Stevin | Weeghconst | Notities | Parels

Spelling , Woorden , Eenheden , Kanttekeningen , Verwijzingen , Werken , Bronnen



In vierhonderd jaar is het Nederlands wel veranderd, maar wie Simon Stevin wil lezen hoeft geen cursus te volgen: wat op het eerste gezicht misschien een duistere tekst lijkt, zal zich bij nader inzien vanzelf ontrollen als klare taal.
T'is wel waer dat de zinnen soms lang zijn, maar er staan genoeg scheidingstekens.
T'en is niet moeilijk in te zien dat 'en ... niet' zoiets is als het Franse 'ne ... pas'.

Voor een eerste kennismaking zijn aan te bevelen: het begin van de Meetdaet (hoe je een rechte lijn tekent), en dat van het Eertclootschrift (Bepaling 1, en Stofroersel). Maar de beste binnenkomer is wel de levendige Tsamespraeck van Ian en Pieter, in de 'Bewysconst':

Wel Ian, comt binnen, waerom blijfdy inde duere staende?



Spelling

De spelling van de oorspronkelijke uitgave is zo zorgvuldig mogelijk overgenomen. Met bijvoorbeeld: En ook met verschillen zoals: Voor het cijfer 1 gebruikte de drukker de hoofdletter I (in kleiner corps): Ter wille van de leesbaarheid is in getallen met meer cijfers de I vervangen door 1.

ende Bij verkorte woorden, met een streepje boven een letter (bv: diés, eñ, punté), is het ontbrekende ingevuld met haken: die[n]s, en[de], punte[n]; of in grijs: diens, ende, punten.

Spaties tussen letters in een woord zijn ingevoegd bij:
- een ernstig leesprobleem, zoals:   trechthefwicht ('t gewicht dat recht omhoog trekt, via een katrol),   tverkerde ('t omgekeerde);
- koppen, beginwoorden, en enkele standaardwoorden, zoals:   B E P A L I N G , B E G H E E R T E .
- getallen met heel veel nullen.
Breuken zijn weergegeven met een schuine deelstreep.

1e VOORSTEL/des eersten voorstels HOOFDLETTERS en kleine letters zijn zo gebleven, evenals cursivering. De verschillen in lettergrootte zijn zo goed mogelijk weergegeven.
Het onderscheid tussen lange s (f zonder streepje) en s is weggevallen (de laatste vorm werd alleen gebruikt aan het eind van een woord, en als hoofdletter).

De interpunctie is niet veranderd (wel zijn spaties voor komma's weggelaten). Afgebroken woorden zijn geheeld, soms is ter verduidelijking een regeleinde ingelast, en voor een paginanummer is meestal eerst de zin afgemaakt.

Er zijn enkele pagina-afbeeldingen beschikbaar.



Woorden

Veel woorden die we nu niet meer (zo) gebruiken worden in het zinsverband wel duidelijk:
t'begheerde - het gevraagde;   t'bereytsel - voorbereidend werk;   bethoonen - aantonen;   daer naer - daarna;   tis openbaer - het is duidelijk;   soomen - als men;   sulcx dat - zodat.

Enkele veel voorkomende woorden met voor ons ongewone betekenis:
alle - elke;   als - zoals;   cloot - bol;   const - kunde;   ghedaente - eigenschap;   ghemeene - gewone;   hem - zich;   meeste - grootste;   naecken - naderen;   slecht - eenvoudig;   verkerde - omgekeerde;   voorstel - stelling;   want - omdat.
Er is een woordenlijstje beschikbaar, maar er zijn geen verwijzingen per woord.

Interessant is Stevins lijst van eensyllabige woorden bij zijn voorrede over de taal (de 'Vytspraeck'). Daarin geeft hij tweeduizend woorden van één lettergreep, met hun Franse en Latijnse vertaling.

Enkele 'weegkundige' termen worden hier toegelicht.


