Home | Chr. Huygens | Oeuvres VIII | < Const. Huygens jr. >



Vertaling van de

Briefwisseling met Constantijn Huygens jr.

1683-1684



[ 411 ]
No 2291.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

2 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord: No. 2294.

Dieren ce 2 Mars 1683.    

  Ik kwam hier gisteravond aan, na je afgelopen vrijdag te hebben verlaten met al het denkbare misnoegen, omdat ik zie dat me door deze reis wordt verhinderd deel te hebben aan jouw nieuwe proefnemingen, maar het goede eraan is dat het niet lang zal duren, aangezien me verzekerd wordt dat Zijne Hoogheid tegen de tijd van de volgende vergadering van de 10e weer in Den Haag zal zijn, en het zou zelfs kunnen gebeuren dat die reis naar Compiègne 1) ons eerder zou doen terugkomen. Toch zal Madame vanavond hier zijn.

  Ondertussen verzoek ik je de buis van 12 voet aan te passen, opdat ik zodra ik terug ben het glas erin kan zetten dat ik van plan ben te maken. De proef die je overdag neemt met deze buis, zal je dan geleerd hebben op welke manier die verbeterd moet worden. Ik heb er veel zin in deze kijker met drie oculairen te testen, en daar er veel tijd in gaat zitten er zoveel te maken 2) zul je ze kunnen laten vormgeven door de lenzenmaker van het Achterom 3), op weinig na, omdat ik ze sneller zou kunnen afmaken [;] dat glas waar zo weinig zand in zit zou er zeer geschikt voor zijn.
Ik verzoek je met een woordje te melden hoe je geslaagd bent met dat koperen plaatje*) dat ik heel goed vind en ik begin al bijna te geloven dat fouten in de objectieven bijna altijd voortkomen uit het feit dat het glas doorbuigt bij het polijsten°), naar alle waarchijnlijk­heid is die Zeshoek, die we bij sommige hebben gezien, er ook een effect van geweest.

  Ik denk dat je niet hebt nagelaten gisteren en eergisteren de Maan waar te nemen, ik heb die zo mooi gezien dat ik wel jaloers was op het genoegen dat jij had. Ik hoop dat je die versterkingen met de Stang hebt laten toevoegen.

  Ik heb nog bedacht dat het naar alle waarschijnlijkheid goed zou zijn met het glas over de hele Vorm te gaan bij het polijsten, zonder vast te houden aan een enkele route en daartoe van tijd tot tijd de vorm te draaien. Gedacht zou moeten worden aan het middel om het overal gelijkelijk in orde te brengen met Spaans groen [aerugo], maar wanneer het glas dat je daarvoor gebruikt


1)  De reis van Lodewijk XIV naar Compiègne schijnt te zijn beschouwd als teken van oorlog, meer dan ooit bedreigend sinds Willem III in februari 1683 een verdrag had gesloten met de keizer van Duitsland, Spanje en Zweden, om de bepalingen van de vrede van Nijmegen [1678] te handhaven, die aanhoudend geschonden werden door Lodwijk XIV.
2)  Waarschijnlijk moet in het origineel gelezen worden 'tant' in plaats van 'temps'.
3)  Zie brief No. 2277, noot 7 [vertaling].
[ *)  Frans: mollette, ook op p. 432 hierna; zie de 'Memorien' van 1685, T. 21, p. 275 ("Van 't polijsten der glasen"), "het kopere plaetje" en p. 269 ("Van 't slijpen der glasen"), "men plackt ... een ander kleijn kopere of liever stale plaetje daer op, soo groot als een schellingh".]
[ °)  Vergelijk Isack Beeckman, 'Journal', T. 3, p. 421 (1635): "het dun glas buyght int polysten", met op de volgende blz een experiment: alleen links en rechts op het glas geduwd. "Dit glasken dan stellende int gat van den veynster van myn doncker kantoor ... so schenen de erecta (dat is t'gene dat recht overeynde stondt) buyten in de locht door het glasken opt pampier kommende, klaerder alsmen het pampier wat naerder het glasken brocht".]

[ 412 ]
ergens ongelijkheden zou achterlaten, zouden die weggenomen kunnen worden met die Biezen 4) waarmee gepolijst wordt.

  De vorst hindert onze Jagers zeer, ze kunnen pas tegen de middag vertrekken.

    Pour Mon Frere Huygens.


4)  Huygens heeft het waarschijnlijk over Schuurbiezen [WNT: 'schaafstroo'].



No 2292.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

24 en 25 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2291. Chr. Huygens' antwoord: No. 2294.

Dieren ce 24 Mars 1683.    

  Ik kwam hier gisteravond aan, na de nacht ervoor te hebben geslapen in Amersfoort, waar het mooie weer me 's avonds gelegenheid gaf mijn kijker van 13 voet nog te testen. Ik deed het minder ongemakkelijk dan toen we op onze rug lagen, en ik vond de kijker heel uitstekend, zonder last van die kleuren en omstralingen, nadat ik het oculair had aangebracht op de afstand van het oog die het moet hebben, dat wil zeggen op twee en een kwart duim. Ik geloof dat dit het was, wat ons laatst belette het goed te zien.

  Vandaag heb ik de kijker getest op de klokkentorens van Deventer die vanuit mijn kamer te zien zijn en die in rechte lijn op ruim twee uur hier vandaan zijn. Slechts op één van deze klokkentorens kon ik de wijzerplaat van het Uurwerk zien, die wel klein is, en toch kon ik met mijn oculair dat bestemd is voor de Sterren duidelijk zien hoe de wijzer stond, en zelfs tot op zekere hoogte de uren. Ik geloof dat ik ze nog beter zal zien met de oculairen waarvan ik hoop dat je ze hebt laten maken, omdat ze meer helderheid zullen geven. Ik verzoek je ze meteen naar mij te sturen zodra ze klaar zijn, met de buis, en de vakman onder druk te zetten.

  Ik geloof dat deze kijker heel goed zal zijn om overdag te kijken en ons heel wat genoegen zal geven. Met de Campanine 1) kon ik niet eens de plaats onderscheiden waar de wijzerplaat in Deventer was. Morgen zal ik een Drievoet laten maken om hier te gebruiken.


1)  Zie over de kijkers van Campani o.a. brief No. 1862 [die van Const. Huygens jr.: No. 2254].
[ Brief No. 1862 (Christiaan uit Parijs aan Constantijn jr., 29 jan. 1672): "Ik heb neef Oort belast met 3 Campanines waarvan er één voor jou is". Deze Oort was waarschijnlijk Johan Ortt, vanaf 1675 heer van Nijenrode, zie p. 427, n.2 hierna.]

[ 413 ]
  Ik houd het voor heel zeker dat men vanaf Soestdijk het uurwerk van Utrecht zal zien, dat driemaal zo groot is als dat waarover ik het had.

  Ik verwacht met ongeduld te weten hoe het werk gaat, en ik vind het heel spijtig dat ik er geen deel aan kan hebben. Men houdt het er echter op dat we volgende week woensdag of donderdag weer naar Den Haag gaan.


25 Maart 1683.

  Toen ik gisteravond had geschreven wat hierboven staat heb ik mijn brief niet kunnen verzenden, er was geen gelegenheid. Sindsdien overkwam me een ongeluk vanmorgen. Ik wilde mijn grote kijker, geheel uitgetrokken, in een hoek van de kamer zetten om te wachten tot de dampen, die er 's morgens zijn, weg waren.
Toen ik hem op het grote uiteinde rechtop wilde zetten, is het smalste stuk van de buis, dat niet zo goed vastzat in het andere, neergezakt, de koperen ring aan het eind heeft losgelaten, en het stuk is gevallen met zoveel kracht dat dit ook het tweede stuk deed vallen, stotend tegen de ring van blik die de scheiding ervan ondersteunde; en alletwee over de grote buis gaand bij de scheidingen van het derde en vierde stuk, kwamen ze te stoten tegen het objectief, dat ik dacht terug te vinden in twintig stukken, toen ik dat vreselijke lawaai hoorde, maar tegen elke verwachting in zag ik dat het heel was, zonder me te kunnen voorstellen hoe het zich heeft gered.

  Ik heb vervolgens afgezien van die dwaze structuur van buizen die aan het ene eind dunner zijn dan aan het andere, en uit vrees voor dergelijke ongelukken wil ik er beslist één hebben waarvan de stukken door ringen gaan en die met behulp daarvan binnenin te bekleden zijn met zwart karton. Het is een vergissing dat we de mijne niet zo hebben laten maken, om al die ongemakken die je kent te vermijden. De buis zal daardoor niet dikker worden met enig aanmerkelijk verschil, want als het Grote stuk, dat in mijn buis afneemt in dikte zoals je weet vanaf de kant van het oog, gemaakt is met overal dezelfde dikte, zal er ruimte overblijven om de ringen van blik aan te brengen, en bij de andere stukken zal het gelijk blijven.
Ik verzoek je dus bij Cornelis 2) zo'n buis te bestellen en bij hem erop aan te dringen deze dadelijk te maken, opdat ik hem, als ik volgende week in Den Haag kom zoals ik hoop, gereed kan vinden, wat ik wens omdat ons verblijf naar alle waarschijnlijk­heid maar voor weinig dagen zal zijn.

  Als ik mijn buis die ik hier heb, gebruik voor de sterren en zeer ver verwijderde objecten, heeft deze een lengte van 13 voet, 3 duim en ¾. Voor objecten dichtbij vier of vijf duim meer. Dit is te begrijpen, als je hem gebruikt met het objectief dat dient voor de sterren. Voor de drie oculairen bij de Campanine is zoals je weet een grotere lengte nodig. Ik verzoek je hierop te letten,


2)  Cornelis Langendelf; zie brief No. 2294 [>].

[ 414 ]
want als ik zou moeten vertrekken voordat de buis klaar was, zou ik moeite hebben die hier te krijgen. Ik geloof dat door hem met ringen te maken de stukken beter op hun plaats zullen blijven, het ene in het andere, en de buis zal daardoor meer recht zijn.

  Mijn drievoet zal zo meteen klaar zijn, maar ik zal hem vanavond niet kunnen gebruiken wegens de bedekte lucht.



No 2293.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

27 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2292. Chr. Huygens' antwoord: No. 2294.

Dieren le 27 Mars 1683.    

  Ik heb je twee dagen geleden uitvoerig geschreven en doe dit alleen om je te verzoeken de buis te laten maken, waarover ik het had. Ik zou zeer ontstemd zijn die niet met me mee te kunnen nemen wanneer we volgende week in Den Haag komen.
Ik geloof dat het niet slecht zou zijn het grootste stuk te maken van blik dat een beetje sterker is dan dat van de andere, omdat dit meer is blootgesteld aan ongelukken. Ik verwacht met ongeduld de oculairen, het zal een groot genoegen zijn die kijkers daarmee te gebruiken.
Gisteren zag ik bij helder weer met een Oosstenwind van hieraf heel duidelijk de uren van de wijzerplaat van Zutphen.

  Als het morgen weer zulk weer is zal ik mijn Kijker naar de Rouwenberg brengen, een hoogte op drie kwartier van hier, dat uiterst ver laat zien.

  Adieu Cher frere.

    Voor broer Huygens.


[ 415 ]
No 2294.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

28 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.  Antwoord op No. 2291-93.
Const. Huygens' antwoord: No. 2296.

A la Haye ce 28 Mars 1683.    

  Ik zend met deze brief de buis, voorzien van de drie oculairen die ik heb laten maken, en die langer op zich lieten wachten dan zou moeten, omdat de vakman aan het Achterom zoals hij gewend is zich niet aan zijn woord heeft gehouden. Je zult er goed aan doen de hele kijker mee te nemen wanneer je komt, omdat nog overblijft het diafragma aan te brengen, dat niet anders zal kunnen zijn dan een heel dunne ring, gemaakt op de draaibank.
Morgen zal Langendelf beginnen te werken aan de andere buis van 13 voet waarvan je weet. Ik laat die maken van 5 stukken zoals de andere, opdat hij goed donker wordt door de afscheidingen, want zwart papier is niet voldoende, en wat betreft de dikte, daar zal hij zo voordelig mogelijk mee omgaan.

  Ik heb een kijker gezien die heel uitstekend is en goed in elkaar zit, die me is gestuurd door Mr. d'Oyen 1), en die van zijn oom Kapitein Tol 2) is. Hij is ongeveer 7 voet, met 4 glazen, en vergroot 31 keer. De glazen zijn alle van een materie die zeer helder is en zonder punten, waarin ze in Italië een voorsprong hebben. De vakman heet Stefano Coueri en woont in Livorno 3). Hij is een ondergeschikte, volgens wat deze Kapitein zegt.
Zijn glazen lijken mij op de goede manier te zijn gepolijst, De buis is van papier zoals die van Campani, en volmaakt zwart en donker van binnen, wat het licht helder maakt en zonder die hinderlijke mist. Uit nieuwsgierig­heid heb ik alle maten ervan opgenomen.

  Ik was wel blij te lezen aan het eind van je verhaal over het ongeluk met je kijker, dat het objectief-glas heel is gebleven, vooral aangezien je betuigt er zo tevreden over te zijn na de laatste test op de planeten. Ik was het eveneens met het mijne, toen ik het 8 dagen geleden testte in tegenwoordig­heid van St. Didier en Dierkens 4), want het schijnt me toe dat ik alles op Jupiter en Saturnus even duidelijk zag als voordat ik het bedorven had.


1)  Waarschijnlijk Mattheus Hoeufft van Oyen, verloofde van Constantia Theodora Doublet; zie brief No. 2301, n.1.  [>]
2)  Waarschijnlijk Hendrik van Toll, kapitein van een oorlogsschip, die vanaf 1665 deelnam aan de zee-oorlogen. Hij overleed in 1709 te Utrecht, na tot 1699 de vloot te hebben gediend.
3)  In boek 1 van de Adversaria, p. 169 [T. 13, p. 608], noteert Huygens:
25 maart.  Een kijker gezien van 6 voet 10 duim, van Stefano Coueri te Livorno met 4 glazen, de opening van het objectief was deze (een getekende cirkel), te weten een duim en 1/2 lijn. De afstand van het brandpunt van de oculairen vanaf het midden van het glas, 2 4/10 duim. De opening van het diafragma (getekende cirkel) 10 1/2 lijn. De grootte van de oculairen bijna de helft van hun brandpuntsafstand.
4)  De waarneming wordt bevestigd in boek K van 'Adversaria', p. 71 [T. 15, p. 140], met: "21 maart, zondag, 1683, 8 uur, aanwezig waren D. Dierkens en St. Didier".
Saturnus met 2 manen
Links van Saturnus staat een ster getekend: "mijn begeleider", en op grotere afstand nog een: "misschien die van Cassini". [T. 15, p. 140, n.6: zie ook Cassini aan Huygens, No. 2329, 16 febr. 1684, p. 480-1, die was het inderdaad.]
  Zie over Alexandre Toussaint Limojon de St. Didier: brief No. 1537, n.2; over Dierkens: brief No. 2094, n.1.


[ 416 ]
Pas gisteren ben ik begonnen te werken aan het andere glas van die lengte, van de eerder afgekeurde blanke materie, waarbij ik geen pek gebruikte en ook geen heel dik koper. Ik kreeg last van warmte in het hoofd, wat me verhinderde ijveriger te zijn.

  Die zelfde buis met de oculairen zal dienen voor de nieuwe kijker van 13 voet, en daarom moet je niet nalaten hem mee te nemen. De 2 grotere glazen die je erin zult vinden, geheel van een heel mooi materiaal waarvan er een onbewerkt stuk was bij de andere in de "Draeykamer", het 3e dichtbij het oog is van het gelige dat ook heel mooi is, let erop dat je de randen niet breekt.

    Mijn Heer
  Mijnheer van Zeelhem
        Tot Dieren.
Met een papiere Rol.



No 2295.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

29 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Kruising met No. 2294.

Dieren ce 29 Mars 1683.    

  Daar ik geen antwoord van je gekregen heb op mijn twee voorgaande brieven, stuur ik je nog dit briefje om je te zeggen dat we overmorgen naar Den Haag gaan, en om je te verzoeken mijn buis te bespoedigen en ook de oculairen als ze nog niet klaar zijn en dit om de reden die je heb genoemd van de korte tijd dat we daar zullen verblijven. Ik denk dat ik via Utrecht zal gaan en zo woensdag in Den Haag zal zijn.

    Voor Broer Huygens.



[ 417 ]
No 2296.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

31 maart 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2294. Chr. Huygens' antwoord: No. 2299.

Dieren le 31. de Mars 1683.    

  Ik heb je brief ontvangen met de oculairen, waarmee ik hier veel genoegen heb gehad en ik heb veel genoegen gegeven aan degenen die bij me komen om de kijker te zien. Wat ik lastig vind is die buis hier, die je haast niet recht kunt zetten in welke richting je hem ook draait. Ik denk dat de nieuwe beter zal zijn wat betreft de rechtheid en ik verzoek je daarop te letten, meer dan op al het andere.
Gisteren probeerde ik nog meer opening te geven aan het Objectief en ik bevond dat dit niets verminderde "van de Scherpheit" 1), maar sindsdien heb ik bedacht dat dezelfde afscheidingen waren gebleven in de buis, dat geeft zoals ik geloof hetzelfde effect als de eerste opening en als je die zou willen vergroten zouden ook alle afscheidingen veranderd moeten worden, en dientengevolge zou je een nog dikkere buis krijgen om de donkerheid te vinden die nodig is.

  Onze reis is voor deze week onderbroken, sinds de aankomst van de brieven die vanmorgen zijn gekomen. Er wordt gezegd dat die volgende week Maandag of Dinsdag zal gebeuren, maar zelfs dat is niet al te zeker.

  Ondertussen verzoek ik je haast te maken met die buis opdat hij deze week klaar kan zijn en ik hem mee kan nemen als we gaan zoals ik wens, zo niet dan zal ik je verzoeken hem naar Utrecht te sturen naar de herbergier van de "Place Royale"*), dan zal ik een middel vinden om hem vandaar naar hier te brengen.

  Ik stuur je het buisje dat dient om het "Scheytsel" 2) te bevatten tussen het 1e en 2e oculair, ik weet niet waarom je het er niet in hebt laten zetten. Ik stuur je dit buisje terug om het nog te maken, het dient hier toch nergens voor.
Ik bedenk me echter en ik zal dat buisje houden, om er binnen een cirkeltje van karton aan te brengen of iets dergelijks dat voorlopig is. Ik stuur je alleen de dikte die het heeft, tegen een papier gedrukt 3). Daarop zul je de houten ring kunnen laten draaien zoals hij moet zijn.

  Ik verlang er zeer naar het succes te weten van het nieuwe glas dat nu ongeveer klaar moet zijn. Adio.

    Voor Broer Huygens.


1)  De scherpte van het beeld.
[ *)  In de Minrebroederstraat, zie Nic. van der Monde, Beschrijving der stad Utrecht, 2de deel (1815), p. 56: "Logement de Place Roijale". De herbergier was "Sieur Carré" volgens p. 420 hierna.]
2)  Het diafragma.     3)  Dit papier is niet bewaard gebleven.


[ 419 ]
No 2299.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

3 april 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.  Antwoord op No. 2296.
Const. Huygens' antwoord: onbekend.

A la Haye ce 3 Avr. 1683.    

  Ik ben zeer ontstemd dat je niet gekomen bent zoals je dacht. En er is niets dat ik méér verwacht voor de komende week, aangezien het mooi weer wordt.

[ 420 ]
  Maandag is aan de buis begonnen en ik denk dat hij nu klaar zal zijn, of bijna. Ik zal hem gaan bekijken, en zal zorg dragen voor de rechtheid, wanneer hij het blik een beetje wijder moet maken aan het eind van elk stuk.

