607 met Pieter de Schilder, raadsheer in de Raad van Brabant te Den Haag.



[ 227 ]
No 1060.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

14 september 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1662', 2019, p. 27.]

A la Haye le 14 Septembre 1662.  

  Ik verbaas me er zeer over dat onder zoveel goede glazenmakers niemand het middel kan vinden een buis samen te stellen die recht en stevig is. In Engeland hadden ze er een van 35 voet, die ook voor alle kortere lengten diende, en die gemaakt was van 4 planken. en een 5e die met de zijkant was vastgemaakt aan de onderste, om te verhinderen dat de buis zou doorbuigen. Die aan de bovenkant kon geopend worden, en zo zette men de glazen erin op de afstanden die men wilde.
Weliswaar woog deze buis veel en was er voor het langs de mast omhoog hijsen meer dan één man nodig, of een roller met een houten kruis, maar voor telescopen van een zo grote lengte weet ik geen eenvoudiger middel. Of misschien zou men de 3 zijden van de buis kunnen weglaten, en alleen die onderaan laten zitten, waarop men op gelijke afstanden de plankjes zou plaatsen die in de buis dienen als tussenschot


[ 228 ]
of diafragma, en dichtbij het oog een stuk buis om de oculair-glazen te bevatten, ongeveer zoals je ziet op het briefje dat hierbij gaat 1).

  Je kunt aan meneer Petit of Auzout voorstellen er een te laten vervaardigen op deze manier, en ze moetne niet bang zijn voor het licht dat van opzij komt, want als de doorboorde plankjes maar goed zwart zijn gemaakt, zal het geen kwaad doen, en verder is het nacht als men waarneemt. Ik zou me niet met dit alles bezighouden als ik niet heel graag zou willen dat ze hun glazen uitprobeerden, en vooral die van meneer d'Espagnet 2). Toch kan ik wel aan de grootte van de opening zien, heel weinig ruimer dan die van mijn grote glazen, dat het effect ook nauwelijks beter zou kunnen zijn.

  Ik zou er wel iets voor geven als ik in deze tijd Saturnus nog kon zien, maar de hoge bomen en huizen in de buurt beletten het me al lang.

  Ik bedank je voor het verhaal van je rups, dat verdient te worden toegevoegd aan het boek van die Metamorfosen 3), als het er niet al in staat, vanwege de omgording en de schoonheid van zijn vleugels. Ik weet niet waarom de heer Ovidius 4) aan de vlinders, die zo aardig zijn, de benaming geeft van feralis*).

Agrestes tineae, (res observata colonis)
Ferali mutant cum papilione figuram,

en rupsen die zich op een boomblad met hun witte draad
inspinnen tot cocon — voor boeren een bekend verschijnsel —,
veranderen in vlinders die symbool zijn voor de dood!
[ 372-374 in de vertaling van M. d'Hane-Scheltema. ] 

zonder dat Heinsius de minste twijfel naar voren brengt over deze lezing.°)

  De toestand van de markies van Chambonnieres 5) zou mijn medelijden wekken als hij niet tevoren zo sterk de indruk had gewekt dat hij wist wat hij deed. De laatste keer dat ik hem zag wilde hij mij nog wijsmaken dat hij niet meer klavecimbel speelde en nu is hij dus ongelukkig als hij dit vak niet beheerst. Ik geloof dat, om in Amsterdam werk te vinden, het nodig zal zijn dat hij genoegen neemt met een 'pistole' [goudstuk] per maand, en dan nog weet ik niet of hij daar dat aantal leerlingen zal vinden dat je noemt.

  Ik heb het spiegelstuk dat bij je brief zat nog niet gepolijst, maar naar de zijkanten te oordelen is het materiaal ervan goed. Broer van Zeelhem 6) was ontstemd dat je niet ook het andere stuk had gestuurd, maar dan zou er 10 keer zoveel porto voor betaald zijn als het waard is. De heer du Portail 7) zou je liever wat dunnere moeten geven, want ik geloof dat hij ze heeft van een hele gebroken spiegel 8).


1)  Dit stuk is niet gevonden.     2)  Zie brief No. 1058 [n.15].
3)  Zie het werk van brief No. 1054, n.10 [Goedaert, Metamorphosis naturalis].
4Metamorphosen XV, 374-375 [ed. Heinsius, 1659, p. 341].
[ *)  Lat. 'feralis': van doden, lijken, begrafenissen; of: dodelijk.
In Nederlandsche Letter-courant, 5 (1761), p. 228, bespreking van Joh. Fr. Hiller, De papilione ferali (Witt. 1761): "feralis ... om dat dezelve eene afbeelding is der ziele", het gaat om de gedaante­verwisseling (Plinius: ze zijn giftig, een plaag in bijenkorven).
De verzen van Ovidius staan ook in de Latijnse vertaling van Goedaert's werk (1662), zie p. 66.]

[ °)  Noten van Heinsius 1659, p. 412: "v. 372. Canis filis ..." (witte draden), dan volgt v. 379.
Een verbetering van Huygens staat op p. 311 (Lib. XII, v. 69: nece i.p.v. neque (F.F. Blok 1999, p. 319).
Schrevelius geeft wel een noot in ed. 1661, p. 749: "374. Ferali papilione] Pestifero ac venenoso. R.", met verwijzing naar ed. Raph. Regius, 1543, p. 339.]

5)  Jacques Champion de Chambonnières, zie No. 230, n.7 [niet André]. Ontevreden met de positie aan het hof zocht hij vanaf 1655 een betere in het buitenland, met tussenkomst van Const. Huygens sr.
6)  Constantijn Huygens.     7)  Pierre Petit.     8)  Zie No. 1045 en 1051.

[ 229 ]
De 3 glazen voor de kijker van Vader zullen vanavond klaar zijn, en de buis morgen. Om hem deze te doen toekomen zie ik geen ander middel dan hem in een houten kist te doen, en via Brussel te sturen.

  Nadat men enkele weken lang niet heeft gesproken over het huwelijk van nicht Huygens 9) zie ik opnieuw dat het heel waarschijnlijk is, nu ik er gisteren de hofmaker ben tegengekomen, en nu berichten van elders de zaak meer en meer bevestigen. Gisteren kwam er ook een nieuwe hofmaker voor nicht Constantia 10), maar het zou overbodig zijn je een beschrijving van hem te geven, aangezien zwager 11) niet zal vergeten je erover te onderhouden.


9)  Martha Maria Huygens. Zie brief No. 744, n.10 [dochter van Maurits H.].
10)  Constantia Leu de Wilhem, zie brief No. 196, n.10 [geb. 1633, dochter van Constantia H.]
11)  Philips Doublet jr.



[ 233 ]
No 1063.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

21 september 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye le 21 Septembre 1662.  

