Home

Isack Beeckman

(1588 - 1637)

"van wonder tot gheen wonder"

Kaarsenmaker, buizenlegger, leraar en rector, maar ook levenslang student en vragensteller: "Hoe kompt het?". Op het gebied van de natuurkunde had hij vernieuwende ideeën over beweging: "dat eens roert, roert altyt, soot niet belet en wort". Ook over luchtdruk (i.p.v. 'fuga vacui'), en kleinste deeltjes.  1 

Journal

Beeckman heeft niets gepubliceerd; hij werd nog geen vijftig, en kon zijn werk niet afronden. Een manuscript met zijn aantekeningen bleef bewaard, en is met zeer veel zorg uitgegeven door C. de Waard.  2 

  1. 1604 - 1619: in Zeeland
    1604/12 ,  1613 ,  1614 ,  1615 ,  1616 ,  1617 ,  1618 ,  1619
    Latijn   .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

  2. 1619 - 1627: in Utrecht en Rotterdam
    1619 ,  1620 ,  1621 ,  1622 ,  1623 ,  1624 ,  1625 ,  1626 ,  1627
    Lat.   . . . . . .. .. .. .. .. .. .. ..
    Collegium Mechanicum: geluid, beweging, molens, huizen, rivier, rook.

  3. 1627 - 1634: in Dordrecht
    1627 ,  1628 ,  1629 ,  1630 ,  1631 ,  1632 ,  1633 ,  1634 ,  1635
    Lat.   .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

  4. Supplement, o.a.
    Auteurs voor studie in de wiskundige vakken, volgens Rudolph Snellius.
    Promotie: rede, stellingen (v).   Lectio: openbare les in Dordrecht (v).
    Index.

    Appendices, o.a. uittreksels uit Stevins geschriften.


Catalogus Librorum  1 : boeken-veilingcatalogus (1637), hier met een alfabetische lijst van auteurs over natuurwetenschappen.

Vertalingen van notities uit het Latijn.
Vertaling van brieven aan Mersenne.

Overzicht van bestanden (Site Map).




Curriculum vitae

1588, 10 dec.  geboren te Middelburg (vader: kaarsenmaker en buizenlegger)
1607-1610 studie te Leiden (letterkunde, filosofie, zelfstudie wiskunde)
1611-1616  kaarsenmaker en buizenlegger 3  te Zierikzee
1612 op reis, o. a. naar de protestantse academie te Saumur (juni - nov.)
1616, mei verhuizing naar Middelburg (broer Jacob was nu rector in Veere)
1618, 6 sept. promotie in de geneeskunde te Caen (De febre tertiana)
1618, nov.   Breda, ontmoeting met Descartes
1619, nov.   benoeming tot conrector van de Latijnse school te Utrecht
1620, 20 apr.    trouwt met Catelyne de Cerf, "oudt 191/2 jaer" (vader: wagenmaker)
1620,  dec. verhuizing naar Rotterdam (deelt in Jacobs rectorsalaris)
1624, nov. benoeming tot conrector te Rotterdam (al eerder gaf hij er lessen)
1627, mei benoeming tot rector te Dordrecht (de school werd 'illuster')
1637, 19 mei  overleden te Dordrecht  4 
Zie ook: lijst van genoemde dagen uit zijn leven.


In 1613 wilde Beeckman predikant worden. In 1626 schreef hij:
In de philosophie moetmen altyt procederen van wonder tot gheen wonder, dat is te segghen, men moet so langhe ondersoecken totdat hetgene ons vrempt dunket, ons niet meer vrempt en schyndt; maer in de theologie moet men procederen van gheen wonder tot wonder
Het eerste lag hem kennelijk beter dan het tweede, en de geneeskundestudie was toen misschien wel de beste opleiding daarvoor. In het Journaal kunnen we — beter dan in een afgerond product — het proces van nabij meemaken. In 1618:
... God beschict beyde: hetgeen dat wy weten, en hetgeene dat wy niet en weten. Maar hetgeene wy door neersticheyt ondervonden hebben en seecker weeten, daer laet hy geern ons den autheur van genoempt worden; maer hetgeene, dat wy noch niet seecker ende sonder foute doen en connen, daer wilt hy noch den beschicker van genoempt worden, tot dat wyt oock eens seecker comen te weten.
Zelf een wonder maken kon hij ook, zoals: snaren van een muziekinstrument schijnbaar vanzelf laten bewegen (1617).