  Ik geloof zeer wel dat je een beetje meer opening zult kunnen geven aan je objectief, aangezien de oculairen niet boller zijn. Maar ook zonder dat moet de kijker vrij helder zijn, aangezien die maar ongeveer 37 keer vergroot, en die van Mr. Tol [<], die minder dan 7 voet was, vergroot 31 keer: de opening van het oculair is een duim. Ik heb eeb ring gemaakt om te dienen als diafragma, die ik je toestuur. Ik heb zo nauwkeurig mogelijk de maat gevolgd die je me hebt gegeven.
Het grote blanke glas is opnieuw gemaakt aan de ene kant die het meest troebel was, en het is nu zeer goed, en beter dan de andere die ik weer had opgeknapt. Ik heb het alleen nog maar getest op de aanplak­biljetten, en vanavond hoop ik het te richten op de Planeten en de Maan. Ik zou toch moeite hebben de andere kant te laten zaals hij is, vanwege verscheidene kleine krabben en een of twee strepen. Vooral aangezien ik de methode heel zeker heb gemaakt door enige nieuwe dingen die ik heb opgemerkt. Dit blanke glas heeft echter een gebrek in de materie, namelijk dat deze zich niet zo snel laat polijsten als gewoon glas, dat naar het schijnt zachter is.

  Voordat ik weer begin te werken aan de andere kant van het glas, heb ik zin het matslijpen*) te proberen op een rechte baan, zoals ik je gezegd heb, en daartoe ben ik begonnen de oude ijzeren vorm van 9 voet te prepareren, die trouwens te dun is en waarschijnlijk niet meer gebruikt zal worden. Dat zou de laatste vervolmaking zijn van de kunst te kunnen werken zonder de vorm te bederven. Je zult weten wat ervan zal komen. Adieu.
Als ik verneem dat je niet komt, zal ik de buis adresseren aan "Sieur Carré" 1) zoals je wilt.


[ *)  Fr.: doucir; zie 'Memorien', T. 21, p. 271: "Geformeert sijnde ... glas seer fijn en gladt".]
1)  De herbergier van de 'Place Royale' te Utrecht. Zie brief No. 2296 [lt;].



No 2300
26 april 1685, in T. 9: No. 2385 [>].
 (Add. p. 629.)


[ 422 ]
No 2301.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

27 april 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.

A la Haye ce 27 Avr. 1683.    

  Ik had gehoopt je vandaag hier te zien ter gelegenheid van de bruiloft 1) die men gaat vieren, dat is een van de redenen waarom ik getalmd heb met een antwoord op je brief van de 16e 2). De andere is dat ik je weinig nieuws te vertellen had aangaande mijn werk, daar ik niets gedaan heb, behalve dat ik de manier geprobeerd heb om de glazen rond te maken, met blik en amaril, wat heel goed lukte, en ik geloof dat de manier die Campani gebruikt geen andere is. Je weet dat ik er niet van houd alleen te werken, maar bovendien heb ik onaangename zaken in het hoofd, waarvoor ik zeer verlang naar je terugkomst.
Vader betrapte nogal duidelijk zijn eigen bediende P. op diefstal, voor wie niets in het hele huis afgesloten of vergrendeld is, aangezien hij zichzelf kopieën van sleutels van de bureaus kan verschaffen, ondertussen kan hij op geen enkele manier zich ertoe laten brengen hem het huis uit te zetten. We zullen toch daarover met ons allen moeten overleggen, en tegenwerpingen maken, en de broers vinden dit ook.

  Ik heb een stuk van ons glas uit Amsterdam 3) gegeven aan de "brillemaecker" 4) voor een groot objectief zoals je wenst. Voor de gecombineerde oculairen heb ik het nog uitgesteld, omdat ik bij die welke ik heb laten maken vind, dat de punten van het grote oculair niet zozeer verdwenen als die van een enkelvoudig oculair. Het is wel waar dat de opening groter wordt, en als je ze daarom wilt, heb je het maar te zeggen. Maar er is geen haast bij aangezien nog niet is begonnen aan je objectief.
Ik zou wensen dat dat dikke glas dat we in Amsterdam hebben gekocht een beetje helderder was, want het is het nauwelijks meer dan dat van de Cocq 5), en onvergelijkelijk veel minder dan een ongepolijst stuk glas van Venetië dat Musschenbroek 6) me heeft gestuurd, maar dat een beetje te klein is om er een objectief van 36 voet van te snijden 7).


1)  De bruiloft van Constantia Theodora Doublet, dochter van Philips Doublet en Susanna Huygens, met Mattheus Hoeufft van Oyen.
[ Dagboek van Constantyn Huygens (ed. J.H.W. Unger, Amst. 1884) p. 86: bij 1 April.]

2)  Deze brief is niet bekend.
3)  Volgens het Journal [Derde deel] van Constantijn jr was deze met Christiaan op 12 en 13 april 1683 te Amsterdam, waar ze glas kochten.
4)  Traduction: lunettier.     5)  Christopher Cock, koopman in glas te Londen. [>]
6)  Zie brief No. 2119 [Add. p. 629], n. 2.
7)  Dit glas, met diameter 116 mm, en op de rand de inscriptie "CHR. HUGENIVS. Ao 1683 10 Maj. PEDVM 35", is nu in het Observatorium van Leiden. [Museum Boerhaave, V09108.]

objectief 35 voet

objectief 35 voet

[ 423 ]
Het zal toch nodig zijn een keer te bezien of deze donkerheid het effect van de kijker aanmerkelijk benadeelt.

  Eergisteren nam ik waar ter wille van Mr. Schuylenburg 8), en hoewel het zeer helder weer was hebben we niets gezien dat iets waard was, door dampen die de objecten benevelden evenals de rook van een schoorsteen doet, wat ik nog nooit zo had zien gebeuren. Toch geloof ik dat dit me niet zou hebben verhinderd de andere satellieten van Saturnus te zien; maar ik kon geen andere dan de mijne zien, evenmin als bij alle voorgaande waarnemingen*). Ik zal niet nalaten erop te letten elke keer als het helder weer is, maar dit gebeurt zelden in de avond.

  Jouw ontdekkingen overdag zijn zeer mooi en moeten de toeschouwers wel verbazen. Blijkbaar moet die hoge plaats vanwaar je kijkt enig voordeel geven, omdat het me weinig waarschijnlijk lijkt dat we van hieraf iets zouden kunnen zien van de kleding van personen die dichtbij Rotterdam en bij Leiden zijn wanneer overigens het zicht tot daar vrij zou zijn. Misschien is de lucht ook helderder in die gebieden waar jij bent, omdat er minder uitwasemingen van water zijn.

  Je zult gehoord hebben van de gevaarlijke ziekte van Mr. van Ouwerkerck 9), die zich gisteren evenwel veel beter voelde na enkele aderlatingen die men bij hem heeft gedaan. Vandaag heb ik er nog niets van vernomen.


8)  Een van de leden van de familie Schuylenburgh, van wie verscheidenen aanzienllijke posities bekleedden in Den Haag. [Misschien Johannes van Schuylenburgh, griffier van Willem III; maar in T. 15, p. 149, n.13 (4 juni 1684): Willem van Schuylenburg, burgemeester Den Haag, bij waarneming.]
[ *)  Maar zie bij 28 maart hierboven, p. 415, n.4.]
9)  Over Hendrik van Nassau, heer van Ouwerkerk, zie brief No. 801, n.6.


[ 425 ]
No 2303
27 juni 1685, in T. 9: No. 2389 [>].
 (Add. p. 629.)


[ 427 ]
No 2305.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

21 juli 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord: No. 2306.

Nyenrode ce 21 Juillet 1683.    

  We dineerden hier met de heer en mevrouw van St. Pol 1). Ik was van plan Oort 2) te onthalen op het zien door mijn Kijker, maar vanmorgen, toen ik het objectief erin wilde zetten, merkte ik dat ik het voorste stuk had weggelaten waarin het vastgezet moet worden. Ik geloof dat ik het in mijn bibliotheek heb achtergelaten, die Belitje die bij ons is voor je zal openen.
Ik verzoek je dit stuk in een doos te doen en die te geven aan Jan, de koetsier van mijn vrouw, en hem te zeggen meteen een paard te nemen, en hem naar mijn vrouw in Utrecht te brengen in de Place Royale, waar ze overmorgen nog zal zijn, en ze moet opdracht geven om deze doos naar Dieren te laten gaan.


1)  Maria Magdalena Pergens en haar echtgenoot. Zie brief No. 2144, n.4.
Ze was dochter van Jacob Pergens en Leonora Bartolotti en trouwde op 24 dec. 1682 met de graaf van St. Pol [François graaf van St. Poll].

2)  Zie brief No. 2195, n.11. [Add. p. 628 (bij p. 228): "Schrap de eerste zin van deze noot".]
Het kasteel van Nijenrode, verwoest in 1673, werd verkocht aan Johan Ortt [1642-1701], die ca. 1672 getrouwd was met Anna Pergens (zie No. 1907), zus van Maria Magdalena. Johan Ortt is waarschijnlijk "neef Oort", vaak genoemd in T. 7.
[ Juliette Jonker-Duynstee, 'De "vorstelijke" kunstopdrachten van Johan Ortt van Nijenrode', Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap "Niftarlake", 2020.]

[ 428 ]
Ik reken erop dat Jan overmorgen om negen of tien uur 's morgens in Utrecht zal kunnen zijn als hij zich haast, maar ik verzoek je hem zonder uitstel te laten vertrekken.

    Mijn Heer
Mijn Heer Christiaen Huijgens,
  ten huijse van Heere van Zuijlichem
pt     in
  cito
  cito
's Gravenhaghe.



No 2306.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

22 juli 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens. Antwoord op No. 2305.

ce 22 Juill. 1683.    

  Ik ontving zojuist je brief uit Utrecht en ik ben dadelijk het stuk gaan zoeken dat aan je kijker ontbreekt, het was op het kabinet blijven liggen dichtbij de ramen. Ik heb Jan laten halen om hem te laten vertrekken. Het is half twee. Ik zal hem tot haast manen zoals in een zaak van het grootste belang.

  Ik heb bevonden dat het laatste Engelse glas, dat voor je overbleef, ook geprepareerd*) is door Mr. Dirck 1), wat ik niet wist. En het schijnt dat hij er niet aan gewerkt heeft op de ijzeren plaat, maar op de oude slijpvorm, die een beetje hol is.
Ik ben eerst begonnen het vorm te geven, volgens de toestemming die je me hebt gegeven, nadat ik had gevonden dat dat andere ellendige glas dat ik onder handen had nog een laatste gebrek had behouden, dat me het 6 maal heeft doen hernieuwen.

  Het succes van het nieuwe zul je vernemen.


[ *)  Zie 'Memorien', "Van het prepareren der glasen eer men die slijpt", T. 21, p. 266.]
1)  De vakman van het Achterom.


[ 430 ]
No 2308.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

2 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord: No. 2310.

A Dieren ce 2 Aoust. 1683.    

  Ik kwam hier zaterdagavond aan met veel spijt dat ik je niet hebt kunnen assisteren bij het in praktijk brengen van de nieuwe machine om met minder moeite te polijsten*), die ongetwijfeld iets heel moois zal zijn, als die voltooid kan worden. Onderweg heb ik er vaak aan gedacht en in het bijzonder aan de manier met de hefboom die naar het lijkt kan worden gebruikt volgens wat ik heb geprobeerd uit te drukken op het kladje dat


[ *)  Zie 'Memorien', T. 21, p. 281: "Het polijsten met de handen soude seer grooten arbeydt sijn, jae onmoghelijck in groote glasen van 5 of 6 duijm en daer boven. Daer om hebben wij eerst een machine bedacht".]

[ 431 ]
hierbij gaat 1). De moeilijkheid die je opwierp bij mijn vertrek, dat het middelpunt van het te polijsten glas niet een rechte lijn zou beschrijven op de vorm, lijkt me niet zeer belangrijk omdat, door het deel van de Hefboom dat is aangegeven met AB van een redelijke lengte te maken, de beweging van het middelpunt nauwelijks zou afwijken van een rechte lijn, en alles welbeschouwd zie ik niet welk groot kwaad het zou doen als het een beetje in het rond zou gaan.
Het lijkt me dat er een andere moeilijkheid is, meer essentieeel, namelijk dat de ijzeren punt aan de hefboom die op het glas drukt, altijd loodrecht zou blijven zonder die te kunnen laten hellen, nu eens naar de ene kant, dan weer naar de andere, zoals we doen om het trillen te verhinderen. We zouden moeten trachten daarvoor een oplossing te vinden, zoals ik geloof dat jij dat wel zult kunnen. Ik zal er ook aan denken. Ik verzoek je mij te berichten wat je hiermee gedaan hebt.
Ik denk dat het niet nodig is dat ik je mijn figuur uitleg. De hefboom is AL. De Stift waarop hij draait B. EF en CD zijn de snaren die hem vastbinden aan de grote snaar van de boog of veer. HK is een plank om de genoemde Stift te ondersteunen en tussen deze plank en die welke de vorm O draagt moet een afstand zijn, waar de snaar CD vrij door kan gaan. Er is nog dit ongemak, hoewel het niet bij de grootste behoort, dat degene die polijst als hij aan het eind van de hefboom is, niet de zandkorrels of andere dingen kan voelen of horen die zich op de vorm kunnen bevinden en die het glas kunnen bederven. PQ en RS zijn de ondersteuningen van de planken die de vorm dragen en de Stift waarop de hefboom draait.

  Voor deze machine zou een veer van hout nodig zijn die sterker is dan de onze, om druk te kunnen zetten op het glas zoals we zouden willen. Ik verzoek je alles in orde te maken zoals je het van pas vindt komen. Ik hoop dat een of andere zaak ons nog naar Den Haag zal brengen om samen te kunnen overleggen. Gegroet.

    Aan Broer Huygens.

polijstmachine


1)  Deze tekening ontbreekt. [De uitleg is niet te begrijpen.]
[ Afbeelding en beschrijving van de uiteindelijk gemaakte machine in 'Memorien' (1685), T. 21, p. 281.
Zie ook 'Een vernuftig geleerde' (Museum Boerhaave, 2000), pdf, p. 19.]


[ 432 ]
No 2309.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

3 en 5 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2308 en Antwoord op No. 2310.

A Dieren le 3 Aoust 1683.    

  Met mijn brief van gisteren heb ik je mijn gedachte over een machine voor het polijsten gestuurd. Vandaag heb ik bedacht dat we misschien een andere zouden kunnen gebruiken op de manier van deze tekening, die we zouden aandrijven met de twee voeten. LM 1) is het plaatje*) waaraan het glas is vastgemaakt en waarop gedrukt wordt met de stok AB die vastzit aan de veer NO, zoals we gewend zijn te polijsten.
Aan dezelfde schijf zou ik aan de kanten de twee snaren PIF en QKE willen vastmaken, die zouden lopen over twee katrolletjes vastgemaakt aan de kanten van de plank die de vorm ondersteunt, en als ze zijn vastgemaakt aan de stokken GF en HE, zouden ze de schijf nu eens naar de ene kant trekken, dan weer naar de andere, naar gelang je met de ene of de andere voet op de stokken zou drukken.
Als we de stokken liever met de handen willen bewegen zouden we hun uiteinden vast kunnen maken aan de grond, en de snaren eraan vastbinden in hun midden of waar het van pas zou komen. De snaar QKE zou door een gat moeten gaan dat genaakt zou moeten worden in de genoemde plank bij R.
Ik verzoek je mij te berichten wat je ervan vindt en wat wat je zelf hebt uitgeovnden. Ik geloof dat we deze moeilijkheid wel zullen overkomen. Maar om het beter te doen gaan zul je altijd je handen moeten gebruiken, en nog steeds blijft er de moeilijkheid van de ijzeren punt die voortdurend loodrecht op het plaatje en op het glas drukt.


1)  Zie de plaat hierbij.       [ *)  Fr.: mollette, ook op p. 411.]

polijstmachine-1

Le 5.Aoust.

  Vanmorgen ontving ik je brief van gisteren 2) nadat ik de dag ervoor had geschreven wat hierboven staat. Ik geloof dat jouw machine goed zal zijn, tot nu toe kan ik geen reden zien voor het tegendeel. De door mij als essentieel beschouwde moeilijkheid, de ijzeren punt niet te kunnen draaien zoals gewenst, heb je vermeden of opgelost.

  Ik geloof dat het niet moeilijk zou zijn de stok waarin de punt zit, zoals die is in jouw machine, met de voeten aan te drijven, maar tenzij je hem in de hand houdt, zou je hem niet kunnen laten hellen naar twee kanten zoals vereist is.
Ik verwacht met ongeduld het succes van je glas te vernemen, waarvan naar ik geloof iets goeds te hopen is.


2)  Brief No. 2310.

[ 433 ]
  Ik zie niet in waartoe het goed is, de inkeping DA [>] van boven af te sluiten, omdat de stok omlaag wordt getrokken met alle kracht van de veer, en de punt die je eraan hebt toegevoegd lijkt niet uit de genoemde inkeping te kunnen gaan.

  Wat je zegt over het middelpunt van het glas, dat een lijn beschrijft anders dan de andere delen van hetzelfde glas, lijkt me een Paradox waarvan ik niets kan begrijpen en die geloofd moet worden met blind geloof.



No 2310.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

4 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens. Antwoord op No. 2308.
Const. Huygens' antwoord bij No.2309.

A la Haye ce 4 Aoust 1683.    

  Ik ontving je brief gisteravond, en ik zag met genoegen hoe we allebei op vrijwel dezelfde gedachte zijn gekomen voor de polijstmachine. De dag na je vertrek kwam deze manier met een hefboom bij me op en ik bracht die dadelijk ten uitvoer, door op de tafel alleen het stuk AB vast te maken, wat je ziet in mijn figuur 1), en een ijzeren punt te steken in het linker uiteinde van onze gekromde stok, en deze punt liet ik vrij door het gat D gaan. Want zonder de stok te verlengen liet ik hem daar los terwijl ik hem vasthield aan het uiteinde C, waardoor ik al de dubbele kracht had om op het glas te drukken.
Maandagmorgen zette ik me aan het polijsten van mijn grote glas dat nog maar half af was, nadat ik eerst de boog korter had gemaakt om hem meer kracht te geven, en het uiteinde C een beetje had verlengd door middel van een blikken buis die ik vond, want door er hout aan toe te voegen zou het hele stuk te zwak zijn geworden.
Ik bevond dat je om makkelijker te werken op deze manier moet staan, want dan help je jezelf vooral met het gewicht van je lichaam, zonder dat het nodig is je arm uit te steken of in te trekken, wat veel minder bezwaarlijk is dan wat we tot nu toe hebben gedaan. Tenslotte zag ik dat het polijsten van het glas heel goed vorderde, en op dezelfde dag liet ik het triomfanelijk zien aan Mevrouw van Zeelhem*), het was aan deze zijde heel goed afgemaakt.

  Maar aangezien het tegen de avond was, leek het me meer dan het was. Want toen ik gistermorgen terugkwam, zag ik dat alleen de randen waren afgemaakt, en dat er


1)  Zie de figuur van de volgende blz.     [ *)  De vrouw van Constantijn Huygens jr.]

