Home | Beeckman | < Vertaling | Brontekst | Index

Stuiptrekking, sterren , slinger , Psalm 46 , mieren , zwaarte , Hortensius , Dialogo , spiegelkijker


Isack Beeckman - 1634 v



[ 332 ]   [31] dec. 1633 - 27 jan. 1634

Zon

Sommige delen op de Zon zijn koud.

  Dingen op de Zon dichtbij de fakkels*) (die Scheiner [<] beschrijft) zullen met een heel volmaakte telescoop veel beter gezien worden dan wat er op de Maan is, wegens het intense licht daar van de Zon. Maar tussen de fakkels kan het ook koud zijn. Ook al komen alle sralen van een heel halfrond samen in eenzelfde punt er ver vandaan, toch is dat punt minder warm dan iets van die fakkels.


[ *)  Lat. 'foculos'. Christoph Scheiner, Rosa ursina (1630) noemt ze 'faculae', zie p. 156, 2.18 en Index.]

Psalm 63

Manier van toonsoorten in psalmen.

Psalm 63 is van de toonsoort la [<]. Daarvan is echter één terts een octaaf hoger of lager dan gewoonlijk, en de eindnoot heeft onder zich een kwint, terwijl die er boven zou moeten staan.

[ Ned. (vervolg) ]

[ 333 ]

Honing

Honing vergeleken met terpentijn.

  Honing lijkt in veel opzichten overeen te komen met terpentijn; hij is immers op dezelfde manier kleverig, en wordt hard bij koken, en krijgt dan bellen enz. Waardoor hij afsluitingen opheft, niet alleen door insnijding, maar ook door uitmondingen te openen. Als dit waar is, kan honing in plaats van terpentijn worden gebruikt, daar hij aangenaam is.

Stuiptrekking

Waarom stuiptrekking een aandoening is van spieren, niet van zenuwen.

  Stuiptrekking [convulsie] komt door een vlaag die in de spiervezels zelf schuilt [<]; anders zou die immers gemakkelijk worden uitgestoten. Als die echter in zenuwen is, maakt hij niet zozeer een stuiptrekking, maar neemt hij beweging weg, want hij verhindert dat de dierlijke geest er goed door kan gaan en in spiervezels kan stromen.
En alleen als spieren gespannen zijn worden ledematen bewogen, omdat hun spanning omvangrijk is; de spanning echter van een zenuw tussen spieren wekt een geringe zwelling op die voor de beweging nodig is. Als dus spiervezels met lucht gevuld zijn, zwellen ze allemaal op en, korter gemaakt door deze zwelling, trekken ze de pezen naar zich toe.

Braken

Hoe braken wordt vergemakkelijkt.

  Om gemakkelijker te braken na het innemen van een braakmiddel, moet je gaan zitten op een verhoogde balans, zodat je naar boven en beneden, naar rechts en links en naar voren en achteren kunt bewegen. Dan zal hetzelfde gebeuren als bij mensen die voor het eerst varen op een schip, in woelig water, tenzij misschien omdat er geen damp in onze borst en ons lichaam binnendringt.

Sterren

  De mening van Balthasar van de Vinne te Gorcum over de beweging van vaste sterren, die ik hiervoor heb opgetekend [<], is die van Bruno Nolanius [<,>], in cap. 5 van Lib. 1 de Mundis — 27en Jan. 1634.

[ 334 ]   27 jan. - [24] febr. 1634

Gesterkt

Waarom de mens kort na het innemen van voedsel sterker is.

  Werklieden worden terstond na het innemen van voedsel sterker. Daarom is het waarschijnlijk dat door de maagportier of het aderlijke korte vat [<], terwijl er nog voedsel in de maag blijft, een geestrijk deel van het voedsel naar het hart wordt getrokken en vandaar terstond naar alle delen van het lichaam wordt weggeduwd. [>]

[ Ned. ]

Syllogismen

Reductie van hypothetische syllogismen.

Als elke mens een dier is, spreekt enig dier; maar elke mens is een dier; dus enig dier spreekt, wordt gereduceerd tot een categorisch syllogisme op deze manier:
Elke mens spreekt; elke mens is een dier; dus enig dier spreekt.
Maar hierover is eerder vaker iets gezegd*).

  De vier termen van een hypothetisch syllogisme zijn echter afhankelijk van twee categorische syllogismen:
Als elke mens een dier is, leeft Pieter; maar elke mens is een dier; dus Pieter leeft, moet je zo reduceren:
Elk dier leeft; Pieter is een dier; dus Pieter leeft. Bewezen wordt de minor, omdat die niet in het hypothetisch syllogisme voorkwam.
Anders: Elke mens is een dier; Pieter is een mens; dus Pieter is een dier.
De hypothetische propositie is hier samengesteld uit de minor van het tweede en de conclusie van het eerste syllogisme.

  Probeer het met de vier indelingen van het hypothetische syllogisme. Je zult zien dat de vierde figuur niet wordt uitgesloten bij reductie, maar soms noodzakelijk gesteld wordt, tenzij je wilt omzetten, wat niet onmiddellijk is reduceren tot categorische syllogismen.


[ *)  Beeckman begon over syllogismen in 1618 (T. 1, p. 198); over hypothetische: T. 2, p. 263.]

Nat papier

Waarom nat papier doorschijnend is.

  Nat papier laat licht door, omdat alle poriën (die daarin meestal ongelijk zijn) met water zijn gevuld, en daarom is de breking niet zo ongeordend. Eerst sprongen de stralen namelijk steeds anders terug op die verschillende poriën; maar als ze gevuld zijn, vallen ze als het ware in op een aaneen­sluitend oppervlak, en worden ze alleen slecht gebroken in die poriën van de papier­materie, die geen water opneemt.

Holle lens

Door holle lens bekeken, waarom verder weg.

  Waarom lijkt iets verder weg als het door een hol glas wordt bekeken? Niet omdat het netvlies anders wordt geplaatst, want het holle glas verdeelt de stralen van het bekekene zodanig, dat het op zijn plaats kan blijven, maar omdat de hoeken in het oog die gemaakt worden vanuit delen van het bekekene, meer aan elkaar gelijk zijn dan van dingen dichterbij, bekeken met alleen het oog.

[ 335 ]
Op alle dingen worden namelijk middens gezien, die op nabije dingen aan de zijkant of recht voor ons gezien, veel van elkaar lijken te verschillen wegens de zeer verschillende hoeken; door een hol glas echter hebben ze verder weg, meer van de loodlijn afgaand, een grotere verhouding van de hoeken, nadat ze door het glas zijn gegaan, tot die dichterbij, dan voordat ze er doorheen waren gegaan.

[ Ned. ]

vitrum concavum   Door een hol glas*) lijken dingen die dichtbij zijn, verder weg te zijn, omdat door dit glas de hoeken van delen, bijvoorbeeld de middelste, van het bekekene als bijna gelijk verschijnen, wat niet zo is bij dingen verder weg.
Want wat dichtbij is, maakt vanuit het dichtstbij­zijnde midden een hoek naar het oog die veel kleiner is dan vanuit een verder verwijderd midden van hetzelfde ding. Zo is er een groter verschil tussen hoek bad en hoek dae dan tussen hoek eaf en hoek fac, wat met blote ogen altijd blijkt.

  Het moet dus geen wonder lijken als hetzelfde door zo'n medium, dat de hoeken gelijker maakt, verder weg lijkt dan met de ogen alleen. Voeg er nu bij het holle glas gh, en zie welke breking daardoor plaatsvindt van ca, fa, ea, da, ba; je zult zien dat de hoeken tussen het holle glas en a anders zijn dan ze zouden zijn geweest als ze rechtdoor hadden kunnen gaan naar a.


  [ *)  Deze notitie stond op p. 373 (bij 'Slijpen'), maar past hier goed.]

Angst

Waarom bij angst het lichaam plotseling koud wordt.

  Wie bang is, diens hele lichaam lijkt door koude te worden overweldigd.

  De reden is volgens de mening van Harvey, omdat dan het hart, trager bewegend, of één of misschien twee slagen overslaand, geen of minder nieuw bloed door de slagaders nnar de inhoud van het lichaam enz. uitzendt. En wanneer vuur dat samen met het bloed, ja zelfs een deel ervan dat in vlees is, voortdurend wegvloeit en overal doorstroomt, is het geen wonder dat het uitwendige van het lichaam bleek wordt en dat overal koude wordt waargenomen.


[ Ned. ]

[ 336 ]   [24] febr. - [eind maart] 1634

Zalf

Hoe zalven binnenin het lichaam komen.

  Zalven waarmee het lichaam gezalfd wordt, worden door de diastole van het hart eerst in de haarvaten, daarna in grotere en hiervandaan in het hart opgenomen.

Zand

Waarom zand droogt.

"  Sant drooght de vloer op omdat het bollekens synde, van de warmte ronsom aen veel kanten rakende, uytgedrooght wort, nadat het oock so van de vloer bevochticht is geworden."

Sterren

Wat er zal gebeuren als sterren zonnen zijn.

  Als alle vaste sterren Zonnen zijn*), verwijderen ze zich onvermijdelijk zo ver van elkaar, omdat ze elkaar onderling afstoten. Geen wonder dus dat zoveel ruimte ertussen overblijft, waarin maar weinig planeten gezien worden. Want het had kunnen zijn dat er geen enkele planeet rond deze Zon zou bewegen, die dan toch niettemin zo ver van de overige Zonnen verwijderd zou zijn.   [<]


  *)  Volgens Giordano Bruno [<,>].

[ 337 ]

Slinger

Mijn gelijkheidspunt wordt bewezen.

  Lichtere dingen, aan een zeer lang touw hangend, bewegen in het midden van hun terugloop niet sneller dan weinig voor dit midden, maar hoe zwaarder ze zijn, hoe groter dat verschil is, zo dat tenslotte duidelijk een verschil kan worden opgemerkt in de beweging tot aan het midden*). Hiermee kan mijn gelijkheidspunt bij vallende dingen [<] bewezen worden.

Muzikale sympathie van aan touwen hangende gewichten.

  Laat meer gewichten opgehangen worden aan gelijke touwtjes, en je zult zien dat als één gewicht in beweging gebracht is, de overige ook bewegen°). Hetzelfde zal gebeuren als er enkele hangen aan touwen van de halve lengte en misschien altijd indien de lengten van de touwen onderling muzikale verhoudingen hebben; althans zodanig dat die welke dichter bij gelijkheid zijn, door elkaar gemakkelijker bewogen worden, volgens wat ik eerder over de beweging van snaren geschreven heb [<].


*)  De slinger [<] werd behandeld door Galileï in Discorsi (Leiden 1638), p. 84, 167 [Engl. 84, 171], door Baliani in de Motu naturali (Genua 1638) p. 6 [p. 9, 12, 13], en door Cabeo, In Quatuor Libros Meteorologicorum Aristotelis Commentaria (Rome 1646) I, p. 99, 100 [Philosophia experimentalis (1686), p. 98]; waarnemingen uit 1629, volgens Riccioli Almagestum novum (Bologna 1651), I, p. 84-5.
°)  Chr. Huygens ontdekte en verklaarde 'sympathie' bij klokken in 1665. [>]

Psalm 46

Psalm 46 gecorrigeerd.