Na een notitie over de duivel (met "Kan hy in onsen gheest kruypen?") volgt een opmerking die aangeeft wat Beeckman niet wil (T. 2, p. 242):
Dan dit is by den mensche gebruyckelick: als de experientie haer redeninghe teghen is, so nemen sy haren uytvlucht tot hetgene daer men gheen experientie van nemen en kan.
Als de ondervinding tegen hun redenering ingaat nemen de mensen hun toevlucht tot iets waarvan men niet de proef op de som kan nemen.

Een steile Calvinist was hij niet (1626):
  Dewyle datter soveel sieckten kommen doordien men stil is ende niet en doet, ende veel sieckten oock gebetert worden door exercitie ende oeffeninghe (de kinders spelen haer gesondt ende de ambachtslien wercken), so behoorde voor de studenten ende leeghgangher yet te syn, dat haer mede het voorss. voordeel dede. Het dansen soude daertoe goet syn ...

Geen wonder

Al heeft hij niets gepubliceerd, Beeckman heeft ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan de ontwondering van de wereld, misschien juist doordat hij een groot talent had voor het zich verwonderen over verschijnselen die voor anderen geen wonder zijn. Zoals hij zegt (I, 121):
daer gebeuren wel meer sodanige dingen, daer men niet over verwondert is, omdat se so ordinaris syn. Ist niet vremt, dat men handen, voeten ende leden roeren kan, als men wil, deur gedachten?
Aan het strand, kort na zijn huwelijk (1620), als hij zandribbels vergelijkt met watergolven:
hoe kompt, dat het water geroert wert, dewyle de wint op elck deelken des waters even styf schyndt te dringhen?
In 'Hoe kompt het?' staan meer voorbeelden.

Het woord 'atomen' wordt voor het eerst gebruikt bij de vraag (I, 117):
Waerom loopt het bier uyt de krane als men den tap daeruyt treckt? Om dieswylle, dat het water vergaert is ex atomis ...
Verklaringen met deeltjes geeft Beeckman op allerlei gebieden: watergolven en getijden, warmte en magnetisme ("de wonderlickste sake", II, 339), druk en zwaarte (de Aarde trekt met 'cleyne hurtkens', doordat deeltjes omlaag stromen), geluid (I, 92) en licht (I, 28), dode en levende materie.
Een voorbeeld van zijn logische redeneertrant hierbij is (II, 96, vertaald):
dat zuiver vuur niet een atoom is (een atoom zou namelijk niet opstijgen in lucht, omdat het een lichaam is dat overal vol is en daarom zwaar) maar het kleinste deeltje van vuur is samengesteld uit vele atomen, zodanig verbonden dat er veel lege ruimte tussen is.
Een enkel atoom is massief, dus valt het. Maar als het volume van een samenstel van atomen groot genoeg is, is dit lichter dan lucht.


Vragen geven stof tot nadenken. Bij het werken aan waterleidingen (I, 44):
Men soude moghen vraghen, alsmen door een buysken lanckx den sichteynder water speut, oft als men syn water maeckt, of als men een loot uyt een roer schiet, hoe het al vlieghende valt, dat is wat linie dat den cloot beschryft; ...
Ick antwoorde, dat ickt niet en weet.
Maar beter dan een antwoord is het traagheidsprincipe dat volgt:
fondament: dat eens roert, roert altyt, soot niet belet en wort
Oftewel: ongeremde beweging gaat door. Simon Stevin had al duidelijk gemaakt 5  dat het beletsel (de wrijving) er de oorzaak van is dat een beweging niet vanzelf gaat. Maar dit 'traagheidsprincipe' was nieuw; in een brief aan Mersenne (IV, 186) staat de formulering "rust is voor lichamen niet natuurlijker dan beweging".

Het traagheidsprincipe van Beeckman was nog niet perfect, want hij meende dat het niet alleen gold voor rechtlijnige, maar ook voor cirkelvormige bewegingen, zie zijn worstelingen hiermee, met voorbeelden als: een op een wiel draaiend voorwerp dat losraakt, een in een kerk in het rond slingerende kandelaber waarvan de kabel breekt, een op de vloer rollende bol (I, 254-257).

Wat er bij een botsing gebeurt met de 'hoeveelheid beweging' heeft Beeckman heel goed begrepen (III, 129, vertaald):
Eén atoom zal dus wel de hele Aarde doen bewegen, maar met een snelheid zoveel maal verminderd als de lichamelijkheid van het atoom gaat in de lichamelijkheid van de aardbol
We noemen dit nu de 'wet van behoud van impuls': massa maal snelheid is constant.