[ 434 ]
bij het midden grijs was overgebleven, waarover ik wel ontstemd was, en het moet zijn gekomen van de druk bij het vormen van het glas, die het zal hebben doen buigen, en ook bij het matslijpen klemde het nogal veel 2), waaruit ik opmaak dat het altijd goed is het bij het vormen te verterken met het plaatje van koper of lei, of je moet nadat het gevormd is weer dezelfde grove materie neerleggen en die gebruiken zonder te drukken. Maar het plaatje lijkt me het betrouwbaarst.
Overigens, vertrouwend op de nieuwe methode die me toeliet te werken zonder me veel te vermoeien, wilde ik beslist deze polijsting perfect maken, waarvoor nog wel twee uur nodig was, maar dat is niet verbazend gezien het gebrek in de vorm. Bezien zal moeten worden welk effect dat zal hebben. Als het fout is zal het deze zijde zijn die hernieuwd moet worden.
Om terug te komen op onze polijstmachine, je ziet dat er geen steun nodig is om het stuk AB op zijn plaats te houden, aangezien het van boven naar beneden nauwelijks iets te lijden heeft. Je ziet ook dat de punt die op het glas drukt even vrij kan hellen als tevoren, en wat betreft de korrels zand of amaril die het glas zouden kunnen beschadigen,


1)  [Origineel: "soo klemden 't al vrij wat veel"].  Traduction: ainsi cela serrait assez fortement.

polijstmachine-2

[ 435 ]
daar ben je dicht genoeg bij om het te merken, want hoogstens zou alleen EF tweemaal zo lang als EA gemaakt moeten worden, waardoor de kracht het drievoudige zal zijn van die van de stok met twee handen; anders wordt de beweging van het lichaam te groot. Het stuk AB heeft ook minder te lijden volgens mijn positie dan volgens de jouwe. Ik zal de stok verlengd laten maken zoals in de figuur, of zelfs meer, want dan kunnen we er altijd nog iets afhalen, maar het zal een beetje sterker moeten zijn, om niet gehinderd te worden door de trilling.
Wat betreft de beweging van het glas, er gebeurt iets opmerkelijks, want hoewel het middelpunt altijd in een cirkelboog gaat, de andere delen gaan niet evenzo, maar ze houden evenwijdigheid aan, en wanneer je onderzoekt welk spoor een bepaald punt op de koperen vorm maakt op het glas, vind je dat het een cirkelboog is in tegengstelde richting gedraaid van de bogen die beschreven zouden zijn door het middelpunt D. Overigens is de aard van deze beweging zodanig, dat er geen sporen van de polijsting op het glas kunnen blijven, rechte noch kromme, zoals bij de manier met twee handen, wat me een goed effect doet verwachten voor een grotere perfectie van de glazen.

  Ikverwacht je antwoord en je beschouwingen over het geheel.

  Bij jouw manier had je dat ongemak dat je essentieel noemt kunnen vermijden, door de stok te laten gaan door een gat, of slechts in een inkeping die bovenaan open is. Ik heb het gat bij D ook bovenaan open gemaakt, waarbij ik het afsluit door er de spijker NP in te steken, die ik eruit trek wanneer ik de stok wil optillen, om het glas te bekijken. Om hem te draaien til ik het uiteinde F een beetje op.



No 2311.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

9 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2310. Chr. Huygens' antwoord: No. 2312.

Dieren ce 9e Aoust 1683.    

  Daar ik niets van je ontvangen heb sinds je laatste brief van de 4e, ben ik bezorgd nu ik niet weet hoe de machine voor het Polijsten is gelukt, en ik vat het niet op als een heel goed teken dat je me niets hebt bericht. Maar ik stel me voor dat je misschien, toen je het glas niet goed had bevonden, de eerste zijde hebt willen hernieuwen alvorens mij te schrijven. Laat me echter weten of het gemaakt is of mislukt, en wat je oordeelt over het tweede voorstel dat ik je heb gestuurd. Ik zou ondertussen niets slechts kunnen vinden aan de hefboom die niets anders doet dan net zo drukken als de gewone stok wanneer je die met de twee handen vasthoudt.

[ 436 ]
  "Bax uyt de Haegh" is hier geweest en hij heeft me gezegd dat hij de kunst van het glazen maken geleerd heeft van een Duitser, maar toen ik hem ondervroeg, bevond ik dat hij nog wel een lange weg te gaan had. Hij zei dat hij zich drie maanden wil opsluiten om alle moeilijkheden te overwinnen, maar ik denk dat hij er meer dan vier nodig heeft.

  Adieu donnez moy de vos nouvelles.

    Voor Broer Huygens.



No 2312.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

10 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens. Antwoord op No. 2309 en 2311.
Const. Huygens' antwoord: No.2313.

A la Haye ce 10 Aoust 1683.    

  Ik ontving zojuist je brief van de 9e. Je hebt heel goed geraden dat ik het heb uitgesteld te antwoorden op de voorgaande van de 5e en de 3e, totdat ik je de goede afloop kon berichten van het grote glas, wat ik echter nog niet kan doen, want je moet weten dat de tweede zijde die bij het vormen een ovaal had gemaakt, een overblijfsel van dit gebrek heeft behouden, dat heel duidelijk is geworden in de polijsting, die het namelijk niet gelijkmatig heeft gekregen, maar in de lengte, evenals dat glas waarmee ik gestopt ben na de 7e hernieuwing 1). Ik merkte ook op dat het piepte als het werd verplaatst in die richting, en niet in een andere, wat een ontwijfelbaar teken is van een verkeerde vorm.
Ik heb het dus getest terwijl het aan die zijde half gepolijst was, en ik zag dat het helemaal niet goed was, en zelfs minder dan middelmatig. Het was nodig te besluiten het te hernieuwen, waarbij ik begonnen ben met de zijde die klaar­blijkelijk fout was, want ik vond de andere zijde veel beter, hoewel die de polijsting meer aan de randen heeft gekregen dan bij het midden. Ik heb het kleine driehoekige ijzer weer genomen om te leiden, in plaats van de houten driehoek, die ik er een beetje van verdenk dat hij het glas niet zo vrij laat als het eerste.
Ik heb niet kunnen besluiten deze zijde plat te maken, om hem later opnieuw te vormen, maar ik heb hem vrij lang hervormd met grof amaril; dat heb ik gedaan om moeite te besparen en om de dikte van het glas niet te verkleinen, het heeft binnenin een grote ader die zou zijn opengelegd. Er blijft nog een uur over voor het matslijpen [<] van deze zijde die het al 3 keer gekregen heeft; daarna zal ik het polijsten met de hefboom zoals ik er al eerder mee begonnen was.
Deze manier slaagt zeer goed, en zo kun je werken zonder je te vermoeien, nadat ik de hefboom ongeveer tweemaal zo lang had laten maken als de stok voor 2 handen was. Het is dan ook overbodig andere manieren te zoeken, want ik geloof niet dat het minder moeite kostte om de machine met de voeten aan te drijven.


1)  Zie brief No. 2306. [<]

[ 437 ]
En wat betreft de manier die jiij voorstelt, ik zou vrezen dat de snaren die aan het glas moeten trekken trilllingen zouden veroorzaken, het kost zelfs enige moeite om te zorgen dat het met de hefboom niet gebeurt, maar het is wel mogelijk, door hem een beetje stevig te maken, of door de linkerhand dichterbij de vorm te brengen. De druk die ik eraan geef door middel van de verkorte boog is heel anders dan die we gewend waren te geven, wat een heel snelle polijsting kan bevorderen.

  De nichten le Leu*) hebben me gezegd dat Bax hier was geweest, en dat hij graag met mij wilde overleggen aangaande het grote werk waarin hij beweerde heel deskundig te zijn. Maar volgens wat je me meedeelt is hij nog ver verwijderd van de graad van perfectie, en meer dan hij denkt. Maar heb je niet kunnen opmerken dat zijn Duitser hem iets goeds had geleerd?

  Ik geloof dat je bij deze Oostenwind de mogelijkheid zult hebben je kijker met genoegen te gebruiken.

  Ik verlang er zeer naar dat je nog de gelegenheid zult kunnen krijgen een reis hierheen te maken, ik zal nog niet zo snel hier­vandaan vertrekken, gezien het getreuzel van van Ceulen°). Adieu.


[ *)  Constantia en Sophia le Leu de Wilhelm, zie 'Personnes', p. 604.]
[ °)  Zie over hem T. 18, p. 509), i.v.m. uurwerken; hier zal het gaan om het planetarium.]



No 2313.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

14 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2312. Chr. Huygens' antwoord: No. 2314.

Hooghsoeren ce 14 d'Aoust 1683.    

  Na veel ongeduld dat ik geen nieuws van je had gekregen, ontving ik gisteren je brief van de 10e, en ik was teleurgesteld toen ik zag dat je nog niet hebt kunnen slagen bij het grote glas, en dat die cilindrische figuur je nog problemen had gegeven. Het is vreemd dat dit kwaad ons nu zo sterk kwelt, zoals een ziekte die voorheen onbekend was, en dat ik bij het maken van mijn twee grote glazen er helemaal geen last van heb gehad, voorzover ik me kan herinneren.
Je zou ook kunnen zeggen dat jouw glas, door onze vakman bewerkt op de ijzeren vorm die bol is geworden, en dat dientengevolge een beetje hol is geweest, toen het later is gevermd in de grote holle vorm, geen enkel spoor van zijn cilindriciteit bewaard zou moeten hebben. Toch schijnt de ondervinding het tegendeel te bewijzen. Ik hoop dat het redmiddel dat je heb gebruikt met het grove amaril succes zal hebben, en zelfs geloof ik het; maar het glas plat maken was zeker het betrouwbaarst geweest.

  Wat betreft de houten driehoek, ik zou niet kunnen geloven dat die kwaad kan doen, omdat ik die tweemaal met succes heb gebruikt.


[ 438 ]
  Overigens lijkt me dat, als we de moeite willen nemen het glas vrij langdurig te vormen, erop drukkend bij het midden, het glas tenslotte niet anders dan de goede en juiste figuur zou aannemen, hoe verkeerd de figuur in het begin ook kan zijn. Maar gewoonlijk denken we dat we klaar zijn wanneer we het nog maar half gedaan hebben, en wanneer er nog iets overblijft van de cilindriciteit, om het zo maar te noemen.
Om dit te weten zonder zich te vergissen lijkt me dat we lichte en kleine strepen zouden kunnen maken met een diamant (maar ze zouden wel overal gelijk moeten zijn) op het glas, alvorens de punt op het midden te zetten, en doorgaan met vormen totdat ze verdwenen zijn. Om te maken dat ze gelijk zijn, en dat ze er overal gelijk ingaan, lijkt me dat het niet nodig zou zijn ze te markeren met de hand, maar door het glas, beladen met iets zwaars, te trekken over een punt van amaril of diamant, of iets waaraan deze punt zou zijn vastgemaakt over het glas te trekken. Ik verzoek je erover door na te denken.

  De Duitser van Bax heeft hem niets geleerd wat van waarde is, hij weet niet eens hoe de vormen gemaakt moeten worden met de draaibank. Het matslijpen van het glas maakt hij af op de plaats van de vorm die hij kiest, en vervolgens polijst hij het op leer. Dan kun je nagaan wat voor een Ingewijde hij is.

  Ik ben een keer op de Rouwenberg geweest gedurende de tijd dat we in Dieren waren. Ik zag toen zeer duidelijk de getallen van de uren te Kleef. Ik was van plan vanmorgen naar een verhoging te gaan buiten dat bos hier, om te zien wat ik zou kunnen ontdekken op de klokkentorens van Amersfoort en van Utrecht, die je er allebei kunt zien, maar het weer is zo slecht met winden en regens, dat er geen beginnen aan was.
Misschien zal ik toch nog vanmiddag gaan, maar behalve dat er nog altijd veel wind is, staat de Zon nu achter die klokkentorens. Wanneer ik gegaan ben zal ik je berichten wat ik heb gezien; ondertussen verwacht ik te weten wat er met je glas is gebeurd.

  Afgelopen woensdag was ik in Nijmegen met onze Engelse Kapelaan 1) om het Kabinet van Smetius 2) nog te zien, maar hij was buiten de stad. De doctor bracht me bij een Goudsmit die zich bezig houdt met het verkopen van oudheden die men van tijd tot tijd vindt in deze plaats bij het omwerken van de grond. Hij had niet veel zaaks, op dat moment. We kochten toch enkele kleinigheden, medailles enz., ik had onder andere deze twee oude stempels waarvan de ene nog op de helft van een gebroken ring zit.

  Adieu j'attends de vos nouvelles.


1)  Waarschijnlijk doctor Covell [John Covel], opvolger van Thomas Ken (zie brief No. 2079, n.6) bij prinses Mary, echtgenote van Willem III. Hij werd in 1685 van het hof verdreven.
2)  Johannes Smetius, zoon van Johannes Smetius ... Geboren 1 mei 1636 te Nijmegen; studeerde in Utrecht, reisde naar Frankrijk en werd predikant ... in 1671 te Nijmegen. ... overleed er op 15 mei 1704. Hij publiceerde ordonnanties en resoluties met betrekking tot de gereformeerde kerk in de Nederlanden.
vrouw met maantje
[ En de Catalogus van het kabinet: Johannes Smetius, Pater & Filius, Antiquitates Neomagenses, Noviomagi Batavorum 1678.
Vertaling: Leo Nellissen, Nijmeegse oudheden, 2004, descr.
Figuur (bij p. 70): vrouw met maantje als hoofdsieraad. "Lunulae sunt ornamenta Mulierum", op p. 119.]



[ 439 ]
No 2314.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

21 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens. Antwoord op No. 2313.
Const. Huygens' antwoord bij No.2315.

A la Haye 21 Aoust 1683.    

  Ik antwoord op je brief van de 14e. Toen ik deze ontving had ik al de zijde van het glas hernieuwd die zichtbaar fout was door een ongelijkmatig opgenomen polijsting. Deze tweede keer had ik niet meer het gebrek van cilindriciteit gevonden. Ik moest alleen een nieuwe laag aanbrengen voor het polijsten nadat ik het voor de helft had gedaan. Ik heb gepolijst door middel van de hefboom. Tenslotte bleek het glas bij de test helemaal niet beter te zijn dan eerst, zodat ik er nu aan twijfel welke van beide zijden de beste of de slechtste is. Het schijnt dat die welke hernieuwd is even erbarmelijk moet zijn als de eerste keer, aangezien het glas niet beter is geworden, en dat ik er ook geen kwaad aan zou kunnen doen door die weer te hernieuwen.
Maar ik twijfel er ook aan of ik zal polijsten met de hefboom, of op de oude manier. Het lijkt me dat ik bepaalde cirkels opmerk op het glas, te weten bij kaarslicht met reflectie, die voortgebracht kunnen worden doordat het glas te nauwkeurig dezelfde baan aanhoudt; want al er enige ongelijkheid is in de polijstlaag, komt deze steeds even ver van het middelpunt onder het glas, wat dit verschijnen van cirkels voortbrengt. We zouden dit ongemak enigszins kunnen verhelpen, maar niet zo goed als de handen die de stok vasthouden zoals we gewend zijn, dit nog beter doen, omdat ze de baan voortdurend doen veranderen, hoewel weinig.
Overigens heb ik de tijd niet erg verkort met de hefboom, daar ik 5 uur aan het polijsten was; maar ik geloof dat het glas niet genoeg matgeslepen zal zijn, want hoe zou dit anders mogelijk zijn, bij een zo grote druk. Ik begrijp niet hoe je dat gedaan hebt, zowel het matslijpen als het polijsten in zo weinig tijd afmaken, als het niet zo is dat je een of ander geheim hebt dat je mij niet hebt onthuld.
Ik zou heel graag een groot glas willen meenemen dat goed gepolijst is, maar het is niet plezierig alleen te werken, en daarbij komt dat mijn nieuwe uurwerken 1) me tegenwoordig veel in beslag nemen, nu er een proef mee is genomen, die nog niet helemaal zo slaagt volgens wat ik me ervan had voorgesteld. Er zal een uitvinding aan moeten worden toegevoegd, die ik heb bedacht, en die makkelijk is toe te passen, om het gelijk lopen beter te behouden bij de beweging van het schip, want binnenshuis kan voldoende zijn wat ze hebben.
Ik zie niet in dat jouw manier om strepen te zetten op het glas nuttig kan zijn, omdat als die strepen getrokken zijn op een verkeerd oppervlak, dit nog steeds verkeerd zou zijn nadat ze bij het matslijpen zouden zijn uitgewist.

  Om je wat afleiding te geven stuur ik je een drukwerkje dat ik pas heb ontvangen en gelezen. Ik ken de schrijver, de heer Hautefeuille, een Abt zonder Abdij, die


1)  Zie brief No. 2307 [voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie].

[ 440 ]
steeds maar weer uitvindingen voorstelt die geen enkel effect hebben, zoals ook die welke je hier kunt zien 2). Toen ik ze las kwam me een veel betere manier in gedachten om lange kijkers te gebruiken, om tegelijk zowel de benodigde afstand als de plaats te vinden van het oculair achter het objectief, voor een voorgenomen object. Wat betreft de toren, die zou zo moeten zijn dat je je er op allerlei hoogtes in kunt plaatsen, want zijn trap*) is dwaas. Ik verzoek je alles aan me terug te sturen als je het gelezen hebt.

  Vader heeft me gezegd je te berichten over de acte van de Capitainerie de Courtezon°), dat je die alleen maar hoeft te laten schrijven en tekenen door Zijne Hoogheid en hem vervolgens hierheen te sturen, opdat de heer Griffier hem medeondertekent. Hiij zou je geschreven hebben als hij niet weer een aanval van jicht had gehad die hem hindert aan de voet en aan een hand.

  Adieu, 'kasignète philtate'#). Je stempel met het hoofd kan oud zijn, maar om zeker te zijn moet je kijken wat het is.


2Invention nouvelle pour se servir facilement des plus longues Lunetes d'Aproche: et quelques autres moyens de les perfectionner. Par M. de Hautefeuille. A Paris, 1683.  [Ttitelblad en figuur ontbreken. Korte bespreking in Journal des Scavans XXIV, 13 sept. 1683, p. 287-8.]
[ Brief No. 2339, CHr. Huygens aan Hautefeuille (8 juni 1684), over zijn Astroscopia.]

[ *)  Op p. 8: "un Marche-pied mobile pour servir à élever ou abaisser l'Observateur", een beweegbaar trapje om de Waarnemer te laten stijgen of dalen.]
[ °)  Courthézon, bij Orange. Zie C. Juhel, D. Baisset, Les hommes du droit (2023), p. 171.]
[ #)  Tot ziens, dierbaarste broer.]



No 2315.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

25 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2314. Chr. Huygens' antwoord: No. 2319.

Hoogsoeren ce 25. Aoust 1683.    

  Ik heb in je laatste brief van de 21e gezien hoe ver je bent met dat glas dat jou al meer dan drie weken op de proef stelt, en het spijt me zeer dat ik je niet kan assisteren bij het werk, waarvan het mislukken je moet kwellen, vooral nu je alleen bent.

  Ik weet niet wat ik moet zeggen over de hefboom, gezien deze pogingen en in overweging genomen het bezwaar dat je had bij die cirkels die je hebt ontdekt bij kaarslicht en waarover ik toch twijfel of ze echt zijn. Ondertussen schijnt het me toe dat we dit ongemak op de een of andere wijze zouden kunnen opheffen, als we van tijd tot tijd een heel klein beetje de plaats van de punt zouden veranderen, die in de hefboom zit en die tegen het glas drukt, wat me gemakkelijk te doen lijkt door het stuk NOAP 1),


1)  Zie de figuur van p. 434.

[ 441 ]
waarin de punt beweegt die aan het eind van de hefboom zit, verder weg of dichter bij te brengen. Daarvoor zouden we het zeer gemakkelijk kunnen aanpassen, en zo zouden we alles krijgen wat we hebben wanneer we de hefboom met de handen bewegen. Het is niet begrijpelijk dat deze manier andere gebreken zou kunnen hebben, en het lijkt er niet op dat we deze zonder reden moeten opgeven, aangezien er zoveel moeite door bespaard wordt.
Wat je zegt over de 5 uur die je nodig had om te polijsten, dat kan niet zijn gekomen doordat je niet goed hebt matgeslepen. Ik heb het altijd afgemaakt in twee of drie uur en minder, zonder ander geheim dan die welk je kent, erop lettend er niets van te verbergen voor degene van wie ik alles geleerd heb, als ik zo iemand gehad heb.
Wat betreft de strepen met de diamant die we op het glas zouden kunnen maken, het lijkt me nog steeds dat we die zouden kunnen gebruiken, niet om de goede of slechte figuur na het matslijpen te kunnen beoordelen, maar om tijdens het vormen te weten of de onvolkomenheden die er komen wanneer we het glas evenwijdig maken en die we allemaal op het glas drukken op één zijde, zijn uitgewist en of het glas overal gelijkmatig raakt op de vorm. Want je weet dat we vrij dikwijls tijdens het polijsten gevonden hebben dat het zo niet is gegaan, door dat grijze*) dat te zien was aan één zijde.