  In Psalm 46 sluit de re fa in de bovenstem de sol mi uit wegens een valse kwint, maar de mi in de bovenstem moet bij geen van de hoofdnoten passen, daarom wordt de kwart hier niet vermeden.   [<,>]

[ Ned. ]


[ 338 ]

Ademhaling

Waarom bij slapende kinderen de uitademing groter is dan de inademing.

  De reden waarom bij kinderen de uitademing groter is dan de inademing, wanneer ze slapen, lijkt te zijn omdat in het vlees veel wordt behouden van wat er door de systole van het hart wordt ingedrukt tijdens de diastole van de slagaderen, dat wil zeggen, wanneer ze goed groeien en dik worden. Dus het hart trekt tijdens zijn diastole veel nieuw en daarom zuiver bloed aan, en dat stuurt het tijdens de diastole van de rechterkamer naar de longen, waar het de longen prikkelt wegens de frisheid, en aanzet tot uitscheiding door uitademing.

[ Ned. ]

[ 339 ]

Psalmen

Verschillende psalmen onderzocht.

  In Psalm 40 wordt de mi vermeden in de 5e en 6e regel, misschien omdat die de voorlaatste noot is van een regel waarin bijna altijd cadensen komen. En daar deze mi met de fa erboven die één van de hoofdnoten is, klinkt als een verminderde kwint, lijkt deze dissonant de oren te scherp te treffen.

  Maar in Psalm 77 [<,>] wordt deze mi niet vermeden, omdat we daar niet blijven, maar de re en de sol terstond volgen, de beste noten van allemaal, en deze mi is hier alleen in het midden van de regel.


[ Ned. (vervolg) ]

  In Psalm 129, regel 3, in plaars van re re ut re mi sol re mi fa mi "singht de gemeynte te Dort": re re ut re mi sol fa mi re mi, omdat fa la in dezelfde psalm, eerste regel enz., sol re uitsluit. Want fa la stelt onder zich fa re, dus fa sol, dat is ut re, is een kleine toon, omdat deze lagere sol re de essentiële kwart is van deze toonsoort.
Dezelfde fa la, daar die ook is ut mi, stelt mi sol; dus mi re zou ook een kleine toon zijn als sol re zou worden toegelaten; en zo zou fa la, dat is ut mi bestaan uit twee kleine tonen, wat niet de echte kleine terts is.

[ 340 ]
  In Psalm 22 is fa sol, dat is ut re, een kleine toon en een grote toon. In de eerste regel staat namelijk fa re sol, en in de vijfde sol ut fa; hier blijft een grote toon over, in de eerste een kleine. Daar wordt namelijk van een kwart een kleine terts afgehaald, in de vijfde regel wordt van een kwint een kwart afgehaald.*)

  In Psalm 51, regel 2, mi mi re #ut; zo in Psalm 77 [<fa mi re #ut. Op deze manier wordt namelijk overgegaan van tonen en halve tonen naar de dichtst­bijzijnde consonant. De dichtst­bijzijnde is namelijk goed, ook al is het niet zo goed als een verder verwijderde. Toch wordt hij meer verkozen, omdat hij beter wordt herkend; de meer verwijderde is echter meer onbekend en wordt met meer inspanning bereikt. Dus wordt daar verkozen de kleine terts mi #ut, en hier de grote terts fa #ut, liever dan de kwart.   [>]


[ *)  Zie p. 136 (snaar) en Wikipedia, Reine stemming, met de verhoudingen 9/8 en 10/9 voor een hele toon.]

Lentewind

Waarom de wind in de lente Noortwest is enz.

  In de lente zal de wind noodzakelijk altijd Noordelijk zijn als de Aarde beweegt met een dubbele beweging, in de herfst echter Zuidelijk; maar de zee die voor ons westelijk is, wordt er met zijn damp dikwijls bij betrokken en dan wordt het N. W. Als deze echter niet wordt beïnvloed, is een Oostenwind sterk door de dagelijkse beweging van de Aarde, en wordt de wind N. O.; evenzo in de herfst door dezelfde oorzaken Z. W. en Z. O.

  Hierdoor is het in de lente na de equinox veel kouder dan in de herfst voor de equinox, ook wanneer de tussen­liggende dagen alles hebben weggenomen wat leek te zijn overgebleven van de winter of de zomer. Want in de herfst vriest het soms rondom de equinox, maar is het erna weer warm. En in de lente is het dan soms warm; maar erna, als deze ongewone wind ophoudt, is het weer koud zoals gewoonlijk.

Mieren

Waarom mieren grotere lasten dragen.

  Mieren dragen naar verhouding veel zwaardere lasten dan een olifant, omdat hun botjes en al hun kleine delen uit minder atomen bestaan. En daar een enkel atoom wat dan ook kan verdragen geldt dus: hoe minder er zijn, des te minder gaan ze uiteen; hoe meer er samengaan, des te fragieler is het samenstel.   [>]

[ Ned. ]

[ 341 ]

Eeuwige beweging

Eeuwige beweging van Scheiner.

Scheiner Disquisitionum mathematicarum [<] pag. 37, bewijst de eeuwige beweging slecht. Deze had namelijk op die plaats kunnen worden bewezen met mijn theorema dat hiervoor dikwijls is herhaald en in het begin van het boek bedacht en uitgelegd [<]: wat eenmaal beweegt, beweegt altijd, tenzij het van buiten wordt belemmerd.

[ Ned. ]

[ 343 ]

Psalmen verbeterd

Psalmen verbeterd.

  In Psalm 130, regel 3, zingt het volk sol fa mi re, omdat het van de vorige regel nog fa mi re in gedachten heeft. Zo is het ook zoals het past.

  Wanneer zo moeilijk psalmen te vinden zijn die geheel onberispelijk zijn, is het geen wonder dat deze eenvoudige compositie door Glareanus [<] zo op prijs gesteld wordt. Wat door het volk niet is goedgekeurd na lang gebruik, moet dus niet als een goed lied worden beschouwd.

  In Psalm 27, laatste regel, zingt het volk fa mi re mi fa re ut fa mi re.   [<,>]

Wind

Waar om de wind in de lente bijna altijd Noordelijk is.

"  Men seght: het laetste van Mey, het steertje van den winter".  [<]
Dit bewijst ook dat het in die tijd bijna altijd koud is, en dit doordat de wind dan bijna altijd een noordenwind is, die wordt teweeg­gebracht als gevolg van de jaarlijkse beweging van de Aarde.
Daarentegen zeggen de Fransen: "l'esté de Saint Michel", dat wil zeggen
"den Bamissomer*), die de boeren altyt verwachten, synde langhe na het aequinoctium al ist vóór het aequinoctium koele geweest";
want na de herfst­equinox moet de wind, op grond van de jaarlijkse beweging van de Aarde, bijna altijd Noordelijk zijn.   [<,>]


*)  Nazomer tijdens Bamis, dat is St.-Bavomis, 1 oktober.

Voedsel

Het fijnste voedsel wordt terstond verdeeld.

  In voedsel is altijd iets dat terstond wordt verdeeld. De maagportier wordt namelijk niet zo nauw gesloten dat het fijnste voedsel er niet doorgetrokken kan worden door de diastole van het hart. Hierdoor worden bij afsluitingen winden gevoeld, ook terstond na het innemen van voedsel; de krachten worden ook terstond hersteld.   [<]

Wind (2)

Dagboek 30 Apr. 1634.

"  30en April 1634 hadde de wint ontrent 7 weken Noort gestaen of N. O., sonder reghen, in Zeelant ende te Dort*). Nu isse Westelick, gisteren wasse S. O."   [<,>]


*)  Het was misschien op 30 april dat Beeckman Middelburg verliet, waar hij enige tijd was geweest om zich te oefenen in het slijpen van lenzen.

[ 344 ]   [2] mei - [7] juli 1634

Aardrotatie

Waarom de dagelijkse Aardbeweging niet alles van het oppervlak slaat.

  De ware en echte reden, mijns inziens, waarom door de dagelijkse beweging van de Aarde mensen en gebouwen enz. niet van de omtrek afgaan [<],
"(gelyck alle dynghen, die boven op een wiel ligghen door den draey daer af slyngeren)", is deze:*)

  Op elk rondgedraaid wiel bewegen alle delen ervan zich volgens het zwaartepunt van elk, tenzij ze door de samenstelling of met spijkers zo met elkaar verbonden zijn dat ze de toestand niet kunnen veranderen. Dit is te zien bij dingen die slechts (dat wil zeggen los) op een wiel worden gelegd of eraan grenzen; aangezien namelijk de vaart [impetus] van alle delen gelijk is, is het noodzakelijk dat alle deeltjes even snel bewegen als het zwaartepunt van het hele deel (waarover ik hiervoor [<] heel vaak gesproken heb).
Dus alle lijnen getrokken door een zwaartepunt moeten in elke stand met elkaar evenwijdig zijn.

  Gegeven een wiel dat beweegt van d naar e, en tegen de straal ligt een kleiner bolletje. Wanneer de straal od is, is de diameter van het bolletje daarmee evenwijdig.

rota
Maar wanneer de straal od langs of komt, terwijl de diameter van het bolletje steeds evenwijdig met zichzelf blijft, is het noodzakelijk dat hij nu loodrecht daarop staat en dat het punt s [b] nu de straal raakt. Het bolletje is dus voortbewogen in de richting van de omtrek van het wiel in zijn kwadrant.
Maar wanneer deze straal og heeft bereikt, raakt het punt t hem, en hoewel dit punt ook meer naar buiten ligt, dat wil zeggen dichterbij de omtrek, is het bolletje nu naar een ander kwadrant ervan voortbewogen.
Evenzo wanneer deze straal oh wordt, dan raakt punt a de straal, dat ook een kwadrant verder is van het middelpunt van het wiel. Wanneer de straal tenslotte weer od wordt, is het bolletje eenmaal omgedraaid, en het is evenveel voortbewogen naar de omtrek van het wiel als de omtrek van het bolletje, gemeten op een rechte.
Het tegengestelde zou gebeuren als bij dit gestelde het wiel zou bewegen van e naar d, omdat er dan niet wordt gedrukt tegen het bolletje, maar dan wordt het meegetrokken door de straal, en daarom zou het volgens een dergelijke redenering bewegen naar het middelpunt toe.
Wanneer dus bijna alles wat onder druk staat wordt gedwongen samen te bewegen, zien we dat op wielen gelegde voorwerpen naar de omtrek bewegen "(dit is oock de reden van de slynghers dat de steen daeruyt wechvlieght)". [<]


*)  Copernicus (Revol. I, cap. 8) gaf een pover argument: "het is een natuurlijke beweging".
Gilbert (De Magnete, Lond. 1600, p. 226): "De oceaan wordt door die beweging niet beïnvloed, daar niets tegenstand biedt, en ook alle lucht wordt rondgevoerd", en (p. 229): "uitvloeiingen hangen samen door aaneenschakeling van substantie, en zware dingen worden ook door hun zwaarte met de Aarde verenigd, tegelijk met de algemene beweging gaan ze voort, vooral daar geen weerstand van lichamen het verhindert".
Kepler (Epitome Astronomiae Copernicanae, Linz 1618, I, pars 5, p. 136): "dit alles, geplaatst in de binnenste welving en omstrengeling van de aantrekkende kracht en van lucht en bergen die samen bewegen, en zo rondgevoerd, geniet desniettemin de opperste rust".
Galileï gaf voor het eerst mechanische overwegingen voor de centripetale kracht in zijn Dialogo (Flor. 1632, p. 208), maar dit werk kwam pas later in Holland [>].