Een ander basisprincipe zien we bij de vraag (III, 43): steen met leertje en touwtje
hoet kompt, dat de jongers met een leerken wel steenen uyt de straten trecken konnen
Dat komt niet doordat de natuur een afkeer heeft van vacuüm, maar door het persen van de lucht. De eerste stelling bij de promotie (1618) gaf dit al als verklaring voor het opzuigen van water:
Aqua suctu sublata non attrahitur vi vacui ...
Opgezogen water wordt niet aangetrokken door een kracht van vacuüm,
maar door de drukkende lucht in de lege ruimte geduwd.

Ontwondering, met nieuwe verwondering, bij het vinden van een kliktor:
Den 19en Junij 1628 hebbe ick een clickerken gevonden, dewelcke men des avonts in de bedtsteden ende schutsels hoort, waervan sommighe wel verveert worden, want het clopt kleyne, dichte clopkens, sodat sy het spoockerye houden te syn ende voorboden van geluck, maer soo men die kompt te sien, so ist ongeluck
... clopte met myn nagel eerst op de plancke, ende terstondt dede het wormken ook so. Het cruypt heel traech voort met voetjens.
Met een mooi vervolg over een toepassing als klopgeest:
Want indien ymant een ander bedrieghen wilde ... die soude sulcken beestkens in een doosken sluyten ... so mocht hy den persoon in de camer brenghen ende alles toesluyten ende doncker maken met meer ceremonien ...
Moraal:
Daerom en laet u niet bedrieghen, noch en bedrieght niemandt, tensy om te leeren ende dan te openbaren.

Kritische blik bij proeven met een nieuw soort molen (II, 358):
hoorde dat ick allom berucht was van met assurantie geseydt te hebben, dat se niet deughen en soude
Een perpetuum mobile kan niet, "want Godt maeckt alleen levende raders" (ibid.), en met natuurkundig inzicht is het aan te tonen (III, 16).

Geen wonder dat de jonge Descartes veel kon leren van Beeckman (en andersom): er waren nog maar weinige 'physico-mathematici' in 1618. Uit de samenwerking volgde de eerste berekening van de vrije val (I, 262). En Gassendi hoorde hem in 1629 met bewondering aan (III, 123, goed overzicht van Beeckmans ideeën).

Beeckman probeerde de filosofie te ontdoen van opvattingen van Aristoteles die niet langer houdbaar waren: "ik laat namelijk niets toe in de filosofie dan wat voor de verbeelding, of waarneembaar, aanschouwelijk wordt gemaakt" schreef hij in 1629 in een brief aan Mersenne (IV, 162).
Een interessante opmerking over Aristoteles (III, 221, vertaald):
De werken van Aristoteles heb ik nog niet gelezen, 25 dec. 1631, en ik denk dat ik die nu met meer vrucht zal lezen en erover oordelen dan wanneer ik die hiervoor had gelezen.
In de wiskunde was hij geen uitblinker (I, 5: sinus; en II, 18: "Al en kan ick dit teghenwoordich niet wiskonstigh doen"); toch knap dat hij een bewijs vond dat Descartes had gezocht (hyperbolische lens, III, 109).
Ook in experimenteren en helder uitleggen had hij nog veel meer kunnen leren van Stevin (I, 301: katrollen).

Maar hij was iemand die het aandurfde zelf te denken en wat hij voortreffelijk deed was: goede vragen stellen over natuur (o.a. de mens) en techniek, verband leggen met iets dat begrepen was, diep doordringen in problemen (I, 299-303: 'Clemmen van de deuren'; II, 48-53 over olie- en kaarsvlammen).
scheve tol Simpele vragen stellen is belangrijk, zoals deze over speelgoed: een tol (II, 336):

een worptop, waerom sy overeynde staet, alse draeyt.
...
men moet vant gene, dat bekent is ende geringhe, gaen tot het onbekende ende treffelicke.
Vaak had hij het bij het rechte eind, zoals in zijn duidelijke uitleg bij: 'Hoe één oog afstanden kan schatten' (I, 315).
Maar vaak ook niet; zie bijvoorbeeld zijn verklaring bij watergolven (II, 71): hij lijkt te denken dat waterdeeltjes horizontaal meegaan met een golf. Het valt op dat hij verder nauwelijks schrijft over watergolven (alleen II, 37), die hij toch dikwijls gezien moet hebben.
Onjuist is ook zijn vreemde verklaring voor het verschil in toonhoogte van grote en kleine orgelpijpen (I, 306).
Bij zijn theorie over het ontstaan van geluid kun je inderdaad zeggen "that Beeckman's physics are distorted by a mirror bent in quite remarkable curves" (Cohen 1984, 149).