  Als ik nog eens nadenk over die cilindriciteit die de glazen lijken te krijgen, kan ik me niet voorstellen dat die er echt is, daar het niet mogelijk schijnt dat het glas, altijd op hetzelfde punt gedrukt en lang genoeg zo bewerkt, een andere figuur kan krijgen dan die van de vorm.
Ik begrijp goed dat door de plaats van de ijzeren punt te veranderen, het glas als het ware met facetten wordt geslepen en met verschillende oppervlakken; maar dat het cilindrisch wordt, zodat het bij bewerken nu eens naar de ene kant rolt en dan weer naar de andere en dat het zo blijft, dat is iets wat ik niet geloof, tenzij je aanneemt dat dit enigszins kan gebeuren omdat de ijzeren punt niet laag genoeg komt "en dat se het Glas over-douwt" 2), nu eens naar de ene kant en dan weer naar de andere; maar bij een groot glas is dit niet geloofwaardig.

  Alles welbeschouwd moeten we de moed niet verliezen, en het is niet redelijk dat jij minder stevigheid hebt bij het maken van dit goede en grote glas dan je had voor het andere, kleine en afgebrokene. Ik hoop dat ik je er nog bij zal kunnen helpen, omdat men gelooft dat Zijne Hoogheid naar den Haag zal kunnen gaan naar de volgende vergadering in de maand september.

  De abt Hautefeuille schijnt zeer overtuigd te zijn van zijn uitvinding, zoals hij Mr. Colbert toespreekt in zijn voorwoord 3), hem belovend de zeeën en de bossen op de Maan te laten zien. Hij is een van die mensen daar, die de zorg voor het uitvoeren van hun uitvindingen aan anderen overlaten, ondertussen erkennend dat er moeilijkheden te overwinnen zijn bij de uivoering, voor wie zich ermee wil belasten. Die van het vinden van die grote spiegels is niet gering.
Ik verlang ernaar te weten wat jou in gedachten is gekomen.


[ *)  Orig. 'grisaille', grauwschildering, een term uit de schilderkunst.]
2)  Traduction: et qu'elle fasse basculer le verre.
3)  Ons exemplaar heeft geen voorwoord.

[ 442 ]
  Je hebt me helemaal niet gesproken over dat glas van Borelli*) van 200 voet, waarvan hij melding maakt. Als het een goed glas is lijkt het meer ophef gemaakt te moeten hebben. Ik heb ook niet horen spreken over de pater Saragossa, biechtvader van de Koning van Spanje in de hoedanigheid van Polijster 4).

  Adieu, ik hoop dat je mij weldra zult berichten dat het werk geslaagd is.


[ *)  Orig.: 'Borel'. Zie: Giovanni Alfonso Borelli, 'An Intimation in the Journal des Scavans, of a sure and easy way to make all sorts of great Telescopic Glasses', Phil.Tr. 1676, met: "having made one of them very good of two hundred foot"; zie T. 21, p. 241, n.18.
Journal des Sçavans, 6 juli 1676, p. 183: 'Avis sur les Grandes Lunettes'.]

4)  [Orig.: 'Poleyser'.]  Hautefeuille noemt in zijn werk [p. 2] pater Saragossa als iemand die een middel had gevonden om die grote glazen te maken, en "Borelly de l'Academie Royalle des Sciences" als maker van een dubbelbol objectief met een brandpuntsafstand van 200 voet.
[ Hautefeuille (onderaan p. 2): "het is niet verbazend dat het glas van de heer Borelli nutteloos is gebleven, en dat er geen enkele proef mee gedaan is aan de hemel sedert 7 of 8 jaar, toen het is gemaakt".]



[ 452 ]

No 2318.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

31 augustus 1683.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2315. Chr. Huygens' antwoord: No. 2319.

H. Soeren ce 31 Aoust 1683.    

  Ik heb geen antwoord gekregen op mijn laatste brief en verwacht nog steeds te vernemen dat je het werk met succes hebt hernomen, daar het mij feitelijk niet mogelijk toeschijnt dat het je kan ontgaan nadat ik twee goede glazen achter elkaar heb gemaakt.

  Deze brief dient alleen om je mijn horloge toe te sturen dat hierbij gaat, en ik verzoek je het aan van Ceulen te geven om te zien wat eraan mankeert. Ik zal je zeggen wat de kwaal is, die evenwel niet van groot belang is.
Je zult zien dat er op de plaat een kleine cirkel is met getallen, die half verborgen is achter de onrust. Ik heb per ongeluk de wijzer aangeraakt die op deze cirkel zit en ten eerste bevonden dat deze helemaal niet meer stilstond en enigszins draaide zonder dat ik hem van opzij of anderszins aanraakte, en vervolgens dat de slagen van de onrust van tijd tot tijd dubbel leken te zijn, zoals je makkelijk kunt opmerken door het horloge bij je oor te houden.
Het heeft geen ander ongeval gehad, daarvan kan van Ceulen verzekerd zijn. Ik verzoek je door hem te laten herstellen wat niet goed is en het me meteen terug te sturen, omdat het zeer ongemakkelijk is hier buiten de stad geen horloge te hebben. Ik zou willen dat hij me zegt wat de eigenschappen en het nut zijn van deze kleine cirkel en van de wijzer die op het midden zit. Het lijkt me dat hij zei toen hij me het horloge gaf 1) dat dit diende voor wanneer de grote veer, zoals gewoonlijk gebeurt nadat men een nieuw horloge enige tijd heeft gehad, op een of andere manier begint te verslappen; maar ik zie niet dat je de as erin kunt brengen die op de cirkel zit in het gat van de sleutel, omdat de onrust het belet. Ik verzoek je hem over dit alles opheldering te vragen.

  Het lijkt er nog op dat we volgende week wel een uitstapje naar Den Haag zouden kunnen maken, maar er is geen zekerheid. Het heeft er toch wel de schijn van, vooral in het geval dat de Fransen zich blijven roeren.

  Ik geloof dat broer van St. Annelant*) morgen weer in Den Haag zal zijn nadat hij


1)  Waarschijnlijk in 1682, zie brief No. 2254 [n.4].
*)  Zwager Philips Doublet, heer van St. Annaland en van Moggershill.

[ 453 ]
heeft geholpen bij de schouw, met veel oplettendheid, ondanks het slechte weer.

       Mijn Heer
      Mijn Heer Christiaan Huygens
      ten huyse van Heer van Zuylichem
                  Haye.

    met een toegezegelt doosje waerin een Horologie.



No 2319.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

3 september 1683.

Brief in Amsterdam, Univ. Bibl.
Antwoord op No. 2315 en 2318.

A la Haye ce 3 Sept. 1683.    

  Hier is jouw horloge, dat ik je al gisteren zou hebben gestuurd, maar toen had ik geen tijd om te schrijven en daarbij te zetten de opheldering die je wenst, omdat ik de vangst wilde zien op Klingendal 1).
Er was niets aan de hand, behalve dat het wieltje dat je had aangeraakt een beetje opgetild was, wat maakte dat het niet bleef stilstaan, en tegelijk dat aan het de onrust raakte, vandaar de dubbele slagen die te horen zijn. Hij heeft dit verholpen en heeft het horloge schoongemaakt.
Wat betreft het nut van het wieltje, het dient niet om de veer meer te spannen, maar om met de getallen ervan, en de wijzer erboven, aan te geven hoeveel spanning die heeft gekregen: wat gebeurt met een as die dichtbij de trommel ligt, op de onderplaat, waar je de sleutel insteekt, en die werkt met een schroef zonder eind die verborgen is. Ik verbaas me erover dat je niet bent ingelicht over deze bijzonderheid, van Ceulen zegt dat die op al zijn werken zit.
De experimenten die ik met hem doe op het gebied van zee-uurwerken, en het onderzoek om wat er nog aan schort te verbeteren houdt mij teveel bezig om me toe te leggen op het werk van de glazen.


1Clingendael, landhuis van Philips Doublet en Susanna Huygens.

[ 454 ]
Zodat ik niets gedaan heb sinds mijn laatste brief. We zullen zien wanneer je teruggekomen zult zijn; want men twijfelt er niet meer aan dat Mr. de Prins volgende week naar hier komt.
Die zaak met de uurwerken vertraagt mijn reis wel meer dan ik had gedacht 2). En nu komt er misschien een nieuwe oorlog, die hem helemaal zou kunnen verhinderen. We zullen het moeten bezien. Ik verlang sterk naar jouw glas, hoewel ik geloof dat je wel minder tijd voor jezelf zult hebben dan de andere keren.

  Broer van St. Annaland is hier zojuist weggegaan en heeft mij uitgebreid verteld over zijn reis. Hij laat je groeten.

      Mijn Heer
  Mijn Heer van Zeelhem
                  tot
                  Dieren.

    Met een gezegeld doosje, daer in een Horloge.


2)  Zie brief No. 2307.



1684

[ 501 ]
No 2342.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

10 juni 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord: No. 2343.

A Vilvorde ce 10 de Juin 1684.    

  Je zult vernomen hebben uit de brief die ik aan mijn vrouw schreef hoe mijn reis tot hiertoe is verlopen. Ik zou willen dat ik je kon zeggen hoe lang die moet duren, maar tot nu toe hebben we er nog geen enkele zekerheid over, hoewel van nu af aan de inname van Luxemburg 1) niet meer betwijfelbaar is, daar de Prins van Chimay, die op de 7e er uitgegaan is, vanavond hier zou moeten aankomen, naar men gelooft.
De heren Benting en van Ouwerkerck [<] laten echter hun grote bagage ophalen uit Den Haag, wat me heeft doen besluiten de mijne ook te laten komen. Daartoe stuur ik je een boodschapper met deze brief, waarbij ik een ingesloten brief doe voor Mr. Cocq 2) om onze voorziening van glazen van hem te krijgen. Ik stuur deze open, opdat je hem ziet, en vervolgens kunt verzegelen met je zegel*), en hem geven aan Master Talbot 3) die zich met de zaak heeft belast zoals je weet.

  Het zal goed zijn hem deze nog aan te bevelen, en hem op het hart te drukken ons onze glazen zo spoedig mogelijk te doen krijgen. Men zegt dat er in Brussel een Jezuïet 4) is die belang stelt in de Optica en die er zelf aan werkt. Ik zal proberen hem te bezoeken en met hem kennis te maken. Ik zal je berichten wat er van komt.
Als we nog hier blijven denk ik toch niet dat we enige tijd heel ver van Brussel zullen zijn. Men heeft zojuist een Kamp voor ons aangewezen voor onze troepen bij Halle, twee mijlen verder dan die stad. Bericht mij wat zich bij jullie afspeelt en hoe de waarnemingen gaan.
Vale.

    Voor Broer Christiaen.


1)  De stad Luxemburg werd op 8 mei 1684 belegerd door maarschalk de Crequi op bevel van Lodewijk XIV ... De stad, verdedigd door Spanjaarden, werd op 4 juni overgegeven.
2)  Zie brief No. 2301, n.5. [<]
[ *)  Voorbeelden van lakzegels zijn verzameld bij T. 2, p. 5.]
3)  Talbot was een Engelse Quaker, als koopman gevestigd in Den Haag.
4)  Een pater Billot; zie brief No. 2344 [hierna, n.3].

[ 502 ]
No 2343.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

19 juni 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2342. Const. Huygens' antwoord: No. 2344.

A la Haye ce 19 Juin 1684.    

  Ik heb je brief, na hem te hebben gesloten, aan Mr. Talbot gegeven, hem uitleg gegeven en hem op het hard gedrukt hoe belangrijk de zaak is, en hij heeft beloofd er goed zorg voor te dragen. Als Mr. Cocq het eveneens heeft gedaan, moeten we iets uitstekends verwachten.
Ik heb hier de figuur laten drukken die ik je heb laten zien, van miijn zigzag 1) door die Tarpentier, die ook beter de andere plaat van mijn Astroscopia had kunnen drukken, daar hij er verstand van heeft en niet te duur is. Ik laat het voorwoord aan de Lezer opnieuw drukken, waarin ik dit instrument uitleg, en men moet het in de plaats van het andere zetten.
Onlangs waren de heer Leeuwenhoek en de twee broers van Durven 2) hier om onze manier van waarnemen te zien, hoewel overdag; ze hadden die niet goed genoeg kunnen begrijpen uit de beschrijving die ik heb gegeven. Ik keek naar de Zon en vond er toevallig enkele vrij opmerkelijke vlekken 3), maar de lucht was troebel ofschoon helder, wat maakte dat we ze niet heel duidelijk zagen. Ze waren zeer tevreden over de nieuwe uitvinding. Ik vroeg hun waarom ze dat glas van 30 voet niet hadden meegenomen, en hoe hoe ze er een proef mee hadden gedaan. Ze zeiden me dat het alleen was gedaan in een kamer die veel minder lang was dan 30 voet, maar dat het goed had geleken tot daar waar ze hadden kunnen staan, objecten bekijkend die nog rechtop stonden. Dat is nog eens een proef die goed gedaan is.

  Gisteren wilde ik waarnemen met welke grootte Jupiter en Saturnus zouden verschijnen in de kijker, vergeleken met de Maan in het andere oog. En ik bevond dat de diameter van Jupiter verscheen als ongeveer het dubble van die van de Maan met ongewapend oog, wat me buitengewoon verrast; want als ik de vergroting van de Telescoop van 34 voet bereken, die is 163 keer, en veronderstel dat de diameter van Jupiter een minuut is, zoals ik vroeger heb gevonden en anderen met mij, zou de diameter in de Telescoop meer dan 4 maal zo groot moeten zijn als die van de Maan, die 30 of 32 minuten is.


hulptoestel 1)  [Orig.: 'sigsac'.]  De verstelbare ruit die dient om het stuk met het oculair omhoog, omlaag en opzij te bewegen [bij een buisloze kijker, zie Astroscopia (vertaling 2004) en uitleg hier]. Zie brief No. 2340, n.6.
[ Eerder genoemde kijker zonder buis (35 voet): Chr. Huygens aan Moray, 18 nov. 1663, T. 4, p. 433.]

2)  Een Dirk Durven, geboren te Delft [1676], en advocaaat in deze stad, vertrok in 1706 als Raad van Justitie naar Batavia, waar hij in 1729 Gouverneur-Generaal werd; in 1732 werd hij afgezet.
Een andere van Durven was chirurgijn te Delft.

3)  Zie brief No. 2338, n.7 [Cassini zag een zonnevlek van 5 tot 17 mei, die terugkwam op 1 juni als fakkel aan de rand].

[ 503 ]
Tenslotte weet ik niet wat ik moet zeggen 4); of het moet zijn dat mijn waarnemingen van vroeger 5) wel fout moeten zijn, toen ik aan Jupiter 60 seconden gaf in plaats van 22, wat niet erg geloofwaardig is; of dat de helderheid van de Maan, gezien buiten de telescoop, me zeer misleid heeft; wat ik vanavond al verder wil verifiëren, omdat de Maan nog vrij dichtbij deze Planeet zal zijn, want in de vergroting van de telescoop kan ik me nauwelijks vergissen.

  Het kan zijn dat ik deze week een tochtje naar Amsterdam ga maken, om te spreken met Mr. Hudde en de Bewinthebbers 6) over mijn uurwerken 7), die nu gereed zijn, en vrij goed lopen. Je zult al vernomen hebben dat men hier de grote zaak als gedaan beschouwt 8). God mag willen dat het zo is, zoals het behoort. Toch verwacht men de terugkeer van Zijne Hoogheid pas over 6 weken.

      Mijn Heer Mijn Heer van Zeelhem &c.
    Tot Vilvorde.


4)  Zie brief No. 2345.
5)  Zie o.a. brief No. 1037 [T. 4, p. 182, n.7: 64" (Hevelius: 24" 22"'). Huidige waarde: 47", bij kortste afstand].
6)  Directeuren van de Oost-Indische Compagnie.
7)  Zie de brieven No. 2307 en 2314 [hierboven, n.1].
8)  Het gaat waarschijnlijk om een bestand van 20 jaar tussen de koningne van Frankrijk en Spanje. Het werd pas overeengekomen, door bemiddeling van de Republiek der Verenigde Nederlanden, op 15 augustus 1684 [Bestand van Regensburg].




No 2344.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

22 juni 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2343. Chr. Huygens' antwoord: No. 2345.

Au Camp de Haren ce 22 Juin 1684.    

  Jouw brief van de 19e werd mij gisteren gegeven. We zullen moeten zien wat Mr. Cocq nu zal doen; je zou aan Talbot kunnen vragen wanneer hij onze zaak denkt te krijgen of op zijn minst een antwoord van zijn correspondent uit Londen. Ik heb nog geen informatie kunnen krijgen over de Jezuïet die naar men zegt een liefhebber van de kunst is in Brussel 1).


1)  Zie brief No. 2342 [n.4, en hieronder n.3].

[ 504 ]
Hoefnaegel 2), die mij hier een of twee keer is komen bezoeken, zei me dat die pater Billot 3) heet, naar hij meende, hij zal me nog laten kennismaken met naar hij zegt een andere belangstellende te Brussel, die advocaat is en zelf werkt. Daarom ben ik hem eergisteren thuis gaan opzoeken, maar hij was er niet. Het nadeel is dat ik 's morgens niet naar de stad kan gaan, gebonden zoals ik ben, en dat bezoeken in de middag zo onzeker zijn in een plaats die zo groot en uitgestrekt is. Via deze advocaat zal ik een mogelijkheid hebben de Jezuïet op te sporen.

  Stuur me zo spoedig mogelijk twee of drie exemplaren van jouw Astroscopia, alsjeblieft, om aan die mensen te geven; het lijkt erop dat het boek nu gedrukt is.

  Om mijn kijker van 14 voet te kunnen gebruiken heb ik in Vilvoorde twee houten kruisen laten maken, in het midden waarvan ik de ijzeren schroef laat gaan die aan de ene kant van mijn steunen zit, die ik daardoor kan gebruiken in een kamer die met bakstenen geplaveid is, en ze overal kan neerzetten waar ik wil, maar sinds ik hier ben heb ik er niet veel aan, daar het krot waarin ik verblijf geen enkel uitzicht heeft, zelfs niet uit de vensters waar je met het hoofd net bij kunt.
Ik verzoek je mij te berichten hoe het ervoor staat met de Verdragen, en of men heeft besloten, ik bedoel de hele Staat, zoals men wel voorziet dat het moet gebeuren. In Brussel was er een gerucht of een nieuwtje dat de Provincie Utrecht zich had geschaard bij die welke voor het Bestand zijn.

  Adieu. Als alles besloten is geloof ik niet dat we zo lang in dit land hier zullen zijn. met een leger dat in dat geval de handen gebonden zou hebben.

    Mijn Heer
Mijn Heer Christiaen Huygens
  ten huyze van Heer van Zuylichem
          Haghe.


2)  De Hoefnagels waren verwant met de familie Huygens door het huwelijk van Christiaan Huygens, grootvader, met Susanna Hoefnagel.
3)  Jean Baptiste Billot, geboren op 9 jan. 1646, Jezuïet vanaf 1663, onderwees de wiskundige vakken te Antwerpen, werd er professor in filosofie en theologie, en overleed op 21 jan. 1728 te Brussel.


[ 505 ]
No 2345.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

26 juni 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2344. Const. Huygens' antwoord: No. 2350.

A la Haye ce 26 Juin 1684.    

