Home | Beeckman | < Vertalingen > | Index

Beweging , Bacon , fluit


Isack Beeckman - 1623 v b



[ 245 ]   16 april - 6 juli 1623

Beweging    

Motus minimus an detur.

Of er een kleinste beweging is.

Basson, Libro de Motu [p. 410], existimat dari minimum motum, procul dubio etiam existimaturus esse minimum tempus.

Basson, in het boek over Beweging [<], meent dat een er kleinste beweging bestaat, en ongetwijfeld zal hij ook menen dat er een kleinste tijd is.

  At quis comprehendat ingenio atomum unam non posse, nisi totum, suum locum mutare, id est non posse fieri ut locum pristinum non totum reliquerit, et cum parte sui extra priorem locum extet? Nec sectio in infinitum concludit atomum tempore finito nullam longitudinem, licet brevissimam, posse percurrere, quia etiam tempus finitum in infinita tempora secari potest. Quid mirum igitur, si atomus talem longitudinem tali tempore percurrat?   [<]   Maar wie kan met het verstand begrijpen dat één atoom niet zijn plaats kan veranderen tenzij geheel, dat wil zeggen dat het niet kan gebeuren dat het niet geheel zijn vorige plaats opgegeven heeft, en gedeeltelijk buiten zijn eerdere plaats uitsteekt? En ook houdt een oneindige verdeling niet in dat een atoom in een eindige tijd geen enkele lengte, hoe klein ook, kan doorlopen, omdat ook een eindige tijd in oneindig kleine tijden verdeeld kan worden. Wat is er dus wonderbaarlijk aan, als een atoom zo'n lengte in zo'n tijd doorloopt?

Divisio realis in infinitum an fiat.

  Ego vero, cum statuo atomos, non tales imaginor ut nequeam eas mente dividere, sed tales quae, cum poris careant, reipsâ nequeant dividi. Divisio quae fit mente, Aristotelem coëgit quodlibet corpusculum in infinitum secare; atomorum constitutio Bassonem coëgit describere tales atomos quae mente nequeant dividi ulterius, quales animus humanus non capiat.

Of er een echte verdeling in het oneindige is.

  Maar ik, terwijl ik stel dat er atomen zijn, stel me die niet zo voor dat ik ze niet in gedachten kan verdelen, maar zo dat ze, daar ze poriën missen, in werkelijkheid niet verdeeld kunnen worden. Verdeling in gedachten bracht Aristoteles ertoe een willekeurig deeltje tot in het oneindige te snijden; de vaststelling van atomen bracht Basso ertoe zodanige atomen te beschrijven, die in gedachten niet verder verdeeld kunnen worden, dat de menselijke geest ze niet kan vatten.
[ 246 ]
Punctum igitur non est atomus corporis, nec motus dividitur in minimum motum, nec spacium in minimum spacium, nec tempus in minimum tempus. Ex momentis enim non fit tempus secundum Peripatheticos, nam inter quaelibet duo momenta est tempus. Atque etiamsi non satis queam explicare quae sit ea temporis natura, quisque sit processus inter duo momenta disjuncta, id tamen non magis mirum videatur quam spacij in infinitum protensio, aut temporis aeternitas, aut corporum in immensum extensio, aut natura interior atomorum, quam dicimus corpus.

Een punt nu is niet een atoom van een lichaam, en beweging is niet te verdelen tot op de kleinste beweging, en ruimte niet tot op de kleinste ruimte, en tijd niet tot op de kleinste tijd. Uit momenten ontstaat immers geen tijd volgens de Peripatetici, want tussen twee willekeurige momenten is er tijd. En ook, al kan ik niet goed verklaren wat tijd eigenlijk is, en hoe de voortgang is tussen twee afzonderlijke momenten, dit schijnt toch niet wonderlijker dan een voortzetting van de ruimte tot in oneindige, of eeuwigheid van de tijd, of uitgestrektheid van lichamen tot in het onmetelijke, of een inwendige natuur van de atomen, die we als lichaam stellen.

  Bene igitur Veteres: Deus omnia creavit pondere, tempore et mensurâ. Quid sit illud pondus, quid natura temporis, quid continuitas spacij, omnem captum nostrum superare videtur. Pondus dixerunt corporeitatem, mensuram spacium quodlibet; ex atomo vero spacij et temporis oritur motûs omnis aequalitas ejusque secundum solas quietes variatio.   Terecht zeiden dus de Ouden: God schiep alles met gewicht, tijd en maat. Wat dat gewicht is, wat het wezen is van tijd, en wat de continuïteit van ruimte, schijnt al ons begrip te boven te gaan. Gewicht hebben ze lichamelijkheid genoemd, en maat een of andere ruimte; en uit een atoom van ruimte en tijd onstaat alle gelijkmatigheid van beweging en de verscheidenheid ervan uitsluitend volgens rustpunten.
Unde id, quod ante [<] toties ursi de motûs semel inchoati perpetua continuatione, omnino everteretur. Quod tamen multo est verisimilius. Cur enim id quod in vacuo movetur semel, aliquando quiesceret? Quod tam necessarium videtur quam si id quod semel quiescit, non semper quiesceret, quamdiu ab alio non moveretur. Etsi igitur in motu nonnihil sit quod non intelligimus, et tamen, datum, non minus absurdum videtur negare per se posse quiescere, quam corpora evanescere in nihilum. Waardoor datgene, wat ik hiervoor [<] zo vaak heb benadrukt over voortdurende voortzetting van een eenmaal begonnen beweging, geheel omver geworpen zou worden. Wat toch veel waarschijnlijker is. Want waarom zou dat wat in vacuum eenmaal beweegt, ooit tot rust komen? Wat even noodzakelijk lijkt als te zeggen dat wat eenmaal in rust is, niet altijd in rust zou blijven, zolang het niet door iets anders bewogen werd. Ook al is er dan bij beweging het een en ander dat we niet begrijpen, toch staat vast dat het even absurd lijkt, te ontkennen dat iets vanzelf in rust kan blijven, als dat lichamen verdwijnen in het niets.