  Er is heel weinig nodig om jouw heren waarnemers in de war te brengen. Als de opening die ze aan het glas hadden gegeven te groot was, was het heel makkelijk er een andere in te zetten die kleiner was, zonder het uit te stellen tot de volgende dag. Je zegt me niet wat je van Saturnus hebt gezien, en of je hem wel gezien hebt, en het lijkt er zelfs op dat je niet aanwezig zult zijn bij de derde proef, zodat ik er niet een heel nauwkeurig verslag van zal krijgen. Ik wil aannemen dat het komt door tijdgebrek.

  De brief 1) van meneer de Montmor werd me gisteren gegeven door meneer de Chesnelong 2) die vergezeld was van een andere nette heer die met hem uit Parijs was gekomen. De brief is uiterst beleefd.

  Ik zou je nog niet de brief van meneer Boyle 3) kunnen sturen, omdat ik nog niet heb geantwoord, dat heb ik uitgesteld totdat ik heb overlegd met de heren Moray en Brouncker die ik elke dag hier 4) verwacht. Il wist niet dat meneer Thevenot de Engelse taal begreep, en nog veel minder dat hij een boek 5) liet drukken. Ik wil heel graag weten wat het onderwerp ervan is.

  Ik zie niet, in de zaak 6) van meneer de Crequi 7), onder welk voorwendsel men de paus zou kunnen aanvallen, aangezien hij de manier van optreden van de Corsicanen niet als de zijne erkent en deze veroordeelt, en elke soort genoeg­doening aanbiedt. Je zult zien dat de Franse woede weldra voorbij zal zijn, en ik denk dat het vaderland van Don Sebastian 8) heel veilig zal zijn.
Broer van Zeelhem 9) ontving gisteren een brief van hem uit Turnhout,


1)  Brief No. 1053.     2)  Zie over de Chesnelong No. 1053, n.1.
3)  Zie No. 1056. [Engl.]     4)  Zie de brieven No. 1034 en 1055.
5)  Het werk van No. 1025, n.5 [p. 158 hierboven: Relations de divers Voyages curieux].
6)  Zie No. 1058, n.8.
7)  Charles III, duc de Créqui de Blanchefort [1624-1687] ... bekend om zijn arrogantie ...
8)  Sebastian Chieze, die in Noord-Italië was geboren (zie No. 1067 [p. 243 hierna]).
9)  Constantijn Huygens.

[ 234 ]
vanwaar hij ging vertrekken naar Antwerpen, waar meneer de graaf van Dohna 10) is heengegaan om zich bij hem te voegen, vannacht is hij hiervandaan vertrokken. En binnenkort zul je hen in Parijs zien. Via de kamerdienaar van de heer graaf stuur ik de nieuwe kijker voor Vader, en Chièze heeft zich belast met de andere, zodat ze tegelijk zullen aankomen, en zo is het 'dan is dan' 11) niet heel ver weg.

  Ik weet niet of ik tijd zal hebben om aan Vader te schrijven, omdat meneer de Witt 12) mij laat vragen of ik het ontleden van een hond door de heer de Bils 13) wil zien, waarbij ik geen verstek moet laten gaan.

  Eergisteren was de keurvorst van Keulen 14) hier om mijn experimenten met het luchtledige te zien, waarover hij zeer voldaan was.


10)  Zie over Friedrich von Dohna [1621-1688] brief No. 812, n.20.
11)  Deze uitspraak ... dient voor het aanduiden van een onzekere toekomst. [J. Gruterus, Florilegium ethico-politicum 3 (1612), p. 125.]
12)  Raadpensionaris Johan de Witt (No. 234, n.6) ...
13)  Zie over Lodewijk de Bils [ca. 1624 - ca. 1670] brief No. 883, n.3. [A.A. Fokker, 'Louis de Bils en zijn tijd', 1865.  Drukwerken: STCN, o.a. Aan alle ware liefhebbers der anatomie, Rott. 1659.]
[ Op p. 244 hierna: ontleding gezien.]

14)  Maximiliaan Hendrik van Beieren ... [1621-1688] ... toegewijd alchemist.
[ Op p. 244-245: andere aanwezigen bij de experimenten met de luchtpomp.]




[ 241 ]
No 1066.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

28 september 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 28 Septembre 1662.  

  In de eerste plaats druk ik je op het hart, mijn groeten te doen aan Don Sebatian, en hem ermee te feliciteren dat hij onderweg niet het leven heeft gelaten. Wat, die goede postbode, die er altijd over sprak als iets zo makkelijks, dat het leek alsof hij met die wagen een reis om de wereld zou hebben gemaakt, vond hij dat hij zo afgemat was op een zo korte afstand! Een andere keer moet hij zijn krachten beter kennen, wat zijn schouders aankunnen, wat ze weigeren te dragen*).

  Hoe goed Signor Padre de nieuwe kijker ook vindt, ik twijfel er niet aan dat hij hem aan jou afstaat, nadat hij de andere heeft ontvangen. Ik heb het toch met enkele woorden 1) bij hem aangeroerd om hem er makkelijker toe te laten besluiten.

  Het materiaal van de laatste spiegel is helemaal niet goed, omdat het niet mooi te polijsten is, meneer Petit schrijft me 2) zelf dat hij er wel aan twijfelde, en daarom zou het beter zijn geweest er eerst een proefstuk van te sturen. Hij zal mij zeer aan zich verplichten als hij kleine wil gieten van zuiver materiaal zoals hij belooft, en dan moet je zijn recept proberen te krijgen. Verder is het een vermakelijk heerschap, die gelooft alles te weten, zonder ooit te willen bekennen iets van iemand te leren, zoals hij nu niet zegt dat hij het een goede manier vindt die ik je heb gestuurd voor het vervaardigen van kijkerbuizen, maar dat hij het evenals ik heeft bedacht.
Hij stuurt me een proefstuk met letters die hij met zijn kijker van 25 voet duidelijk kan lezen op een afstand van 500 passen. Ik weet niet of ik dit letterlijk moet nemen, maar dat zal ik beter weten wanneer ik dezelfde proef heb gedaan met de mijne, en daartoe zal ik deze zelfde letters met andere vastmaken op een schoorsteen van de Doelen 8). De figuur van Saturnus die hij in zijn brief zet is niet heel betrouwbaar, de ovaal van de hengsels is volstrekt niet lang genoeg.