Even, reden , zwaarte, gewicht , staltwicht , hefwicht, scheefwicht , pilaer, balck , vlackvat , bodem


Even, reden

Het is even wennen: "even" (of: "euen") betekent bij Stevin: 'gelijk'. Al meteen op blz 1 van de Weegconst brengt hij de moderne lezer in verwarring:
de Meetconst {Geometria} ansiet der formen grootheden niet hare swaerheden, houdende die alleenelick voor even ofte oneven, diens grootheden even ofte oneven sijn
[ de meetkunde bekijkt van voorwerpen de grootte, niet de zwaarte, en houdt alleen die voor gelijk of ongelijk waarvan de grootten gelijk of ongelijk zijn ]
De verwarring verdwijnt als we beseffen: een 'even' getal is een getal dat makkelijk in twee gelijken te verdelen is. De betekenis 'gelijk' zit ook in de woorden: evenals, evenaar, evenbeeld, eveneens, evenmin, evenveel, evenwijdig, evenzeer, neven-, tevens. Evenzo in:
evewichtich - met gelijk gewicht, even zwaar
evestaltwichtich - in evenwicht, met gelijk gewichtseffect (bv: aan een hefboom)
everedenheyt - gelijkheid van reden, dat is: van verhouding (zoals bij 6 : 3 en 4 : 2, zie Bewysconst, 156)
everednich - evenredig, met gelijke verhouding
In de Bewysconst legde Stevin ook het verschil uit tussen 'even' en 'ghelijck'. Latijnse termen in dit verband staan op blz 7 van de Weegconst, in een lijstje van woorden uit de wetenschappen (Artes - Consten) die vaak in de kantlijn worden genoemd:
Aequales - Even (voor ons dus: gelijke, Engels: 'equal')
Similes - Ghelijcke (wij denken dan: gelijkende, zoals in: dergelijke)
Parallela - Evewydeghe
Proportio - Everedenheyt
Ratio - Reden (verhouding, bv: van de zwaarste tot de lichtste, E: 'ratio')
Stevins eigen uitleg (in de Singconst):
Reden dan int ghemeen bepaelt, is tselver stoffen verlyckingh na de menichvuldenheyt. Als in ghetalen, grootheyt, ghewichten, tijt;  6,  6 voeten, 6 pont, 6 uijren, sijn in dobbel reden tot  3,  3 voeten, 3 pont, 3 uijren.
D'Everedenheyt is de verlyckinge van twee even redens als 6 tot 3 is een dobbel reden, alsoo oock is 8 tot 4, daerom de reden van 6 tot 3 is even ande reden van 8 tot 4, tsijn dan even redens, ende haer verlycking segghende ghelyck 6 tot 3 alsoo 8 tot 4, is everedenheijt, ofte 6, 3, 8, 4, sijn everednighe palen.
Hier staan dus verschillende manieren om deze 'palen' in een zin te gebruiken.

hefboomwet Vaak moet een onbekende berekend worden, en dan staat er:
... geeft ... , wat ...?   Uit deze 'regel van drie' komt de vierde term van de evenredigheid.
Bij voorbeeld op blz 19 (een makkelijke):

ED 3, gheeft EC 1, wat A 3 lb ? comt voor B 1 lb.
Links hangt 3 pond, de armen verhouden zich als 1 : 3, en het rechtergewicht wordt berekend met de hefboomwet:
Wesende twee euestaltwichtighe swaerheden, de swaerste heeft sulcken reden tot de lichtste, als den langsten erm tot den cortsten

Een verhouding is een getal waarmee vermenigvuldigd wordt, zoals blijkt in:
Ghelijcke platten sijn in ghedobbelde reden van haer lijckstandighe sijden
Gelijkvormige oppervlakken zijn evenredig met het kwadraat van hun overeenkomstige zijden (Meetdaet). Als de ene zijde bijvoorbeeld drie keer zo groot is als de andere (verhouding 3 : 1 = 3), dan is het ene oppervlak negen keer zo groot als het andere. Een 'verdubbelde verhouding' is dus: die verhouding twee maal genomen.
Evenredigheid in de meetkunde wordt behandeld in de boeken 4 en 5 van de Meetdaet.