  Ik ben vanmorgen bij M. Talbot geweest, die zegt dat hij nieuws kan hebben over het glas over 5 of 6 dagen, en nauwelijks eerder. Ik zal wel blij zijn te vernemen wat jij bij de Jezuïet hebt gevonden en bij de Advocaat, die misschien nauwelijks onze heren van Durven zullen overtreffen, van wie ik niets meer gehoord heb sinds het bezoek dat ze mij brachten 1). Ik stuur je nog niet de exemplaren van mijn Astroscopia, omdat de figuur nog niet gedrukt is, door de traagheid van de correspondenten van Leers, die deze druk in Rotterdam moeten verschaffen. Maar hij heeft me laten zeggen dat er vanavond enige exemplaren zullen zijn. Als ze op tijd komen, zal ik er 2 of 3 sturen per post.
Ik begrijp heel goed de structuur van jouw houten kruisen, en dat er anders geen mogelijkheid was om de kijker te richten in kamers die met baksteen zijn geplaveid, maar met deze kruisen lijkt me dat de schroeven niet meer nodig zullen zijn, althans die welke de grond in gingen.
Ik geloof dat je nu niet meer bezorgd bent over de politieke ontwikkelingen, aangezien Mr. van Achtienhoven 2) en de andere gedeputeerden het nieuws erover naar Zijne Hoogheid gebracht zullen hebben, te weten dat Utrecht zich heeft geschaard bij de Provincies die het verdrag willen en dat het afgelopen zaterdag getekend is. Wat het bevat wordt nog niet gepubliceerd.
Vanmorgen en zelfs gisteravond al is hier een gerucht verspreid dat er grote veranderingen zouden zijn in Engeland. Dat Sr. Armstrongh 3), die zou zijn uitgeleverd door die van Leiden, in vrijheid zou zijn gesteld. Dat de burgers van Londen met een Verzoekschrift aan de Koning gevraagd zouden hebben dat hij de Spanjaarden zou bijstaan tegen Frankrijk, dat de Hertog van York gevlucht zou zijn uit Londen.


1)  Zie brief No. 2343 [n.2].
2)  Isaac Pauw, heer van Achttienhoven, zoon van Michel Pauw en Hillegonda Spieghel, geboren te Amsterdam in 1619. Hij werd vaak belast met diplomatieke missies.
3)  Sir Thomas Armstrong, geboren te Nijmegun in 1624 [c. 1633], zoon van een Engelse soldaat, koningsgezind ... betrokken bij de grote samenzwering van de Whigs, gevlucht naar Holland ... gearresteerd in Leiden op 14 juni 1684 (tot groot misnoegen van de Staten en Willem III), uitgeleverd aan Engeland en onthoofd [20/30 juni 1684].

[ 506 ]
Er zijn er die zeggen dat er Brieven uit Engeland zijn die het erover hebben, maar anderen verzekeren er verscheidene te hebben gezien die er helemaal niets over zeggen en dat alles ongegrond is, wat me geloofwaardiger lijkt.

  Ik heb een stukje buis aangebracht op die welke het oculairglas van de telescoop bevat, om de diameters van de planeten waar te nemen, wat gedaan wordt met een klein plat staafje van koper dwars door deze bijkomende buis, van afnemende breedte. Want als je op dit staafje de plaats hebt gevonden waar het de planeet juist bedekt 4), moet je alleen nog deze breedte vergelijken met de lengte van de telescoop, die gemeten wordt met de draad en dan laten Sinustabellen zien wat de 5) diameter van de planeet is, dat wil zeggen de hoek waaronder deze wordt gezien.
Ik geloof dat die van Jupiter tegenwoordig maar 40 seconden is. En dat zal me ongeveer mijn uitkomst geven, waarmee ik onlangs moeite had, zoals ik je schreef 6). Ik zal het vanavond proberen.
Saturnus is niet meer te zien, die gaat schuil achter de grote zaal van het Hof. Morgen zal er een Maansverduistering zijn of liever vandaag om één uur na middernacht.


4)  Over deze micrometer zie het stuk No. 1551, n.11.
[ 'Observation de l'Eclipse du Soleil du 2e Juillet 1666 ... Hugens ... Auzout...', zie T. 22, p. 626]
Chr. Huygens, Systema Saturnium (1659), p. 82, Ned.: "Binnenin een kijker ... uitsluitend bolle lenzen ... is een plek ... uit brons of een ander materiaal een of meer stokjes te maken, die in de breedte geleidelijk smaller worden. Doorboor dan de kijker ...".
Adrien Auzout, 'Maniere exacte pour prendre le diametre des Planetes ...' (1667), figuren.
Zo'n micrometer was ook bedacht door William Gascoigne.]

5)  De brief is hier beschadigd, enkele woorden zijn aangevuld.
6)  Zie brief No. 2343 [p. 503].


[ 511 ]
No 2350.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

13 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2345. Chr. Huygens' antwoord: No. 2351.

A Dieren ce 13 Juillet 1684.    

  Afgelopen zondag in Utrecht aangekomen heb ik's avonds Mr. van Bergesteyn*) bezocht die zich beklaagde dat hij zich niet goed voelt en last heeft van pijn in de borst. Zijn gezicht getuigt er inderdaad wel van dat het niet goed met hem gaat. Hij neemt nu water van Spa en voor het geval dat dit hem niet de gezondheid teruggeeft lijkt hij het plan te hebben een reis naar Parijs te maken, waar hij gelooft bekwamere mensen te vinden om hem te genezen dan in dit land. Daartoe heeft hij mij verzocht van jou te weten te komen of je die Esculapen van Parijs niet kent, en of je hem zou kunnen wijzen op enige van de beroemdste, en hem zelfs een adres verschaffen.

  Gisteren was het hele hof hier vanaf de grootsten tot de kleinsten, "depuis les Cedres jusques a l'Hyssope", zoals Molière zegt°), in verwarring door de Eclips die je zeker zult hebben waargenomen in al zijn vormen.


[ *)  Ook als Berkestein en Berkesteyn genoemd in Constantijn Huygens jr., Journalen. Derde deel (1888), bij 19-22 oktober, 1682.]
[ °)  L'Impromptu de Versailles (1663), Amst. 1684, p. 27: "depuis le cèdre jusqu'à l'hyssope". Ook:
La Saincte Bible (Louvain 1550), 3. Des Roys, 4 eind: "& {Salomon} disputa des bois, depuis le cedre qui est au Liban, iusqs à l'hyssope, laquelle sort hors de la paroit".
Leuvense Bijbel (1548), 3 Con. 4 eind: "Ende hy {Salomo} disputeerde van die boomen vanden cederboom die in Libanon is / totter hysopen toe die wten muer spruyt".
Statenvertaling (1637), 1 Kon. 4.33: "Hy {Salomo} sprack oock van de boomen; van den Cederboom af / die op den Libanon is / tot op den Ysop die aen den wandt uytwast".]

[ 512 ]
Ik heb inderhaast een met rook gezwart oogglaasje gemaakt om toen de Zon aan Madame 1) te laten zien, die er veel genoegen in had.

  Ik verzoek je mij twee of drie exemplaren van jouw Astroscopia te sturen, één voor mij en de andere voor onze doctor Covel [<] die het ten geschenke zou willen geven aan enkele vrienden in Engeland. Hij weet niet zeker of de Royal Society van Londen zijn Transactions laat drukken zoals eerder, maar wel dat men te Oxford een dergelijke Society heeft opgericht, waarvan veel verwacht wordt 2).

  Het vuur dat ellendige schooiers van Herders er op verschillende plaatsen hebben aangestoken, heeft zo goed als de helft van de heidestruiken van de Veluwe verbrand, en daarbij een groot bos, genoemd de Langerhout, bij Hoogsoeren, dat men had kunnen verkopen voor meer dan 100000 pond.

  Er is hier in Doesburg een Charlatan die zestien personen in zijn gevolg heeft. Wanneer hij naar het theater gaat is hij geheel bedekt met klatergoud evenals zijn vrouw, die hij bij de hand leidt, na hen volgen twee aan twee vier dames en daarna de zes mannen met geweldige snorren, en dan volgt zijn karos met zes paarden waarop twee van zijn dienaren zitten met de kwakzalverij [drogues].
Isac 3) en onze doctor Covel 4) zijn hem vanmorgen gaan opzoeken, om met hem te spreken, maar zijn bedienden hebben hun gezegd dat zijne Excellentie pas om tien uur zou opstaan.

  Hij heeft een dier bij zich dat er uitziet als een varken en niet groter is dan een kat, dat men noemt "Ein Murmeldier" 5). Men zegt dat ze de hele winter slapen, en dan geweldig dik zijn, overigens zeer zeldzaam. Ik zal hem eens gaan bezoeken.
Ik verzoek je mij te berichten of je nog niets hebt vernomen over ons glas? Je zou aan onze Quaker 6) kunnen zeggen nog een keer aan zijn correspondent te schrijven om te weten te komn hoe het is met de zaak en waarom dat zo lang duurt.

  Bericht me ook alsjeblieft hoe het gaat met de zaak van Zuilichem, en de uitleg van dat artikel over de kosten als men het heeft ontvangen.

  Ik verlang er ook naar te weten welk antwoord Signor Cassini 7) je heeft gegeven.


1)  De prinses van Oranje, echtgenote van Willem III.
2)  Een eerste verslag van het werk van deze Society werd door de Royal Society ontvangen in de zitting van 17 febr. 1683 (7 febr. 1682/83 oude stijl). zie Birch, History IV, p. 180 [brief van Dr. Plot].
3)  Isaac, voorheen secretaris van de Rijngraaf, werd in maart 1675 benoemd tot intendant van keuken en kelders van Willem III. Hij volgde de prins bij diens veldtochten, zodat zijn naam dikwijls voorkomt in het Journal van Constantijn Huygens jr. [Meestal als 'Isac'. 1676: 9, 24 juli; 1677: 3, 11, 13 april, 25 juli; 1678: 6, 7, 25, 30 maart en 17, 18, 29 april en 16 mei; 1682: 16, 20 okt.]
4)  Zie brief No. 2313, n.1 [<].     5)  Een mormeldier, marmot.     6)  Mr. Talbot.
7)  Het gaat om het antwoord op brief No. 2346 [van 6 juli]. Zie noot 1 van deze brief.
[ Het antwoord werd ontvangen op 7 augustus, zie No. 2358, noot a.]



[ 513 ]
No 2351.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

16 en 17 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2350. Const. Huygens' antwoord: No. 2352.

A la Haye ce 16 Jul. 1684.    

  Het zal wel makkelijk zijn aan Mr. van Bergestein een of andere goede geneesheer te Parijs aan te wijzen, wanneer hij zal besluiten op reis te gaan, want ik heb hier Fransen in mijn kennissenkring, bij wie ik zal informeren. Hij zal het tegengestelde doen van wat ik heb gedaan, ik ben drie keer uit Parijs in dit land gekomen 1) om mijn gezondheid te herstellen, en met vrij goed succes.
De nichten le Leu [<] zeggen "dat hij schrickelijck gescheurt is" 2), en dat dit zijn grootste kwaal is. Ik was daar op de dag van de eclips [<], en deze heb ik hun laten zien op dezelfde manier als jij hebt toegepast in Dieren, zonder meer voorbereiding.
Ik zal je de Exemplaren sturen die je vraagt van de Astroscopie, met de post opdat je ze eerder ontvangt dan je deze brief ontvangt die je zal worden gegeven door Sr. Bijstervelt, die Zijne Hoogheid gaat bezoeken om te dingen naar het ambt van gedeputeerde bij de admiraliteit van Hoorn, vacant door de dood van Sr. Eck 3).
Je hebt de vader gekend van deze heren Bijstervelt, die naar men zegt een van onze goede vrienden was. Met het oog daarop hoopt hij dat jij hem gunstig gezind zult zijn, maar aangezien deze aanspraak hem geweigerd zou kunnen worden omdat Mr. Verbolt niet zozeer tot hun vrienden behoort, zou hij in dat geval wensen een andere plaats te kunnen verkrijgen die vacant is door de dood van Burgemeester Eck, en wel die van Ontvanger van de tol te Bommel.
Hij heeft me met nadruk verzocht zijn zaak aan jou aan te bevelen, en met hem zijn neef Sr. van Lith, die ons heeft gediend bij het proces. Maar deze is bovendien gekomen voor zijn eigen zaak, namelijk het ambt van Richter van de Tielerwaard, ook vacant door het overlijden van dezelfde persoon. Hij dacht een aanbevelingsbrief van Vader te krijgen, maar die is in Breda zoals je weet. Hij heeft dan ook mijn tussenkomst gevraagd bij jou.
Al die heren van de Tielerwaard, onze rechters in laatste instantie, hebben een sterke voorkeur voor hem, en hebben hem aanbevolen aan Mr. van Elst, die veel invloed heeft in deze zaak, en ik zal deze morgenochtend aan hem namens ons nog gaan aanbevelen. Je weet dat die goede van Lith ons uit alle macht gediend heeft in dat ellendige proces, en dat dit nog niet zo goed is afgelopen dat we niet meer met hem te maken krijgen. Daarom, probeer hem als het kan van dienst te zijn bij deze gelegenheid, vooral aangezien er vrij veel kans is op succes.


1)  Zie brief No. 2277, n.2. [p. 389: in 1670, 1676 en 1681.]
2)  Betekenis: dat hij een verschrikkelijke hernia heeft.
3)  Lambert van Eck, geboren in 1647. Hij wer burgemeester van Tiel.

[ 514 ]
du 17e

  Ik heb zojuist de zaak van van Lith aanbevolen aan Mr. van Elst, die me heeft gezegd dat hij had geschreven aan Mr. de Prins om hem te verzoeken dit ambt niet ter beschikking te stellen voordat hij de eer heeft gehad hem erover te spreken, omdat deze Richter als het ware zijn plaatsvervanger is. Hij heeft mij overigens verzekerd dat hij nog aan niemand zijn woord heeft gegeven. De beste dienst die jij aan de verzoeker zou kunnen geven, is naar ik geloof hem nog aan te bevelen aam Mr. de "amptman" wanneer hij daar aangekomen is.

  Ik ben ook bij Mr. Talbot geweest, die een kist met handelswaar heeft ontvangen, maar ons glas is er helemaal niet bij, en ook geen brief van zijn correspondent, zodat hij niet weet waaraan dat ligt. Ik heb hem gezegd opnieuw te schrijven, en dat ik de porto zou betalen voor de brief die naar hem zou komen, omdat hij zegt dat ze elkaar minder schrijven vanwege die kosten.

  Jouw Charlatan met zijn "Wurmeldier" is een grappige Excellentie. Dat dier zal misschien een marmot zijn, waarvan men zulke verbazende dingen vertelt, en onder andere dat bij het verzamelen van hun mondvoorraden de ene op de rug gaat liggen, dienend als kruiwagen en de lading tussen zijn pootjes klemmend, terwijl de andere hem voorttrekt met zijn staart.

  Sinds eergisteren is het hier begonnen te regenen, ik weet niet of het evenzo is daar waar jij bent. Ik begon te vrezen voor ons Haagse bos zonder deze begieting, na het ongeval van de Langerhout te hebben vernomen.

  Ik heb nog niets ontvangen van de kant van M. Cassini en ik zou niet weten waarom. Men heeft me geschreven 4) dat de oude Mr. de Carcavy gestorven is, en nog een ander van onze academie, geheten Mariotte 5).
Wat betreft de interpretatie van het vonnis in onze zaak van Zuilichem, waarover ik met van Lith heb gesproken, het is zeker dat de "over de gave gevallen" 6) kosten voor ons zijn, nadat daarvan "een nadere taxatie en moderatie" 7) zal zijn gedaan, maar er is niet bepaald, of deze laatste rechters die taxatie zullen doen ofwel de eersten van de "dyckstoel" 8), wat voor ons niet van belang zou zijn. Maar we zouden nog beroep kunnen aantekenen bij de anderen. We houden er ook aan vast dat de kosten van de dijkgraaf 9) bij de reparatie van de dijken niet zijn begrepen bij die welke worden genoemd "over de gave gevallen".
Kortom ik voorzie nog heel wat disputen.


4)  Deze brief is niet bekend.
5)  De Carcavy stierf volgens Maindron in april 1684, Mariotte op 12 mei 1684.
[ E. Maindron, L'Académie des Sciences (1888), p. 4.]

6)  Betekenis: bijkomende kosten.     7)  Een nieuwe taxatie en transactie.
8)  Directie van de dijken.     9)  Intendant van de dijken.


[ 515 ]
No 2352.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

21 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2351.

Dieren le 21 d'Aoust 1) 1684.    

  Ik heb dat van jou van de 16e 2) met de Exemplaren van Astroscopia ontvangen en Mr. Covell heeft beloofd daarvoor zorg te dragen.

  Jouw brief 3) is me gegeven door de jonge Bijstervelt en tegelijk een andere van Broer 4), door dezelfde Bijstervelt en Sr. van Lith. Twee dagen daarvoor is Seign.r van Oppenheimert, die heeft bijgedragen, of op zijn minst gedaan alsof, om onze zaak van het Proces te doen slagen, mij komen spreken om bij Zijne Hoogheid zijn streven te bevorderen om de plaats in de Admiraliteit te krijgen.
Zodat deze heren onze vrienden, als in gesloten colonne, zich op mij storten om bezoldiging te krijgen. Als ik de verdeler zou zijn van de gunsten van Mr. de Prins zou ik wel blij zijn iedereen genoegen te doen, vooral van Lith, die ons trouw heeft gediend, maar nu ik deze hoedanigheid niet heb zou ik wel blij zijn niet op deze manier overstelpt te worden. Broer voegt bij dit deze drie bovengenoemden onze advocaat van Froy als vierde. Mad.lle van Brederode*) schrijft me een brief van haar hand om me een dienaar van haar aan te bevelen, geheten de Cock, dijkschrijver van de Bommelerwaard, voor het ambt van Richter.
Kapitein Rademaecker, die er ook openlijk voor uitkomt zeer gedienstig te zijn aan ons huis naar hij zegt, en al lange tijd, is hier als eerste geweest om dat zelfde ambt van Richter te vragen, en omdat ik niets wist, en niet bekend kon zijn met de aanspraak van van Lith, beloofde ik hem bij deze gelegenheid tot zijn vrienden te behoren. Ondertussen is Mr. Verbolt hier gekomen en nadat hij voor de zoon van de overleden Eck het ambt van Tolmeester van Bommel verkregen heeft, zei zijne hoogheid aan de man van mad.lle van Brederode en aan Rademaecker dat hij niet van plan was hier het Ambt van Richter van de Thielerwaard ter beschikking te stellen.
Rademaecker vertrok daarop van hier zonder mij iets te zeggen en ging de Amptman 5) opzoeken, ik weet niet of het in Den Haag was of elders, alleen weet ik dat hij eergisteren 's avonds met hem terugkwam in een zelfde wagen. Lith, die als eerste zijn aankomst vernam en met hem ging spreken, kreeg geen ander antwoord


1)  De inhoud van deze brief, vergeleken met die van No. 2351 en 2355, laat geen twijfel bestaan dat gelezen moet worden juli in plaats van augustus.
2)  Waaschijnlijk een begeleidend briefje bij de exemplaren van Astroscopia, aangekondigd in brief No. 2351.
3)  Brief No, 2351.     4Lodewijk Huygens.     [ *)  Zie p. 520, n.5 hierna.]
5)  Waarschijnlijk Johan de Cocq van Delwijnen, heer van Wadenoyen, zoon van Adriaan de Cocq en Anna van Gent. Hij werd lid van de gedeputeerde Staten van het kwartier Nijmegen en Ambtman van Bommel en de Thieler- en Bommelerwaard.