[ 345 ]
  Het is waarschijnlijk dat hetzelfde ook gebeurt op de Aarde, bewegend met de dagelijkse beweging. Maar omdat die elke 24 uur slechts eenmaal rondgaat, is het noodzakelijk dat dingen die erop geplaatst zijn maar eens in de 24 uur omdraaien, welke omdraaiing onmerkbaar is, daar die zeer traag is, en zeer gemakkelijk en ook onmerkbaar wordt overwonnen door de kracht die de dingen zwaar maakt.
  Dit wat ik gezegd heb te onderzoeken op een horizontaal geplaatst wiel.

  Als je een bol mn ophangt aan l, zodanig dat lp is opgericht op het vlak van het genoemde wiel, en alles bij l en m, n, p vrij kan bewegen, en mn steeds evenwijdig met zichzelf kan zijn, dan zal de bol niet trachten verder van het middelpunt te gaan of er dichter naartoe.

  De dagelijkse beweging van de Aarde is zeer traag, als je delen ervan in de buurt van het middelpunt beschouwt.

  Als dus een wiel dat naar geen kant overhelt, zou staan op een Aarde zonder zwaarte, zou dat wiel elke 24 uur eenmaal ronddraaien. Hetzelfde zou gebeuren met een bol die in water hangt, namelijk "indien der gansch gheen naecksel en ware, dat dit beletten konde."

Maan

Maan meer beïnvloed door vuurdeeltjes van Aarde dan wat dichtbij is, waarom.

  Dingen die wat verder van de Aarde vandaan zijn, zoals de Maan, daarop wordt meer gedrukt door de vuurdeeltjes ervan dan wat dichterbij is, omdat de vuurdeeltjes niet uit alle plaatsen van de Aarde komen, en daarom is dit laatste daartussen zo goed als verborgen. Voeg eraan toe de rondheid van de Aarde en de kleinheid van de vuurdeeltjes.
Neem bijvoorbeeld drie bergen zoals de Vesuvius of de Etna, die een stadium van elkaar af zijn, dan is het zeker dat aardse dieren die daartussen leven, er rustig vertoeven; maar hoe hoger de vogels zullen vliegen, des te meer zullen ze de gloed van die bergen waarnemen, ook als ze zich midden tussen drie van deze bergen in de hoogte bevinden.

Noten en tonen

  De voorlaatste noot van elke toonsoort is ook een hoofdnoot omdat daarin een cadens zit, en daarom is in de toonsoort ut sol ook re sol geldig. En in de toonsoort re la wordt ook altijd la mi gevonden.

Psalmi correcti.

"  Den 23 en Psalm moet in de la gesonghen worden, want het volck schout daer allomme de onderste mi, ende alsse kommen moet, so settenser fa voor. Daerom hadde behooren de b op de middelste regel te staen, ofte om tenor te houden de stellinghe van de noten te veranderen met eenen trap leeger te stellen ende de b onder de middelste linie; of diergelyck."

Psalmo 40, in regel 5 en 6, in plaats van mi wordt het ...*) omdat de valse kwint vermeden wordt. Deze mi wordt ook in de laatste regel vermeden.

Psalmo 133, in regel 1, in plaats van ut mi re ut zingt het volk ut mi fa sol.   [<]


*)  Hier lijkt de gezongen noot te zijn vergeten.

[ 346 ]   [2] mei - [7] juli 1634

Winden

Reden van winden op verschillende plaatsen als de Aarde beweegt.

  Als de Aarde beweegt volgens Copernicus [>] (onder de noordelijke pool, aangezien de wind er altijd Zuidelijk is, uit welke richting hij ook komt, ook als de Aarde in rust is) beweegt de wind in de tijd van de lente-equinox vanaf de pool van de ecliptica, maar in de herfst naar de pool van de ecliptica toe, en dit blijkt zo voor degenen die wonen onder de noordelijke pool enz. en dit omdat de dagelijkse beweging van de Aarde daar niet wordt ondervonden, en daarom geen jaarlijkse wind kan voortbrengen*).
Toch is het zo met deze jaarlijkse winden, ook al bewegen ze ten opzichte van de hemel op zekere tijden van het jaar naar de ecliptica-pool, of er vandaan, of in de tijden tussen de equinoxen naar tussenliggende plaatsen en er vandaan, dat ze ten opzichte van de Aarde toch elk uur vanuit een andere streek van de Aarde waaien.
Maar niet-jaarlijkse winden, die niet op de manier van deze beweging, maar van opstijgende dampen voortkomen, kunnen langere tijd vanuit één streek van de Aarde waaien, zoals hier ook gebeurt.

  Onder de equator is de wind altijd Oostelijk, omdat de beweging van de Aarde daar zo hevig is, dat een luchtstroom die als gevolg van damp soms uit het Westen komt, de Oostelijke beweging niet kan overwinnen. Maar buiten de keerkringen is de beweging van de Aarde, en daarom ook van de lucht die merkbaar uit het Oosten komt, langzamer; deze kan dus overwonnen worden door een Westelijke luchtstroom en dan wordt de wind merkbaar Oostelijk.

  Bezien moet ook worden of de luchtstroom die onder de equator uit het Westen komt, en niet kan doordringen of liever die niet in staat is de snelheid van de beweging van de Aarde bij te houden, in de richting van de polen afbuigt en daar niet anders wordt verdubbeld, dan rondom kerkgebouwen en torens [<]. Wat zo niet gebeurt met de Oostelijke luchtstroom, omdat die samen met de bewegende lucht zonder hindernis lijkt te bewegen.   [>]


*)  Zie hierover p. 171, 253, 265.
[ "Jaarlijkse wind" voor Lat. "ventum etesiam", zie Wiktionary, etesian, van Gr. 'etos' - jaar.]

Ham

Hammen te koken.

"  Men moet een hamme so mourow koken datmer een stroo doorsteken kan sonder dat het stroo breeckt. ..."
Dan kan deze door ons beter worden verteerd.

Angina

Hoe angina mensen te gronde richt.

  De heer Aegidius Bursius*), predikant te Middelburg, overleed op 20 April 1634 na de middag aan angina. Niet op de manier van vernauwing van de luchtpijp, maar omdat door koorts de polsslag versneld wordt, en daarom, volgens de mening van Harvey, het bloed dikwijls naar de longen wordt teruggebracht, en zich daar steeds van enige afscheidsels ontdoet die uit de borst moeten worden verdreven; wat lijders aan angina niet gemakkelijk kunnen doen omdat de spieren van deze plaats ontstoken raken, en daarom de luchtpijp moeilijk opent, sluit en pijn doet, op welke manier dan ook door de borst met lucht benauwd, zodat de zieke het uithoesten vermijdt en voortdurend uitstelt.


*)  Gilles Burs (1564 - 1634) studeerde in Gent en in Leiden. In 1589 werd hij predikant te Middelburg, en in 1607 ook 'rector oeconomicus' van de Latijnse school. In 1619, tijdelijk predikant in Utrecht, adviseerde hij tot de benoeming van Beeckman tot conrector. Zoon Petrus wordt hierna genoemd [>].

[ 347 ]
En zo wordt dan langzamerhand deze plaats van de longen zo gevuld, dat hij niet bevrijd kan worden. Dus moet geholpen worden met het uiterste middel: de luchtpijp moet worden blootgelegd, en met een pompje moet het verstikkende vocht er uitgehaald worden. Dit evenwel eerst proberen bij een levende hond.

[ Ned. ]

Zwaarte

Waar komt zwaarte vandaan.

  De heer Jacob Lansbergen [<,>] meent dat dingen zwaar worden omdat, zoals ik zei dat zout in de poriën van water dringt [<], zo ook salpeter kan dringen in dat zout; of dat iets dergelijks gebeurt, waarbij steeds het fijnere in de kleinere poriën dringt.

[ Ned. ]

Slijmvliesontsteking

Vanwaar de catarres bij koortsen.

  Daar koorts zoveel bloed naar het vlees stuurt, zoals ik heb gezegd [<], wanneer het bloed zo veelvuldig omloopt, neemt ook het hoofd zijn deel. Maar daar het hoofd, wegens de rondheid en de grootte, een klein oppervlak heeft, kan het de daar achtergelaten afscheidsels niet voldoende uitwasemen. Hierdoor ontstaan bij koortsen catarres.   [>]

Catarres, waarom bij koude voeten.

  Er wordt gezegd dat afkoeling van de voeten catarres opwekt. Want dat wat via de slagaders in de voeten moest worden uitgestort, wordt door de samendrukkende koude afgeweerd, dus het is geneigd ergens anders heen te gaan en onder andere ook naar het hoofd, dat zich (zoals gezegd) er niet even makkelijk van kan ontdoen als andere delen.

[ 348 ]
Waarom het warme gevuld wordt.

  Hoe warmer een lichaamsdeel is, des te meer het opneemt, omdat het meer wijkt voor de slagaders die er vocht inbrengen, en de slagader zelf zich daar meer kan verwijden.

Waarom een gebrekkig lichaamsdeel opzwelt.

  Een zwak deel verdrijft niet al het kwade, ontvangen van de slagaders, via de aderen, die het wegens gebrekkigheid niet voldoende helpt met zijn samendrukking. Dus de aderen halen al het kwade niet zoveel weg als ze gewoonlijk doen uit een sterker deel, en wanneer dit vaker gebeurt bij elke polsslag en er altijd iets aan het gebrekkige deel kan blijven vastzitten, ontvangt het tenslotte al het kwade van het lichaam; maar hoe meer het ontvangt, des te minder ontvangt het elke keer daarna, omdat hoe meer er weggaat in het hele lichaam, des te meer verdund wordt het gebrekkige deel per keer. Het ontvangt slechts zijn deel.

Bovenlucht

De hoge lucht is dichter.

Wanneer de havik wil rusten, zoekt hij het bovenste van de lucht op*). Hieruit kan worden begrepen dat de lucht daar dichter is, zoals ik eerder heb gezegd [<].


*)  Citaat niet gevonden. [ Ook niet in:
-  Conrad Gesner, Historiae animalium liber III qui est de Avium natura (1555), 'De Accipitre'.
Hierakosophion. Rei Accipitrariae scriptores, Par. 1612.]