Ontwondering kan al vroeg beginnen (II, 388):
Ick hebbe Catelyntje, myn dochterken, oudt synde tusschen twee ende dry jaren, in twee of dry maenden den A, B geleert, also datse alle de letters daervan perfectelick kende. Om dit te doen hebbe ick eerst een of twee letters gaen uyt snyden, deselvighe haer inde handt gegeven ...

... al spelende, de letters grootachtich synde, deselvighe plackende dan hier dan daer aen de muer, aen haer voorhooft etc.
Want gelyck de kinders een tanghe, schoppe etc. leeren kennen doordien dat se die dickwils sien ende hooren noemen, so konnen sy even gemackelick de letters leeren kennen alse die dickwils bekycken.


Generale studien

Beeckman schreef in 1617 in zijn dagboek (I, 112):
Hetgene ick in desen boeck scrive, is hetgene ick niet gelesen noch gehoert en hebbe oft staet er by.
Ende al hebbe ick wel naederhant veel dingen daervan gelesen oft gehoret, soo laet ick het nochtans staen om niet te kladden ende te toenen, wat een agterdeel dat het is goede meesters te missen, tensy dat iemant achte, dat het verstant door den iver die men door het bedencken krygt, soo veel te meer gescarpt wort, als het missen van boeken ende meesters scadet.
Dan alle boecken gelesen hebbende, ende alle meesters gehoret, daer blijft noch sooveel te bedencken, dat men den iver niet sal missen.
Het nadeel van een gebrekkige schoolopleiding gaf Beeckman een grote ijver om inzicht te verwerven. Niet de Latijnse school in Middelburg had hem gevormd, maar de eenmansschool in Arnemuiden (waarschijnlijk i. v. m. de strenge geloofsopvatting van zijn vader). Was het maar waar dat voor iedereen gold: hoe minder onderwijs, hoe meer het verstand gescherpt wordt.

Een goede leermeester in de natuurwetenschap bleek de praktijk, zoals kaarsen maken (I, 7, 39; II, 48-53) en waterleidingen aanleggen (61). Het laatste wordt genoemd bij onderwerpen als het ontstaan van wind (98) en van het kloppen van slagaders (103), beide in 1616; hoekige buis en ook nog in 1633 (III, 284): lucht in bloed geeft verstopping van een ader, zoals lucht in een waterleiding een buis kan verstoppen.

Voetreizen gaven ook stof tot nadenken, zoals over het schatten van een afstand en lichtstralen (I, 318, vertaald):
De 18e juni [1619] bedacht op weg van Zierikzee naar Noordgouwe [ca. 5 km]. En meestal heb ik onderweg bedacht, wat ik thuis op papier zet.
In 1620 noemde hij zichzelf (II, 84, vertaald):
... iemand die geneigd is de oorzaken van alle dingen op te sporen, en geen enkel ding over te laten dat niet met de rede is aangeroerd. ...
In filosofische en medische zaken geheel zonder leermeester, in de wiskunde ben ik dertien jaar geleden drie maanden in de leer geweest bij een ondeskundige [I, 217].
In datzelfde jaar besteedde hij veel tijd aan zelfstudie in de medicijnen: hij las Galenus in het Grieks en maakte daarbij van maart tot oktober meer dan zestig notities. Op 28 oktober 1620 (II, 131, vertaald):
... geneesheren, van wie sommigen mij aansporen zo snel mogelijk naar de praktijk te gaan, anderen evenwel lachen me uit, denkend dat ik nooit tot het uitoefenen van de geneeskunde zal komen, voortdurend in beslag genomen door de fysiologie ...
De betekenis van de notities werd later gerelativeerd (III, 67, vertaald):
Opdat nu niet iemand mij verwijt dat ik consonantie heb gezegd ... wat lijkt te moeten zijn congruentie: die moet weten dat ik hier slechts moeite doe om mezelf eens te begrijpen, niet om deze dingen zo in het openbaar te laten verspreiden; woorden die me het eerst in gedachten kwamen, heb ik overal zo snel mogelijk op papier gezet, om ze later bij leven en welzijn te verbeteren.