Zwaarte, gewicht

Bij Bepaling 1 van de Weeghconst staat: Zoals de Meetkunde gaat over de grootte van voorwerpen, "der formen grootheden", zo gaat de Weegkunde over hun zwaarte of gewicht, "haerder swaerheden ofte ghewichten". Deze twee woorden gebruikt Stevin ook wel om de voorwerpen zelf aan te duiden, zoals wij kunnen zeggen "verzwaard met gewichten".
Zwaarte verwijst naar de eigenschap, zoals Bepaling 2 definieert:
Swaerheydt eens lichaems, is de macht sijnder daling in ghestelde plaets.
De Verclaring erbij licht toe dat deze zwaarte van een lichaam niet een eigenschap is van het lichaam zelf (in water is het bijvoorbeeld minder zwaar), en dat lichtheid in de zin van 'omhoog willen' niet bestaat (van zichzelf is elk voorwerp zwaar).
Stevin heeft het niet over zwaartekracht of aantrekking door de aarde. Voor ons woord 'kracht' gebruikt hij meestal "macht".

Gewicht is het resultaat van een weging, die de zwaarte bekend maakt. Bepaling 3 (en 1 in 'Waterwicht'):

Bekende swaerheyt is diemen door bekent ghewicht uytet.
Als wanneermen seght een lichaem ofte swaerheydt te weghen ses pont, ofte acht marck, ofte drie oncen, &c.
Wegen doe je met een "aldervolmaeckste waegh" (balans), of met een "aldervolmaecsten onsel" (weeghaak), door vergelijken met de bekende standaardgewichten (zie Eenheden).

Verder is er sprake van "stofswaerheyt", het 'soortelijk gewicht'. Bepaling 2 in het Waterwicht:

Evestofsware lichamen [noemen wy hier], diens evegrootheden inde locht evewichtich sijn.
Dus: bij gelijke grootte hebben ze in de lucht gelijk gewicht. Voor water wordt genoemd: 1 kubieke voet water weegt 65 pond.
Tegenwoordig zeggen we in de natuurkunde liever: bij gelijk volume gelijke massa. Massa (hoeveelheid materie, in kg) heeft de eigenchap zwaarte, en gewicht is de kracht (in newton) die hierdoor op de weegschaal wordt uitgeoefend. In plaats van het soortelijk gewicht gebruiken wij de dichtheid, dat is de massa per volume-eenheid.


Staltwicht

In de Weeghconst komt het woord "staltwicht" pas op blz 41 voor het eerst voor. Het wordt niet precies gedefinieerd (denk maar: gesteldheidsgewicht), maar betekent hier: de gewichtscomponent langs de helling. Wel gedefinieerd is "evestaltwichtich" (wordt ook al op blz 3 genoemd). Dit is evenmin te vertalen met één woord. Wij zeggen "elkaar in evenwicht houdend", zoals bij een hefboom of wip (maar bij Stevin betekent "evewichtich": met gelijk gewicht).

Het staltwicht is wat in het Middeleeuwse Latijn heet: "gravitas secundum situm" (de zwaarte volgens de plaats). Snellius gebruikt in zijn Latijnse vertaling van de Weeghconst: "sacoma" (van G: sèkooma - gewicht). Soms is dit het 'moment' van een gewichtskracht ten opzichte van een punt, dan weer de component van een gewichtskracht (langs een helling). Maar elders: het schijnbare gewicht, in water. Algemeen: het gewichtseffect in een bepaalde toestand (gesteldheid).


hefwicht, daalwicht

Hefwicht, scheefwicht

Stevin vergelijkt elke kracht met een gewicht: hoeveel pond kun je ermee tillen?
Een gewicht trekt of duwt vertikaal naar beneden, met de "macht sijnder daling".
Maar via een gelijkarmige balans kun je het vertikaal omhoog laten trekken. Het gewicht heet dan een 'rechthefwicht' (1e Form).