  Ik ga kleding laten maken voor mijn jongen, in de nieuwe kleur waarvan je mij het proefstuk°) hebt gestuurd. En terwijl men het laken verft (want men heeft dat niet kunnen vinden) zou ik graag willen dat je me laat weten op welke manier er passement aan moet, en hoe ongeveer de jassen [casaques] zijn gemaakt van die van jullie, of de mouwen passement hebben, en of de jassen zelf niet nauwer zijn dan die welke ze tot nu toe hebben gedragen. Ik weet niet goed van welke stof de voering is, het proefstuk ervan ben ik kwijtgeraakt; over wambuizen [pourpoints] heb je me niets gezegd. Hierover kun je nog iets schrijven.


[ *)  Lat.: "quid valeant humeri quid ferre recusent.", naar Horatius, Ars Poetica, 40.]
1)  Deze brief van Chrisiaan Huygens aan zijn vader is niet gevonden.
2)  Zie brief No. 1064.     8)  [Add. p. 585]  Zie brief No. 1067, n.3 [hierna].
[ °)  De 'jongen' zal zijn David (p. 144, 285); proefstuk: gevraagd op 26 april (p. 118)?]

[ 242 ]
  Hier is de brief van neef Dorp 3) die je in kennis stelt van de dood van zijn vrouw 4), die hier gisteravond zonder enige ceremonie werd begraven.

  Neef J. Zuerius 5) is benoemd tot president 6) in plaats van zijn broer 7). Het ga je goed.

A Monsieur
Monsieur L. Hugens de Zulichem
A Paris.

3)  Frederik van Dorp. Zie brief No. 267, n.3 [heer van Maesdam, 1612-1679].
4)  Aegidia van Teylingen die op 1 aug. 1649 trouwde met de weduwnaar Frederik van Dorp.
[ Oud-Holland 26 (1908), p. 86: F. van Dorp verzocht een glas voor de kerk van Maasdam, 17 okt. 1662 ingewilligd.]

5)  Jacob Ferdinand Suerius. Zie brief No. 78, n.3.
6)  President-burgemeester van Den Bosch.
7)  Marten Christiaan Suerius, zoon van Jacob Suerius en Johanna Lopez de Villa Nova, heer van Oirschot en Bert ... [1629-1704] ...



No 1067.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

5 oktober 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 5 Octobre 1662.  

  Ik ben wel blij, te zien dat men daar meer en meer warmloopt voor de zaak van de Kijkers, en dat men er iets goeds mee doet. Er is geen enkele reden waarom zij er niet even goed in kunnen slagen als ik, aangezien ik hun mijn methode heb meegedeeld 1), waaraan ze nog hun eigen waarnemingen zullen hebben toegevoegd. Ik bedoel voor wat betreft de grote objectief-glazen, wat het voornaamste is; want je ziet wel dat ik voor de oculairen iets nieuws heb gevonden*), dat die scherpte geeft in de kijkers voor overdag, en eveneens in de langere,


1)  In het al vaker genoemde 'Reys-Verhael' [Dagboek] heeft Chr. Huygens genoteerd, 8 jan. 1661: "Bij Auzout mijn manier laten zien om lenzen te maken; aanwezig de heren Guederville, Petit, Carcavy, d'Elbene, Thevenot. Kijkers beproefd. Daar samen gedineerd en goed onthaald. b. f. Mevrouw de Guederville kwam er na het diner." ... [zie voor de laatste No. 846, n.5. De vierde is niet Alphonse Delbina, maar Alexandre II d'Elbene, zie T. 22, p. 545, n.158.]
[ *)  A. van Helden, 'The Development of Compound Eyepieces, 1640-1670', JHA 8 (1977) 26-36.]

[ 243 ]
terwijl het er tegelijk een grote opening aan geeft. Als je er goed op let hoeveel die van meneer Chièze met 4 glazen vergroten, door letters in de verte te bekijken, of op de manier die ik hierna zal zeggen, zul je ongetwijfeld vinden dat ze niet zoveel doen als de kleine in onze uitvoering, hoewel ze je eerst bijna gelijk hebben toegeschenen.
Wat betreft die grote van 25 voet van meneer Petit, aangezien zijn 500 passen maar 800 voet zijn, geven ze niet meer effect dan de mijne van 22 voet. Want nadat ik de lettertekens, die hij me had gestuurd 2), had laten vastmaken op de zijkant van een sokkel die midden op de voorgevel van de Doelen 3) staat, kan ik ze gemakkelijk lezen. Maar omdat de afstand van ons venster tot daar maar 732 voet is, heb ik er nog kleinere lettertekens op gezet, zoals ze hierbij gaan 4), die ik duidelijk kan lezen. Zodat ik, als ik de grootte vergelijk met die van meneer Petit, durf te verzekeren dat ik de zijne zou lezen op een afstand van 1000 voet, als ik een gelegenheid had ze zo ver te plaatsen.
Verder vind ik dat mijn kijker van 22 voet, met de oculairen in de nieuwe uitvoering, objecten 127 keer vergroot in diameter, wat als volgt gaat.
Op het papier dat aan de Doelen is vastgemaakt heb ik met inkt een lijn getrokken van ongeveer een voet lengte, en een vinger breed, en op een ander papier dat ik bij me houd heb ik net zo'n lijn en juist van dezelfde lengte. Als ik dus de eerste bekijk met de kijker en de andere met het blote oog, laat ik deze laatste zoveel naderen, dat ze allebei even groot lijken en precies met elkaar samenvallen. En dan weet ik: zoals de afstand van de ene lijn is tot die van de andere, allebei vanaf mijn oog gerekend, zo moet de vergrotings­verhouding van de objecten zijn.

  Ik zou willen dat men op de dag van de Kijkerij*) deze methode gebruikt, die heel makkelijk is, en dat je om mij een genoegen te doen met jouw passen (van 2 voet) de afstand meet, warrvan je zegt dat die 800 voet is en meneer Petit 500 passen, of misschien kun je het op de kaart van Parijs al gemeten vinden.
Aangaande wat Vader schrijft over de kleine kijkers van meneer Petit, die korter zijn dan de onze, maar toch evenveel of meer vergroten, heb ik twee dingen te zeggen. Het eerste is dat, als men niet kijkt naar de helderheid van de kijkers, men kan maken dat de kleinere oneindig veel vergroten; het andere dat, als men geen grote opening wil gebruiken, die in de oude uitvoering met een hol oculair beter zijn dan enige andere wat betreft hun lengte, en misschien zijn die van meneer Petit van deze soort. Maar na de grote openingen te hebben gezien vindt men dat het genoegen en het gemak van het zien van zoveel objecten tegelijk veel meer waard is dan wat men aan de andere kant verliest.


2)  Zie brief No. 1064 [en No. 1066 hiervoor].
Doelen, driehoekig fronton 3)  De 'Nieuwe' of 'St. Sebastiaansdoelen' bevond zich op de hoek van de Vijverberg en het Tournooiveld. Nu is in dit gebouw het Haags Historisch Museum gevestigd. [Foto rechts (1923): driehoekig fronton.]
[ Suppl. I, plattegrond: boven rechts naast de 'Viver', nieuw Huygens' huis midden onder, nr. 7 en 8; zie ook bij T. 22, p. 568.]