[ 516 ]
dan dat hij aan Zijne Hoogheid allen zou voorstellen die aanspraak maakten op dit ambt zonder voor iemand partij te trekken.
Aan mij zei hij ondertussen niets, en ik geloof dat hij geen zin had me iets te zeggen. Gisteren echter toen ik tegen de avond was gaan wandelen langs de oever van de IJssel, vond ik hem daar en toen ik met hem in gesprek was geraakt, onder andere over het onderwerp van dat ambt, wilde hij me met zijn zogenaamde onverschillig­heid met een kluitje in het riet sturen, zonder echter zo goed te kunnen verhelen dat hij er elke keer blijk van gaf dat hij de voorkeur had voor Rademaker, en van Lith niet wilde, en dit onder het voorwendsel ten aanzien van de laatste, dat zijn bezigheden als dijkschrijver en als Procureur hem teveel in beslag namen dan dat hij er goed bediend mee kon worden in zaken waarin hij voor hem naar hij zegt als plaats­vervanger geldt. Ik schetste voor hem de goede kwaliteiten van van Lith en de slechte van Rademaker, en liet hem tegelijk weten dat hij ons allen zeer zou verplichten door onze man te willen steunen, maar het diende tot niets.
Van Lith, vervolgens daarover met mij uitweidend, en dit alles overwegend, dat hij zo onbuigzaam was, dat hij meer blijk had gegeven hem gunstig gezind te zijn voordat hij met Rademaker had gesproken dan sindsdien, en dat hij met deze laatste in dezelfde wagen was gekomen; concludeerde dat hij zeker met geld over de streep was getrokken; en ik voor mij heb niet veel moeite dit te geloven wanneer ik me voorstel dat, na zoveel aanbiedingen van dienstbetoon en betuigingen van verplichting die hij me vaak heeft gedaan, en na aanbevelingen van al die heren van het Ambt, hij een zaak van deze aard durft te weigeren, en de voorkeur geeft aan een onbesuisd en belanghebbend iemand die alle inwoners van het Ampt vrezen, boven een eerlijk man die hij zelf overigens zeer prijst.
Vanmorgen heeft hij naar men mij vertelt gesproken met Zijne Hoogheid en vervolgens is hij vertrokken zonder mij iets te zeggen en zonder naar mij te vragen; hij zei alleen tegen van Lith dat hij met Zijne Hoogheid over hem had gesproken en over alle andere pretendenten, dat hij vertrok en dat hij, van Lith, bij zijn terugkeer zou kunnen zeggen aan wie het ambt ten deel gevallen zou zijn. Zijne Hoogheid heeft me evenwel vanmiddag terloops gezegd dat hij het nog niet beschikbaar zou stellen, en daarna is van Lith ook vertrokken.
Wat betreft Bystervelt, die streefde naar de Admiraliteit: Zijne Hoogheid heeft hem gezegd dat hij hem er niet mee kon begunstigen, zoals ik me zonder moeite kon indenken, daar er pretendenten waren die heel wat meer overweging verdienen dan hij zoals onder andere de boven­genoemde Seig.r van Ophemert.
Het zal nodig zijn dat Vader schrijft wat hij kan om Mons.r de Prins te verzoeken iets te doen voor van Lith en ik ben wel blij dat de zaak is uitgesteld zodat deze brief op tijd kan komen. Ik heb geen tijd deze langer te maken, de post moet vertrekken. Adieu.


[ 517 ]
No 2353.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

23 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2351, waarschijnlijk kruisend met No. 2352.
Const. Huygens' antwoord: No. 2355.

A la Haye ce 23 Jul. 1684.    

  Hier is een brief van Mr. Cock 1), die Mr. Talbot gisteren stuurde. En toen ik daarna bij hem was zei zijn vrouw me dat men hem berichtte dat de kist met de glazen over heel weinig dagen moest aankomen. Je zult zien dat de goede Mr. Cock ons vrij veel laat betalen voor dit glas, 4 shilling per pond, wat meer is dan 4 franc als ik me niet vergis. En verder vraagt hij nog 10 guineas voor het rond maken en voor zijn vacaties. We zullen samen overleggen over dit laatste punt en bezien hoe goed de materie is.
Gisteren zei men me dat Mr. de Prins over enkele dagen hier zou zijn, ik wou dat het waar was, zodat je aanwezig kunt zijn bij de opening van de baal. Het zou iets goeds zijn, dat witte glas waarover hij spreekt, maar we zullen weldra zien of het bestand is tegen vocht, door een stuk te leggen op brandende kolen.

    Mijn Heer
  Mijn Heer van Zeelhem
    &c.
        Tot
            Dieren.


1)  Zie het Aanhangsel, No. 2354.


[ 518 ]
No 2354.

Chr. Cock aan Christiaan Huygens.

17 juni [7 juli?] 1684.

Aanhangsel bij No. 2352.

Brief in Leiden, coll. Huygens.

London June ye 27th    

    Worthy Sir.

  Ik heb u vierentwintig stukken Glas toegestuurd volgens uw aanwijzingen en ze wogen eerst voordat ik ze sneed Achtenvijftig pond; tegen vieer shilling per pond komt dit op: 11 lb - 12 s - 00 d, nog een stuk glas dat witter is dan de rest, dat mij 10 s kostte, En voor vervoer over water en voor een doos om ze in te doen en voor dragers komt er 10 s bij, wat uitkomt op 12 lb. 12 s.00, wat ik ontving van de Handelaar,
het witte stuk glas dat ik u stuurde, stuurde ik om u de proef ermee te laten nemen om te proberen of u het goedkeurt en ik denk wel dat dit het beste is dat ooit in de wereld is gemaakt, of het vorst en nat weer zal verduren, voor mijn tijd en problemen en werk heb ik geen farthing dit is waaraan ik gebrek heb.
en ik verwacht 10 guineas van de Handelaar die mij het andere betaalde voor uw opdracht of anders heb ik geen voldoening, ik wilde de handelaar toen niets vragen omdat ik wilde dat u ze eerst zou zien.
Ik had zoveel problemen bij het rond snijden dat mijn handen zo pijnlijk waren dat ik niet in staat was iets te doen en ik zou niet nog eens zoveel willen doen, niet voor 10 guineas, dus blijf ik

Your humble serv.   
Christoph. Cock.    

  pray Sr. if you please let me here from you.

    These for Monsr. Huggens.



[ 519 ]
No 2355.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

27 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2353.

Dieren ce 27 Juillet 1684.    

  De baal met het glas waarover je me bericht met je brief van de 23e zal naar het schijnt zijn aangekomen. Ik verlang ernaar jouw oordeel te vernemen aangaande deze koopwaar. Als die even goed is als duur zullen we elkar op de een of andere wijze troosten, maar als het niet zo is, weet ik niet wat ik moet zeggen over onze Mr. Cock, die mij eerder een vrijpostige dief lijkt dan iets anders, ons afzettend zoals hij doet. Je telt verkeerd als je denkt dat 4 Engelse shilling meer is dan 4 pond van ons geld, aangezien het maar 2 pond en 4 stuivers is; maar al bij al is het een buitensporige prijs, 44 stuivers voor elk pond van dat glas.
Toch kunnen we niets zeggen als het goed blijkt te zijn, en in ieder geval is het betaald; maar wat betreft de vacaties van Mr. Cock, die zijn verrassend, evenals de termen die hij gebruikt om ze te vragen, als hij zegt Else I have not satisfaction. Als hij op deze manier in glas kan handelen, zou ik hem aanraden nooit een ander vak te kiezen en al zijn vormen voor het maken van Kijkers te breken.
Onze Dr. Cowell 1) komt niet meer bij van het lachen als ik hem vertel over deze Makelaar, die 10 Guineys provisie vraagt voor het afsluiten van een verkoop van 12 lb Stirling. We zullen voor hem wat afsnijden van het belang ervan, maar eerst moeten we de koopwaar gezien hebben.
Wat betreft het witte glas geloof ik niet dat je er veel van verwacht, na de proeven die we hebben gedaan met het glas dat erop leek, maar toch weten we het niet, het kan op een nieuwe manier gemaakt zijn.

  Aangezien ik me voorstel dat je wilt beginnen met werken als de Baal is aangekomen, en ik niet geloof dat we zo vroeg nog in Den Haag zullen zijn, geloof ik dat het nodig zal zijn het glas te verdelen, en dat daarvoor slechts nodig is het in twee delen neer te zetten en te loten wie het ene krijgt en wie het andere. Mijn vrouw zal mijn persoon vertegen­woordigen volgens de Volmacht erover die ik haar stuur.

  Mr. Benting 2) komt vanavond hier terug en met zijn komst zullen we misschien met meer zekerheid weten of zijne Hoogheid nog naar Den Haag zal gaan.

  Het is hier vandaag sinds de vroege morgen nogal buitengewoon weer. Er is een lastige en verstikkende warmte, en de lucht is vermengd met een mist die hem zeer nevelig maakt zonder enige vochtigheid, en daarbij is er een kwade reuk die sterk lijkt op die van een Oven, waarin Kalk gebrand wordt, wanneer je er wat verder vandaan bent.


1)  Zie brief No. 2350. [Covel in No. 2313, p. 438 hierboven.]
2)  Zie brief No. 1966, n.6 [Hans Willem Bentinck (geb. 1649), genoemd op p. 501 hierboven].

[ 520 ]
Een dergelijke mist was hier op een van de eerste dagen dat we hier waren, maar die was niet helemaal zo stinkend.

  Je zegt niet dat je een vrij lange brief hebt ontvangen die ik je vóór deze geschreven heb 2). Oyen 3) laat me weten dat Vader nog niet terug was van zijn doorreis die hem gebracht heeft, zegt hij, tot in Oudenbosch.

  We geloofden vandaag brieven te moeten ontvangen aangaande de Hervorming, gisteren besloten in Holland, maar tot nu toe verschijnt er niets.

  De Plaats van Richter van de Thielerwaard is gegeven aan iemand genaamd de Cocq 4), aanbevolen door Madelle Brederode 5) die erover heeft geschreven aan Zijne Hoogheid en ook aan mij. Deze man heeft mij grote dienstbetuigingen gegeven, en evenzo met Holl, die gekregen heeft de plaats in de admiraliteit van de overleden Eck.


2)  Brief No. 2352.
3)  Hoeufft van Oyen, echtgenoot van Constantia Doublet, dochter van Susanna Huygens. [Zie p. 415, n.1 hierboven.]
4)  Waarschijnlijk Jacob Cocq, te Tiel; zijn zoon werd in 1701 schepen te Zandwijk, dichtbij Tiel. [Genoemd op p. 515.]
5)  Hedwig Agnes, dochter van veldmaarschalk Johan Wolfert Brederode en zijn tweede vrouw Louisa Christina van Solms; ze was nicht van Willem III. Ze woonde te Vianen, — waar Constantijn Huygens sr. haar bezocht op 20 juli, — en overleed op 7 dec. 1684 te Den Haag. Zie Dagboek van Constantyn Huygens. [Ed. Unger, Amst. 1884, bij Oud Holland 3, 1885, p. 87; de schrijver kwam op 26 juli weer in Den Haag aan.]



No 2356.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

27 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Gekruist met No. 2355. Vervolg op No. 2353.
Const. Huygens' antwoord: No. 2357.

a la Haye ce 27 Jul. 1684.    

  Eergisteren bracht Mr. Talbot het kistje met het glas dat zo lang verwacht werd. Er zijn 25 afgeronde stukken, 12 grote en evenveel kleine, met één van een veel mooiere materie wat betreft de kleur, maar met een gebrek aan dikte aan de ene kant, dat verhindert dat we er een een objectief van kunnen maken van de lengte van de onze.
De kleur van de andere glazen is verschillend, de helft is groen naar het blauw trekkend, en een beetje helderder dan onze eerste Engelse glazen 1) waren. De andere helft is ongeveer zo goed als deze, behalve een of twee,


1)  Zie de brieven No. 2275 en 2277.

[ 521 ]
die zijn van dat bruine heel donkere glas, zoals je er daarvan hebt van Amsterdam 2). Dat alles zou ermee door kunnen gaan, maar we hebben helemaal niet wat we willen voor wat betreft de dikte van de grote glazen, die allemaal gesneden zijn van dezelfde platen als waarvan de andere zijn genomen. En Mr. Cocq is zeker een schelm, die zonder zich te bekommeren over wat jij hem zo had aanbevolen, ons alleen glas heeft gestuurd dat hij al klaar had gevonden, en hij laat het betalen voor minstens drie keer zoveel als het hem gekost heeft, zoals je gaat zien.

  Onze Mr. Dirck van het Achterom heeft mij gisteren zijn man gebracht aan wie hij namens ons de opdracht had gegeven om in Londen te informeren betreffende glas. Hij bracht me een vierkant stuk ervan voor 2 objecieven van 36 voet, maar wel 3 pond wegend, omdat er veel materie overbleef, buiten die 2 glazen. Het is van dezelfde vervaardiging, goedheid en dikte als het beste glas van Cocq, en het heeft hem maar 42 stuivers gekost voor de 3 pond samen aan die Brabantse koopman, terwijl Cocq ons per pond rekent 4 Engelse Schillings, wat ongeveer neerkomt op 48 stuivers. Ben je hierna niet van mening hem de 10 Guinnis te geven die hij vraagt? Ik wou dat ik ze hem kon doen toekomen van verguld koper.
Het Briefje dat Mr. Talbot me heeft gestuurd komt op 143 lb 2 s. En hij voegt eraan toe "voor mijn moeyte naer UEd. beliefte" 3). We zullen hem moeten betalen, en ik bestem een ducaton voor hem voor zijn moeite, daar niets in dit alles zijn schuld is. Maar het is wel heel duur glas.

  Overigens heb ik opdracht gegeven aan de Brabander, die vandaag al vertrekt naar Londen, terug te gaan naar de meester van de Glasblazerij van wie hij het genoemde stuk heeft gekregen (die een Italiaan is en die er veel verstand van heeft, naar hij zegt), om als monster een stuk te krijgen voor 2 grote objectieven van een wat helderder materie, en van de dikte die wij hebben aangegeven. Dat heeft hij beloofd en ook dat hij eerst dit monster zou sturen. De Italiaanse meester had hem gezegd dat hij heel goed wist waarvoor dit glas moest dienen en dat hij het juist met die opzet maakte; dat hij het niet per pond verkocht, maar per plaat en dat hij nog helderder glas kon maken dan het stuk dat hij had gegeven. Jammer dat we niet zelf daar ter plaatse zijn om het naar wens te laten maken.

  Dit stuk, zoals ook al die van Cocq, is geheel recht en van gelijkmatige dikte.

  Ik schrijf je niet het nieuws van hier. Ik weet dat je niet onbekend bent met dat van het slippertje van madle Schotte dat de meeste ophef heeft gemaakt. Je zult ook de dood van Mr. Nierop 4) vernomen hebben, maar misschien nog niet die van Mr. Geelvinck 5), broer van de overleden Mary van Nicht Becker. Men zegt dat hij


2)  Zie brief No. 2301, n.3. [<]     3)  Traduction: pour ma peine, selon votre bon plaisir.
4)  Dirk Rembrantsz. van Nierop; zie brief No. 201, n.5.
5)  Dirck Geelvinck, zoon van Cornelis Geelvinck, burgemeester van Amsterdam en Elisabeth Velcker; sinds 1676 secretaris van Amsterdam.

[ 522 ]
Madle Duyst 6) het hof maakte, weduwe van Hogheveen, en als rivaal had de broer van Madle de Bie 7).

    Mijn Heer
  Myn Heer van Zeelhem
    &ct.
        Tot
            Dieren.


6)  Maria Duyst van Voorhout, geboren te Delft in 1662. Ze trouwde in 1681 met Dirk van Hoogeveen, die in 1683 overleed, en hertrouwde in 1685 met Frederik Adriaan Baron van Reede van Renswoude en Emminkhuizen. [Ze stichtte de Fundatie van Renswoude.]
7)  Waarschijnlijk een van de dochters van Elias de Bie en Anna van Zuylestein.



No 2357.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

30 juli 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2356. Chr. Huygens' antwoord: No. 2359.

Dieren ce 30 Juillet 1684.    

  Dus onze Baal is aangekomen. Verduiveld wat een schurk dat hij ons zo grof besteelt. Het is nog een geluk dat we tegelijk met deze mooie koopwaar dat monster hebben gekregen dat die andere man heeft gebracht, en die jou heeft ingelicht over de schelmerij van Cocq. Maar tenslotte heeft hij ons geld, en zijn wij de gedupeerden. Ik heb me vergist in het uiterlijk van deze man die mij, toen ik in Engeland was, een brave man leek te zijn en heel eerlijk.
Gedane zaken nemen geen keer; maar van zijn 10 Guineys wil ik hem geen duit geven, wat hij wel zal geloven, denk ik, als hij de brief leest die hierbij gaat, en die ik je open stuur opdat je de inhoud ervan ziet en deze vervolgens sluit om op de Post te doen. Maar je moet er vooral voor zorgen dat zonder tijdverlies aan Talboth wordt gezegd dat hij aan zijn correspondent in Londen voorschrijft geeft tot nader order niets meer aan Cocq te geven, omdat hij het vanwege de eerste in zijn hoofd zou kunnen halen nog geld te vragen.
Ik ben wel blij dat je aan de Brabander de opdracht hebt gegeven, aan ons glas te verschaffen zoals we het nodig hebben. Ik weet niet of je eraan gedacht hebt hem te zeggen dat de platen gemaakt zouden moeten zijn op de manier van die welke men maakt voor spiegels en niet zoals die welke men ons een keer heeft gestuurd en die vol dwarrelingen waren.

[ 523 ]
Aan Talboth geloof ik niet dat we minder kunnen geven dan twee ducatons. Volgens mijn berekening zal elk stuk van dit glas geiddeld meer dan 6 francs kosten, zelfs wanneer we niets meer geven aan Cocq.

  De val van de Galerij bij Vader heeft mij verrast, hoewel iemand me enige tijd geleden al zei dat die niet in al te beste staat was (ik weet niet of jij het zelf was) maar ik verbaas me erover hoe dat is gebeurd zonder dat iemand op de vloer liep, en dat de vloer het heeft gehouden als er mensen op waren. Die cisterne had gewelfd moeten zijn om hem goed te maken. Het is overigens niet goed dat er zo weinig zorg gedragen wordt voor het herstellen van de gebreken van dat huis en er de nodige reparaties te doen.

  Het is moeilijk te zeggen hoe lang we nog in deze streken zullen zijn. Men zegt dat Zijne Hoogheid morgen naar Hooghsoeren wil gaan, omdat de jacht daar beter is.

    Voor Broer Huijgens.



[ 524 ]
No 2359.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

10 augustus 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2357. Const. Huygens' antwoord: No. 2360.

A la Haye ce 10 Aoust 1684.    

  Ik heb eindelijk nieuws ontvangen van Mr. Cassini 1) die mij twee van zijn brieven stuurt, tegelijk, waarvan de ene geschreven is op 5 juni, en het is maar een kopie 2), zonder dat hij erbij zet of hij me eerder het origineel heeft gestuurd. Naar het mij lijkt was hij bang me zijn waarnemingen eerder mee te delen over de nieuwe satellieten van Saturnus, waarvan je zult zien dat hij een glimp van iets heeft opgevangen, om je niet meer ervan te onthullen dan hij doet, maar hij had geen reden jaloers te zijn.
Het lijkt er ook op dat hij alles heeft gedaan wat hij kan om de waarnemingen te doen zonder behulp van mijn nieuwe manier, want hoe zou het mogelijk zijn dat de wind steeds zo sterk zou zijn geweest dat die hem belette te slagen? Dat alles is maar mooie jaloezie en afgunst,


1)  Brief No. 2338.     2)  Zie brief No.2358, n.1. [Ontvangen op 7 aug. 1684.]

[ 525 ]
die ik niet ernstig neem, er niet aan twijfelend dat ze in komende tijden wel blij kunnen zijn mijn methode te volgen. Zijn vondst om het objectief te laten bewegen door het vast te maken op de wijzerplaat van een uurwerk*) is vrij aardig, hoewel een beetje omslachtig en die vraagt een sponning die heel nauwkeurig is en heel recht.
Naar aanleiding hiervan zal ik je zeggen dat de onze in de tuin zo sterk verbreed is, dat toen ik een dezer dagen het glas omhoog wilde trekken, de loodrechte stok er uitging. Het is de grote warmte, die zoveel en zulke grote spleten in de "mast" heeft veroorzaakt, dat de de twee latten verder van elkaar zijn dan ze waren. Ik zal ze laten losmaken, en een beetje dichter bij elkaar brengen. Wanneer de mast geschilderd zou zijn, zou hetzelfde ook gebeurd zijn, naar wat de Timmerlieden me zeggen. Toch ga ik hem tegelijk laten schilderen, als ze het schilderwerk van de vensters van dit huis gaan herstellen.
De galerij van Vader was niet ingestort, maar er was gevaar, zodat men de planken heeft verwijderd om er andere balken onder te leggen; de oude waren geheel verrot.
Vanmorgen hebben we uit een brief van broer de drossaard vernomen dat hij weer in vrijheid gesteld was, maar dat de order niet scheen te zijn herroepen waarmee Zijne Hoogheid de bevoegdheid had gegeven aan van der Stael 3) en zijn collega, te beschikken over de militie. Als dit zo is zal het er niet goed uitzien voor hem. Ik zou niet kunnen begrijpen dat Z. H. dat vreemde plan van die mensen goedkeurt, het kanon van de stad te verkopen, we spreken er dan ook niet meer over volgens wat hij ons meldt sinds de nieuwe order is gekomen, waarvan hij evenwel niet wist wat er in stond.