En met een "scheefwaeg" kun je, met behulp van een "caterol", ook schuine krachten vergelijken met een gewicht.
Een 'scheefhefwicht' trekt schuin omhoog, een 'scheefdaelwicht' schuin omlaag.
Zonder hulpmiddel heb je een 'rechtdaelwicht', zoals in de 3e Form.
(Weer blijkt wat Stevin kennelijk ook vond: tekeningen zijn onontbeerlijk!).


Pilaer, balck

De "pilaer" is de 'wip' die Stevin gebruikt in zijn uitleg van de hefboomwet. Het Latijnse woord is 'Columna' (kolom, zuil), voor de stereometrische figuur 'prisma'. In dit geval gaat het om een recht prisma met een rechthoek als grondvlak, wij noemen dit nu een 'balk'. Maar Stevin gebruikt "Balck" in een speciale weegkundige betekenis, zie Bepaling 7: elk recht lijnstuk tussen de vertikale zwaartelijnen van twee gewichten.


Vlackvat

In het 'Waterwicht' komt de vraag aan de orde: wat zal dit voorwerp doen: zinken, zweven, of drijven? Stevin laat dan zien dat je in gedachten een gedeelte van het water uit de bak kunt wegnemen, om het voorwerp er voor in de plaats te zetten. Voor het gemak is de vorm meestal een kubus. Zo'n vorm wordt aangeduid als "vlackvat", een denkbeeldig vat zonder gewicht, met wanden zonder dikte. Het kan niet breken. Bepaling 7: "t'gheheel Meetconstich vlack eens lichaems, duer t'ghedacht daer af scheydelick".


Bodem

Met "bodem" wordt in het Waterwicht meestal bedoeld: een wand van een bak. De definitie is: "Bodem is alle vlack daer eenich water teghen rust" (Bepaling 8). Deze 'bodem' kan dus vertikaal zijn, of schuin. Ook wel horizontaal, maar dan staat er bij: "evewydich vanden sichteinder".




Eenheden

Meten is weten, behalve als de eenheid niet vaststaat. Een mooi plaatje bij The Measurers laat zien hoe hierbij handen en voeten gebruikt werden. (^)
Stevin zegt in Waterwicht:
een water van t'welck een teerlincksche voet weeght 65 lb (soo veel weeght naer d'ervaring een Delfsche voet Delfs water [...])
schip Afbeelding uit een exemplaar (^) van Waterwicht, p. 16, met kanttekeningen: elders werd gevonden 56 en 54 pond voor een kubieke voet water (i.p.v. 65 pond).
    Verwijzing naar "mathem. verm.": 'Mathematische vermakelijkheden'?  (^)

In Parijs was het 72 pond.
    Zie: Louis Savot L'architecture françoise des bastimens, p. 315 (1624), met meer gegevens.

In Amsterdam: 46 pond.
    Nic. Witsen, Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier (1671), p. 240: "indien nu ieder voet water weegt 46 pont 18 loot, gelijck zulx in Texel water by ondervindinge wert gevonden ..." (zie de meting van Johannes Hudde, p. 245).
En omstreeks 1677 schreef Chr. Huygens: "dat een Amsterdamsche Cubic voet water weeght 46 pondt." [>]

    Dirk Rembrantsz van Nierop, Tweede deel op de wis-konstige rekening (1680) gaat in op Stevins Waterwicht en gebruikt de 65 pond van Stevin, "na de Rijnlantse of Delfse maet, daer van de 10 sijn gelijk 11 van onse hontsbosse ... dan moet een voet hontsbos wegen 48 4/5 pond" (p. 156). Ook wordt een meting vermeld — met twijfel aan de grote nauwkeurigheid — van Professor de Volder, "met swaer Amsterdams Waeghwigt" (waarvan 100 pond gelijk gesteld worden aan 105 pond "gemeen gewight"); uitkomst na omrekening in Rijnlandse maten: 66 2/5 pond.
    Edmé Mariotte, in Divers ouvrages de mathematique et de physique (1693), p. 508: "Een kubieke voet water weegt 70 pond, en bevat 36 pinten volgens de Parijse maat, als ze juist zijn gemeten; maar als het water boven de randen van de maat komt, zoals kan gebeuren zonder dat het zich verspreidt, zal de pint water 2 pond wegen, en dan zijn er 35 nodig voor de kubieke voet."