4)  Deze letters zijn niet gevonden.
[ *)  Fr.: 'Lugnerie', een niet bestaand woord; misschien naar 'lorgnerie'.]

[ 244 ]
De onderneming van de heren Thevenot en Auzout om ze te maken van 50 voet is gewaagd, want het zal nodig zijn dat het grote glas op zijn minst 8 duim in diameter is, waarvan er 5 bedekt zullen moeten worden; want anders, als men de opening van dit glas niet wijder maakt naarmate de lengte van de kijker wordt vergroot, werkt men tevergeefs. Maar genoeg over dit onderwerp.

  Mijn Dioptrica zou al klaar zijn om gedrukt te worden zonder de onderbreking die de zaak van de Lengtebepaling me heeft gegeven, die van groter belang is. Toch moet je dit niet als excuus aanvoeren bij degenen die jou er nieuws over vragen, maar alleen dat ik verhinderd ben door een andere bezigheid.

  Ik geloof dat er goede dingen te vinden zullen zijn in het boek 5) van meneer Thevenot en ik verlang ernaar het voltooid te zien. Misschien is het deze uitgave die hem verplicht zijn reis nog uit te stellen.

  Aangezien men alle goeds wenst aan het vaderland van Don Sebastian, is het dus terecht dat hij het gaat verdedigen en zijn Heiligheid dienen, van wie hij als onderdaan is geboren; laat hij zich zijn grote wapenfeiten herinneren bij de plundering van Tortosa [1648] enz.

  Ik heb bij meneer Vossius een boekje gezien waarvan ik wel zou willen dat je me er een exemplaar van doet toekomen, als het gebeurt dat je nog balen stuurt. Het is Description d'Ukranie 6) door de heer de Beauplan 7), en wordt verkocht in de Rue Saint Jaques bij de heer le Sourd 8) bij de afbeelding van St. Pieter. Als je het niet hebt gezien, verdient het dat je het koopt voor je eigen weetgierigheid, want het bevat opmerkelijke dingen, zoals op pag. 80 9) en elders.

  Ik heb aan Vader geschreven 10) over wat ik heb gezien van de ontleding van een hond 11). Wat betreft het bezoek van meneer de Keurvorst 12): ik had geen tijd om er bijzonderheden over te schrijven en het was ook geen belangrijk onderwerp. Op verzoek van meneer Beverning 13), die mij was komen bezoeken de dag tevoren, was het dat ik hem


5)  Zie brief No. 1063 [hierboven, n.5].
6Description d'Ukranie ..., Par le Sieur de Beauplan, Rouen & Paris 1661 [ontvangst: p. 253]. Dit werk verscheen ... in 1660 te Rouen. [Kaarten o.a.: Gedani 1648, 1650.]
7)  Guillaume le Vasseur, Sieur de Beauplan ... [gaf ook uit Traicté de la Sphere, Rouen 1631 en Table des déclinaisons du Soleil, Rouen 1662].
8)  Simon le Sourd, boekhandelaar te Parijs, woonde aan de Rue St. Jacques.
9)  Daar staat een beschrijving van 'Bobaques', een soort marmotten.
10)  Deze brief moet van eind september zijn, maar is niet gevonden.
11)  Zie brief No. 1063 [hiervoor, n. 12, 13].
12)  Zie brief No. 1063, n.14 voor Maximiliaan Hendrik.
13)  Hieronymus van Beverningh ... [1614-1690], diplomaat met belangstelling voor plantkunde.

[ 245 ]
de experimenten met het luchtledige liet zien; ik ben ervan overtuigd dat niemand van degenen die aanwezig waren de oorzaak ervan niet begreep. Het waren (behalve meneer de keurvorst) de graaf van Furstenberg 14), de graven van Horne senior 15) en junior 16), meneer van Beverweerd 17), Beverning en 2 of 3 anderen.
Als ik niet steeds zou zeggen dat de machine niet in goede staat is, zou ik dagelijks lastig gevallen worden door een kijkgraag iemand; hoewel ik meestal niet lieg, want het in staat van volmaaktheid blijven is nauwelijks ooit mogelijk, doordat de zuiger makkelijk onbruikbaar wordt. Twee dagen na het bezoek van de Keurvorst kwam één van die eerbiedwaardige prinsessen van Portugal 18) 's morgens om 8 uur hier in haar karos, en ze liet aan broer van Zeelhem 19), die nog in bed lag, zeggen dat ze had horen praten over verscheidene curiositeiten die hij kon laten zien, met het verzoek haar die te tonen. Ongetwijfeld had ze horen praten over de genoemde experimenten; maar de heer van Zeelhem excuseerde zich, zoals je wel kunt geloven, door te zeggen dat hij zich niet goed voelde en dat hij het bed hield. Iedereen vond dit bezoek uiterst merkwaardig en grappig.

  Broer 19) laat zijn kamer in tweeën delen, en er wordt een venster geplaatst aan de kant van het huis van meneer de Thou, nadat Signor Padre hem er toestemming voor heeft gegeven. Het lijkt erop dat hij niet van plan is zo snel te verhuizen als hij 7 of 8 maanden geleden dacht.

  We horen niets meer over de zaken van Vader. Ondertussen ben ik wel blij dat hij zich niet verveelt en iets vindt om zijn tijd door te brengen.


14)  Caspar Dietrich Graf von Furstenberg ... [1615-1675] ... kanunnik, kolonel, schilder.
15)  Johan, graaf van Hoorne, heer van Kessel, trouwde in 1630 met Johanna van Bronkhorst, erfgename van Batenburg.
16)  Willem Adriaan graaf van Hoorne, baron van Kessel, heer van Batenburg ... [1633-1694] ...
17)  Lodewijk van Nassau, zie brief No. 855, n.5.
18Emanuel, zoon van de troonpretendent, kwam in 1595 naar de Nederlanden en trouwde clandestien met Emilia van Nassau, dochter van prins Willem I en Anna von Sachsen; ze overleed in 1629 en had zes dochters: Maria Belgica, Emilia Louisa, Anna Louisa, Juliana Catharina, Eleonora Mauritia, Sabina Delphica, die allen protestants waren.
19)  Constantijn Huygens.



[ 252 ]
No 1070.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

19 oktober 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 19 Octobre 1662.  