  [ Van het bovenstaande is een afbeelding te zien in Beeckmans handschrift.]
[ Lat. ]


[ 276 ]

Bacon: water wordt lucht    

Aquam in aerem non verti probatur per vitrum quo calor examinatur.

Water verandert niet in lucht, bewezen met het glas waarmee warmte wordt onderzocht.

  Den 12en Decemb. 1623.

Francis. de Verulamio in Historia sua ventorum*), ad Articulum 8 Inquisitionis topicorum particularium, Aphorismo 23, pag. 111, dicit aquam verti in aerem et capere locum centuplo majorem [<], ideoque per totam hanc Historiam putat facillimo negotio fieri aquam resolutam in vapores, atque ita statim fieri novum aerem.

  De 12e december 1623.

Francis Bacon zegt in zijn Verhaal van de winden*), bij Artikel 8 van het onderzoek van bijzondere onderwerpen, Aforisme 23, pag. 111, dat water in lucht verandert en een honderd keer zo grote ruimte inneemt, en daarom meent hij in heel dit Verhaal dat water op heel gemakkelijke manier ontbonden wordt tot dampen, en dat er zo terstond nieuwe lucht ontstaat.

  At hîc videtur hallucinari, cum ejus conversionis nullum probabile argumentum ullubi protulerit. Atque aer in diarijs, quibus frigus et calorem temporis exploramus [<], brevi aer auctus, aut diminutus, foret, et instrumentum id nullius usûs ferme. Cujus contrarium aut jam patet, aut experiri possumus, si observemus an sequenti anno die, aequaliter calido, eadem altitudo liquoris deprehendatur in tubo; nam integro anno vel periret omnino aer in aquam versus, atque ita vitrum plenum foret usque ad summum capitis, aut valde auctus, deprimeret omnem liquorem ex tubo. Augeri autem poterat ex liquore sensim, in aerem intra vitrum verso.   [>]   Maar hier schijnt hij te bazelen, daar hij van deze overgang nergens een aannemelijk bewijs naar voren gebracht heeft. Maar ook zou de lucht in dagglazen, waarmee we de koude en warmte van het weer onderzoeken [<], in korte tijd zou de lucht vermeerderd of verminderd zijn, en dit instrument zou dan van bijna geen nut zijn. Het tegendeel ervan blijkt, of kunnen we ondervinden, als we waarnemen of in het volgende jaar, op een dag die even warm is, dezelfde hoogte van de vloeistof in de buis wordt bevonden; want in een heel jaar zou de lucht wel geheel verdwijnen, overgegaan in water, en zo zou het glas vol zijn tot bovenin de kop, of de lucht zou zeer toegenomen zijn, en alle vloeistof uit de buis drukken. En het toenemen zou geleidelijk gegaan kunnen zijn, binnen het glas van vloeistof veranderd in lucht.

  *)  Francisci Baronis de Verulamio, Vice-Comitis Sancti Albani, Historia naturalis et experimentalis (Londen 1622). Dit is deel 3 van de Instauratio Magna, met 'Historia ventorum' op pp. 29 - 246.  [Heruitgave van dit deel: Leiden 1648, p. 44.]   [<,>]
[ Lat. ]



[ 278 ]   12 dec. 1623 - [20] jan. 1624

fluit, met gaten a, b, c ... h

Fluit

Inrichting van muzikale pijpen.

a   pink van rechterhand.   klinkt met alle gaten dicht ut
b ringvinger van rechterhand. c open klinkt re
c middelvinger van rechterhand. c, d open klinken mi
d duim van rechterhand. c, d, e open klinken mi
e wijsvinger van rechterhand. c, d, e, f open klinken ut, sol
f middelvinger van linkerhand. c, d, e, g open klinken re, la
g wijsvinger van linkerhand. c, d, e, f, g open klinken mi
h duim van linkerhand. c, d, e, f, g, h open klinken fa
h alleen open, overige dicht sol

Dit is de inrichting van pijpen die onze Basirius heeft gebruikt in Frankrijk te Rouen.*)   [<]


*)  Beeckman was in Rouen in 1612 [<]. Toen was Jean Titelouze (1563 - 1633) daar organist van de kathedraal. [Brief aan Mersenne over een vraag van Beeckman: IV, 169.]
[ "Noster Basirius": Isaac Basire (1607-1676) kwam als 16-jarige in Rotterdam op school.]

[ Lat. ]



Isack Beeckman | 1623 v b (top) | vervolg