Goud maken

Waarom niemand goud heeft gemaalt met winst.

  Chemici kunnen niet goud maken met zeer hoge winst, en wel om deze reden: Zij die deze kunst hebben uitgevonden, zijn of slecht of goed.
Als ze slecht zijn, zal de omverwerping van de totale menselijke maatschappij (die de verdedigers voorwenden) hun niet aan het hart gaan, als ze maar zichzelf en de hunnen te goed zouden kunnen doen, van wie tenslotte de kunst ongetwijfeld al in het openbaar zou zijn uitgelekt.
Als ze goed zijn omdat ze die gevonden hebben, zouden ze die gebruikt hebben om wel te doen aan goede mensen en aan de kerk van Christus. God geeft immers deze zo grote giften niet alleen aan hen ten geschenke, om ze alleen voor zichzelf te bewaren; of als ze God er niet onmiddellijk voor danken, geeft God hun niet het inzicht om die kunst absoluut geheim te kunnen of willen houden.

Niet oneindig deelbaar

Horten

"  Alle dynghen gaen by horten, ..."
zoals te zien is wanneer grote gewichten langzaam worden bewogen met machines. Hiermee kan worden bewezen dat alles niet tot in het oneindige bestaat uit iets deelbaars.

Lang uitspreken

Hoe een korte lettergreep verschilt van een lange.

  Als je een korte lettergreep wilt onderscheiden van een lange, spreek dan de klinker van de lange lettergreep tweemaal uit, zodat je in plaats van spelen zegt speelen.

[ Ned. ]

[ 350 ]

Zonnen en planeten

Afstanden van Zonnen en planeten tot elkaar.

  Als vaste sterren Zonnen zijn, zoals Bruno Nolanus [<,>] denkt*), moet niemand zich erover verwonderen waarom ze op een zo immense afstand van elkaar verwijderd zijn, terwijl de planeten van onze Zon veel dichterbij zijn, zodat er nauwelijks enige verhouding is tussen de afstand van Saturnus tot de Zon en tussen de afstand van de Zon tot Arcturus.
Want daar ze van zoveel licht voorzien zijn, stoten ze zich af van elkaar, en daar het overal vacuüm is, is er geen enkele weerstand, behalve van een andere Zon of vaste ster die deze striemt en steekt en verhindert dat deze daar verder vandaan gaat, zodat alle vaste sterren elkaar onderling afbakenen.
En als God meer Zonnen zou hebben geschapen, zouden ze onderling dichter bij elkaar zijn; als het er minder waren, zouden ze verder van elkaar zijn. En de planeten van elke Zon zouden naar die Zon geduwd worden, tenzij de Zon wegens de nabijheid meer zou kunnen doen door ze af te stoten naar een zo grote afstand, dai de afstotende kracht van de Zon gelijk zou zijn aan de kracht van de duwende sterren. Vandaar dat de grotere planeten verder van de Zon zijn.
*)  Giordano Bruno geeft deze mening op verscheidene plaatsen in zijn werken: Italiaanse dialogen, De Immenso et Innumerabilibus, p. 159 e.a.  Kepler verwierp het idee in Epitome astr. Copern. (4, I, 498), maar Galileï stond er achter (brief aan Ingoli, 1624).

[ 351 ]
  Hetzelfde oordeel moet er zijn over de planeten rondom Jupiter en, als ze er zijn, rondom Saturnus. Dus uit de afstand van de lichamen zal de grootte afgeleid kunnen worden en de krachten, hieruit de afstand.   [<]

Pest

Nut van Spaanse vliegen.

  Van Spaanse vliegen wordt gezegd dat ze het beste diureticum zijn, die bij de pest misschien veel goeds zullen opleveren. Doch opdat de nieren meer opnemen, moeten de lendenen verwarmd worden met verzachtende middelen enz.

Waarom de pest waken vereist.

  Bij pest*) moet ook gewaakt worden omdat dan geest [spiritus] uit de hersenen in de spieren vloeit die, daar hij warm is, maakt dat er heel veel doorstroomt, en dat zo vanuit het binnenste gemakkelijk kwade vochten naar de buitenkant van het lichaam geduwd kunnen worden.

  Bij pest blaartjes opwekken over het hele lichaam, of de zieke met twijgjes slaan, of zoals met mijn trekvat [<], zal veel opleveren, als ze de zieke al niet geheel van de ziekte zullen bevrijden. Kopglaasjes, geplaatst op 'emunctoria'°) doen hetzelfde op een deel, als mijn vat op het geheel.

  Lijders aan pest moeten oppassen voor damp die hun neus binnenkomt, of voor kwaadaardige voedingsmiddelen en drank. Want een andere toegang van het kwade tot in het lichaam is er niet, als gezorgd wordt voor veel uitwaseming.


*)  In de hete droge zomer van 1634 waren er veel gevallen van pest in Vlaanderen (ordonnantie magistraat van Hulst, 6 sept.).   [>]
[ °)  Lat. 'emunctoria', snuiters, uithalers. Ook: plaats op het lichaam waar iets uitgescheiden wordt, zie Joannes Hagius, Den lust-hof der medecijnen (Dordrecht 1616), p. 111: "Als onder de oxelen / wesende het Emunctorium vant tHerte. Inde Liesenen als Emunctorium vande Lever".
"Emunctorium, een afvoerend, reinigend, uitscheidend orgaan; iets wat dienstig is tot snuiten ...", volgens: Ernst Gabler / T. C. Winkler, Latijnsch-Hollandsch woordenboek over de geneeskunde en de natuurkundige wetenschappen (Leiden 1881), p. 98.]

Vasten

Vasten belemmert uitwaseming.

  Vasten doet niet zoveel uitwasemen als wat via de mond en de neusgaten wordt afgegeven; dit wordt namelijk, aangetrokken door het hart, terstond naar de buitenkant van het lichaam geduwd. Maar als de ingewanden leeg zijn, trekt het steeds trekkende hart teveel ven de buitenkant van het lichaam vandaan. Geef dus zoveel aan zweetdrijvende middelen als het hart bijna altijd verlangt. Zo zal datgene wat al naar de buitenkant is geduwd, niet terugkeren.   [>]

Hoofdpijn

Hoofdpijn ontstaat niet door damp die via de slokdarm opstijgt.

  Het is niet waarschijnljk dat damp uit de maag na het innemen van voedsel via de slokdarm opstijgt naar het hoofd en daar zo dan hoofdpijn opwekt, omdat de maag dan juist gesloten wordt; en wanneer hij geopend wordt wegens overvloedig aanwezige damp in de maagholte, komt er een oprisping. En als de maag open zou staan en iets van deze scherpe damp via deze opening zou opstijgen, zou een geur uit het voedsel waargenomen worden in de mond en de neusgaten.



Slypen.

  [ ... ] *)


  *)  6 pp [>]. Genoemde data: 1 juli - 12 aug. 1634.



[ 352 ]   juli 1634

Pokjes

Waarom pokjes verdwijnen bij buikloop.

  Bij buikloop verdwijnen de pokjes*) (ze slaen in), omdat als de ingewanden leeg zijn het hart langs deze weg niets aantrekt, en des te minder wanneer de beweging omlaag gaat; dus het trekt daar vandaan zelfs geen geest [spiritus]. Alles trekt het dus via de aderen uit de buitenkant. er moeten dus zweetdrijvende middelen worden toegediend via de mond, zoals theriak enz.

  De mechoacan°) wordt genoemd purgerend en na de purgatie niet samentrekkend, wat rabarber wel is.


[ *)  Lat. 'varioli', WNT: kinderpokken; Hagius 1616, p. 262: mazelen (vergelijk: "gepokt en gemazeld"); Joannes Tagaultius, Der chirurgyen instructie (Dordrecht 1621), p. 26: "De bloeyende pustulen ... Morbilli ende Varioli"; en van de eerder op p. 195 genoemde Cornelis van Someren, De Variolis & Morbillis tractatus, Dordrecht 1641, (A 5v): "de besmettelijke aanval van variolen, of de afschuwelijke plaag van pokjes", en (A 6r): "de materie van de Variolen is dikker", "die van de pest, dodelijk en epidemisch ... Peperkoren ... Kinder-pocxkenx", "Variolen ... Maselen".]
[ °)  De 'mechoacan' (een winde uit Mexico) staat afgebeeld in: Rembert Dodoens, Cruydt-Boeck (Leiden 1608), p. 709 (ander ex.) en wordt uitvoerig besproken in: Jac. Bontius, Oost- en West-Indische Warande, 1694, IV. Capittel, 'Van de Wortel Mechocanna en Jalappa'.]

Injectie

Aderen onmiddellijk vullen met geneesmiddel.

  Om onmiddellijk iets in de aderen te laten vloeien, niet via de mond en het hart, moet je een ader openen, als je wilt, achter een klepje. Druk met een vinger de ader samen onder de opening. Zet een buisje in de opening en, nadat was is aangebracht om de voeg af te sluiten, zal hetgene dat je in het buisje gedaan hebt in de ader worden getrokken, volgens de mening van Harvey, en je zult zien (als deze mening juist is) dat het vocht in het buisje minder wordt en dar het in de ader wordt gebracht.
Zo kun je misschien iets via de slagaderen inbrengen in welk deel van het lichaam je maar wilt, ik noem een spier.

  Zo wordt ook met alleen een opening lucht in een ader getrokken na een aderlating, wanneer chirurgen de ader onder de opening met een vinger samen­drukken, wat ze altijd doen.

Koliek

Reden en behandeling van koliek.

  Bij koliekpijn passen heel goed diuretica en het openen van uitmondingen van aderen in de ingewanden.

  Bij koliekpijn zit er wind in de grootste kromming van de ingewanden, en die gaat er met purgeren evenmin uit, als lucht in buizen van waterleidingen, die bovenin schuilt, eruit gaat door uitstromen van water, zoals eerder door mij is gezegd [<].

  Zwakte door koude enz. in een hoek van de ingewanden, maakt dat daar hangende wind niet uitgedreven kan worden. Met een laatkop moet die dus eruit getrokken worden, nadat eerst de lucht ter plaatse ijler is gemaakt.

  Op 7 juli was de buik van de heer van Someren*) vast, aan beide kanten van de navel, en het hield niet op na 4 klisteren en genoeg behoorlijke purgatie. Een laatkop deed het beter.

  Heel kleine openingen, die gaan door de buik tot in de holte van de ingewanden, gaan vanzelf dicht, nadat met een laatkop de lucht erdoor is uitgetrokken.   [>]


*)  Het lijkt weinig waarschijnlijk dat het gaat om de medicus Cornelis van Someren, eerder genoemd op p. 195 [en 352, extra noot: boek, 1641]. Misschien: Johannes van Someren, burgemeester van Utrecht.

Dierproef

Onderzoek van ingewanden.