  Dat ronde getal van 500 passen 1) van de heer du Portail 2) is voor mij vanaf het begin verdacht geweest, maar ik geloofde niet dat hij zo dwaas zou doen als ik nu uit je briefje 3) verneem. Hij moet wel de passen van Louison hebben genomen, of voor het meten van deze afstand een vreemde driehoeksmeting hebben gebruikt. Laat hij nu dus als hij wil de kleinste letters die ik je heb gestuurd 4) zetten op een afstand van 366 van jouw passen van twee voet, om te beproeven of zijn kijker even goed is als onze kijkers. Het voorwendsel van zijn procedure is wonderlijk, maar ik geloof niet dat het lang stand zal houden, als Signor Padre het eenmaal in zijn hoofd heeft gezet hem er van af te brengen.
De tas en de tromba marina met alle andere bagage van de mooie M. 5) zouden het heel goed doen als begin van een komische roman, en misschien dat de avonturen die ze zal hebben op deze reis genoeg stof zouden geven om die te voltooien.

  Jouw berichten en die van Don Sebastian 6) over de wonderbaarlijke werking van de lakens°) van de maagd 5) zijn geheel tegengesteld, want volgens hem dwingen ze je 3 of 4 keer per nacht het bed te verlaten, terwijl jij zegt dat je meteen genezen bent van die kwaal die je had, wat me ook natuurlijker lijkt.


1)  Zie brief No. 1064.     2)  Bijnaam van P. Petit.
3)  Dit briefje is niet gevonden.     4)  Zie brief No. 1067
5)  Marianne Petit. [Dagboek, 30 jan. 1661: "M.le Petit bezocht, ik liet haar spelen op de tromba marina, en leerde dat dit instrument niet meer en niet minder tonen heeft dan de trompet."]
6)  Sebastian Chieze. Zie brief No. 1069 [n.16].
[ °)  Lodewijk sliep in het bed van Marianne (zie p. 215), die op reis was, tot 18 nov., zie p. 265.]

[ 253 ]
  Ik zal vandaag geen tijd hebben om antwoord te geven aan de genoemde Don Sebastian 7), omdat ik morgen naar Zuilichem moet vertrekken en nog enige zaken hier in de stad heb te doen.

  De twee nieuwe kennissen die je pas heb opgedaan zijn belangrijk, ik bedoel die van de Abbé de Villeloin en de vrouw 8) van de heer Israel, en als haar gezicht zo is als je zegt, zou ik uit nieuwsgierigheid liever een goed portret daarvan van hebben dan alle gravures van Albrecht Dürer en Lucas 9) die meneer de Abt bezit.

  Kijkers van 100 voet met glazen van 4 duim diameter zijn belachelijk, niet omdat ze maar weinig van een object tegelijk laten zien, maar omdat ze niet meer effect zullen geven dan mijn kijkers van 22 voet.

  Ik bedank je voor het boek 10) dat ik had gevraagd en voor het spiegelstuk. Je kunt nu van de heer du Portail makkelijk gedaan krijgen dat hij ze giet van het goede materiaal, en zelfs dat hij je de samenstelling ervan laat zien.


7)  De brief van Seb. Chieze aan Chr. Huygens is niet gevonden.
8)  Het gaat om Madame Henrichet [Henriet], wier echtgenoot een winkel had met gravures enz.
9)  De beroemde schilder en graveur Lucas van Leyden ... [1494-1533].
10)  Zie over dit werk brief No. 1067, n.6 [Description d'Ukranie, in Cat.'95, 4.121].



[ 256 ]
No 1073.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

9 november 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens. Antwoord op een brief van 27 okt. 1662 1).

A Zulichem ce 9 Novembre 1662.  

  Vorige week ontving ik een brief van de heer du Portail 2) waarbij geen enkele andere was gedaan. Daarin meldde hij me in het voorbijgaan dat jij ziek was, zonder er verder iets over te zeggen, wat mij bezorgd maakte, maar de jouwe 1) van 27 oktober heeft me gerustgesteld, omdat je zelfs geen melding maakt van ziekte.
Verder bevatte zijn brief slechts gepoch over zijn kennis en grote plannen op het gebied van Kijkerbouw, waarvan wij weten wat ze waard zijn. Hij geeft me ook enkele nieuwe boodschappen op, waarvan ik niet weet wat ermee zal gebeuren, althans terwijl ik hier ben kan ik niets doen; ik verzoek je hem hiervan op de hoogte te stellen. Ik kijk ernaar uit te vernemen op welke manier jullie van hem weggegaan zullen zijn.

  De uitvinding van die rollende uurwerken*) heb ik altijd heel aardig gevonden, maar ze zouden niet nauwkeuriger kunnen zijn dan de gewone met een contra-gewicht, als men ze niet met een slinger zou maken, wat vrij makkelijk te doen zou zijn.

  Ik ben nog niet zo ver met het vinden van de Lengte als jij schijnt te geloven, en ik zou willen dat Vader er zelfs niet over sprak zolang ik hem niet heb verzekerd dat de zaak zal slagen. Meneer Bruce 3), die naar Schotland is teruggekeerd, zal een experiment op zee hebben gedaan waarvan ik met ongeduld het succes afwacht, omdat het van groot belang is in deze zaak.
Je doet er heel goed aan het geheim van de Kijkers te bewaren door goud af te wijzen als minder geschikt voor fabriceren; in elk geval, als men jou vier van die kandelaartjes had aangeboden twijfel ik er sterk aan wat je zou hebben gedaan.


1)  Deze brief is niet gevonden.
2)  Zie brief No. 1069. [Petit, 13 okt., n.15: Lodewijk ligt ziek in bed van Marianne.]
ronde klok op helling[ *)  Zie No. 891 (H. Oldenburg aan Chr. Huygens, 17 sept. 1661): van Nicolas Grollier de Servière, afgebeeld in Recueil d'ouvrages curieux, Lyon 1719 (alle figuren), Pl. XVII.]
3)  Alexander Bruce, second Earl of Kincardine ... [1629Ð1681] moest Schotland verlaten in 1657; vestigde zich in Bremen, Hamburg, Den Haag (1659), waar hij trouwde met de rijke dochter van Cornelis van Aerssen. In 1661 terug naar Engeland, Schotland.
Was zeer geleerd, hield zich talentvol mechanicus bezig met mijnbouw; had een groot fortuin, steunde Karel II, werd lid van de Royal Society, en werkte samen met Chr. Huygens [T. 22, p. 579 e.v.].
[ Zie Michael S. Mahoney, 'The Measurement of Time and of Longitude at Sea', § 4., waar n.53 citeert uit o.a. No. 1022 (aan Moray, 9 juni 1662), p. 151: "elke dag proeven met een uurwerk met kleine slinger ... in mijn kamer, waar het is opgehangen met touwen van 5 voet".]