Kort na zijn sollicitatie in Dordrecht, in 1627, noteerde Beeckman een moment van bezinning op zijn drang naar kennis, tijdens een bespreking in het Collegium Mechanicum (II, 455):
  Terwylen men van d'een ende d'andersake sprack, dacht ick by my selven: Wy spreken nu van molens, daer wy niet in geoeffent en syn; hoe ist ons mogelyck daer yet goets in te doen, tensy dat wy alles datter op loopt soo wel weten als de molenaers, twelck ons onmogelyck is ...
  Daerom moet ick van alles int gros wat nemen, ende in de generale studien my oeffenen ende alles brengen tot het keersmaken te verbeteren, daer ick verstandt van hebbe, of latyn leeren dat ick nu doe; of dat alle of meest alle menschen aengaet te weten ende te doen.
  Om te Dordrecht yet op te richten, gelyck ick hier te Rotterdam gedaen hebbe, soo sal ick tewege brengen, dat ick een philosophische lesse (in de philosophie niet begrepen synde theologie noch politie) doen sal ...
... het sal in Duyts geschieden tot gerieff van timmerlien, metsers, schippers ende andere borgers, ende voornemelyck heeren ende studenten ...
Als rector van de Latijnse school noemde hij het belang van zo'n 'college' voor mensen uit de praktijk (III, 61):
  De heeren doen sulcke groote onkosten aen de Latynsche scholen, waervan sy de vruchten selden selve genieten, waerom en doen se dan niet een weynich onkosten om haer borghers, die haer stadt nudt souden syn, te doen onderwysen in natuerlicke wetenschappen ende mathematische konsten?
Na sluiting van de school wegens de pest (nov. 1634) had Beeckman meer tijd voor zijn nieuwe vak: lenzen slijpen (waarmee hij in 1632 was begonnen). Het bleek niet mee te vallen (III, 403):
  Aen al dit schryven ende wryven an dese sake siet men hoe moyelick het is een ambacht by syn selven perfect te leeren.

Beeckman mag inderdaad genoemd worden: "op physisch gebied de waardige opvolger van Stevin en voorloper van Chr. Huygens" (De Waard in NNBW). 6 


Persoon

Van Isack Beeckman is geen portret bekend. Zijn broer Abraham beschreef hem na zijn dood als volgt (T. 1, p. XXIII) 7 :
Was kort van posture, gelyck oock syn vader was; groot van oordeel, uytstekende in verstant, soet van aert ende aengenaem int converseren. Myde alle twist en tweedracht; was onder syn discipelen seer bemint ende lieftallich by iedereen.
In 1631 noteerde hij gegevens over zichzelf (III, 221), met o. a.:
Ick en ben noyt myn leven soo verloopen geweest van sinnen, hoe jonck ick oock was, dat ick yet dede sonder achterdyncken, altyt my bedenckende oft so wel soude syn.
handtekening in spiegelbeeld
Met de linkerhand (1618)

 
handtekening 1621
Schuldbekentenis, 21 juni 1621
(ZB, hs 5068)

 

Op zijn proefschrift (1618, T. 4, 42):  'Isack Beeckman Mittelburgo-Zeelandus'.
T. 2, p. 188 (6 dec. 1621, notitie in Latijn): 'Isack Beeckman van Middelborch'.
 
naam Isack Beeckman
Eigen naam geschreven in lijst
Collegium mechanicum (1626)

 
handtekening
Ondertekening brief aan Mersenne (1629)

handtekening in Album Otter
In Album amicorum van Christian Otter 8 



Noten
  1. Literatuur:
    C. de Waard, 'Isaac Beeckman (1588 - 1637)', in Archives du Musée Teyler, Ser. III, 9 (1941), p. 299-342.
    K. van Berkel, Isaac Beeckman (1588 - 1637) en de mechanisering van het wereldbeeld (1983).
    Idem, Isaac Beeckman on Matter and Motion. Mechanical Philosophy in the Making, 2013.
    Idem, In het voetspoor van Stevin (1985), II, 2.
    Idem in A. J. Kox (ed.), Van Stevin tot Lorentz (1990), p. 20-33.
    Idem in A History of Science in the Netherlands (1999), pdf.
    Scuola Normale Superiore di Pisa, 'Philosophical libraries', Isaac Beeckman, met Catalogus Librorum, 1637.  [>]
    Henk Kubbinga, De molecularisering van het wereldbeeld (Hilversum 2003). Zie bij Kennislink: 'De eerste molecuultheorie'.
    Richard Arthur, 'Beeckman, Descartes and the force of motion' (2002).
    Eio Honma, 'Studies on Beeckman', 2004.
    Floris Cohen, De herschepping van de wereld (Amsterdam 2007), 130-6.
    Idem, How modern science came into the world, Amst. 2011 (preview; rec.: Studium 4-3 (2011) 181-2).
    Idem, Quantifying music, Dordrecht 1984.
    Elisabeth Moreau, 'Le substrat galénique des idées médicales d'Isaac Beeckman (1616-1627)', in Studium 4-3 (2011).*)
    Ben Van Acker, Isaac Beeckman (1588-1637) and the rise of modern science: An exploration of Beeckman's theological thought in the context of his mechanical philosophy, Leuven 2019.   «