"  Geeft een hont met een touwken wat in te slicken ende laet het heel door de dermen gaen ende let op alles; wie weet wat goets daervan kommen kan voor menschen."

Maag

Lucht in de maag.

  Bij wie als het voedsel uit de maag gaat, geen oprisping komt, moet de lucht die daar soms vrijkomt, via de ingewanden naar buiten gaan.

[ 353 ]

Lui

Bejaarden waren in de jeugd lui.

"  Stockoude lieden hebben in haer jonckheyt alwat leuw geweest; "
luiheid verteert immers weinig.

Pijn

Oude pijn tussen de ribben wordt behandeld.

  Op 15 juli heb ik aan de heer Aemilius voorgeschreven tegen een chronische pijn tussen de ribben, een verzachtend middel op het deel met de pijn en dat hij vaker zou plassen. Voeg zweetdrijvende middelen eraan toe; want zo trekt het hart materie aan die de pijn veroorzaakt, nu zachter gemaakt, en verdrijft het deze via de urine en de huid.


*)  Antonius Aemilius (1589 - 1660) [<], rector van de Latijnse school te Utrecht, was benoemd tot professor aan de pas opgerichte Illustere school aldaar (inauguratie 18/28 juni 1634 [zijn rede in: Illustris Gymnasii Ultrajectini inauguratio, p. 113-142]).

Koliek - 2

Behandeling van koliek.

  Tegen koliekpijn moet je de ingewanden vullen met veel brood en bier, opdat de lucht daarmee vermengd wordt. Want als de ingewanden vol zijn kan de lucht zich niet uitzetten, en is er niet meer pijn dan wanneer op de hand gedrukt wordt met een lap ertussen. Maar bij lege ingewanden verandert het minste vocht gemakkelijk in damp, en die doet de ingewanden uitzetten.   [<]

Aardbeweging

Waarom vaste sterren door de jaarlijkse beweging van de Aarde niet vermeerderd worden.

  Het Argument van Fromondus*), pag. 137, wordt opgelost op deze manier. Een optische buis, dat is een telescoop, vermeerdert de vaste sterren in meetkundige verhouding, maar de jaarlijkse beweging van de Aarde in rekenkundige verhouding. Er volgt dus niet uit dat de vaste sterren door de jaarlijkse beweging van de Aarde evenzo moeten worden vermeerderd, als door de telescoop.


*)  Libert Froidmont, Vesta sive Ant-Aristarchi vindex adversus Jac. Lansbergium ... In quo decretum S. Congr. S. R. E. cardinalium anno M.DC.XVI et alterum anno M.DC.XXXIII adversus Copernicanos Terrae motores editum iterum, defenditur (Antwerpen 1634).

Psalm

Psal. 117.

Psalm 117, regel 3, ut mi fa sol la sol.

[ Ned. ]

Hoest

Waarom wordt niet gehoest bij het krijgen van tanden.

  Degenen die tanden krijgen hoesten niet, misschien omdat vochten uit het hoofd via het verhemelte in de slokdarm afdalen naar de plaats van de pijn, getrokken langs een weg die overeenkoomt met de slokdarm.

  Degenen die last hebben van verkoudheid of hoest, bij hen daalt het vocht via het zeefbeen en de voorkant.


[ 354 ]   [15] juli - 1 aug. 1634

Zekerheid

Waarheid van beweging bewezen met iets dergelijks.

  Zoals de zekerheid van waken, dat wil zeggen dat we nu wakker zijn, niet onweerlegbaar kan worden aangetoond aan anderen of met argumenten, al is niets voor ons zekerder dan dit. Zo kan ook beweging niet worden aangetoond met iets dat zekerder is.
We zijn er zeker van dat we wakker zijn wanneer we waken; maar veel slapenden denken wakker te zijn, maar niemand die wakker is denkt te slapen. Veel zaken hebben dus een waarheid die niet is aan te tonen. Vergelijk dit met de theologische zekerheid dat we kinderen van God zijn.

[ Ned. ]

Onbrandbare pit

Onbrandbare pit.

  De heer Reyneri*) meent dat hij een kaarsenpit heeft die nooit opraakt. Maar als hij daarvoor goudstof in een geperforeerd buisje neemt, wat zal er dan gebeuren met het snuitsel [<] dat is ontstaan uit de olie, tenzij hij de olie eerst gedestilleerd heeft?


*)  Henri Reneri of Hendrick Reyniersz (1593 - 1639) [<] was in 1631 benoemd tot professor in Deventer (waar Descartes bij hem woonde), en in 1634 tot professor in Utrecht.

Kaars

Kaarsen die niet gaan trillen.

"  Een keerse en flickert niet van sacht roet gemaeckt. Bleyckse dan eerst ende doetter dan een harde huyt over om te handelen ende wit te syn."

Dit boek

  1e Aug. 1634. De heer Martinus Hortensius [<,>], professor in de wiskundige vakken aan de Illustere school te Amsterdam*), heeft dit boek van mijn meditaties gezien en met goedkeuring doorgenomen, na de heer Descartes [<] en de heer Mersenne [<] als derde [<].


[ *)  Oratio, 1634. Over B.'s oud-leerling Hortensius (1605 - 1639) zie K. van Berkel, Citaten uit het boek der natuur, 63-84, 'De illusies van Martinus Hortensius' (Amsterdam 1998). En: Dirk van Miert, Illuster onderwijs. Het Amsterdamse Athenaeum in de Gouden Eeuw, 1632 - 1704 (Amsterdam 2005).
Van hem is ook een Dissertatio de studio mathematico recte instituendo, in Hugonis Grotii et aliorum de omni genere studiorum recte instituendo dissertationes, 1637. En eerder o.a.:
-  Uitgave van Willebrord Snellius, Doctrinae triangulorum canonicae, 1627,
Dissertatio de Mercurio in sole viso et Venere invisa: Instituta cum ... Gassendo, 1633. Waarnemingen aan Saturnus (p. 58-59: 1625 en 1632) staan vermeld in een tabel in Joh. Hevelius, De nativa Saturni facie (1656), p. 7.]

[ 355 ]

Pest - 2

Waarom pest de 'emunctoria' beïnvloedt.

  Bij pest [<,>] worden juist de 'emunctoria'*) beïnvloed omdat ze in de buurt van grote vaten liggen en omdat de buitenkant van het lichaam, waardoor het hart gewoonlijk door middel van de slagaders het kwade uitdrijft, dichtgestopt is. Als de buitenkant namelijk niet dichtgestopt zou worden, zou het kwade er uitgaan door onmerkbare uitwaseming; maar nu kunnen de kliertjes minder weerstand bieden tegen het opnemen van het kwade.


[ *)  Zie p. 351 extra noot; plaatsen op het lichaam waar iets wordt uitgescheiden, oksels, liezen.]


Waarom de nieren veel serum ontvangen.

  Naar de nieren komt meer serum uit de slagaders dan naar andere delen van het lichaam, omdat deze dichtbij de aorta iiggen, waardoor het bloed er bijna onmiddellijk naartoe wordt gestuurd door het hart. En aangezien dit daardoor langs die weg nauwelijks ergens anders heen wordt gestuurd, dat wil zeggen in kleine delen, is het noodzakelijk dat het zich bijna geheel rondom de nieren ophoopt, zoveel namelijk, als er door door dit grote vat de aorta heengaat.
Zoals dus de inhoud van een slagader die naar de nieren gaat, zich verhoudt tot de grootte van een slagader die naar overige delen van het lichaam gaat, zo verhoudt zich het bloed en tegelijk ook het serum dat rondom de nieren wordt samengebracht, dat daar zijn serum afgeeft.

Venus, waarom bij pest te vermijden.

  Geslachtsgemeenschap moet bij pest vermeden worden omdat zaad, deel van het zuiverste bloed, voortkomt uit datgene waarvan het serum in de nieren nu gezuiverd is. En aangezien het iets is dat onmiddellijk uit het hart stroomt, herstelt het hart dit in de testikels terstond, omdat daar grote vaten heengaan, zoals over de nieren is gezegd; wat niet anders kan gebeuren dan door veel bloed uit de buitenkant van het lichaam aan te trekken in zijn holtes; en daarmee ontvangt het tegelijk het kwade, dat het al weggeduwd had naar de buitenkant.
En daar de nieren veel absorberen, zodat het zuiverste overblijft om naar de testikels te gaan, vereist hernieuwen van het zaad veel bloed, daar uit een groot deel ervan, het gezuiverde serum, slechts heel weinig zaad kan worden gemaakt.

Wie koortsig is moet zich niet toevertrouwen aan koude lucht.

  Iemand die last heeft van koorts, en die zich dikwijls begeeft in koude lucht, sluit op deze manier de buitenkant van het lichaam af, zodat het hart meer terugtrekt dan het er naartoe had gestuurd om uitgewasemend te worden; waardoor de aderen rondom het hart en de slagaderen gezwollen zijn door warm bloed, en de buitenkant bijna leeg is. Hierdoor gloeit het inwendige, en is het uitwendige koud. Want dat verzameld bloed is voor te stellen als een vurig kooltje, hebben we eerder gezegd [<].
Hoe dichter immers de materie is die warmte ontvangt, des te warmer is die. En wanneer zoveeel wordt weggetrokken, van de zichtbare buitenkant vandaan, wordt het uiterlijk bleek; en hoe meer dit plotseling gebeurt, des te slechter worden ze genezen door het harde en heel warme en zeer hevige wrijven dat de buitenkant van het lichaam opent. Er blijkt namelijk geen andere hoop om er af te komen.

Hoe melk naar de borsten gaat.

  Om te begrijpen op welke wijze bloed naar de borsten wordt gebracht, zoeken ontleedkundigen enige uitlopers uit de baarmoeder. Maar volgens Harvey moeten ze slagaders zoeken, waardoor meer daarheen kan worden vervoerd dan door aderen wordt teruggetrokken.

[ 356 ]
Nachtelijke dorst.

  Dorst ontstaat in de nacht door een vluchtiger deel van voedsel, dat uit de maag (tenzij vandaar een onmiddellijke weg is naar het hart of naar de lever) via de maagportier, de lever en het hart, wordt verspreid in het hele lichaam. Maar als het voedsel verteerd is wordt ook een meer verdund vocht verspreid dat minder scherp is en minder vurig, en als daardoor ook de slokdarm en de mond zijn bevochtigd via de gewone slagaders, houdt de dorst op.

Behandeling van catarre in de maag.

  Een catarre [<] die via de slokdarm neerdaalt en koorts opwekt lijkt cathartica te vereisen, opdat deze kwaal niet teveel via de aderen wordt verspreid, niet om het vocht terug te halen maar om het te weren; want er is geen teruggang mogelijk.

Dialogo

Wat ik van Galileï's Dialogo heb opgemerkt.