[ 257 ]
  Het zijn hier*) werkelijk ellendige zaken 4) zoals je zegt en je doet er heel goed aan mij te helpen met je advies, aangezien je er niet zelf bij kunt zijn, en aangezien wat jij hebt gebrouwen door mij allemaal verteerd moet worden*); ik bedoel wat betreft de zaak van Nieuwerveen 5), die geen andere basis heeft voor de onterechte eis dan jouw belofte, en die de heren Dienaars 5b) nog uitgebreider hebben gehoord dan jij.
Maar hoe het ook uitvalt, het is overduidelijk dat men ons benadeelt, en als er voor ons een geding is bij de rechtbank van Zuylichem, moeten we onze zaak winnen. Wat betreft het onthalen van de mensen hier zoals je zegt, ik had er nog geen gelegenheid voor. Ik ben evenwel enkele malen bij hen geweest in Bommel en ik ben samen met hen dronken geworden om kennis te maken.
Maar dit zijn voor mij de meest onaangename karweien en vooral daarom wens ik dat jij hier bent in mijn plaats. Echt, als Vader je wil laten gaan, zul je me zeer verplichten als je komt, en de zaken zullen er slechts beter door gaan, maat laat hij in ruil daarvoor niet mij vragen.

  Noch jij noch Vader meldt me iets betreffende juliie zaken daar, is het omdat einde ervan nog niet in zicht is? Doe mijn zeer ootmoedige groeten aan de carissimo Signor Sebastian en mijn excuses voor het feit dat ik hem niet schrijf, want wat zou ik hem hier vandaan kunnen schrijven? Het ga je goed.

  Ik ben vergeten je te zeggen dat ik 3 of 4 dagen in Haanwijk ben geweest, waar ik meneer Crommon en zijn vrouw 6) aantrof en we de tijd nogal vrolijk doorbrachten. De fontein doet het nu heel goed met een ketting waaraan bakjes zijn vastgemaakt. Juffrouw Marie 7) voelde zich niet zo goed; zoals je weet is dit gewoonlijk zo, en het is vermakelijk te horen hoe Crommon haar onderhoudt op dit punt van haar lavementen en ontlasting.


kasteel Zuylichem[ *)  In Zuilichem. Figuur rechts: het kasteel van Zuilichem naar een tekening van A. Rademaker, zie eind van T. 7.]
4)  Zie brief No. 1071 [en No. 1030, 1031, 1036 hierboven].
[ *)  Lat.: "cumque quod tu intrivisti mihi sit omne exedendum", naar Terentius, Phormio 2, 2, 4 (r. 318): "tute hoc intristi: tibi omnest exedendum", jij zelf hebt dit gebrouwen, jij moet alles opeten.]
5)  De geschillen met de van Brederodes.
5b)  [Add. p. 585]  Waarschijnlijk bedoelt Chr. Huygens hier Joh. Agricola [dominee te Zuylichem (geb. 1613). p. 337].
6)  [Niet: Aletta Maria de Geer] Zie brief No. 1072, n.7.
7)  Maria Suerius, zie brief No. 1072, n.9 [dochter van Jacob Suerius en Johanna Lopez].



[ 271 ]
No 1079.

Christiaan Huygens aan [Lodewijk Huygens].

1 december 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 1 Decembre 1662.  

  Wat je me bericht over het plan van juffrouw Mariane 1) heeft me inderdaad zeer verrast. Waar denkt ze aan, verduiveld, is deze vroomheid wanhoop of zotheid


1)  Marianne Petit.

[ 272 ]
die haar ertoe brengen een dergelijk besluit te nemen? Als ik niet goed wist dat jij uit eigen beweging zult proberen haar ervan af te brengen, zou ik hier zetten wat je haar van mijn kant zou kunnen zeggen. Nu laat ik het over aan jou en aan Don Sebastian 2).

  Als jullie zijn vertrokken 3) als goede vrienden met de heer du Portail 4) is dat nog steeds veel. Ik was bang dat wat hij had ondernomen om het geheim van de kijker te ontdekken, hem niet gemakkelijk vergeven zou worden door il Signor Padre. Ik ben deze vreselijke euveldaad pas te weten gekomen door wat hij mij er zelf over schreef 5), en de verontschuldiging die hij me ervoor aanvoert is heel grappig, hij vertelt woord voor woord wat Don Sebastian hem heeft gezegd, toen hij met zijn misdadige actie begon (in opdracht van Signor Padre naar ik geloof) en wat hij antwoordde, eerst gelovend de zaak als scherts te kunnen behandelen, maar dat hij tenslotte gedwongen was hem in ernst te zeggen
Dat hij over mij en mijn handelingen zeer slecht oordeelde, en dat hij daarin niet mijn eerlijkheid en rechtschapenheid erkende, noch het inzicht dat ik in deze materie had
enz.
Dat ik liever de kijker had laten pakken die steeds onder het bed gelegen, of mijn nieuwsgierigheid zo hevig was geweest, alvorens op het punt te komen dat meneer Chieze mij wilde beschuldigen, namelijk hem met opzet en stiekem door mijn knecht te hebben laten pakken.
Hij voegt eraan toe
Zo stonden we nogal onvriendelijk tegenover elkaar en uit vrees dat meneer uw Vader de geringste indruk zou krijgen van mijn ongemak, heb ik voor hem beschreven hoe de zaak zich had afgespeeld
enz. Volgend op deze naïeve verdediging zijn er honderd dingen die hij me voorstelt en belooft, alles om mij gunstig te stemmen naar wat ik zie, wat me doet geloven dat men hem ervan heeft overtuigd dat ik uiterst verontwaardigd zou zijn over zijn vergrijp. Ik zou wel willen zien wat hij aan Vader zegt te hebben geschreven.

  Ik bedank je voor de beschrijving van Oekraïne 6) die zwager 7) me heeft doen toekomen.

  Ik zou wel willen weten of Consul Zuerius 8) al in Rouen is om er te blijven; of als hij er niet is, of hij me niet iemand daar zou kunnen aanwijzen aan wie ik een slingeruurwerk kan adresseren dat ik moet opsturen voor meneer Boulliau. Als ik de boeken weer kan krijgen die meneer Petit me heeft gevraagd 9) en waarvoor ik naar Amsterdam heb geschreven, zal ik ze erbij doen.


2)  Sebastian Chieze.
3)  Constantijn Huygens had met zijn zoon Lodewijk en Sebastian Chieze gelogeerd bij P. Petit, tot 18 november. Zie No. 1069 en 1077.
4)  Bijnaam van P. Petit.     5)  Zie bref No. 1077 [kijker van onder het bed genomen].
6)  Zie het werk van brief No. 1067, n.6.     7)  Philips Doublet.
8)  Hij komt vaker voor in deze briefwisseling. Zie No. 801 en No. 823 [n.16].
9)  Zie brief No. 1077.