  Ik heb aan Sr. Talbot 51 ducatons betaald. Zo heeft hij 6 lb en 13 stuivers voor zijn moeite.

  Ik heb jouw brief aan dief Cocq gestuurd, waarop ik geen antwoord verwacht. Hier zijn de 2 brieven van Mr. Cassini, waarvan ik dacht die je die wel graag zou zien. Ik verzoek je ze mij terug te sturen wanneer je ze hebt bekeken. Ik heb er zojuist antwoord 4) op gegeven.
Ik heb nog niets gedaan met ons glas en de grote warmte zou het even goed niet hebben toegelaten. Is er geen uitzicht op dat je weldra terugkomt?

  Men heeft me het Journal des Sçavants toegestuurd, waarin ik mijn antwoord op Abbé Catelan 5) had laten zetten, en men voegt eraan toe dat een zekere Bernouilli, van wie ik een verhandeling over Kometen in het Latijn 6) heb gezien, mijn twist tegen hem op zich genomen heeft, wat zeer goed zal zijn 7).


[ *)  Zie Brief No. 2338: wijzerplaat in het eclipticavlak, loodrecht erop een vlak dat de uurcirkel voorstelt, met verdeling in graden en een alidade die de buis draagt: het objectief volgt de draaiende hemel, de declinatie is instelbaar via een vertikale sponning (coulisse).
Wikipedia, 'Aerial telescope': afbeelding (na 1700) van het Parijse observatorium met ernaast de toren van Marly; en met Replica (2014) van Huygens' luchttelescoop (andere: 1996).
Marly-toren Toren van Marly ook in J.D. Cassini, 'Nouvelle decouverte des deux satellites de Saturne les plus proches', Journal des Sçavans 1686, p. 104, en in: 'Manière d'employer des tuyaux pour des objectifs fort longs', in Mémoires de l'Académie royale des sciences depuis 1666 jusqu'en 1699, I (1733), p. 279: houten toren van Marly, 120 voet hoog.
Pierre Nickler, 'Le transfert de la tour de bois en 1685', Le vieux Marly, 2005, p. 13-17, met figuur (rechts): medaille van 1684 met Marly-toren.]


3)  Zie brief No. 2257, n.6. De geschillen van Lodewijk Huygens met deze burgemeester waren begonnen in april, n.a.v. de benoeming van officieren van de burgerwacht. Ze leken verder te gaan over alles m.b.t. het bevel over de gewapende macht, dat eerder toebehoorde aan de baljuw van Gorkum en het land van Arkel. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit talrijke documenten over het conflict van 1684. Zie de nrs 924 d - 924 n [kanon: 924 k] van het Supplement van de Catalogus [tent. 300 jarigen Const. H., 1896] genoemd in brief No. 2327, n.5.
4)  Deze brief is niet bekend.
5)  Stuk No. 2341. [J. des Sç. 3 juli 1684; Catelan begon de twist in 1681, zie Bibliografie.]
6)  Jacob Bernoulli, Conamen novi Systematis Cometarum, Amst. 1682. Zie J. des Sç., 11 mei 1682 [p. 140, fig.] en Acta Eruditorum, juni 1682 [p. 178].
7)  Zie stuk No. 2332. [J. des Sç., 24 april 1684, p. 142.]

[ 526 ]
Want die Mr. de Abt is een halsstarrige onwetende, aan wie ik even goed niet meer had kunnen antwoorden, wachtend op de beslissing van competende beoordelaars.

  Je weet geloof ik dat Dorp de Ritmeester 8) helaas het gezicht heeft verloren door een afvloed van vocht.


8)  Johan van Dorp; zie brief No. 2184, n.6.



No 2360.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

13 augustus 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2359. Chr. Huygens' antwoord: onbekend.

Dieren ce 13 d'Aoust 1684.    

  Ik was heel blij die brieven van Sr. Cassini te zien, zoals je zegt is het wonderlijk dat hij je een kopie stuurt zonder te zeggen wat er met het Origineel is gebeurd.

  Toch zie ik niet waarom het voor hem belangrijk is zijn geheim tot nu toe bewaard te hebben; en het nu te onthullen.

  Ik begrijp zijn vondst niet goed van het uurwerk dat hij denkt te kunnen gebruiken. Dat woord Halidade is mij onbekend. De manier die hij heeft gebruikt denk ik te begrijpen, maar het lijkt me dat hij steeds veel moeite moet hebben gehad om de figuur van Saturnus op zijn papier op te vangen. De reden waarom hij die wilde zien op de meridiaan, is zonder twijfel geweest dat hij daar nauwelijks van plaats veranderde wat betreft de hoogte, wat nodig was voor de waarnemer die blijkbaar zijn objectief niet hoger of lager kon zetten.
In elk geval is de gedachte om zonder buis waar te nemen zeker pas bij hem opgekomen na jouw Verhandeling te hebben gezien, of na iets te hebben gehoord over de uitvinding. Toch is zijn nieuwe ontdekking zeer aanzienlijk en men kan hopen er nog andere mee te doen met zulke lange objectieven, als ze die nuttig kunnen gebruiken. Het is jammer dat hij de Maan en de andere Planeten niet heeft kunnen zien.
Ik vervloek die Schelm Cock, die ons zo lang aan het lijntje heeft gehouden met zijn glazen, zonder hem zouden we misschien ook dergelijke hebben gehad.
Ik heb die twee brieven van Cassini gekopieerd, zowel voor de ontdekking als om die maten te hebben van de grote glazen en van hun openingen, ik zou willen dat hij hun dikte erbij had gezet.

  Ik geloof dat het weer nu is veranderd, je zult wel zo nieuwsgierig zijn dat je een test doet met het nieuwe glas, en ik ben verbaasd dat je niet een stuk hebt laten


[ 527 ]
prepareren door Mr. Dirck om te weten hoe ze zijn gehard. Ik wou dat ik bij je kon zijn maar tot nu toe spreekt men niet over Den Haag. Morgen gaan we allemaal naar Hooghsoeren behalve de dames, zonder dat we weten voor hoe lang.

  Door de droogte en de warmte die er zijn geweest op verscheidene plaatsen in deze Provincie en die van Overijssel is brand ontstaan in de Turfgronden, en in de omgeving van Breevoort is het gebeurd dat toen twee mannen te paard reisden, zonder iets te vermoeden, de ene vier of vijf passen van de weg afweek en toen de benen van zijn paard in de korst of het oppervlak van een veenachtige aerde 1) waren weggezakt en er een gat in hadden gemaakt, deze man zich plotseling omringd zag door vlammen, die van onder de grond kwamen en aan de onderkant van zijn mantel, zijn laarzen en de benen van zijn paard brandden, zodat hij heel wat moeite had zich te redden.
Toch is te geloven dat dit vuur begonnen is door een of ander ongeval, zoals door het kooltje van een tabakspijp of iets dergelijks, en dat het beetje bij beetje aangegroeid is in die droge grond, geschikt om het te voeden.

  Ik verzoek je mij nog een of twee brieven te sturen van Cassini, waarin hij het heeft over de maten van de glazen en de openingen 2), of laat me op zijn minst een uittreksel krijgen waarin die staan.

  Hoe zit het dat je niet een beetje wijngeest wilt doen in Thermometers? Dat is zo gedaan, en als je denkt dat je dunne glazen trechtertjes moet maken zou je ze makkelijk kunnen maken met de lamp*), van glazen buizen die nog in onze Draeycamer op die planken tegenover het venster liggen.

  Doctor Covel heeft twee van de exemplaren die je hem hebt doen toekomen opgestuurd, het ene aan Vossius°), het andere aan Newton, die een van zijn vrienden is, en een zeer goed man naar hij zegt, zonder ijdelheid of ambitie.

  Heb je nog niets vernomen van de man 3) die je het glasmonster moest verschaffen? Ik vrees dat je hem niet genoeg hebt doen begrijpen op welke manier het gemaakt moet zijn om geen aderen iin het rond te hebben.


1)  Traduction d'une terre tourbeuse.
2)  Brief No. 2329 [Cassini aan Chr. Huygens, 16 febr. 1684].
[ *)  Olielamp met versterkte luchttoevoer. Zie Willem van Ranouw, Natuur- en Konst-Kabinet, I (Amst. 1719), p. 165, met verwijzing naar Joh Kunckel, Ars Vitraria (Leipzig 1679), figuur en naar Ath. Kircher, d'Onder-aardse weereld (Amst. 1682), p. 280, 390, 392.]
[ °)  De Österreichische Nationalbibliothek heeft een exemplaar van Astroscopia uit de bibliotheek van Isaac Vossius.]
3)  Zie brief No. 2356 [<].


[ 532 ]
No 2363.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

31 augustus 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2360. Chr. Huygens' antwoord: No. 2366.

Dieren ce 31 d'Aoust 1684.    

  Al lang heb ik niets van jou ontvangen, maar mijn vrouw heeft me bericht dat je de moeite hebt genomen Thermometers te maken, ik zou willen weten of het is geweest op de manier, die je voorstelde om twee dezelfde te krijgen.

  Ik verbaas me erover dat je niet de nieuwsgiergheid hebt gehad een van de Engelse glazen te proberen, op zijn minst door het te laten aanpassen door Mr. Dirck, om te zien wat voor koopwaar we hebben aangeschaft.

  Ik heb je verzocht mij de brief van Cassini te sturen die je al een hele tijd geleden hebt gekregen 1) en waarin hij het heeft over de opening van de objectieven van 36 voet en van hun oculairen. Ik verzoek je eraan te denken.

  De Vergadering van Holland gaat nu beginnen, toch zegt men nog niet dat Zijne Hoogheid naar Den Haag moet gaan, en ook niet het tegengestelde. Het schijnt echter noodzakelijk te zijn en personen met gezond verstand oordelen dat ook.
Die man van Mr. Dirck die ons glas moest laten krijgen doet er wel lang over naar het schijnt. Verneem je er nog niets van?


1)  Brief No. 2329 [16 febr. 1684].

[ 533 ]
  Ik zal aan mijn vrouw adresseren een uurwerk van Mr. van Ginckel 2) dat hij met mijn bemiddeling gekocht heeft van de oude Oosterwijck 3). De afgelopen winter brak de grote veer ervan en Adam maakte er een andere voor, of althans hij deed me geloven dat hij er een gemaakt had. Nu blijkt de veer opnieuw kapot te zijn, en wanneer hij een of twee rondjes is opgewonden, rolt hij zich vanzelf af.

  Ik verzoek je dit uurwerk te laten herstellen door van Ceulen, en een beetje zelf te kijken naar wat er mankeert aan die veer, waarvoor ik zes ducatons aan Adam heb betaald. Ik twijfel er aan of hij me niet een schelmenstreek heeft geleverd en in plaats van een nieuwe veer te maken de oude heeft opgelapt.


2)  Over Godard, baron van Reede, Ginckel en Agrim, later van Athlone, zie brief No. 1190, n.13.
3)  De uurwerkmaker Severijn Oosterwijk


[ 539 ]
No 2366.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

8 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2363. Const. Huygens' antwoord: No. 2367.

A la Haye ce 8 Sept. 1684.    

  Ik stuur je de brief van Mr. Cassini 1) die je wenst te zien. Ik verzoek je er zorg voor te dragen dat die niet kwijt raakt en me die terug te sturen, nadat je er een kopie of uittreksel van hebt genomen. Die beste Sr. Cassini spreekt in zijn laatste brief die je hebt gezien 2) alsof hij zou hebben geprobeerd mijn manier van waarnemen in praktijk te brengen, en dat de draad door de wind niet recht genoeg was te houden. Toch bericht Mr. Perrault me 3), dat hij er nog geen proef mee heeft genomen, en dat hij daarom niet verbaasd is dat er getwijfeld wordt aan het gemak ervan en aan het nut in de praktijk; maar dat hij zelf zich geheel verlaat op het experiment dat ik ermee gedaan heb.
Ik heb één van onze stukken glas laten prepareren bij Mr. Dirck. De materie ervan schijnt zeer goed, zonder enige ader, en bijna zonder punten, maar de kleur, die trekt naar zwartachtig zeegroen, lijkt donkerder dan die van onze eerste Engelse glazen 4), hoewel zeer weinig. Toch behoort dit glas bij de helderste onder wat Cocq ons heeft gestuurd 5). Mr. Dirck had gisteren nog geen nieuws gekregen van zijn man aan wie hij de bestelling voor de monsters had gegeven. Hij denkt binnenkort zelf te gaan en daarom schrijft hij niet.
Ik ben nog niet weer aan het werk begonnen, het is tot nu toe ook te warm geweest om het polijsten te gaan ondernemen. Toch, als ik iets had om een glas van 86 voet te maken, zou ik deze hindernis misschien overwinnen, en nog beter als jij hier zou zijn.
Ik heb jouw thermometer gevuld, en na hem genoeg te hebben verwarmd om boter te laten smelten, op de bol gezet en van boven afgesloten, en ik heb een merkteken gezet tot waar de wijngeest was gestegen, maar wat betreft het andere merkteken van de koude die water laat bevriezen, dat is er nog niet, omdat ik ondanks het ijs en het zout dat ik gebruikte niet tot die graad kon komen, en het smeltende ijs stondt me niet toe de proef te vernieuwen. Dat merkteken kunnen we altijd nog toevoegen, en he makkelijkst in de winter.

  Ik zal zorg dragen voor het uurwerk van Mr. van Ginckel zodra ik het ontvangen heb, en ik zal kijken als het geopend wordt door van Ceulen.

  Ik hoop dat jouw koorts geen vervolg heeft gehad, en ik zal wel blij zijn als ik verneem dat het zo is.

  Broer van St. Annaland is met Mr. van Oyen 6) naar Aken gegaan zoals je misschien al weet.


1)  Brief No. 2338 [5 juni 1684].     2)  Brief No. 2358.     3)  Zie brief No. 2362.
4)  Zie brief No. 2356, n.1 [<].     5)  Zie brief No. 2354 [<].
6)  Philips Doublet en zijn schoonzoon. [<]

[ 540 ]
Bezien zal moeten worden of de geneesmiddelen van Sr. Charas zijn vierdedaagse koorts zo goed hebben verjaagd dat deze wegblijft zonder terug te komen, waaraan de wateren van Aken misschien zullen bijdragen.



No 2367.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

18 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2366. Chr. Huygens' antwoord: No. 2368.

Dieren ce 18e Sept. 1684.    

  Ik stuur je de brief van Cassini die ik uit nieuwsgierigheid heb gekopieerd. We zijn wel onfortuinlijk dat we geen glazen kunnen krijgen zoals die van Campani, en dit door gebrek aan materie. Als je zou kunnen besluiten tot een tochtje naar Londen, om te proberen ze te krijgen, zou ik zeer blij zijn de kosten van de reis te dragen voor mijn helft. Ik heb bijna geen hoop meer er in te kunnen slagen door bemiddeling van die miserabele tussenpersonen. Als ik over mijn persoon kon beschikken, ik verzeker je dat ik er niet lang over zou doen een besluit te nemen over zo'n reis.

  Ik twijfel er niet aan dat Cassini nog andere ontdekkingen kan doen zodra hij zijn glazen met gemak kan gebruiken, vooral dat van 134 voet. Zijn kleine Italiaanse foutjes zijn wel om te lachen. Ze veranderen wel van hemel, niet van inborst*), zij die uit zijn land komen.

  Deze twee stukjes steen zijn afkomstig van twee grote die worden gebruikt voor de Grotten die men hier maakt. Het witte is een soort Kristal dat groeit in de Graafschap Lingen 1). Het groeit in regelmatige figuren zoals het echte. Je zult zien dat het splijt en breekt met stukken die evenwijdig zijn aan het oppervlak dat lichtgevend is. Als je er een groter stuk van wenst, kan ervoor zorgen dat je het krijgt.

  Maandag over acht dagen geloof ik dat we naar Soestdijck zullen gaan.


[ *)  Horatius, Epist. 1, XI. 27, "Caelum non animum mutant, qui trans mare currunt", wie over zee gaat verandert van hemel, niet van inborst.]
1)  Zie brief No. 2235.


[ 541 ]
No 2368.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

22 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2367. Const. Huygens' antwoord: No. 2369.

A la Haye ce 22 Sept. 1684.    

  Voordat je Dieren verlaat verzoek ik je een stuk uit te kiezen van die witte steen waarvan je me een momster hebt toegestuurd, het dikste en meest doorzichtige dat je kunt vinden. Het is echte kristal of Talk van IJsland, waarvan je voor mij dikke stukken hebt gezien, maar ik twijfel er sterk aan of men het elders zo helder vindt. Aangezien het jouwe van Lingen komt, zouden we erover kunnen worden ingelicht op welke plaatsen en in welke grond het groeit, wat wetenswaardig is, vooral voor mij die een geschrift over dit kristal heb geschreven 1). Het andere stuk lijkt een of ander metaal te bevatten, gezien de zwaarte ervan, maar blijkbaar is het niet van een heel rijke mijn, aangezien men het gebruikt om grotten te maken.

  Ik bewonder jouw ijver in wat je voorstelt aangaande de reis naar Engeland. Als mijn zaak van de Uurwerken me niet hier zou vasthouden, die sinds ik de driehoekige slinger 2) toepas veel beter slaagt dan tevoren, zou ik er zonder veel moeite toe kunnen besluiten, maar ik zou willen dat het onder een ander voorwendsel was. Ik hoop toch dat er enig nieuws komt van onze man 3). Ik had zijn adres moeten opnemen om hem te kunnen schrijven.

  Broer de Drossaard heeft enige aanval van derdedaagse koorts gehad, en om er zich van te ontdoen gebruikt hij geneesmiddelen van Sr. Charas 4). Bezien moet worden hoe het in het vervolg met hem zal gaan, want om die te doen ophouden slaagt dat altijd, en het is het effect van de kinabast*), wat hij ook mag zeggen.

    Mijn Heer
  Mijnheer van Zeelhem &c.
          Tot
            Dieren.


1)  Dat wil zeggen in het toen nog niet verschenen Traité de la Limiière.
[ Ed. 1690 (Ned. 1990), p. 48-101: 'De l'estrange refraction du Cristal d'Islande'.]

2)  Zie brief No. 2327 [aan Fullenius, 12 dec. 16833], n.3.
[ Zie T. 18, p. 527, met: 'heurèka', 4 Dec. 1683. "Pendulum cylindricum Trichordon".]

3)  Zie brief No. 2356 [de Brabander, p. 521 hierboven].
4)  Zie brief No. 2241, n.8. [Hirna genoemd in No. 2370, eind.]
[ *)  In het origineel: ChinaChina.]


[ 542 ]
No 2369.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

25 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2368. Chr. Huygens' antwoord: No. 2371.

Dieren le 25e Sept. 1684.    

  Ik stuur je nog een stuk van dat Kristal waarvan je een klein stuk hebt gekregen. Ik zou je wel een nog dikker stuk kunnen doen toekomen, maar ik geloof niet dat het je van groot nut zou zijn, omdat de hele steen is samengesteld uit delen die lijken op het kleinste van die welke ik je stuur, en die zijn zo weinig samengevoegd dat als je er met een hamer op slaat de hele massa uiteenwjkt, en die punten of delen komen makkelijk los van elkaar. Ik weet niet of dit Kristal als het geslepen en gepolijst is doorzichtig zou zijn, wat ik toch wel geneigd ben te geloven.

  Dit stuk met de kleur van Kandijsuiker lijkt een soort van Talk en toont als het gebroken wordt altijd lichtgevende oppervlakken, onder die stenen van de grotten heb ik het ook gevonden.