  1en Aug. 1634, toen Martinus Hortensius [<] mij had geleend*) de Dialogo van Galileo Galileï over de twee grootste wereldstelsels van Ptolemaeus en Copernicus, Florence 1632°), heb ik dit volgende erin aangetekend als lofwaardig of te verbeteren:

  Pag. 69/ 72/ 135. lin. 12/ 138. 2/ 159. 38/ 427. 4/ 23. 30/ 16/ 18/ 4/ 5/ 6/ 20/ 40/ 59/ 69/ 13/ 91/ 92/ 93/ 94. 1/ 373/ 381/ 189/ 141/ 148/ 151/ 152/ 153/ 158/ 162/ 166/ 171/ 173. 10/ 174. 5/ 175/ 178/ 180/ 186/ 206. 35/ 208. 5/ 211/ 212. 30/ 217/ 218. 20/ 221. 10/ 123/ 225. 40/ 226/ 229. 1/ 230. 7/ 233. 11/ 245. 2/ 246/ 328. 16/ 329/ 341/ 352. 1/ 354/ 356/ 371/ 374/ 380. 31/ 381/ 391. 32/ 392/ 398. 14/ 398. 35/ 399. 1/ 400. 20/ 401. 20/ 402. 20/ 416. 20/ 422. 22/ 427. 4/ 431. 32/ 433. 10/ 435. 1/ 441. 24/ 444/ 450/ 452.

  Pag. 69 [E: 62]. Vanaf een gladde Maan, zeg ik, komt er evenveel licht naar de Aarde als vanaf een ruwe, omdat licht niet op deze manier verloren gaat. De afstand kan het licht niet doen verdwijnen. Als de Maan niet ruwer was dan een muur, zou hij uit de verte er uit moeten zien als een spiegel. Pag. 72 [E: 64].

  Pag, 427, 4 [E: 395]. Galilei geeft geen reden voor de vertraging van een uur bij eb en vloed. Die lijkt evenwel in verband te staan met het middelpunt van zwaarte tussen Aarde en Maan, dat op dezelfde manier beweegt als deze vertraging. Men kan dus zeggen dat dit middelpunt de grondslag geeft van de verandering.

  Pag. 153 [E: 140]. "Als ghy op glat ys met schaetsen rydt, laet dan een bol uyt u hant vallen al rydende."

  Pag. 186 [E: 170]. "In een slyngher" beweegt een steen niet zoals Galilei beweert, maar hij wordt vanaf het middelpunt langs de omtrek weggeworpen, niet vanaf het laatste punt ervan. Zie wat ik eerder over deze zaak geschreven heb [<].

  Deze aantekeningen zal ik onderzoeken als de gelegenheid zich voordoet. +)


*)  Hortensius had bij Gassendi geïnformeerd naar de Dialogo, Peiresc stuurde een exemplaar via Mersenne. Hortensius kreeg een tweede (waarschijnlijk via Galileï). Beeckman leende een ex. van Hortensius, nam het mee naar Amsterdam (toen hij bij de Engelse brilslijper ging werken [>]) en leende het daar op 12 aug. uit aan Descartes, tot 14 aug. (brief in T. 4, p. 224).
[ °)  In het Engels van Thomas Salusbury (1661): p. 1-424 (figuren: eind van elke Dialogue), txt.
Dialoog over de twee voornaamste wereldsystemen (Amst. 2012), vert. Hans van den Berg.]


[  +)  Mogelijke citaten:
Pag. 69, onderaan: "terugkaatsing van dit spiegeltje ... van de muur" (vdB 2012: 129; Engl.: 62); zie B.'s notitie: gladde Maan.
72: "gepolijst zilver lijkt donkerder" (vdB: 132; E: 64).
135. lin. 12: "steen losgelaten in top van mast" (vdB 217; E: 123).
138. 2: "valt altijd op zelfde plek van schip" (vdB 221).
159. 38: "op de toren ... steen niet versneld" (vdB 251; E: 146).
427. 4: "De periode van 6 uur is dus niet geschikter" (vdB 607; E: 395); zie B.'s notitie: eb en vloed.

hellend vlak 23. 30, marge: "Rechte beweging kan van nature niet eeuwig zijn" (vdB 67; E: 20).
16, marge: "snelheid langs het hellende vlak" (vdB 56; E: 14).
18, bij figuur: "in de tijd ... CB, het andere ... CT" (vdB 59; E: 16).

 4-5, marge: "van de drievoudige dimensionaliteit" (vdB, 39; E: 4).
 6 , marge: "In natuurkundig bewijs niet ... meetkundige exactheid" (vdB 42). hellende vlakken
20, met figuur: "door alle traagheidsgraden" (vdB 61).
40: "veranderingen ... zien op de Maan" (vdB 90).
59, marge: "Licht weerkaatst van Aarde naar Maan" (vdB 116).
69 (ook als eerste), marge: "omstraalde Ster ... lijkt 1000× groter" (vdB 128).
13: "Jupiter ... van rechte beweging in cirkelvormige" (vdB 51).

91, marge: "Weerkaatsing van de zee zwakker" (vdB 156: E: 81).
92, ,, : "Donkerder delen van de Maan zijn vlak" (vdB 159).
93, ,, : "Op de Maan ontstaan niet dergelijke dingen" (vdB 159).
94. 1, ,, : "Op de Maan zijn geen regens" (vdB 160).
373, ,, : "Bezwaar tegen de jaarlijkse beweging" (vdB 537; E: 345).
381, ,, : "Exquise waarneming ... zomersolstitium" (vdB 547).
189: "een steen, weggeslingerd door een wiel" (vdB 290).

141: "ruimte onbegrensd, beweging ... eeuwig" (vdB 225).
148: "op de top van een Toren ... een kanon" (vdB 235).
151: "bij trekken aan de werpschijf [ruzzola] met het touw" (vdB 239).
152-153: "wanneer de werpschijf zou vallen op ijs" (vdB 241; E: 140); zie B.'s notitie: schaatsen.
158: "de samengestelde lijn der 2 bewegingen" (vdB 248).
162, marge: "Experiment met een renwagen" (vdB 254).
166: "gemeenschappelijke beweging ... onmerkbaar" (vdB 260).
171, marge: "schutters ... vogels in de lucht" (vdB 267).
173. 10: "bij het schot van de jager ..." (vdB 269).
174. 5: "zoals het Oostelijke doel ... omlaag gaat" (vdB 270).
175, marge: "hoeveel de schoten ... zouden afwijken" (vdB 271).
178: "vogels hoeven er niet over na te denken (vdB 275).
180, marge: "het argument van de vogels" (vdB 278).

186, marge: "ingedrukte beweging ... langs rechte lijn" (vdB 285; E: 170); zie B.'s notitie: slinger.
twee wielen 206. 35: "wiel ... zal de stenen wegslingeren" (vdB 313).
208. 5: "boot ... op een obstakel stoot" (vdB 314).
211, figuur: "twee ongelijke wielen" (vdB 319; E: 192, fig. 7).
212. 30: "de grote omtrek ... kleefstof, genoeg om hem vast te houden" (vdB 321).
217, marge: "De afstanden afgelgd door een vallend zwaar ding zijn als de kwadraten van de tijden" (vdB 327; E: 198).
218. 20: "gewicht ... Dit is niet van belang" (vdB 329).
221. 10: "kogel, om te komen vanaf het Maangewelf naar zijn centrum, nodig had 3 uur ..." (vdB 332).
223 (na p. 222: "wanneer de Aardbol doorboord zou worden door het centrum ... een kogel"): "de tijd die hij zou gebruiken bij deze tweede stijgende beweging ... gelijk aan de tijd van de val" (vdB 335).
kettingslinger 225. 40: "twee slingers ... Of ze meer of minder uitwijken" (vdB 339).
226, figuur, marge: "Oorzaak, die de slinger remt ...": "dichterbij punt A ... slingeringen kleiner, en frequenter ... een ketting" (vdB 340; E: 206, fig. 9).

229. 1: "de kogel ... in het Maangewelf ... zou de beweging van de Aarde ... inhalen" (vdB 343).
230. 7, marge: "Geen kennis over wat zware dingen beweegt ... dan de namen" (vdB 345).
233. 11: "Copernicus ... de aardbeweging volgen heeft een beperkte sfeer" (vdB 349).
245. 2, marge: "telescoop ... bovenin de mast" (vdB 364; E: 225).
246, marge: "Twee bewegingen gemaakt door de Telscoop" (vdB 366).

328. 16: "stralende objecten ... omringd door nieuwe stralen" (vdB 478).
329, marge: "Experiment ... vergroting van sterren" (vdB 480).
341 (met figuur): "lichaam van de Zon ... een zonnevlek" (vdB 494).
352. 1, marge: "Diameter van een vaste ster" (vdB 509; E: 325).
354, marge: "Manier om de schijnbare diameter van een ster te meten" (vdB 511).
356, ,, : "snijpunt van de stralen van de pupil" (vdB 514; E: 329).
371, ,, : "dat de Aarde een planeet zou zijn" (vdB 534; E: 344).
374: "planeten ... 3 buitenste ... achteruit gaan" (vdB 538).
380. 31: "plaatsen ... sterren ... minuten uiteen" (vdB 546).
381 (nogmaals): "armillairsfeer ... Archimedes" [<] (vdB 547; E: 352).
391. 32, marge: "Jaarlijkse en dagelijkse beweging compatibel" (vdB 360).
392, marge: "Experiment ... 2 bewegingen": "een teil water, een bal die daarin drijft" (vdB 561).

398. 14: "wonderlijk effect ... bij alle magneetstukken ... voor ons ... op het noordelijk halfrond ... is de zuidelijke pool sterker" (vdB 569; E: 368).  Verklaring: inclinatie, 'magnetic dip'.
398. 35: "met wapening [<] ... vergrootte ik de kracht" (vdB 570).
399. 1: "Ik heb die ... gezien ... 80 keer meer" (vdB 370).
400. 20, marge: "Ware oorzaak ... vergroting" (vdB 572; E: 370).
401. 20: "de vele raakpunten ... ijzer en ijzer" (vdB 573).
402. 20: "Magneet, die eerst van u was ... polijsten" (vdB 575).

416. 20: "water ... traject dat er is in 6 uur" (vdB 593; E: 386).
422. 22, marge: "Bij grotere diepte ... vaker" (vdB 601).
427. 4 (nogmaals): zie B.'s notitie hierboven: eb en vloed (vdB 607; E: 395).
431. 32, marge: "Water meer geschikt om verkregen impetus te behouden dan lucht" (vdB 613).
433. 10: "de lucht ... niet vast aan de Aarde" (vdB 615).
435. 1, marge: "Reizen op de Middellandse Zee" (vdB 617).
441. 24: "jaarlijkse beweging ... 3 keer zo groot" (vdB 626).
kwart cirkel 444 (met figuur), marge: "Fraaie problemen met bewegende dingen ... kwart cirkel": "gelijke tijden, of onmerkbaar verschillend" (vdB 630; E: 412, fig. 3).
450: "700 mijl per uur ... samen met de Aarde" (vdB 638).
452 (met figuur, Galileï's getijdentheorie): "de omdraaiing van deze evenaar" (vdB 640; E: 418, fig. 4).   [<].

aardbaan

[ 357 ]   [1] aug. - 15 okt. 1634

Beweging

Manier van bewegen.