In Sterctenbouwing zegt Stevin over lengtematen:

dat ons somwijlen de naem der maten bedriecht, welcke dickmael even eens luydende, nochtans in deen stat veel langer sijn als in d'ander [...]
soo en hebben wy uijt haer bloote namen gheen sekerheyt

Voor oppervlakte en volume noemt Stevin als eenheid meestal gewoon de voet of roede; uit het verband moet dan blijken dat het een vierkante of kubieke voet of roede is. In De Thiende legt hij uit dat "een Roede Lichaems" iets anders is dan "een Roede in langde", en daar blijkt dat bij landmeters een 'Voet' als oppervlak niet een vierkante voet betekende, maar een voet bij een roede:
alsmen segt 2 Roeden 3 Voeten Landts, dat en sijn niet 2 Roeden ende drie Viercante voeten, maer 2 Roeden ende (rekenende 12 Voeten voor de Roe) 36 viercante voeten

Over de mijl staat in 'Eertclootschrift', boek 4 - Vande Zeylstreken:
De vraech mocht nu sijn hoe veel mijlen [...], maer insiende de verscheydenheyt der mijlen in verscheyden landen, so en canmen daer af int ghemeen niet sekers segghen. Sulcx dat wy hier en oock int volghende, de verheyt alleenlick deur tr. en ( I ) beschrijven, die elck verkeeren mach in sulcke mijlen alst hem belieft.
Den trap wort van velen gheacht lanck te wesen ontrent 18 uyren gaens eens ghemeenen gancx: Een dier uyren wort ghenomen op 8000 stappen, oock op 1500 Rijnlantsche roeden, dat comt den stap op 2 1/4 Rijnlantsche voeten.
Doch t'waer te wenschen dat Stierlien int gemeen trappen en ( I ) ghebruyckten, om malcander int ghemeen te verstaen.
Een gewone stap is dan 70 cm, een uur gaans 5,6 km. Een trap of graad op het aardoppervlak (langs evenaar of meridiaan) komt zo uit op iets meer dan 100 km (40 000 km/360° = 111 km/1°). De Italiaanse mijl was het zestigste deel ( I ) van een graad, en dit werd ook de zeemijl (1852 m/1').
De Duitse of geografische mijl was 1/15 graad; de Spaanse 'legua' ± 5,5 km.
Zie ook 'Damphooghde' blz 78: trap is 18 mijlen, elk een uur gaans, 1500 Rijnlandse roeden.


-   De Rijnlandse roede en voet zijn te zien op een foto van het Leidse stadhuis.
-   Eenhedenlijsten:  Eenheden, constanten en conversiesIndex of Units.
-   Gegevens uit:  A. J. Daub - Meten met Maten  (Walburg Pers, 1979).  Zie ook Wikipedia, pond, voet e.a.
-   Veel informatie in:  G.J.C. Nipper, 18 eeuwen Meten en wegen in de Lage Landen (Walburg Pers, 2004).
-   Namen van maten en gewichten in: Jan Amos Comenius, Janua linguarum ... Deure der talen (1643), p. 216.