  De derde soort, die kleine lichtgevende punten heeft, zat in vaten met die stenen van Lingen geladen, die allemaal samengesteld lijken te zijn uit die zeshoeken van Kristal, maar weinig doorzichtig en vermengd met vuilnis. Hier en daar vind je een punt die meer doorzichtig is dan de rest, maar steeds met een rossige kleur. Van dat witte Kristal waarvan hier een stuk is, vind ik er geen in de vaten die pas gekomen zijn.

  Toen ik dit had geschreven heb ik het genoemde witte Kristal vergeleken met een stukje dat ik nog heb van wat ik je heb gestuurd en ik twijfel eraan of ze van dezelfde soort zijn, daar dit laatste niet breekt zoals het andere doet. Hierbij wordt gezegd dat ik je nog vier van die diamanten stuur die men hier overal in de grond vindt 1) en waarvan ik zeer aardige knopen voor manchetten en zegelringen heb gezien.

  Er is een man die Schoonderhagen heet en woont in de Vlamingstraet in Den Haag bij een koopman van dingen uit Indië. Het is aan het eind van de genoemde straat aan de kant van de Groenmarkt. Deze man werkt in kristal en dergelijke dingen. Hij heeft aardige zegelringen gemaakt waarop plaats was voor twee gravures aan beide kanten. Ik verzoek je met deze man te spreken en hem mijn diamanten te laten zien om te beoordelen of er iets goeds mee te maken is.
Als de twee kleine goed zijn voor twee knopen verzoek ik je hem te zeggen ze voor mij te maken. Laat hij je tegelijk zeggen of de twee grote zouden kunnen dienen om er zegelringen van te maken, en laat me weten alsjeblieft wat hij ervan zegt, opdat ik hem ook daarover opdracht kan geven.


1)  Afgeronde fragmenten van kwarts, bekend onder de naam 'Lochemsche diamanten', die men vaak tegenkomt in het diluvium van Gelderland.
[ Diluvium is een verouderde term, verwijzend naar de Zondvloed; nu: Pleistoceen.]

[ 543 ]
  Het kristal van Lingen groeit in een grot die binnenin een berg is en zeer ver in de grond, naar men zegt.

  Ik hoop dat de kwaal van broer niet lang zal hebben geduurd. Ik had nogal geluk dat ik na een enkele aanval vrij van koorts was. Ik heb daarvoor twee dagen gevast. Adieu.



No 2370.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

28 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Vervolg op No. 2369. Chr. Huygens' antwoord: No. 2373.

Dieren ce 28. Sept. 1684.    

  Mijn vrouw bericht me dat ze het Slingeruurwerk van Mr. van Ginckel 1) aan jou heeft toevertrouwd, ik verzoek je mij te berichten welk gebrek het heeft, ik vind het moeilijk te geloven dat een nieuwe veer zou zijn gebroken evenals de eerste.

  Ik heb hier de veelomvattende Catalogus van de Bibliotheek van wijlen van der Wall 3) en ik zal er enkele boeken van laten kopen. Ik vond er onder de Mathematici in Folio de Almagest of Constructio magna 3) van Ptolemaeus, twee keer, no. 56 en no. 110. Dat van het eerste nummer is in het Grieks, het andere in het Latijn; maar als ik het me goed herinner, heb je me wel eens gezegd dat de beste uitgave in het Grieks en het Latijn samen is, GraecoLatina. Ik verzoek je me te zeggen hoe het zit, ik zou van dit boek de beste druk willen hebben, die me tot nu toe heeft ontbroken.

  Onder de niet-ingebonden mathematici in 4o. is er no. 5, van P. Ramus 4) Scholae mathematicae F[ranco]furti 1627; is dat de beste druk? De jouwe, die zo lang in de Draey-kamer heeft gelegen, is ouder als ik me niet vergis.

  Ik vind nergens in deze Catalogus het Planisphaerium van Bayerius 5), ik ben verbaasd dat hij dat niet heeft gehad.


1)  Zie brief No. 2363 [<].
2)  Over Adrianus van der Wall zie brief No. 522, n.8 en brief No. 1921, n.3. [T. 22, p. 526, n.1.]
3)  Het werk genoemd in brief No. 5, n.19 [ed. Basel 1538].
4)  Pierre de la Ramée [1515-1572] werd hoogleraar filosofie en welsprekendheid aan het collège royal de France, keerde zich tegen Aristoteles en moest het koninkrijk verlaten. Na zijn terugkeer kwam hij om in de Bartholomeusnacht.
Genoemd werk, eerste uitgave: Scholarum Mathematicarum Libri XXXI, Basel 1569, in 4o.

5)  Bedoeld is: Uranometria, de beroemde hemelatlas van Johann Bayer; zie brief No. 1377, n.6 [Augsburg 1603].

[ 544 ]
  Ik verlang sterk naar het vernemen van een of ander succes van jouw Slingeruurwerken. Maar ik zou heel graag willen dat je acht of tien dagen kon vinden om dat reisje naar Londen te maken, waar je in minder dan vijftien dagen geweest zou kunnen zijn. Ik zie niet dat we anders kunnen hopen goed glas te krijgen, wat het enige lijkt te zijn dat ons ontbreekt, nu we de manier hebben om het te bewerken en die om ons ervan te bedienen. Na de maand oktober is er nauwelijks meer mooi weer te verwachten.

  Ik verwacht een antwoord aangaande miijn diamanten.

  De Graaf van Stirumb 6), de jongste, heeft een aardige ring die hij aan de vinger draagt. De steen is een saffier uit het Oosten, heel mooi en redelijk groot, en die is in hun familie gekomen op de manier die volgt.
Zijn grootvader 7) of overgrootvader 8) (dat ben ik vergeten) zat voor zijn huis van Bronckhorst op ¾ uur van hier, een luchtje te scheppen. Een raaf die over zijn hoofd vloog liet vóór hem deze saffier vallen, en vervolgens een gerstekorrel. Ze hebben tot nu toe de steen bewaard, maar sinds enige tijd is de gerstekorrel verloren. De genoemde Grootvader verordende ook dat deze saffier altijd zou zijn voor de wettelijke erfgenaam van het huis van Bronkhorst.
Wat nog opmerkelijk was en wat ik vergeten ben te zeggen, is dat deze Raaf na zijn Saffier te hebben laten vallen met zijn kop tegen een vierkante muur van het huis vloog, en morsdood neerviel. Dat is toch niet een mooi voorteken? De steen was ruw, en pas deze Graaf van Stirumb 9), hier getrouwd met madlle van Boetselaer, heeft hem laten slijpen.

  Hij vertelt nog een verhaal, en zegt dat er bij het huis van Stirumb een raaf was, die alleen wegging van daar waar hij zijn nest had, wanneer het hoofd van de familie weldra zou sterven. Dat hij zich op een dag heel dichtbij een Heer van de familie neerzette, die echt een onbesuisd iemand was, en begon te krassen. En toen dit de Onbesuisde boos had gemaakt wilde hij er een pistool op afschieten dat hij toevallig bij zich had, maar nadat het pistool 4 of 5 keer niet afging, schoot hij vervolgens in de lucht, en ontlaadde het zeer goed. Deze man werd enige tijd daarna ongelukkiger­wijze gedood in een duel.

  Men zegt dat Charas van plan is naar Suriname te gaan.*)


6)  De zoon [broer?] van graaf Adolf Gelricus van Limburg Styrum, die werd gedood bij het beleg van Maastricht in 1676. [Genoemd bij 7 aug. in Journal Const, H. jr.]
[ NNBW, 7, kol. 756: Adolf Gelder (geb. 1659) was zoon van Otto (zie noot 8) en had als jongste broerGeorge Albrecht van Limburg Styrum (geb. 1660), zie noot 9.]

7Otto, graaf van Limburg Styrum Bronkhorst, heer van Borculo. Hij vocht in de slag van Senef [1674]. Hij trouwde met Charlotta, gravin van Dohna, en overleed in 1679.
8Herman Otto, graaf van Limburg Styrum Bronkhorst, zoon van Joost, graaf van Limburg Styrum, en Maria, gravin van Schauenburg. Alss luitenant-gŽeneraal van de cavalerie droeg hij bij aan de overwinning van Fleurus, met de hertog van Saxen-Weimar, op 29 aug. 1622. Hij trouwde met Margaretha van Spies en overleed in 1644.
9George Albrecht van Styrum, broer van Adolf Gelricus, gedood in de slag bij Fleurus in 1690. Hij was getrouwd met Elisabeth van Boetzelaer [op 2 febr. 1684].
{ *)  Charas woonde toen in Den Haag en ging in november naar Spanje.]


[ 545 ]
No 2371.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

28 september 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Kruising met No. 2370. Antwoord op No. 2369.

A la Haye ce 28 Sept. 1684.    

  Ik heb het uurwerk van Mr. van Ginckel 1) naar van Ceulen laten brengen en ik heb gewild dat hij het demonteerde in mijn aanwezigheid om te zien wat er mis was met de veer, en of het waar was wat jij ervan denkt. Hij bevond dat deze heel was, maar doorboord met 2 of 3 gaten, en met andere fouten, waaruit hij concludeerde dat het zeker geen nieuwe veer was geweest die er was ingezet, maar de opgelapte oude waarvan het uitende dat vastzit aan de trommel gebroken was geweest. Er ontbrak een radertje dat moet dienen voor het stoppen van de veer, onder de trommel liggend, opdat deze niet te ver wordt opgewonden. Hij zal dat herstellen en hij zal dezelfde veer dienst laten doen, aangezien die niet gebroken is, opdat jouw 6 ducatons niet helemaal verloren gaan.

  Ik heb je kwartssteentjes laten zien aan Schoonderhaghen, die heeft ondernomen twee knopen te maken van de twee kleine. Hij zal ook één van de twee andere proberen om te zien of het iets doorzichtigs bevat, want het andere heeft er zelfs niet de minste schijn van.
Maar denk je er wel zeker van te zijn, bij het geven van kwartssteentjes om ze te slijpen, dat ze zullen worden omgezet in manchetknopen of als zegelring, en dat de werkman als hij vindt dat ze daar niet voor kunnen dienen, er niet een andere materie voor in de plaats neemt om geld van jou te krijgen, aangezien bijna alleen het maken iets kost? Ik wilde dat hij voor mij de stukjes zou bewaren die hij ervan zou hebben afgesneden, maar hij zei dat hij er niets van afsnijdt, omdat diamantpoeder voor zagen te duur is, en dat hij al het overbodige er slechts afslijpt met amaril.

  Onder die laatste stukken die je me hebt gestuurd heeft alleen die rossige de aard van Talk van IJsland, maar omdat het helemaal niet doorzichtig is zou het me van geen enkel nut kunnen zijn. Schoonderhaghen verzekert me dat hij wel eens stukken van dit talk heeft gehad waarvan hij niet wist wat ermee te doen, en dat hij een vat vol ervan had gezien in Amsterdam in een winkel, waar hij weer naar terug zal gaan om het te halen over enkele dagen, aangezien hij er voor zaken heen moet.

  De afgelopen dagen is M.le Julie Coyer 2) ons komen bezoeken met haar echtgenoot,


1)  Zie brief No. 2363 [<].     2)  Zie brief No. 1812, n.2. [Const. jr. aan Chr., 10 juli 1670.]

[ 546 ]
Mr. Teckman 3) geheten. Ik had haar in 15 jaar niet gezien, en vond haar toch niet veel veranderd. Ze zou wensen dat haar echtgenoot in de vroedschap van Utrecht kon komen, en is me komen verzoeken jou te schrijven ten gunste van hem. Hij schijnt een vrij eerbare man, en heeft zeer goed gestudeerd, naar ze zegt, heeft zijn promotie in Utrecht gekregen, en hij maakt zelfs zeer goede Latijnse verzen. Ik geloof dat hij je zal gaan bezoeken en zelf solliciteren, omdat de tijd nadert om de magistraat te wisselen.
Naar wat mad. van Zeelhem*) me heeft gezegd zal het pas aanstaande maandag zijn dat je vertrekt naar Soestdijk, ik hoop dat je vandaar naar hier komt, zonder dit jaar nog naar Dieren terug te keren.


3)  In het Album van studenten van de Universiteit Utrecht staan er twee die in aanmerking komen: Guilielmus Teckman Joh. F., ingeschreven 14 maart 1675 , en Johan Friedrich Teeckman, geboren te Utrecht, ingeschreven in 1682.
Guilielmus, op wie de brief betrekking schijnt te hebben, lijkt dezelfde te zijn als degene die als burgemeester van Amersfoort een van de organisatoren was van een oproer dat daar uitbrak in 1703. Hij werd veroordeeld, op 3 oktober, tot eeuwige verbanning nadat in het openbaar het zwaard van de beul over zijn hoofd zou zijn gegaan. Er is een boekje in de bibliotheek van Utrecht:
'Sententien, tot Laste van Pieter van Houten, Ende Richard Saab, Midsgaders Willem Teeckman, Gewesene Borgenmr. der Stad Amersfoort, Ge-executeerd binnen Amersfoort op den 3. October 1703'. Tot Utrecht, Gedruckt by Jacobus van Paddenburg, Ordinaris Drukker der Ed; Mog; Heeren Staten 's Lands van Utrecht, Anno 1703. Met Privilegio. in-4o.
Van Houten en Saab kwamen om op het schavot.

[ *)  Susanna Rijkaert, vrouw van Constantijn Huygens jr.]



No 2372.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

9 oktober 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord: No. 2373.

Zoestdijck den 9 Oct. 1684.    

  Ik had je verzocht mij informatie te sturen over enkele boeken van de Veiling, maar je bent vergeten me deze te geven 1). De tijd voor een order nadert echter. Ik verzoek je dus me te zeggen wat je ervan weet, zoals ook nog welk boek het is dat is aangegeven als no. 43. onder de mathematici


1)  De twee brieven No. 2370 en 2371 hadden elkaar gekruist.

[ 547 ]
in Folo. onder de titel Fed. Commandini Urbinatis Commentaria. Pisauri 1602. Ken je deze Commentaren?

  Ik voor mij twijfel eraan of men de Titel er niet slecht heeft neergezet zoals verscheidene andere en of het niet Pappus Alexandrinus 2) is, met de Commentaren van Commandino, gedrukt in Pisa volgens de Catalogus van mijn boeken die ik hier heb, in hetzelfde jaar 1602.

  Je bericht me niets over mijn diamanten, die al lang klaar zouden moeten zijn. Wij zijn hier sinds eergisteren, en we zullen er nog tot tegen het eind van de maand zijn, waarna Mr. de P[rins] nog de St. Hubertus*) zal gaan doen in Hooghsoeren, en hij zal pas naar Den Haag gaan voor de tijd van de volgende Vergadering.

  In Utrecht heb ik gezien Mr. en Madame van St. Paul 3), en Oort met zijn vrouw 4) die binnenkort dikker zal zijn dan de mijne.


2)  Het werk van brief No. 538, n.3. [Daar: Pappi Alexandrini Mathematicae Collectiones ..., Pisauri 1588. Bedoeld zal zijn: Federici Commandini ... Commentaria in libros octo mathematicarum collectionum Pappi Alexandrini, Pisauri 1602.]
[ *)  Dat zal zijn een vossenjacht, bekend als "Hubertusrit".]
3)  Lees: St. Pol; zie brief No. 2144, n.4. [Maria Magdalena Pergens was in 1682 getrouwd met de graaf van St. Pol.]
4)  Zie brief No. 2195, n.11. [Johan Ortt was ca. 1672 getrouwd met Anna Pergens en kocht het kasteel Nijenrode na de verwoesting van 1673, zie No 2305 hierboven, p. 427, n.2.]



No 2373.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

11 oktober 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2370 en 2372. Const. Huygens' antwoord: No. 2374.

A la Haye ce 11 Oct. 1684.    

  Met mijn laatste brief heb ik je bericht dat ik het uuurwerk van Mr. van Ginckel aan van Ceulen had gegeven en wat hij had gevonden aan de veer. Ik geloof dat deze nu hersteld moet zijn, bericht mij wat ik ermee moet doen.
Ik heb je ook bericht dat ik je kwarts­steentjes heb afgegeven om te slijpen. Het waren slechts de twee kleine waarmee iets kon worden gedaan, te weten de knopen die je vroeg, rondje en ovaaal waarvan ik hier de grootte en het profiel heb aangegeven. Als je wilt zal dezelfde Schoonderhagen ze inzetten en zodanig dat ze onderaan plat zijn, omdat ze anders niet zouden houden op de manchetten.
Wat betreft de boeken van de Catalogus, ik betwijfel of er in werkelijkheid een Almagest is in Grieks en Latijn, althans ik herinner me niet die te hebben gezien. Ik heb een Griekse ervan. Ik zou je aanraden die te nemen die in het Latijn is, die zeldzamer is*).


[ *)  Ven. 1515 en 1528, Bas. 1551.]

[ 548 ]
De Scholae Mathem. van Ramus 1) die ik heb is een vrij slechte uitgave en veel ouder dan die in de Catalogus, die blijkbaar ook beter zal zijn. Bij No. 88 in Fol: staat van Jo. Bayer Uranometria 2), dat is zijn boek van de Sterrenbeelden dat je zoekt, als ik me niet vergis. Als je het wilt hebben, bericht het me dan, want anders zou ik het voor mezelf kunnen nemen.

  Het verhaal van de Raaf van Graaf van Stirum is zeer opmerkelijk, maar het is een beetje verdacht, al was het alleen al vanwege die gerstekorrrel, die bij een val vanuit de hoogte naar de grond wel moeilijk te zien zou zijn en te vinden.

  Eergisteren lazen we in de krant dat mevrouw de Gravin van St. Pol was bestolen door haar lakei, die zich meester had gemaakt van wat zilverwerk en andere dingen. Dat moet zijn gebeurd nadat je haar in Utrecht had gezien. Er stond: "den Heer Graef van St. Pol".

  Je zult vernomen hebbn dat Mr. van Oyen bij zijn terugkeer uit Aken 3) onderweg is overvallen door koorts, en zelfs een dubbele vierdedaagse, maar hij heeft meteen het geneesmiddel van Charas opnieuw ingenomen, en toen dit de koorts liet ophouden is hij naar Amsterdam gegaan, misschien om de Opera te zien waarvan de voorstelingen daar zijn begonnen. Maar ik twijfel er sterk aan of hij deze keer bevrijd zal zijn van de koorts, en achter de ruiter zit de zwarte zorg enz. 4)
Ik hoor niet meer spreken over de reis van Charas naar Suriname, maar ik verneem zojuist dat een van de juffrouwen van Sommelsdijck 5) is weggegaan met 40 mannen en vrouwen "van de Wedergeborenen", van wie er bija 500 in Friesland zijn, die samen wonen, volgens wat Madlle Visscher me verzekert, of Catrijn Smit 6) die ze is gaan bezoeken.

  Er is nog geen nieuws van onze man 7) die de bestelling heeft voor de glas­monsters.

  M.ter Ferijn gaat binnenkort weg, die zal ons van dienst kunnen zijn. Als ik zelf de reis zou maken zoals je voorstelt 8), zou dat wel een dure koop zijn, en verder ben ik verplicht hier te blijven voor de zaak die ik je genoemd heb.


1)  Zie brief No. 2370, n.3.     2)  Zie brief No. 2370, n.4 [n.5].
3)  Zie brief No. 2366 [en No. 2294, n.1, p. 415 hierboven].
4)  Post equitem sedet atra cura. Horatius. [Carmina 3, 1, 40.]
5)  Zie over de juffrouwen Aerssen van Sommelsdijk brief No. 314, n.9.
6)  Zie brief No. 967, n.6, en No. 2234, n.1.
7)  Zie de brieven No. 2368 en 2356 [de Brabander].
8)  Zie de brieven No. 2367 en 2368 [reis naar Londen].


[ 549 ]
No 2374.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

12 oktober 1684.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No. 2373.

Zoestdijck ce 12. d'Oct. 1684.    


...





Home | Christiaan Huygens | VIII | Constantijn Huygens jr. 1683-4 (top)