  Een steen die 'nu' beweegt is op een wiskundige plaats en als zodanig beweegt hij niet. Maar het 'nu' beweegt op een natuurkundige plaats.

Warme zomer

Loomheid.

  Loomheid ontstaat als gevolg van te warme lucht, daarom voelen we ons in de ochtend, wanneer de lucht dichter is, veel beter.

Hoe lichaamskrachten behouden blijven.

  Lichaamskrachten worden behouden of liever voortdurend hersteld met veel voeding. Dat wil zeggen met wat gemakkelijk wordt verteerd, en zo dan rijkelijk door het hart wordt aangetrokken en met veel, dat wil zeggen koude lucht; koude lucht is immers dicht, en in een ruimte is er meer van dan van warme lucht, omdat warmte deze doet uitzetten, door vuur dat tussen de lichaampjes ervan vliegt, en ze door zijn beweging van elkaar scheidt.
En lucht die via de longen het hart bereikt, lijkt bij uitstek het instrument waarmee het hart klopt. Want niets wordt meer samengedrukt dan lucht en springt dan terug; het komt overeen met salpeter in buskruit, dat met zijn damp vlammetjes van zwavel overal heen jaagt naar de overige materie, via de poriën van het buskruit.

  Vandaar dat het kloppen groot wordt, hevig en frequent. De frequentie wijst namelijk, met deze twee erbij, op krachten. Het is namelijk een teken dat door het hart veel lucht en voedsel wordt verwerkt.

Pest - 3

Praecipitatum cum peste collatum.

  Wat men noemt praecipitaat, dat men in vlees laat dringen enz., mengt zich met vlees, en doordat het dit dichtstopt beperkt het de instroom van slagaderlijk bloed, en als dit ontbreekt sterft het vlees af en is het witachtig. Misschien werkt de pest [<] ook op dezelfde manier in het hart.
Gezocht moet dus worden een geneesmiddel dat, in het hart getrokken, met het venijn gemengd, dit zou kunnen verdunnen, zodat het niet langer zo hardnekkig aan het vlees van het hart blijft vastzitten en het zo via de slagaders kan worden verdreven naar de buitenkant van het lichaam.   [>]

[ Ned. ]

[ 358 ]

Hart

Lucht en vocht in het hart.

  Lucht in het hart is noodzakelijk; vocht in het hart wordt niet damp.

Kleuren

Wezen van wit en zwart.

  Hiervoor [<] heb ik gezegd dat de zwarte kleur ontstaat door onderliggende vlakke homogenea [<].

  Maar nu voeg ik eraan toe dat de witte kleur ontstaat wanneer de homogenea van het onderliggende heel scherp zijn, en hoe scherper ze zijn, des te meer zijn ze sneeuwwit.
Want een straal die invalt op een scherpe punt, valt op veel deeltjes uiteen; en daar twee homogenea van licht zelden invallen op hetzelfde wiskundige punt van het onderliggende, treft het homogeneum dat nu een scherpe punt raakt, deze op een andere plaats dan een homogeneum dat hem even eerder raakte of even later zal raken; dus de lichtdeeltjes worden in willekeurige richtingen verstrooid.
Maar bij vlakke homogenea vallen veel homogenea van licht op hetzelfde vlak, ook al vallen ze niet op hetzelfde wiskundige punt van het onderliggende.

  De overige kleuren*) ontstaan naar gelang de homogenea bestaan uit vlakten en scherpten: bij blauw meer vlak, bij geel meer scherpte. En de kleur van as bestaat uit vlakke en scherpe homogenea door elkaar.


*)  Misschien dacht Mersenne aan Beeckmans corpusculaire verklaring van kleuren (zie p. 106 hiervoor) toen hij schreef:
Degenen die alle lichamen samenstellen uit atomen van verschillende figuren, kunnen de kleuren herleiden tot de verschillende weerkaatsingen die daarbij plaats vinden ...
Maar bepaald zou moet worden welke figuur de atomen moeten hebben om wit, zwart enz. voort te brengen en hoe ze opgesteld moeten zijn om het licht te weerkaatsen en te breken ...
(Les questions theol., phys., Parijs 1634, p. 106-7).
Descartes sprak van meer of minder snelle rotatie-beweging van de deeltjes die het licht doorlaten (Les Météores in Discours, 1637, p. 257).

[ 359 ]
Reden van tussenliggende kleuren.

  De regenboog en een driehoekig glas geven een voorbeeld van het voortbrengen van tussen­liggende kleuren. Licht namelijk dat door een of ander deel van het glas gaat, komt afgedraaid naar ons oog; en van het bundeltje ervan ontvangt een hoek van een homogeneum in het glas enige stralen.
Zo ook bij de regenboog: dit punt van de Zon zendt sommige stralen naar vrij­geplaatste waterdruppels, en sommige misschien naar tussen­geplaatste dampen. Dus van een zelfde bundeltje verwekt een aantal stralen op de manier van een spiegel, en een aantal op de manier van onmiddellijke uitzending, verenigd op het netvlies in hetzelfde punt, iets van zulk licht, dat wil zeggen een kleur, van die soort.

Urine

Urine bevat iets steenoplossends.

  In urine zit iets dat de steen oplost, en wat er nu niet in zit, zal er misschien een andere keer in zitten, en wat nu in de nieren aaneengroeit, zal een andere keer oplossen. Zodat velen van de nierziekte, dat wil zeggen de steen in nieren en blaas, bevrijd worden door natuurlijke verandering.

  Van velen besmet de urine de pot met wijnsteen. Laat een gezond kind in de zo besmette pot plassen en zie of de wijnsteen niet zal worden weggenomen door zijn urine; als je deze urine hebt, bezie dan hoe die kan worden gebruikt of gescheiden, om iemand met nierstenen ermee te genezen.

Loop

Een bepaalde buikloop.

"  Abraham*) seght, als hy met syn schouwer ofte arm bloot licht, dat hy dan de loop kryght; maer als hy met syn heel lichaem bloot licht, dan niet."


  *)  Abraham Beeckman [<], broer van de schrijver, derde meester in Dordrecht, werd in jan. 1635 rector in Gorcum.

Vasten - 2

Waarom vasten gal in beweging brengt.

  Vasten [<,>] brengt door een kort vat en de galgang, wegens de voortdurende trekking van het hart, gal en zwarte gal in de ingewanden. Hoewel er namelijk niets getrokken kan worden bij gesloten maagportier, trekt het hart desniettein toch en volgt datgene wat er klaar voor is, via open wegen.

Verre vlam

Hoe ver een kaarsvlam gezien wordt.

Bruno Nolanus [<] zegt in in het boek La cena*), Dialogo tertio, pag. 52, lin. 19, dat een kaars gezien wordt over zestig mijl [<]:
Vanuit Otranto in Apulië zijn dikwijls te zien de kaarsen van Avellona [Vlorë], welke landen gescheiden worden door een groot stuk van de Ionische Zee.°)
Pag. 63. 9/ 69. 13/ 71. 31/ 73. 18/ 80. 1/ 106. 32/ 111. 32/ 113. 5/ 114. 7/ 118. 5/. #)


*)  Giordano Bruno, La Cena de le Ceneri, 1584.  [Tekst (1864): Wikisource. 'Het Aswoensdag­maal', 1 en 4 vertaald door Yond Boeke & Patty Krone in: Italiaanse dialogen, Amst. 2000.
The Ash Wednesday Supper, transl. (1-4) Stanley L. Jaki, 1999; ook: Hilary Gatti, 2018.]

[ °)  Daaraan voorafgaand (vanaf regel 19): "De omvang van een mensenhoofd is op twee mijl niet te zien, wat veel kleiner is dan een lantaarn ... te zien ... zestig mijl ver; zoals vanuit Otranto ..."]
[ #)  Mogelijke citaten:
Pag. 63. 9: "dat twee meer lichtgevende lichamen ... gezien worden door elkaar".
69. 13: "het zal gebeuren dat de Aarde met de stralen ... evenveel warmte gaat meedelen aan andere" (Aardes; bovenaan: "de Aarde zou even warm worden als de Zon").
71. 31: "dieren ... talloze individuen leven niet alleen in ons, maar in alle samengestelde dingen".
73. 18: "deze lucht is buiten de omtrek van de Aarde".
80. 1: "twee personen, de een op het varende schip, de ander erbuiten ... een steen laten vallen"
sferen Figuur, p. 98: sferen volgens Ptolemaeus en Copernicus.
106. 32: "eigenlijk een teken is, en niet een oorzaak" (r.29: "dat de Maan het zeewater beweegt").
111. 32: " ... dat de Zon beweegt om het eigen centrum. Maar niet om een ander middelpunt".
113. 5: " ... niets ... zonder finale oorzaak ... door welke oorzaak is de lokale beweging van de Aarde?"
114. 7: "dat er geen deel is van het centrum, en midden van de ster, dat er niet is aan de omtrek".
118. 5: "dat de toestand van koude gaat verminderen bij de Noordpool".]

[ 360 ]
Wat vorm is.

Dezelfde zegt in De la causa, principio et uno*), pag. 56. 24/ 61/ 63. 28/ dat hij lang de mening had gehad van Democritus, Epicurus, de Cyrenaïci, de Cynici en de Stoïci, die zeggen dat vormen niets anders zijn dan bijkomstige indelingen van de materie, omdat deze mening, zegt hij, grondslagen heeft die meer met de natuur overeenkomen dan die van Aristoteles. Bruno zegt:°)
Maar later, na meer rijp beraad, en na meer zaken te hebben bekeken, vinden we dat het nodig is twee soorten substantie te herkennen in de natuur, de ene die vorm is en de andere die materie is, omdat het nodig is dat er een substantieelste actie is, waarin de actieve potentie zit van alles; en verder een potentie en een subject, waarin niet minder passieve potentie zit van alles, in de eerste zit het vermogen te doen; in de tweede het vermogen gedaan te worden.
/76. 18/ 107. 26/. #)


*)  Giordano Bruno, De la causa, principio et Uno, Ven. 1584.
[ Transl. Robert de Lucca Cause, Principle and Unity, Cambr. 1998, Introd..]

°)  O. c. p. 63-64  [Engl. p. 55].
[ #)  Mogelijke citaten:
P. 56. 24: "te vragen ... hoeveel el stof zou nodig zijn om zijn kousen te maken?", r.20: "God de vader, die de hoogste hemel als baldakijn heeft, de sterrenhemel als zetel, en die zo lange benen heeft, dat ze reiken tot aan de Aarde" (Engl. p. 49).
61: "naar de kennis van de microcosmos ... met enige analogie".
63. 28: "Democritus ... Epicureeërs ... Cyrenaici, Cynici en Stoïci ... dat vormen niets anders zijn dan bijkomstige indelingen van de materie".
76. 18: "Of ook het vacuüm en het gevulde".
107. 26: "de wereldziel ... deze eenheid te leren kennen is het doel en eind van alle filosofie en natuur­beschouwing".]