    *)  Oude medische termen zijn soms moeilijk te vinden, zie daarvoor:
    Ernst Gabler / T. C. Winkler, Latijnsch-Hollandsch woordenboek over de geneeskunde en de natuurkundige wetenschappen, Leiden 1881.

  2. C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634  (den Haag, 1939-1953).
    Tekst bij dbnl: Tome 1,  2,  3,  4 en pdf bij DWC.
    Afbeeldingen van handschrift-pagina's: Zeeuwse bibliotheek.
    Het manuscript was niet alleen bijna verloren geraakt, maar ook bijna niet geschreven; zie het verhaal over een in 1612 beraamde roofmoord (III,  4).   «

  3. Zie de Kaarsemaaker-prent van Jan en Kasper Luiken.
    In:  J. en C. Luiken, Het Menselyk Bedryf (1694). Vg. 1704, 1767.
    H. Schopper (1568) heeft geen kaarsenmaker, wel een lantaarnmaker.
    Over buizen leggen o.a. (1614): 'Fontein, waterleiding, pomp', T. I, p. 37 en in het Latijn een analyse: 'Pompen sive haustrorum ratio', op welk moment een stenen buis bij het pompen breekt (T. I, p. 46-47), zie de vertaling met als eind: "op dat moment breekt namelijk, wat wij zo vaak hebben zien breken", Lat. "illo enim momento rumpitur, quod toties rumpi vidimus."   «

  4. Korte biografie: Isaac Beeckman (Meertens, dbnl). Gegevens: Beeckman, Isaac (Galileo-project). Wikipedia: Isaac Beeckman.
    Langere biografie: NNBW (de Waard). Van hem zelf enkele notities in 1618.   «

  5. S. Stevin, Weeghconst (1586), 46, over het in beweging brengen van iets dat stilstaat:
    alle swaerheden voortghetrocken langs den sichteinder, als schepen int water, waghens langs t'platte landt, &c. en behouven gheen vlieghesterctens macht tot haer verroersel, meer dan de omstaende verhindernissen en veroirsaecken ...   «
  6. Nagelaten papieren van Simon Stevin: II, 291.
    Beeckman vond van Stevin dat hij te veel "addictus mathematicae" was en te weinig 'physica' erbij deed (III, 51, andersom was het bij Francis Bacon).
    Met veel waardering las Beeckman in 1633 Giambattista Benedetti, zie T. 3, p. 275:
    Als ik deze Benedetti vroeger had gezien, zou ik veel niet ingevoegd hebben in mijn overdenkingen, omdat hij veel heeft, waarvan me toescheen dat ik er zelf de eerste auteur van was.
    Benedetti durfde het te hebben over een 'philosophia mathematica' in een brief op p. 298 van Diversarum speculationum ... (1585).   «

  7. Korte notitie op fol. 296r, zie T. 1, p. XXX, 1638 of 1639.
    Abraham Beeckman publiceerde honderd notities van zijn broer: Isaaci Beeckmanni ... Mathematico-physicarum Meditationum, Quaestionum, solutionum Centuria (Utrecht, 1644) — het Utrechtse exemplaar komt uit de bibliotheek van Isaac Vossius. Honderd notities, door De Waard aangeduid met een ster: *, hier een index.   «

  8. Album Otter
    (groter)
    Notitie in Album amicorum van Christian Otter, gedigitaliseerd door M.H.H. Engels, met link naar het origineel.

    "Tangere enim et tangi quam corpus nulla potest res", Inderdaad raken en geraakt worden zoals geen ding met het lichaam kan doen.
    Van andere hand: "circa an. 1640", is onjuist.   «




Home  |  Beeckman (top)  |  Journaal >  |  "Hoe kompt het?"
Ad Davidse, 2004-'24