[ 273 ]
  Ik schrijf aan Vader 10) het nieuws dat ik gosteren ontving over de volledige afbraak van het werk van de Brederodianen 11).

  De heer Mansart 12) is ziek en zonder hoop, naar men zegt, er af te kunnen komen. Maar ik heb verder een slecht nieuwtje vernomen, te weten dat hij de overblijvende boom zou hebben omgehakt van zijn twee boerderijen te Dongen, die hij ons had gegeven om toe te kennen aan meneer Wotton 13). Ik heb het van tante Dewilm 14) en zij van meneer d'Armainvillers 15). Als het waar is zijn we wel 'Vaders van het Oude Testament' 16), maar ik wil het nog niet geloven. Hij is in zijn huis in het bos, en niemand is bij hem dan een dienstmeisje, ze praat door het raam tegen degenen die nieuws over hem komen vragen. Behalve dat wil hij niet dat iemand hem benadert dan de geneesheer Verstraten 17).

  Ik heb nog nooit aan jou gevraagd wat de heer van Offenberg doet of de graaf van Marlot 18), zoals hij zich daar laat noemen. Zeg me of je hem hebt gezien, en in welke toestand. Ik ben hem enkele beleefdheden verschuldigd die hij mij heeft bewezen toen ik in Parijs was.

  Vergeet alsjeblieft nooit van mij de groeten te doen aan meneer Chapelain, die goede ziel; ik zie hem voor me met zijn nauwsluitende wambuis*), zoals je hem beschrijft.


10)  Deze brief is niet gevonden.
11)  Het gaat om de geschillen met de erfgenamen van Cornelis van Brederode in de zaken van Zuilichem (zie No. 1031, 1036, 1044, 1071, 1072, 1073 [hierboven], 1074).
12)  Louis de Maulde, heer van Mansart ... overleed begin 1663. Hij diende in het leger ...
13)  Karel Hendrik van den Kerckhoven (zie No. 929, n.8), Engelse titel: Lord Wotton.
14)  Constantia Huygens, weduwe van David le Leu de Wilhem.
15)  Maximilien de Berringau (zie brief No. 744, n.17) [en No. 923, n.2].
16)  [Lat.: "Patres Veteris Testamenti"]  Een weinig gebruikt gezegde dat betekent: zich in een onmogelijke positie bevinden. [Christus was nog niet voor hen gestorven. Zie bv. Ludovicus Tena, Commentaria et Disputationes in Epistolam divi Pauli ad Hebraeos, Lond. 1661, p. 606.]
17)  Misschien Johannes Verstraeten, geb. 1616 te Leiden, waar hij geneeskunde studeerde vanaf 1628.
18)  Lodewijk de Marlot, heer van Giessenburg en Offenberg ... [Dagboek Parijs: 4 nov. 1660 ...]
[ *)  Fr.: just'au corps.]



[ 278 ]
No 1082.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

14 december 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 14 Decembre 1662.  

  Ik werd verhinderd je op de dag van de gewone post te schrijven, door verscheidene bezoeken die ik ontving en vooral door dat van meneer Bruce 1), die me de hele middag niet alleen liet. En dat doet hij vrij vaak, sinds we aan de slag zijn gegaan met het vervolmaken van de Lengtebepaling. Ik schrijf er uitvoerig over aan Vader 2), wat we ervan verwachten en hoe we er al zo ver mee zijn, dat we het hebben over de verdeling van het profijt dat ervan zal komen, omdat meneer Bruce volhoudt dat hij er niet weinig aan heeft bijgedragen dat door hem is uitgevonden, door de slinger zo in te richten dat hij in staat is de bewegingen van een vaartuig te weerstaan*).
Let er echter goed op dat je er tegen niemand iets over zegt, omdat men ons teveel zou bespotten in het geval dat we niets te verdelen zouden hebben.

  Als ik tijd heb zal ik nog aan meneer Petit 3) schrijven, opdat hij niet gelooft dat het uit verontwaardiging is dat ik het zolang heb uitgesteld te antwoorden op zijn brieven 4), maar uit gebrek aan vrije tijd, waarover je hem in elk geval kunt geruststellen.

  Ik ben wel blij dat je mij hebt ingelicht over de toestand van de graaf van Marlot 5). Het was altijd zijn gewoonte dat hij zijn fortuin groter wilde laten lijken dan het was, en het schijnt nog zo te zijn in wat je me erover zegt.


slinger 1)  Alexander Bruce. Zie brief No. 1073, n.3.
[ *)  Zie T. 22, p. 580: slinger met omgekeerde F, figuur rechts.]
2)  Deze brief is niet gevonden.
3)  Deze brief is niet gevonden.
4)  Zie de brieven No. 1069 [Petit, 13 okt.], 1077 [Petit, 17 nov.] en 1078 [Petit, 28 nov.].
5)  Zie brief No. 1079, n.18.

[ 279 ]
  Herinner bij gelegenheid meneer Thevenot aan wat je me in een van je voorgaande brieven van zijn kant hebt beloofd, namelijk dat hij me enkele merkwaardige dingen zou sturen die hij voor mij had verzameld. Zeg hem ook dat meneer Vossius mij een pakket voor hem heeft gegeven, waarin 2 of 3 boeken zitten. Flora Sinensis 6) is het ene; het tweede een Verhaal 7) van een predikant die lange tijd in Oost-Indië heeft verbleven 8). Het derde ben ik vergeten, maar ik weet in elk geval dat het niet de kopie is, die hij voor hem had laten schrijven, waarvan hij me heeft gezegd dat die te gebrekkig was, en dat men een andere voor hem zou maken.
Bij dit pakket heb ik gedaan de boeken van Hevelius 9) voor meneer Petit, die ik uit Amsterdam heb laten komen, en nu zoek ik alleen nog een gelegenheid je dit alles te doen toekomen. De weg over zee lijkt me heel lang, maar bij gebrek aan een betere geloof ik dat ik die zal moeten kiezen, in welk geval ik het kistje zal adresseren aan meneer Schott 10), en de Consul 11) kan het hem berichten, als hij wil. Wanneer je zulke Consuls vergelijkt met Scipio of Cl. Marcellus, moet je bekennen dat deze titel wel is uitgehold sedert zo'n 16 honderd jaar.

  Broer van Zeelhem 12) is sinds 3 dagen in Rotterdam om zijn geliefde te bezoeken 13), en volgens wat hij me erover zegt geloof ik dat de zaak eindelijk tot stand zal komen. Bij Tante Dorp 14) vinden ze dat het een goede partij is. Bij de anderen is men er heel weinig over ingelicht. Mij lijkt het dat, als er zoveel bij te winnen was, we over meer rivalen zouden horen praten dan nu. Meneer van der Meyde 15) is een oom van het meisje, de rest van de familie is heel weinig aanzienlijk.