Ongevoelig wordt gevoelig.

  Het is niet zo dat de Aarde voelt omdat dieren voelen die daarop en daaruit zijn ontstaan; of begrijpt omdat mensen als delen ervan begrijpen. Het is ook niet zo dat kaas voelt omdat maden voelen die daarin en daaruit zijn ontstaan, ja zelfs voelen ze niets anders dan kaas.



Slypen.

  [ ... ] *)


  *)  Zie p. 389-399.



Kind

Voor tijd van bevalling rekening houden met ongesteldheden.

  Bij het gissen van de tijd van een bevalling moet ten zeerste rekening worden gehouden met de tijd waarop vóór de conceptie de ongesteldheden zijn geweest; want zij die op de achtste dag na een ongesteldheid zwanger zijn geworden, lijken 14 dagen eerder te zullen bevallen, dan zij die zwanger zijn geworden op de derde dag nadat een ongesteldheid was begonnen.
Niet alleen dan namelijk, maar elke maand brengt de maandelijkse zuivering haar weeën, zodat daaruit ook de toestand van zwangeren voorspeld moet worden, om voorzorgs­maatregelen te nemen.

Slijmvliesontsteking door tanden krijgen.

  Bij het tanden krijgen wordt warme damp, uit het tandvlees komend, via de slokdarm enz. naar het hart gesleept zoals voedsel, maar voor dit vuur staat de maagportier altijd open. Voortdurend kietelen en jeuken wegens het doorkomen van een tand door de vliezen van het tandvlees wekt slijm uit het hoofd op, evenals wanneer we met de tanden op iets bijten, ook als het smakeloos is.
En aangezien dat aanhoudend gebeurt wordt dit, al valt er op elk moment heel weinig, na hele dagen toch veel en kan het de maag omkeren, en kunnen er afsluitingen en bederf komen, omdat het werkelijk veel is.

Hoe vaak een kind gezoogd moet worden.

  Een kind moet eens in de twee uur of daaromtrent worden gezoogd, opdat de melk goed verteerd is en niet bijna rauw uit de moederborst wordt getrokken. Het moet ook na enige tijd, ongeveer twee uur, een geneesmiddel drinken, opdat de melk in de maag verteerd kan worden; en het moet niet onmiddellijk na het geneesmiddel worden gevoed.

[ 361 ]

Afkooksel

Apozema

  Een afkooksel, met koud vermogen, dat naar het hart komt, verdunt daar de warmte teveel, zodat de warmte nu middelmatig is, zodanig dat die gemakkelijk naar de buitenkant van het lichaam kan worden gebracht en de voeding met voedsel tot stand kan brengen.

Het koude in werking.

  Bij zijn werking prikkelt iets kouds de maag al vóór iets warms, wegens de grote ongelijkheid, en zo wordt daaruit datgene verdreven wat niet veranderd of voorbereid is om naar het hart te komen. Zo ook wordt het vanaf de ingewanden door het knijpen omlaag geduwd, zodat het niet het hart kan bereiken.

Ei

Gewicht van delen van een ei.

  De dooier van een ei "woegh unciaß, het" eiwit unciaj, "de schale unciaij, gedaen door den apotheker Daniel Lansberghe." *)


*)  uncia is een 'uncia' (30,8 g), ß is 'semi' (half), j is 1, ij is 2.
[ Bbij de schaal zal bedoeld zijn: 'drachme', 3,8 g.]
Daniel Lansbergen (ca. 1600 - 1663) was zoon van Philips Lansbergen [<], en broer van Jacob L.


Gezondheid

Vaak last van vlooien is een teken van gezondheid.

"  Die van de vloyen veel gebeten worden, syn van gesonde nature, hebbende gheen feninighe dampen, want in Ierlant en syn gheen feninighe beesten, maer schrickelick veel luysen ende vloyen. Ten is dan niet gesont te slapen by yemant, die van de vloyen niet gequelt en wort. Die sieck geweest syn ende van de vloyen gebeten worden, dats een teecken dat se beginnen te genesen."

Bezoar en smiris.

  Als de steen bezoar, naar het lijkt, wegens de dunheid van de delen zweet­drijvend is, wat is dan fijner dan smiris waarmee ijzer wordt gepolijst [<]? Het moet dus heel goed gewreven worden, totdat glas ermee gepolijst is, en dan kan het toegepast worden. Het zal gemakkelijk via de aderen naar het hart worden gebracht en vandaar naar de buitenkant van het lichaam waar het, wegens de scherpte de vliezen prikkelend, zweet zal opwekken.

Menstruorum, partus et conceptionis tempora.


...



[ 362 ]


...



Wind voorspellen

Voor wie winden gaat voorspellen zijn er vijf overwegingen.

  Wie veranderingen van winden wil voorspellen moet weten dat er volgens de hypothese van Galileï, in 'Over eb en vloed van de zee'*) tweemaal per dag een aanleiding is voor verandering, tegelijk met eb en vloed, maar omdat er lucht is boven de Aarde gehoorzaamt deze misschien minder aan die beweging, omdat hij te vaak terugloopt.

  Ten tweede, bij elke lunatie tweemaal tegelijk met eb en vloed (sprynckvloet zeggen we hier), welke beweging, doordat deze langer duurt en dan enige dagen sterk is, de lucht meer tot volgzaamheid dwingt.

  Ten derde, elk jaar tweemaal (of zoals ook bij de voorgaande viermaal) bij de equinoxen en solstitiën, welke beweging, doordat deze enige weken duurt, nog meer wordt gevolgd door de lucht. Hieruit ontstaan de jaarlijkse winden [<].

  Ten vierde ondervinden verschillende klimaten op verschillende manier invloed van de dagelijkse en de jaarlijkse beweging. Winden gedragen zich namelijk anders onder de polen, waar de dagelijkse beweging niets vermag, dan onder de eqautor enz.

  Ten vijfde doet de ligging van de plaats heel veel. Zeeën brengen namelijk meer wind bijeen dan landen, bergen weren winden ook; zo hebben de Chinezen de zee in het Oosten, de Europeanen in het Westen.

  Wanneer dus deze vijf of de meeste samenwerken voor een en dezelfde wind, wie kan dan niet zeker weten dat die zal ontstaan?


*)  Zie over dit manuscript p. 171, 205, 281 en 321. Galilei gaf dezelfde verklaring in zijn op p. 356 hierboven aangehaalde Dialogo (1632), 'Giornata quarta' (p. 409-458).
[ Engl. (1661), p. 379; Ned., 2012, p. 584.]


Koorts

Weinig materie van koorts.


...



Pest - 4

Waarom pest kort voor de dood met vlekken besmet. Behandeling ervan.


...



[ 363 ]


...



[ 364 ]


...



Exterooghen ende wratten te genesen.

"  Galbanum curat [geneest] de exterooghen aen de voeten; secretum, inquit Petrus Bursius*). Ego vero curavi myn wratten aen myn vyngher, die eerst wat in water weykende, dat afsnydende, dan daerop leggende 4 of 5 daghen langh altyt versche diachylum [<] cum gummis, ende telckens al nader afpeuterende tot datse so diep was als het ander vel. Daerna, ex consilio D. Lansbergij [>], streeck ickse met oleo vitrioli, doch of dat noodich was, en weet ick niet seker."


*)  Geneesheer te Middelburg, zoon van Gilles Burs [<].


[ 367 ]
Holle spiegels  

Speculo concavo res in aere representare.

  Cum autem [<] in concavo speculo imago tua inter te et speculum apparet, sit locus intersectionis omnium unius penicilli radiorum, ubi pictura in papyro apparet pro ipso visibili. Speculo vero concavo, post intersectionem hanc applicato, radij ab eo reflexi in oculo nostro idem faciunt ac si illic esset verum visibile; cum in hoc loco imago sit inversa, in oculo nostro erit erecta. Si vero oculum inter speculi concavi centrum collocaveris, omnia extra cubiculum hoc obscurum, per concavum in foramine positum, radiantia magna et clarissima apparebunt, eo modo quo fit in telescopijs*).   [<]
Met holle spiegel dingen in lucht voor ogen stellen.

  Als nu [<] in een holle spiegel jouw beeld tussen jou en de spiegel verschijnt, laat dan het snijpunt van alle stralen van één bundel zijn, waar het plaatje ('schilderij' [<]) op het papier verschijnt als dat wat zichtbaar is. En met een holle spiegel, achter dit snijpunt opgesteld, doen de daardoor weerkaatste stralen dan in ons oog hetzelfde als wanneer daar het echte zichtbare zou zijn; terwijl op deze plek het beeld omgekeerd is, zal het in ons oog rechtop staan. En als je het oog binnen het middelpunt van een holle spiegel plaatst, zal al wat buiten deze donkere kamer straalt door middel van een holle, in de opening geplaatst, groot en zeer helder verschijnen, op die manier waarop het gebeurt in telescopen*).

  *)  25 okt. 1634 was Beeckman in Delft, bij zijn zieke vriend Van Berckel. [ Hij zal ook de 'man in Delft' (genoemd op p. 396) bezocht hebben die hem zijn telescoop geleverd had. De spiegel wordt al genoemd in 1626 (<).]
  [ Holle spiegel, voorwerp buiten middelpunt: omgekeerd reëel beeld, in de lucht hangend (op te vangen op papier). Tweede holle spiegel, dicht daarbij: vergroot virtueel beeld (normaal te zien, nog steeds omgekeerd).]

[ Ned. ]

Gezondheid - 3

Na het innemen van voedsel worden we koud.

  Terstond na het innemen van voedsel trekt het hart veel aan van de buitenkant, omdat het binnenste gesloten is. Daarom worden mensen dan koud en is het voor hen gevaarlijk bij lijders aan pest aanwezig te zijn.   [<]

[ 368 ]

Wie aan pest lijdt moet vasten vermijden.

  Als vasten puistjes geneest (zoals het gewoonlijk doet), vermeerdert het koortsen, omdat het hart het kwade ervan aantrekt. Dus bij pest moet vasten worden veremmden.   [<]


Kwaadaardige koortsen behandelen met een badstoof.


...


[ 369 ]   15 okt. - [nov.] 1634

Beweging blijft

Motus quomodo non aboleatur.

  Twee lichamen, die met gelijke kracht elkaar tegemoet gaan, komen tot rust, tenzij ze terugstuiten, maar dan worden ze zo samengeperst dat ze, als een andere gelegenheid zich voordoet, weer ontspannen en meer gaan bewegen dan deze gelegenheid met zich meebrengt; zó dat voor alle delen met het stuiten enz., samen genomen, de vorige beweging behouden blijft en hernomen wordt, zoals een ingedrukte stalen lat bij gelegenheid terugspringt [<].
Dus blijft beweging, eenmaal door God geschapen, niet minder dan lichamelijkheid zelf tot in eeuwigheid behouden [<].
  [<]




Home | Isack Beeckman | 1634 v (top)