Kanttekeningen

Aantekeningen die oorspronkelijk in de kantlijn {marge} staan zijn tussen accoladen gezet. Het zijn Stevin laat ermee zien dat ook een boek in de Dietse taal wetenschappelijk kan zijn.
Wat de ghemeene constwoorden belangt int Latijn aldus ghebruyckt.
Materia, Forma, Effectus, [ ... ]   Daer voor sullen wy soodanige Duytsche stellen   Stof, Form, Daet, [ ... ]   Welcke Latijnsche met eenighe ander dieder by mueghen vallen wy tot meerder claerheyt, somwylen inden cant sullen scriven neven haer duytsche.
Dese drie letteren v. b. E. altemet inde cant ghestelt beteeckenen om cortheydt, voorstel, bouck, Euclides, als 2 v. 6. b. E. dat is te segghen het 2e voorstel des 6en boucx van Euclides.
(Weeghconst, blz 8)



Verwijzingen

Voorbeeld (zoals hier boven): in de marge van de Beghinselen der Weeghconst staat op
blz 43:   18.v.3.B E.   Dat is: het 18e voorstel in het 3e Boek van Euclides:
Als een rechte lijn aan een cirkel raakt, en als een rechte verbindingslijn wordt getrokken van het middelpunt tot het raakpunt, dan zal deze verbindingslijn loodrecht staan op de raaklijn.
De Elementen (beginselen) van Euclides was de basis die bekend werd verondersteld.
Andere verwijzingen in de Weeghconst ("I" te lezen als "1"):
blz   3:   Pappus 8e bouck (niet in de marge)
blz 25:   2 v 6 B.E. (ook 70, 88) / 34 v. I B.E.
blz 56:   47.v.I.b.E.
blz 65:   begintekst boek 2: Archimedes, Frederic Commandin (ook 74)
blz 69:   12 cap. I. lib. Almag.Ptol. (ook 88)
blz 71:   Doorhe45. v. I. B.E. / Door het 10. v. 6. B.E.
blz 72:   Door het 12. v. 6. B.E.
blz 73:   I. v. 6. B.E. (2x, en ook op blz 74, 76) / 41.v.I. B.E. / 16.v.6.B.E.
blz 77:   II. v. 6. B.E. / 31. v. 3. B.E.
blz 80:   tekst: 24 voorstel der viercanting des brantsnees van Archim. (ook 81, 82)
blz 92:   tekst: Frederick Commandin int 29 voorstel
blz 93:   20 v. I. B. van Apollonius (2x; ook 80) / 13. v. 12. B.E

In de opdracht van de Weeghconst aan RVDOLF IIe:
Als Aristoteles in Mechanicis met sijn navolghers.
In de voorrede VYTSPRAECK vande Weerdicheyt der Dvytsche Tael:
bB:     Li. de Morib. Germanor. (Tacitus genoemd in tekst)
dD:     tekst: Den schat der Duytscher talen (noot Dijksterhuis: Ian van den Werve)
dD 2:   4.v 2.strijtreden der Bewysconst.
dD 3:   tekst: Hendrick Glareaen, Latijnsche uytspraeck te Friburg op Suetonius
dD 3:   tekst: Cesar, Tacitus
dD 4:   13e strijtreden des 4e voorstels der Bewysconst
dD 4:   20,v.I.B.der Begh. vande Weeghconst
dD 4:   tekst noemt: Reuchlinus, Valla, Erasmus, Barbarus, Picus, Politianus
In de Weeghdaet (tekst, niet marge):
blz 34:   Plutarchus (schip van Hiero), Iacques Besson (boek: 1572/78)
blz 42:   Archimedes (t'eertrijck uyt sijn plaets trecken)
In het Waterwicht:
blz   5:   Lib. de iis quæ vehuntur in aqua. (Archimedes genoemd in tekst)
blz   6:   Keghelsche boucken van Appollonius, Fredericus Commandinus (in tekst)
blz 27:   31. v. II. B.E
blz 37:   32. v. II. B.E
In de Anhang van de Weeghconst worden in de tekst genoemd:
blz 65:   Aristoteles in Mechanicis met sijn navolghers
blz 65:   Cardanus lib. 5. De proportionib. (ook blz 66, 67)
blz 66:   Aristoteles int 4e bouck der Natuer int hooftstuc des ydels met syn navolghers
blz 66:   idem - lib. 6. Phys. / lib. I. 2. 3. 4. de Cælo
blz 66:   Ioannes Taisnier Hannonius (Benedetti was de bron, zie Anhang-noot)
blz 68:   beghinselen als die van Euclides
blz 69:   Euclides 47e voorstel des Ien boucx
blz 80:   (volgt op blz 69) Eutochius uytleggher van Appollonius
blz 80:   Ptolæmeus, Archimedes, Appollonius, Commandinus, Regiomontanus
In de Byvough der Weeghconst:
Catrolwicht:   Delle fortificationi di Buonaiuto Lorini (1592)
Toomprang:   le Sieur de la Brouë int 3 bouck (Le cavalerie françois, 1602)
In Wisconstige Gedachtnissen: zie Eertclootschrift, Wijsentijt, en Hemelloop