6)  Michael Boym, Flora Sinensis fructus floresque humillime porrigens ..., Viennae 1656. ....
7)  Seb. Danckaerts, Historisch ende grondich Verhael van den standt des Christendoms int quartier van Amboina ..., 's-Grav. 1621.
8)  Sebastiaan Danckardt ... [1593-1634] was predikant op Amboina van 1618 tot 1622. Na 2 jaar in de Nederlanden ging hij terug naar Batavia. Hij hield zich veel bezig met onderwijs en de Maleise taal.
9)  Zie de brieven No. 1011 [P. P, n.7], 1012 [P. P, n.3-7, 1015 [Chr. H., n.11-13], 1064 [P. P., n.5], 1069 [P. P., n.10] en 1097 [Chr. H. aan Moray, 2 febr. 1663].
10)  Schott was een handelaar in Parijs.
11)  [Add. p. 585 Misschien consul Suerius. Zie brief No. 1079, n.8.
12)  Constantijn Huygens.
13)  [Add. p. 585]  Zie over deze geliefde brief No. 1172, n.6.
14)  Ida van Baerle, weduwe van Arend van Dorp. Zie brief No. 72, n.3.
15)  Van der Meyde was handelaar in Rotterdam.

[ 280 ]
Bericht me wat Vader erover zegt, want mij wordt niet meegedeeld wat hij erover schrijft aan broer. Het ga je goed.

  Ik zou graag willen weten welke kledingstof en welke lakenkleur men draagt, daar waar jij bent, en of er iets verandert in de mode.

  Stel voor mij nog voor deze keer de heer Sebastian 16) tevreden en zeg hem, opdat hij niet boos wordt, dat ik zo'n 1/100 deel van wat mijn bovengenoemde uitvinding zal opleveren aan hem zal geven.

A Monsieur
Monsieur L. Hugens
  de Zulichem
A Paris.

16)  Sebastian Chieze.

adres
Adres, HUG 45.  Over verzegelen zie bij T. 2, p. 5.




[ 284 ]
No 1085.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

20 december 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

A la Haie le 20 Decembre 1662.  

  Toen meneer Bruce vanmiddag vertrokken was waren we de hele dag bezig geweest met het samen afstellen van zijn twee zee-uurwerken, en vervolgens met het inpakken ervan, omdat hij ze meeneemt op zee om ze uit te proberen*). Bovendien moest ik brieven 1) schrijven naar Londen, waarmee hij zich wilde belasten, zodat ik alleen nog tijd heb om het omslag te maken voor deze bijgaande brief van nicht Dorp 2).
Vader heeft het erover één van ons beiden naar Parijs te laten komen in het geval dat jij hierheen zou komen om te zorgen voor ons proces. Het heeft er alle schijn van dat ik het zou moeten zijn; en toch zou deze reis mij heel slecht uitkomen als de Lengtebepaling slaagt, zoals ik hoop dat die zal doen.

A Monsieur
Monsieur L. Hugens de
  Zulichem
A Paris.


[ *)  Op 28 dec. was Bruce weer terug bij Huygens, zie No. 1086. Op 9 jan. 1663 schreef Moray (p. 296) dat Bruce geen succes had gehad, "daar het schip waarop hij zat heel klein was, en de golven heel groot waren".]
1)  Zie brief No. 1083 [aan Moray] en Aanhangsel No. 1084 [aan Hobbes].
2)  Waarschijnlijk Anna van Dorp [1628-1681], dochter van de weduwe Ida van Baerle. Zie brief No. 55, n.5.



No 1086.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens.

28 december 1662.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

le 28 Decembre 1662.  

  Die zelfde meneer Bruce van wie ik je vorige week meldde 1) dat hij naar Engeland was vertrokken heeft me opnieuw deze hele ochtend ontnomen, hij heeft toeo het schip niet kunnen vinden waarmee hij moest oversteken.


1)  Zie brief No. 1085.

[ 285 ]
Maar nu geloof ik dat hij voorgoed zal vertrekken, met zijn uurwerken, die we opnieuw hebben ingepakt, nadat ik ze nog 4 of 5 dagen hier in mijn kamer had gehad. De 2 laatste dagen hebben ze niet zo goed gelopen als ik had gewenst, wat maakt dat ik nog niet met volledige zekerheid wil spreken over deze uitvinding, en je dan ook verzoek er niets over te zeggen, noch aan meneer Chapelain, noch aan iemand anders, zoalng ik de zaak hier niet heb gepubliceerd en een verzoekschrift heb ingediend bij onze Heren 2).
Ik stel het uit voor op zijn minst 6 weken, omdat ik eerst proeven wil doen met het uurwerk dat ik nu besteld heb, dat een slinger van 10 duim zal hebben (die van meneer Bruce zijn van maar 7 duim) en het zal om verscheidene andere redenen beter zijn. Hoe het ook zij, ik zou niet blij zijn als deze zaak ophef zou maken, voordat ik heel zeker zou zijn van succes.

  Ik heb Vader nog eens aangeraden 3) dat hij jou hierheen zou sturen voor het proces van Nieuwerveen 4), en ik heb mezelf aangeboden, in het geval dat hij het wenst, om jouw plaats in te nemen, evenwel in de hoop dat hij, nu zijn terugkeer nabij is, zal oordelen dat het niet de moeite waard zal zijn dat ik me op weg begeef.

  Het zou nodig zijn dat je al in het begin van maart in Bommel 5) bent, en zelfs enige dagen eerder. Want het is op de 2e of 3e van de genoemde maand dat de Bank zitting houdt 6). Ik heb gedacht, omdat ik een knecht heb die geen Frans kent (het is David) dat het misschien goed zou zijn dat jij de jouwe in Parijs zou laten, en dat ik de mijne niet verder meeneem dan Brussel, vanwaar hij met jou zou kunnen terugkomen. Tussen deze plaats en Parijs zou het wel te doen zijn zonder knecht en de kosten zouden minder zijn. Zeg me wat je ervan vindt.

  Broer van Zeelhem 7) is nog niet terug uit Buren, bij zijn terugkeer zal hij de uitbrander van Vader vinden betreffende je weet wel. zegel

Au frere Louis.


2)  Leden van de Staten-Generaal.
3)  Deze brief is niet gevonden.
4)  Zie brief No. 1073, n.3.
5)  Bommel is een stadje dichtbij Zuilichem.
6)  De Bank van Zuilichem (zie brief No.1073) moest oordelen in het geschil met de familie Brederode. Zie ook brief No. 1079, n.11.
7)  Constantijn Huygens.




1663




Home | Christiaan Huygens | T. IV
Brieven aan Lodewijk Huygens, 1662 (top) | vervolg