Stevins werken

Dijksterhuis gaf als opsomming van de werken die Stevin tijdens zijn leven liet uitgeven (zie ook Principal Works, I, 25):
  1. Tafelen van Interest, 1582/'90/1937
  2. Problemata Geometrica, 1583
  3. Dialecktike ofte Bewysconst, 1585/1621
  4. De Thiende, 1585
  5. L'Arithmetique, 1585
  6. De Beghinselen der Weeghconst, De Weeghdaet, De Beghinselen des Waterwichts, 1586; ook in XI
  7. Vita Politica / Het Burgherlick Leven, 1590/1611/1658/1684/1939/2001
  8. Appendice Algebraique, 1594; hoort bij V (zie PW IIB, 740)
  9. De Stercktenbouwing, 1594
  10. De Havenvinding, 1599; verkorte bewerking in XI
  11. Wisconstighe Ghedachtenissen, 1605, 1608. In 5 Stucken
  12. A - Castrametatio, Dat is Legermeting
    B - Nieuwe maniere van Sterctebou, door Spilsluysen, 1617
Stukken uit de nalatenschap zijn gepubliceerd door zoon Hendrik Stevin:
Materiae politicae. Burgherlicke stoffen (1649), en
Wisconstich Filosofisch Bedryf (1667, Plaetboec 1668) met o. a. 'Vanden Handel der Waterschuyring onses Vaders Simon Stevin'.
Andere fragmenten werden aangetroffen in het journaal van Isaac Beeckman (publ. C. de Waard, 1942).

Onlangs werd ontdekt:
Nieuwe Inventie van Rekeninghe van Compaignie, 1581 (zie het hieronder genoemde boek van Devreese en vanden Berghe).



Bronnen

Simon Stevin, Dialectike ofte Bewysconst (Leiden 1585), UB Utrecht: band 21-737, bevat ook De Thiende (Plantijn 1585), en Het Burgherlick Leven (F. van Ravelenghien 1590).

Simon Stevin, Wisconstige Gedachtenissen (Leiden 1605/'08), UB Utrecht: P. fol. 12 t/m 15.

Justinus Cornelius Voorduin, 'Laudatio Simonis Stevini', in Annales Academiae Gandavensis, 1823. Ook afzonderlijk gepubliceerd, Gent 1823; en vertaald door Prudens van Duyse, Brussel 1846.

Adolphe Quételet, 'Simon Stevin', in Les Belges illustres (1845), 3, 176-203.

Cd. Busken Huet, Het land van Rembrand II-2 (1884), 12-40.

Jan & Annie Romein, Erflaters van onze beschaving (Querido, 1938/'77).

Simon Stevin, Het burgherlick leven, editie Annie Romein-Verschoor en G.S. Overdiep (1939/dbnl).

Robert Depau, Simon Stevin (Bruxelles, 1942).

E. J. Dijksterhuis, Simon Stevin ('s-Gravenhage, 1943).

E. J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld (Meulenhoff, 1950/'96). [^]

The Principal Works of Simon Stevin (in 5 delen, Swets & Zeitlinger, 1955-'66):
    Zie ook een overzicht van Introductions.

  1. General Introduction & Mechanics (ed. E. J. Dijksterhuis), met De Beghinselen der Weeghconst, De Weegdaet, De Beghinselen des Waterwichts, Anhang, Byvough.
  2. Mathematics (ed. D. J. Struik), met A: Tafelen van Interest, Problemata Geometrica, De Thiende, en B: L'Arithmétique, en selecties uit de Wisconstighe Ghedachtenissen (enkele blz uit Driehouckhandel en Meetdaet, boek 1 van Deursichtighe: perspectief).
  3. Astronomy (ed. A. Pannekoek), Navigation (ed. Ernst Crone), The Age of the Sages, met: De Hemelloop 1, 3, Byvough, Anhang; Vande Spiegheling der Ebbenvloet; De Havenvinding, Vande Zeylstreken; Wysentijt.
  4. The Art of War (ed. W. H. Schukking), met De Sterctenbouwing, Castrametatio, Vant Belegeren der Steden en Stercten, Vande Pijckschansen.
  5. Engineering (ed. R. J. Forbes), Music (ed. A. D. Fokker), Civic Life (ed. A. Romein-Verschoor), met: Zeilwagen, Patenten, Cammen en Staven, Nieuwe Maniere van Sterctebou, Waterschuyring, Molens; Spiegheling der Singconst; Burgerlick Leven; Index van de 5 delen.

D. J. Struik, Het land van Stevin en Huygens (Amsterdam, 1958/'79).
    The Land of Stevin and Huygens (Springer, 1981; preview).

R. Hooykaas, Geschiedenis der natuurwetenschappen (Bohn, Scheltema & Holkema, 1976).

K. van Berkel, In het voetspoor van Stevin (Boom, 1985 / dbnl).
    ,,     - Keuze uit het werk van E. J. Dijksterhuis: Clio's Stiefkind (Bert Bakker, 1990 / dbnl).

A.K. Kox (red.), Van Stevin tot Lorentz (1990/dbnl).

Robert A. Mertens, 'STEVIN, Simon, wiskundige, natuurkundige, ingenieur, militair architect, econoom en taalkundige', in Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 15, kol. 694 - 710 (Brussel 1996).

V. Logghe, J.T. Devreese, A. Meskens, C. van den Heuvel, D. Imhof, Spiegheling en Daet, Simon Stevin van Brugghe (catalogus bij een tentoonstelling, Brugge 1996/'98).

M. de Reu, G. Vanden Berghe, G. Van Hooydonk, Simon Stevin, 1548 - 1620 (Schatten van de Universiteitsbibliotheek te Gent - 9, 1998).

Kees Zandvliet (e. a.), Maurits Prins van Oranje (Rijksmuseum Amsterdam, 2000).

Simon Stevin, Het Burgherlick leven & Anhangh. Toelichting: Pim den Boer, hertaling: Anneke C. G. Fleurkens (Bijleveld, 2001).  [Recensie.]

R. Vermij, The Calvinist Copernicans (KNAW, 2002): Ch. 4, 'Simon Stevin and the tradition of practical mathematicians'.

Jozef T. Devreese, Guido vanden Berghe, 'Wonder en is gheen wonder', De geniale wereld van Simon Stevin, 1548 - 1620 (Davidsfonds, Leuven, 2003). In het Engels: 'Magic is No Magic': The Wonderful World of Simon Stevin (WIT Press, 2007)

Simon Stevin 1548-1620, De geboorte van de nieuwe wetenschap, Koninklijke Bibliotheek van België (Turnhout 2004, Fr.).

Ch. van den Heuvel, 'De Huysbou' A reconstruction of an unfinished treatise on architecture, town planning and civil engineering by Simon Stevin (KNAW, 2006).  [Recensie.]

DBNL auteur - Simon Stevin.




Simon Stevin | Weeghconst | Notities (top) | Parels